Proactive nursing zorgthema 5:
circulatie
Definitie en functie
De circulatie moet zich voortdurend aanpassen aan:
- Activiteitenfactor
- Stressfactor (infectie, trauma)
- Lichaamstemperatuur
Law of eight
Er zijn 6 compartimenten te onderscheiden:
1. Systemisch veneus
2. Pulmonaal arterieel
3. Pulmonaal capillair
4. Pulmonaal veneus
5. Systemisch arterieel
6. Systemisch capillair
Het cardiovasculaire systeem is een gesloten systeem zonder doorlaatbaarheid. Alleen in de
microcirculatie is er een beperkte doorlaatbaarheid voor gassen, water, afvalstoffen en
elektrolyten. Eiwitten zijn te groot. Bij infectie wordt de capillaire vaatwand wel permeabel
voor granulocyten en eiwitten.
Veneus aanbod
Functie van het veneuze compartiment (=geheel aan veneuze bloedvaten) is bloed uit de
systemische organen aanbieden aan de rechterharthelft.
7,5% van het lichaamsgewicht bestaat uit bloed. Hiervan bevindt 75% zich in het veneuze
compartiment (opslagfunctie), waarvan 65% in de systemische venen en 10% in de longen
en het hart. Het arteriële systeem bevat 20% en de microcirculatie 5%.
Voor een functioneel veneus aanbod zijn van belang:
- Spierpomp
- Adempomp: vergroting van de borstkas leidt tot verwijding van de bloedvaten in
de longen aanzuigende werking.
- Arteriepomp: pulserende werking knijpt de venen dicht
Ook de zwaartekracht speelt een rol in de veneuze bloedflow. De venen in de extremiteiten
en de grote venen hebben veneuze kleppen om terugstroom door de zwaartekracht te
, voorkomen. In het bovenste compartiment zorgt de zwaartekracht ervoor dat bloed
terugstroomt naar de rechterharthelft.
Functiestoornissen met betrekking tot het veneuze stelsel:
- Ondervulling (hypovolemie) afname veneus aanbod verminderd slagvolume
te weinig druk in het vaatstelsel organen worden niet goed geperfundeerd
shock.
- Veneuze stuwing (overvulling), meestal veroorzaakt door decompensatio cordis
waardoor bloed zich ophoopt in het veneuze compartiment. Bij rechter
decompensatie ontstaat pitting oedeem, bij linker decompensatie longstuwing.
Andere oorzaken zijn nierinsufficiëntie en overmatige infusie/transfusie.
- Vasodilatatie lage vaattonus ophoping van bloed in het veneuze
compartiment orthostase. Oorzaken van een te lage vaattonus en pooling zijn
hitteberoerte, te lang staan, veneuze klepproblemen, stressreductie en medicatie
(nitraten).
- Orthostatische hypotensie (orthostase), veroorzaakt door bijvoorbeeld dehydratie
of dilaterende medicatie.
- Blokkade van de veneuze bloedstroom. Oorzaken:
o Verhoogde intra-abdominale druk en vena cava compressie minder
bloed naar het hart
o Te strak gips, logesyndroom en knevel lokale circulatieproblemen
o Veneuze trombose
Bewakingsmogelijkheden/observaties voor het veneuze vaatstelsel:
- Centraal veneuze druk (CVD)
- Centraal veneuze drukcurve
- Vulling halsvenen observeren
- Oedeemvorming observeren
- In en output bijhouden
- Leg-raising-test
Hartritme
Door depolarisatie van een myocardcel trekt deze samen en geeft deze het signaal door naar
een naastgelegen myocardcel.
Toppen van de ECG:
- P-top = SA-knoop start, atria contraheren
- PQ-segment = AV-knoop vertraagt de voortgeleiding
- Q-top = bundel van His depolariseert
- QRS-complex = ventrikels depolariseren
circulatie
Definitie en functie
De circulatie moet zich voortdurend aanpassen aan:
- Activiteitenfactor
- Stressfactor (infectie, trauma)
- Lichaamstemperatuur
Law of eight
Er zijn 6 compartimenten te onderscheiden:
1. Systemisch veneus
2. Pulmonaal arterieel
3. Pulmonaal capillair
4. Pulmonaal veneus
5. Systemisch arterieel
6. Systemisch capillair
Het cardiovasculaire systeem is een gesloten systeem zonder doorlaatbaarheid. Alleen in de
microcirculatie is er een beperkte doorlaatbaarheid voor gassen, water, afvalstoffen en
elektrolyten. Eiwitten zijn te groot. Bij infectie wordt de capillaire vaatwand wel permeabel
voor granulocyten en eiwitten.
Veneus aanbod
Functie van het veneuze compartiment (=geheel aan veneuze bloedvaten) is bloed uit de
systemische organen aanbieden aan de rechterharthelft.
7,5% van het lichaamsgewicht bestaat uit bloed. Hiervan bevindt 75% zich in het veneuze
compartiment (opslagfunctie), waarvan 65% in de systemische venen en 10% in de longen
en het hart. Het arteriële systeem bevat 20% en de microcirculatie 5%.
Voor een functioneel veneus aanbod zijn van belang:
- Spierpomp
- Adempomp: vergroting van de borstkas leidt tot verwijding van de bloedvaten in
de longen aanzuigende werking.
- Arteriepomp: pulserende werking knijpt de venen dicht
Ook de zwaartekracht speelt een rol in de veneuze bloedflow. De venen in de extremiteiten
en de grote venen hebben veneuze kleppen om terugstroom door de zwaartekracht te
, voorkomen. In het bovenste compartiment zorgt de zwaartekracht ervoor dat bloed
terugstroomt naar de rechterharthelft.
Functiestoornissen met betrekking tot het veneuze stelsel:
- Ondervulling (hypovolemie) afname veneus aanbod verminderd slagvolume
te weinig druk in het vaatstelsel organen worden niet goed geperfundeerd
shock.
- Veneuze stuwing (overvulling), meestal veroorzaakt door decompensatio cordis
waardoor bloed zich ophoopt in het veneuze compartiment. Bij rechter
decompensatie ontstaat pitting oedeem, bij linker decompensatie longstuwing.
Andere oorzaken zijn nierinsufficiëntie en overmatige infusie/transfusie.
- Vasodilatatie lage vaattonus ophoping van bloed in het veneuze
compartiment orthostase. Oorzaken van een te lage vaattonus en pooling zijn
hitteberoerte, te lang staan, veneuze klepproblemen, stressreductie en medicatie
(nitraten).
- Orthostatische hypotensie (orthostase), veroorzaakt door bijvoorbeeld dehydratie
of dilaterende medicatie.
- Blokkade van de veneuze bloedstroom. Oorzaken:
o Verhoogde intra-abdominale druk en vena cava compressie minder
bloed naar het hart
o Te strak gips, logesyndroom en knevel lokale circulatieproblemen
o Veneuze trombose
Bewakingsmogelijkheden/observaties voor het veneuze vaatstelsel:
- Centraal veneuze druk (CVD)
- Centraal veneuze drukcurve
- Vulling halsvenen observeren
- Oedeemvorming observeren
- In en output bijhouden
- Leg-raising-test
Hartritme
Door depolarisatie van een myocardcel trekt deze samen en geeft deze het signaal door naar
een naastgelegen myocardcel.
Toppen van de ECG:
- P-top = SA-knoop start, atria contraheren
- PQ-segment = AV-knoop vertraagt de voortgeleiding
- Q-top = bundel van His depolariseert
- QRS-complex = ventrikels depolariseren