100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hogeschool Utrecht CNA/RCA extramurale zorg jaar 2 fysiotherapie kennistoets

Beoordeling
3,5
(11)
Verkocht
62
Pagina's
73
Geüpload op
08-09-2020
Geschreven in
2020/2021

De kennistoets fysiotherapie blok extramurale zorg CNA/RCA jaar 2 van de Hogeschool Utrecht. Alle (digitale) hoorcolleges van dit blok zijn hierin verwerkt. Aan de hand van de aantekeningen van de hoorcolleges, verwerkt met samenvattingen uit de tekstboeken en voorbereiding behorend bij het hoorcollege, worden de leerdoelen van elk hoorcollege beantwoord en is dit dus een goeie samenvatting van de stof die je moet weten voor de kennistoets fysiotherapie "extramurale zorg CNA/RCA"

Meer zien Lees minder












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
8 september 2020
Bestand laatst geupdate op
15 oktober 2020
Aantal pagina's
73
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcollege 2: Inleiding neuropathologie
De student:
1. Beschrijft de zes stappen van de sensomotorische kring, van motivatie tot uitvoering
en weer opnieuw.
2. Benoemt de anatomische locaties (in Latijnse en Nederlandse termen) van de
stappen van de sensomotorische kring en wijst deze aan op een hersenmodel.
3. Beschrijft hoe motoriek vanuit de hersenen wordt aangestuurd, via de belangrijkste
motorische banen (tractus corticospinalis en tractus reticulospinalis).
4. Beschrijft hoe motoriek wordt bijgestuurd door feedback en feedforward.
5. Benoemt de vier meest kenmerkende neurologische functiestoornissen (SSSS)
6. Beschrijft welke functiestoornissen voorkomen bij schade op verschillende locaties in
het centrale zenuwstelsel (cortex cerebri, basale kernen, cerebellum, ruggenmerg)
7. Beschrijft en herkent de meest voorkomende klinische beelden bij schade op de
verschillende locaties in het centrale zenuwstelsel

Grote hersenen = cerebrum
Bestaat uit hersenschors (cortex cerebri), basale
kernen en limbisch systeem.

Kleine hersenen = cerebellum



Cortex cerebri (hersenen, bovenste gedeelte van grote hersenen) zorgt voor keuzes maken,
bewegen, voelen, spreken, taal, horen, zien (sensoriek).
Voorste deel van de cortex (prefrontale cortex) is de motorische schors (actie) en achterste
deel is sensorische schors (waarneming). Deze functies van de cortex liggen allemaal op neo
niveau.
Bewegen: begint bij prefrontale cortex die bedenkt dat je een beweging gaat maken. Daarna
moet de beweging worden geprogrammeerd en vervolgens gaat de geprogrammeerde
beweging naar de primaire motorische cortex die verbonden is met het ruggenmerg zodat
de beweging kan worden geproduceerd.
Sensomotorische schors en motorische schors vormen een kring: sensomotorische kring:
Tertiaire motorische cortex (M3) (keuze maken) →
secundaire motorische cortex (M2) (beweging
programmeren) → primaire motorische cortex
(M1) (beweging uitvoeren) → primaire sensorische
cortex (S1) (informatie over tast, houding
beweging) → secundaire sensorische schors (S2)
(analyseren) → tertiaire sensorische cortex (S3)
(koppelen aan andere soorten sensoriek) → aan de
hand daarvan beslis je weer wat je gaat doen: je
maakt weer een keuze, programmeert de volgende
beweging en gaat zo weer de kring door.

Je kunt op drie momenten in de kring beginnen, hangt af van de motivatie van de beweging:

, - Op S1: er komt een sensorische prikkel binnen (je voelt bijv. iets op je hand). Je
analyseert dit (S2). Herken je het signaal, dan ga je direct door naar M2. Herken je
het signaal niet, dan ga je eerst nog naar S3 (koppeling) om meer informatie over het
signaal te verzamelen (via zicht, gehoor en reuk). Vervolgens beoordeeld het limbisch
systeem of het signaal gevaarlijk is of niet en op basis daarvan maak je een keuze
(M3).
- Vanaf het limbisch systeem: je hebt bijvoorbeeld honger, op basis hiervan ga je naar
M3 om een keuze te maken.
- Vanaf M3: de keuze maken om naar school te gaan, vervolgens naar M2 om
beweging te programmeren, enz.

