Aantekeningen hoorcolleges klinische
psychologie
Hc 1 – klinische theorieën en theoretische referentiekaders
Corona heeft niet uitgemaakt in een toename voor psychische
stoornissen, geen significante toename. Aantal psychische stoornissen
blijft niet altijd gelijk, over de jaren heen is er wel een toename van het
aantal mensen dat rapporteert een psychische aandoening te hebben.
Benaderingen proberen psychopathologie te verklaren en er
behandelingen voor proberen te vinden.
Klinische psychologie en abnormaal gedrag
Basisdisciplines: functieleer, SP en OWP.
Toepassingsgerichte disciplines: klinische en gezondheidspsychologie,
onderwijspsychologie (niet alleen theorie).
Klinische psychologie noemen we ook wel abnormale psychologie. Houdt
zich bezig met diagnose, classificatie, behandeling, preventie en
onderzoek.
Lijden en disfunctioneren staan centraal (van patiënt of omgeving).
Neurobiologische benadering van psychopathologie
We weten dat verschillende onderdelen van de hersenen betrokken zijn bij
psychopathologie.
Bij horen van stemmen (hallucineren) in hoofd: taalproductie en
verwerkingsgebieden zijn actief --> zegt wat over behandeling
Voeding speelt hier ook een rol, relatie is bi directioneel. Darmen hebben
goede bacteriën, zetten hersenen aan tot productie endorfine, en slechte
bacteriën die negatieve invloed kunnen hebben. Bewerkt voedsel is slecht
omdat daar houdbaarheidsstoffen inzitten, deze zijn bacterieremmend
waardoor darmen bijvoorbeeld minder endorfine kunnen produceren.
Biologie is belangrijk:
werd door Hippocrates gezegd. We moeten beseffend at
geestesziekte een ziekte is van de hersenen. Bio psychologie sociale
model.
Legde verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren
(westerse geneeskunde).
Begin 20e eeuw --> misschien alles oplossen met medicijnen?
Ontdekking penicilline en focus op biologie (syfilis).
1
, Jaren 70: Buikhuizen --> mannen met meer testosteron hebben
neiging voor agressiever gedrag. Weerwoord: beseffen dat
maatschappij disfunctioneert, mensen vertonen agressief gedrag
omdat de maatschappij niet goed is.
We denken nu dat wat je ziet aan gedrag een interactie is tussen genen
(nature) en omgeving (nurture) dit komt tot uiting in je fenotype.
Diathese = hoe meer genetische kwetsbaarheid je hebt, hoe minder
stress nodig is voor het ontwikkelen van een psychische stoornis.
MRI: anatomische structuur, hoge spatiële resolutie voor experimentele
doelen.
fMRI: metabolische functie, meet zuurstof niveaus, voor diagnostische
doelen.
Neuroticisme is verhoogd bij mensen met depressie en angststoornis -->
correleert met darmklachten (blijkt uit recent onderzoek). Mogelijk door
goede voeding, neuroticisme omlaag brengen en mogelijke psychische
verbetering.
Leertheoretische benadering van psychopathologie
Thorndike: operant conditioneren = leerproces waarbij een respons in
een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger of bestraffer.
Situatie-Respons-Outcome.
Behandelen: bij responspreventie wordt veiligheidsgedrag geblokkeerd,
neutraliserende activiteit wordt niet meer uitgevoerd. Ervaren dat die
ritualen niet voorkomen dat gebeurtenissen voordoen (wist al maar nu
ervaren). Het falsificeren van disfunctionele verwachting.
Functie analyse maken: patiënt moet gaan inzien dat negatieve
consequenties groter zijn dan de positieve, is een klinische vertaling van
het paradigma van de operante conditionering.
Pavlov: klassieke conditionering = Onvoorwaardelijke prikkel (OP),
onvoorwaardelijke reactie (OR), voorwaardelijke prikkel (VP),
voorwaardelijke reactie (VR).
Craving.
COMET = competitieve memory training behandeling met
contracoditionering
Inhoudelijke betekenis van stemmen corrigeren, iemand behandelen met
auditieve hallucinaties (je vraagt een thema, moment dat stem naar gaat
doen fijn moment herinneren). Hierna afstand nemen van de stem, stem
in bepaalde plek of moment achterlaten. Stemmen worden niet minder,
maar overtuigingskracht wordt wel minder, patiënt wordt weerbaarder.
2
,Voor contraconditionering moet patiënt wel enig begrip hebben van dit
fenomeen (wat kan jij, wat snap jij).
Cognitieve benadering van psychopathologie
Beck: de manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren
speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van psychische stoornissen.
(samen met Young)
Link tussen bijvoorbeeld paniekaanval en ik ga dood, weghalen door
paniekaanval te simuleren maar aan te tonen dat het niet dood impliceert.
Schema = kennisstructuur, je bouwt het op in kindertijd. Aard van schema
is afhankelijk van ervaring en cognitieve vermogens (1e instantie
egocentrisch). Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen
verandering. Disconfirmerende ervaring kan schema aanpassen.
Beck: de interpretatie kwetst, niet het feit zelf. Psychische stoornissen
komen voor uit de wijze waarom mensen informatie selecteren en
verwerken. Schema beïnvloedt de selectie van informatie, selectie
interpretatie. Schema beïnvloedt zo de herinnering.
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (obsessieve compulsieve
persoonlijkheidsstoornis) = alles op de juiste manier doel, details
verhinderen klus en slechte relaties. Zelfbeeld is verantwoordelijk en
beeld van anderen juist onverantwoordelijkheid. Mensen zijn
perfectionistisch, erg best doen, koppig, controleren en ordenen. Hierbij
komen angst, irritatie, schuldgevoel en spijt kijken.
3
, Je gaat op het niveau van denkschema’s kijken of je iets kan veranderen
(CGT). Gedrag en cognities beïnvloeden elkaar (gedrag, gedachten,
gevoelens).
Psychodynamische benadering van psychpathologie
Psychoanalytische benaderign (Freud) = superego (wat je leert van
de maatschappij, geweten, deels onbeweust en deels bewust), ego (ik,
deels bewust en deels onbewust, balans tussen de twee), Id (driftmatige
motor, onbewust, irrationeel en emotioneel, voor eigen plezier).
Psychoanalytische behandeling beoogt de regie van het ID in de
verhouding met het ego en superego te vergroten. ID bedient zich van
afweermechanismen tegen angst. Afweermechanisme ingezet als ID in
conflict komt met ego en superego.
Psychoanalytische benadering (Ainsworth): stabiel over tijd en gevormd in
kindertijd. Veilige hechting --> minder psychische stoornissen.
Humanistische benadering van psychopathologie
Rogers en Maslow: het gaat om het hier en nu, persoonlijke bewuste
beleving staat voorop. Gedrag in hier en nu begrijpen vanuit intentie,
verleden speelt een ondergeschikte rol. De mens is uit op zelf actualisatie,
en van nature goed en autonoom.
Maslow: positieve motivatietheorie = focus op realiseren van eigen
behoeften en mogelijkheden (niet tekorten).
Kritiek --> piramide is simplistisch (als je arm bent heb je niet minder met
cognitieve ontwikkeling ook al zullen fysiologische behoeften niet perfect
vervuld worden).
4
psychologie
Hc 1 – klinische theorieën en theoretische referentiekaders
Corona heeft niet uitgemaakt in een toename voor psychische
stoornissen, geen significante toename. Aantal psychische stoornissen
blijft niet altijd gelijk, over de jaren heen is er wel een toename van het
aantal mensen dat rapporteert een psychische aandoening te hebben.
Benaderingen proberen psychopathologie te verklaren en er
behandelingen voor proberen te vinden.
Klinische psychologie en abnormaal gedrag
Basisdisciplines: functieleer, SP en OWP.
Toepassingsgerichte disciplines: klinische en gezondheidspsychologie,
onderwijspsychologie (niet alleen theorie).
Klinische psychologie noemen we ook wel abnormale psychologie. Houdt
zich bezig met diagnose, classificatie, behandeling, preventie en
onderzoek.
Lijden en disfunctioneren staan centraal (van patiënt of omgeving).
Neurobiologische benadering van psychopathologie
We weten dat verschillende onderdelen van de hersenen betrokken zijn bij
psychopathologie.
Bij horen van stemmen (hallucineren) in hoofd: taalproductie en
verwerkingsgebieden zijn actief --> zegt wat over behandeling
Voeding speelt hier ook een rol, relatie is bi directioneel. Darmen hebben
goede bacteriën, zetten hersenen aan tot productie endorfine, en slechte
bacteriën die negatieve invloed kunnen hebben. Bewerkt voedsel is slecht
omdat daar houdbaarheidsstoffen inzitten, deze zijn bacterieremmend
waardoor darmen bijvoorbeeld minder endorfine kunnen produceren.
Biologie is belangrijk:
werd door Hippocrates gezegd. We moeten beseffend at
geestesziekte een ziekte is van de hersenen. Bio psychologie sociale
model.
Legde verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren
(westerse geneeskunde).
Begin 20e eeuw --> misschien alles oplossen met medicijnen?
Ontdekking penicilline en focus op biologie (syfilis).
1
, Jaren 70: Buikhuizen --> mannen met meer testosteron hebben
neiging voor agressiever gedrag. Weerwoord: beseffen dat
maatschappij disfunctioneert, mensen vertonen agressief gedrag
omdat de maatschappij niet goed is.
We denken nu dat wat je ziet aan gedrag een interactie is tussen genen
(nature) en omgeving (nurture) dit komt tot uiting in je fenotype.
