Samenvatting
Homeostase
Homeostase: een kader waarbinnen de mens functioneert
Homeostase= regulatie van variabelen binnen fysiologische grenzen, dynamisch proces
Regelsystemen:
- Negatief feedback systeem= een verandering van de variabele leidt tot een reactie
die de waarde van de variabele in tegenovergestelde richting wil veranderen
- Positieve feedback systeem= versterkt het effect, ‘explosief’ systeem (bevalling)
- Feed forward-systeem= anticipatie van een verwachte verandering, alvast
compensatoire mechanismen inschakelen
Hypothalamus setpoint van thermoregulatie
Externe of interne stimuli verstoring van homeostase aanpassing/adaptatie van intern
milieu via het autonome zenuwstelsel en endocriene systeem herstel van homeostase
Hormonen:
- Aminerge hormonen= schildkier hormonen, bijniermerg
- Pepitderge hormonen= kleine eiwitten (hydrofiel)
- Steroïde hormonen= afkomstig van cholesterol (hydrofoob)
Drie componenten:
- Humoraal= hormonen
- AZS= parasympatisch en sympatisch
- Motorisch= gedrag respons
, Baroreceptor en shock
Oorzaak shock probleem met de circulatie
Shock= verminderde output van het hart of verminderd circulerend vermogen
beschadiging van de weefsels hypoxie (lage bloeddruk, zwakke polsdruk, koude huid)
- Cardiogeen= hart aangedaan (ACS, ritmestoornis, infarct)
- Obstructief= bloed kan niet goed rondgepompt worden door een obstructie
(longembolie, spanningspneumothorax)
- Hypovolemisch= te weinig bloed of plasmavolume (trauma, arteriële bloeding,
brandwonden, diarree)
- Distributief= arteriële vasodilatatie als gevolg van een infectie, huid juist warm en
rood (anafylaxie, sepsis, neurogene shock, AV-shunt)
Fases van shock:
- Initiële niet-progressieve fase= activeren compensatiemechanismen, lichaam
probeert te compenseren, doorbloeding vitale organen op peil houden lukt nog
(baroreceptorreflex)
- Progressieve fase= falen circulatie, metabole ontregeling, acidose
- Irreversibele fase= onherstelbare cel- en weefselschade
De baroreceptorreflex:
- Anatomie= sinus caroticum (baroreceptoren van arteriële bloeddruk), aortaboog,
venen, pulmonaal vaten, myocard
- Fysiologie= respons op gemiddelde bloeddruk MAP en op polsdruk, maximale
respons rond normale MAP
- Effect via hersenstam= sympatisch naar hart, arteriolen, venen en parasympatisch
naar het hart
Gevolgen:
- Korte termijn= bloeddruk stijgt druk op de vaatwand neemt toe receptoren
versturen actiepotentialen parasympaticus neemt toe hartfrequentie daalt,
bloeddruk daalt, vasodilatatie
- Lange termijn= nieren
Pre load= vullingsdruk, neemt af slagvolume neemt af
After load= weerstand uit het hart pompen, neemt af slagvolume neemt toe
Contractiliteit= neemt af slagvolume neemt af (werking hartspier)
Basisprincipes AZS
Autonome zenuwstelsel:
- Sympathische stelsel= activiteit, thoracaal/lumbaal (fight, flight, freeze)
Presynaptisch= acetylcholine
Post synaptisch= noradrenaline (paravertebrale en prevertebrale streng)
- Parasympatische stelsel= rust, craniaal/sacraal (rest and digestie)
Presynaptisch= acetylcholine
Post synaptisch= acetylcholine
Homeostase
Homeostase: een kader waarbinnen de mens functioneert
Homeostase= regulatie van variabelen binnen fysiologische grenzen, dynamisch proces
Regelsystemen:
- Negatief feedback systeem= een verandering van de variabele leidt tot een reactie
die de waarde van de variabele in tegenovergestelde richting wil veranderen
- Positieve feedback systeem= versterkt het effect, ‘explosief’ systeem (bevalling)
- Feed forward-systeem= anticipatie van een verwachte verandering, alvast
compensatoire mechanismen inschakelen
Hypothalamus setpoint van thermoregulatie
Externe of interne stimuli verstoring van homeostase aanpassing/adaptatie van intern
milieu via het autonome zenuwstelsel en endocriene systeem herstel van homeostase
Hormonen:
- Aminerge hormonen= schildkier hormonen, bijniermerg
- Pepitderge hormonen= kleine eiwitten (hydrofiel)
- Steroïde hormonen= afkomstig van cholesterol (hydrofoob)
Drie componenten:
- Humoraal= hormonen
- AZS= parasympatisch en sympatisch
- Motorisch= gedrag respons
, Baroreceptor en shock
Oorzaak shock probleem met de circulatie
Shock= verminderde output van het hart of verminderd circulerend vermogen
beschadiging van de weefsels hypoxie (lage bloeddruk, zwakke polsdruk, koude huid)
- Cardiogeen= hart aangedaan (ACS, ritmestoornis, infarct)
- Obstructief= bloed kan niet goed rondgepompt worden door een obstructie
(longembolie, spanningspneumothorax)
- Hypovolemisch= te weinig bloed of plasmavolume (trauma, arteriële bloeding,
brandwonden, diarree)
- Distributief= arteriële vasodilatatie als gevolg van een infectie, huid juist warm en
rood (anafylaxie, sepsis, neurogene shock, AV-shunt)
Fases van shock:
- Initiële niet-progressieve fase= activeren compensatiemechanismen, lichaam
probeert te compenseren, doorbloeding vitale organen op peil houden lukt nog
(baroreceptorreflex)
- Progressieve fase= falen circulatie, metabole ontregeling, acidose
- Irreversibele fase= onherstelbare cel- en weefselschade
De baroreceptorreflex:
- Anatomie= sinus caroticum (baroreceptoren van arteriële bloeddruk), aortaboog,
venen, pulmonaal vaten, myocard
- Fysiologie= respons op gemiddelde bloeddruk MAP en op polsdruk, maximale
respons rond normale MAP
- Effect via hersenstam= sympatisch naar hart, arteriolen, venen en parasympatisch
naar het hart
Gevolgen:
- Korte termijn= bloeddruk stijgt druk op de vaatwand neemt toe receptoren
versturen actiepotentialen parasympaticus neemt toe hartfrequentie daalt,
bloeddruk daalt, vasodilatatie
- Lange termijn= nieren
Pre load= vullingsdruk, neemt af slagvolume neemt af
After load= weerstand uit het hart pompen, neemt af slagvolume neemt toe
Contractiliteit= neemt af slagvolume neemt af (werking hartspier)
Basisprincipes AZS
Autonome zenuwstelsel:
- Sympathische stelsel= activiteit, thoracaal/lumbaal (fight, flight, freeze)
Presynaptisch= acetylcholine
Post synaptisch= noradrenaline (paravertebrale en prevertebrale streng)
- Parasympatische stelsel= rust, craniaal/sacraal (rest and digestie)
Presynaptisch= acetylcholine
Post synaptisch= acetylcholine