In de primaire motorische schors liggen centraal motorische neuronen (CMN). Deze CMN
sturen perifeer motorische neuronen (PMN) in het ruggenmerg aan. De CMN zorgen voor
facilitatie en inhibitie van de PMN. Wil je je arm bijvoorbeeld strekken, dan zorgen de PMN
voor facilitatie van PMN neuronen die verbonden zijn met de triceps, en zorgen ze voor
inhibitie van de PMN neuronen van de biceps.
De verbinding tussen de CMN (in cortex) en PMN (in ruggenmerg) heet de tractus
corticospinalis (piramidebaan).

Tractus corticospinalis
Zonder overschakelen gaan interneuronen in het ruggenmerg. Zodra ze daar zijn kruist het
grootste gedeelte van de interneuronen naar de tractus corticospinalis lateralis. Deze gaan
naar motoneuronen van heup, schouder, extremiteiten en ook een deel direct naar de
handen. Doordat de neuronen niet overschakelen (dus vanuit ruggenmerg direct naar de
handen gaan) kun je hele fijne motoriek met je handen uitvoeren. Dit maakt ze tegelijk ook
heel kwetsbaar want als deze baan niet meer werkt heb je geen andere banen waar de
signalen over kunnen om toch nog de handen aan te sturen. Naast de gekruiste neuronen
gaat een klein deel ook ongekruist door het ruggenmerg, naar axiale spieren (nek en romp)
dit gaat via de tractus corticospinalis anterior.
Via deze banen worden dus de spieren aangestuurd. Vervolgens vindt er terugkoppeling
plaats: bijsturing via somatosensorische cortex (S1) of bijsturing via cerebellum (vergelijkt
instructies met het effect van de beweging (feedback) of gebruikt feedforward: onderschept
instructies en stelt beweging bij op basis van verwachting van de uitkomst).

Een andere belangrijke motorische baan is de tractus reticulospinalis. Deze past de
houdingsspieren aan en draagt zo bij aan de houdingsmotoriek.

Neurologische functiestoornissen
Centraal neurologische aandoeningen
kun je indelen op motorisch gebied,
sensorisch gebied en cognitief gebied.
- Motorische stoornissen
Problemen met spierkracht, spiertonus,
sturing
- Sensorische stoornissen
Problemen met sensibiliteit.

,Klinische beelden
Bij schade in de primaire cortex, kijk je naar de locatie van de bloedvaten die beschadigd zijn.
Dit vergelijk je met een homunculus (afbeelding) zodat je weet welk gebied aangedaan is.
Van dit gebied is spierkracht, spiertonus, sturing en sensibiliteit dan aangedaan.




Schade in primaire cortex cerebri: Kijken naar homunculus wat de locatie is van de
bloedvaten die stuk zijn. Van dit gebied is spierkracht, spiertonus, sturing en sensibiliteit dan
aangedaan. Parese: krachtverlies. Paralyse: krachtafwezigheid.

Spiertonus: Hypertonie → spasticiteit:
- (verhoogde reflexactiviteit in rust en
- spasticiteit neemt toe bij verhoogde activatie en beweging)
- Zit in antizwaartekrachtspieren
- knipmes: als je weerstand tegen biedt eerst veel spanning en meer weerstand neemt de
spanning weer wat af.

Sturing: reflexen zijn ontremt → reflexen zijn sterker aanwezig. Sturing is combinatie van
kracht, tonus en reflexen.

Klinisch beeld ruggenmerg
Wanneer het ruggenmerg is aangedaan, zie je uitval van functies onder het laesie niveau en
lager. Dus hoe hoger de locatie van de laesie, hoe meer uitval je van je lichaam hebt.
In het geval van een volledige laesie (gehele ruggenmerg werkt niet meer) is er volledige
uitval van spierkracht en sensibiliteit. Daarnaast sprake van hypotonie en hyporeflexie.
Direct na de laesie komt het ruggenmerg in een spinale shock: zenuwstelsel stopt volledig
met functioneren van het deel wat onder de laesie zit. Na verloop van tijd kan het ZS zich
wat meer aanpassen aan de situatie, waardoor ruggenmergdelen onder de laesie weer wat
reflexbogen krijgen (dus reflexen die lopen van spieren naar het ruggenmerg en weer terug).
Hierdoor kan wat tonus opgewekt worden, zoals een trilling van het been.