Diathese = hoe meer genetische kwetsbaarheid je hebt, hoe minder
stress nodig is voor het ontwikkelen van een psychische stoornis.
MRI: anatomische structuur, hoge spatiële resolutie voor experimentele
doelen.
fMRI: metabolische functie, meet zuurstof niveaus, voor diagnostische
doelen.
Neuroticisme is verhoogd bij mensen met depressie en angststoornis -->
correleert met darmklachten (blijkt uit recent onderzoek). Mogelijk door
goede voeding, neuroticisme omlaag brengen en mogelijke psychische
verbetering.
Leertheoretische benadering van psychopathologie
Thorndike: operant conditioneren = leerproces waarbij een respons in
een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger of bestraffer.
Situatie-Respons-Outcome.
Behandelen: bij responspreventie wordt veiligheidsgedrag geblokkeerd,
neutraliserende activiteit wordt niet meer uitgevoerd. Ervaren dat die
ritualen niet voorkomen dat gebeurtenissen voordoen (wist al maar nu
ervaren). Het falsificeren van disfunctionele verwachting.
Functie analyse maken: patiënt moet gaan inzien dat negatieve
consequenties groter zijn dan de positieve, is een klinische vertaling van
het paradigma van de operante conditionering.
Pavlov: klassieke conditionering = Onvoorwaardelijke prikkel (OP),
onvoorwaardelijke reactie (OR), voorwaardelijke prikkel (VP),
voorwaardelijke reactie (VR).
Craving.
COMET = competitieve memory training behandeling met
contracoditionering
Inhoudelijke betekenis van stemmen corrigeren, iemand behandelen met
auditieve hallucinaties (je vraagt een thema, moment dat stem naar gaat
doen fijn moment herinneren). Hierna afstand nemen van de stem, stem
in bepaalde plek of moment achterlaten. Stemmen worden niet minder,
maar overtuigingskracht wordt wel minder, patiënt wordt weerbaarder.
2
,Voor contraconditionering moet patiënt wel enig begrip hebben van dit
fenomeen (wat kan jij, wat snap jij).
Cognitieve benadering van psychopathologie
Beck: de manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren
speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van psychische stoornissen.
(samen met Young)
Link tussen bijvoorbeeld paniekaanval en ik ga dood, weghalen door
paniekaanval te simuleren maar aan te tonen dat het niet dood impliceert.
Schema = kennisstructuur, je bouwt het op in kindertijd. Aard van schema
is afhankelijk van ervaring en cognitieve vermogens (1e instantie
egocentrisch). Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen
verandering. Disconfirmerende ervaring kan schema aanpassen.
Beck: de interpretatie kwetst, niet het feit zelf. Psychische stoornissen
komen voor uit de wijze waarom mensen informatie selecteren en
verwerken. Schema beïnvloedt de selectie van informatie, selectie
interpretatie. Schema beïnvloedt zo de herinnering.
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (obsessieve compulsieve
persoonlijkheidsstoornis) = alles op de juiste manier doel, details
verhinderen klus en slechte relaties. Zelfbeeld is verantwoordelijk en
beeld van anderen juist onverantwoordelijkheid. Mensen zijn
perfectionistisch, erg best doen, koppig, controleren en ordenen. Hierbij
komen angst, irritatie, schuldgevoel en spijt kijken.
3
, Je gaat op het niveau van denkschema’s kijken of je iets kan veranderen
(CGT). Gedrag en cognities beïnvloeden elkaar (gedrag, gedachten,
gevoelens).
Psychodynamische benadering van psychpathologie
Psychoanalytische benaderign (Freud) = superego (wat je leert van
de maatschappij, geweten, deels onbeweust en deels bewust), ego (ik,
deels bewust en deels onbewust, balans tussen de twee), Id (driftmatige
motor, onbewust, irrationeel en emotioneel, voor eigen plezier).
Psychoanalytische behandeling beoogt de regie van het ID in de
verhouding met het ego en superego te vergroten. ID bedient zich van
afweermechanismen tegen angst. Afweermechanisme ingezet als ID in
conflict komt met ego en superego.
Psychoanalytische benadering (Ainsworth): stabiel over tijd en gevormd in
kindertijd. Veilige hechting --> minder psychische stoornissen.
Humanistische benadering van psychopathologie
Rogers en Maslow: het gaat om het hier en nu, persoonlijke bewuste
beleving staat voorop. Gedrag in hier en nu begrijpen vanuit intentie,
verleden speelt een ondergeschikte rol. De mens is uit op zelf actualisatie,
en van nature goed en autonoom.
Maslow: positieve motivatietheorie = focus op realiseren van eigen
behoeften en mogelijkheden (niet tekorten).
Kritiek --> piramide is simplistisch (als je arm bent heb je niet minder met
cognitieve ontwikkeling ook al zullen fysiologische behoeften niet perfect
vervuld worden).
4