Klinisch beeld basale kernen
Basale kernen zitten op paleo niveau, vallen helemaal aan motorische kant. Ook wel
extrapiramidaal systeem genoemd. De basale kernen hebben invloed op de gehele cortex.
Functie van basale kernen is het faciliteren en inhiberen van patronen, vooral onbewuste,
aangeleerde bewegingspatronen (lopen). Problemen die kunnen staan als het faciliterende
deel is aangedaan: moeite met starten van een beweging of kleine, trage bewegingen.

,Problemen die kunnen staan als het inhiberende deel is aangedaan: moeite met het stoppen
van een beweging, veel ongecontroleerde bewegingen.

Klinisch beeld cerebellum
Zit vooral in de sturing (atactisch beeld: ongecontroleerde bewegingen, onhandig,
doorschieten)

Kennisclip neurologische functiestoornissen
Positieve symptomen: begint met hyper- (teveel), para-
(anders) of dys- (anders).

Van toepassing op spiertonus, dan eindigt het op -tonie.
- Hypertonie: meer tonus dan normaal
- Paratonie: verhoogde tonus bij mensen met dementie
- Dystonie: verhoogde tonus dat leidt tot wringende
bewegingen
Daarnaast zijn er nog uitzonderingen m.b.t. spiertonus die niet op -tonie eindigen:
- Spasticiteit: agonisten en antagonisten worden ongelijkmatig overspannen. Treedt op bij
corticale of ruggenmerglaesies
- Rigiditeit: agonisten en antagonisten worden even sterk voorgespannen, waardoor een
toename van tonus bestaat. Treedt op bij laesies in basale kernen.
- Clonus: vorm van spasticiteit waar een ritmische samentrekking van spieren plaatsvindt.

Van toepassing op sturing, dan eindigt het op -kinesie of -reflexie.
- Hyperkinesie/metrie: tremor, overmatige bewegingsdrang
- Hyperreflexie: teveel reflexen
- Dyskinesie: veranderde bewegingen, zoals chorea: onvoorspelbare, overdreven
bewegingen.
- Dysdiadochokinese: verminderd vermogen tot snelle alternerende (regelmatig
afwisselende) bewegingen.
Daarnaast zijn er nog uitzonderingen m.b.t. sturing die niet op -kinesie of -reflexie eindigen:
- Ataxie: verlies van orde in bewegingen, coördinatiestoornis
- Festinatie: onwillekeurige verkorting en versnelling van passen
- Freezing: het plotseling blokkeren van het lopen, patiënt staat in bevroren houding

Van toepassing op sensibiliteit, dan eindigt het op -esthesie of -algesie.
- Hyperesthesie: overmatige gevoeligheid voor gevoelsprikkels
- Hyperalgesie: sterk pijngevoel bij slechts lichte pijnprikkel
- Hyperpathie: pijn bij aanraking die na stoppen van de prikkel nog doorgaat
- Paraesthesie: onaangenaam, vaak prikkelend gevoel, dat spontaan zonder prikkel optreedt
- Dysesthesie: onaangenaam veranderd gevoel dat niet overeenkomt met de prikkel
Daarnaast is er nog een uitzondering m.b.t. sensibiliteit, die niet op -esthesie of -algesie
eindigt:
- Allodynie: pijnlijk gevoel bij prikkel die normaliter niet pijnlijk is

, Negatieve symptomen: begint met hypo- (minder
dan normaal) of a- (gehele afwezigheid)

Van toepassing op spierkracht:
- Parese: verminderde kracht
- Paralyse: volledige afwezigheid van kracht

Van toepassing op spiertonus:
- Hypotonie: verminderde tonus
- Atonie: volledig afwezige tonus

Van toepassing op sturing:
- Hypokinesie: te kleine bewegingen
- Hyporeflexie: verminderde reflexen
- Akinesie: moeite met starten en stoppen
- Areflexie: afwezigheid van reflexen
- Bradykinesie: te trage bewegingen

Van toepassing op sensibiliteit:
- Hypoesthesie: verminderde gnostische sensibiliteit
- Hypoalgesie: verminderde vitale sensibiliteit
- Anesthesie: afwezige gnostische sensibiliteit
- Analgesie: afwezige vitale sensibiliteit (pijnzin)
€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 62 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 11 beoordelingen worden weergegeven
3 jaar geleden

3 jaar geleden

2 jaar geleden

4 jaar geleden

3 jaar geleden

4 jaar geleden

4 jaar geleden

3,5

11 beoordelingen

5
0
4
7
3
2
2
2
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
aw2001 Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
597
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
338
Documenten
13
Laatst verkocht
21 uur geleden

4,2

140 beoordelingen

5
59
4
55
3
23
2
2
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen