100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

HBO Verpleegkunde. Kennistoets 5 of 45, Blok B of D: Kwaliteit van zorg. Samenvatting van alle leerdoelen volgens toetsmatrijs

Beoordeling
4,0
(1)
Verkocht
5
Pagina's
91
Cijfer
8-9
Geüpload op
02-06-2025
Geschreven in
2024/2025

HBO verpleegkunde, Hogeschool Utrecht. Dit is een samenvatting van alle leerdoelen van blok B of D: Kwaliteit van zorg (kennistoets 5 of kennistoets 45). Samenvatting is gemaakt aan de hand van toetsmatrijs (CGO, AFPF, OO-lessen). Leerjaar: 2 Gemaakt in: 2024/2025.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

HBO Verpleegkunde
Uitwerking van de leerdoelen
Kwaliteit van zorg (KT(4)5)
* Communicatievaardigheden worden niet getoetst in KT(4)5 en deze leerdoelen worden daarom
niet uitgewerkt.

AFPF: Casus 1, Anne

 De student kan uitleggen wat het doel is van preoperatief onderzoek en waaruit dit kan
bestaan.

Bij een postoperatieve screening wordt de gezondheidstoestand van de zorgvrager in kaart gebracht.
Daarmee kan ook een inschatting worden gemaakt van de risico’s van de gewenste operatie. De
uitgebreidheid van de preoperatieve screening hangt af van de soort operatie, de leeftijd en de
aandoeningen van de zorgvrager. Er wordt vaak een gezondheidsvragenlijst afgenomen en de
medicatie wordt in kaart gebracht tijdens de anamnese. Daarnaast vindt er lichamelijk onderzoek
plaats. De lengte en het gewicht van de zorgvrager wordt bepaald, de bloeddruk en saturatie wordt
gemeten en er vindt auscultatie van de hart en longen plaats. Inspectie van de mond is nodig om de
ademweg te beoordelen in verband met eventuele beademing tijdens de operatie. Wanneer de
zorgvrager in aanmerking komt voor een epidurale of spinale anesthesie kan een inspectie van de rug
plaatsvinden.

 De student kan de aandachtspunten van de anamnese bij het preoperatieve onderzoek
benoemen.

Een operatie kan spannend zijn voor de zorgvrager. Voorlichting over het verloop van de operatie en
over wat de zorgvrager na de operatie kan verwachten kan die spanning verminderen. Bij de
preoperatieve anamnese is aandacht voor welke aandoeningen en operaties de zorgvrager heeft
gehad, of er allergieën zijn en of er eerder problemen zijn (geweest) rondom verdoving of narcose.
Het kan nodig zijn om rondom de operatie te stoppen met het gebruik van medicatie die invloed
heeft op de bloedstolling. Bij de verpleegkundige anamnese kunnen er nieuwe bevindingen zijn, zoals
allergieën, nieuwe medicatie of zelfmedicatie, die nog niet bekend waren bij de preoperatieve
screening. Ook kan blijken dat de zorgvrager niet (op tijd) naar bepaalde medicatie is gestopt, terwijl
dat wel de afspraak was vanuit de preoperatieve screening.

 De student kan beschrijven welke classificatie wordt gebruikt bij de operatieve risico-
inschatting.

Op basis van de bevindingen bij de preoperatieve screening wordt de zorgvrager ingedeeld in een
klasse van de ASA-classificatie. Deze loopt van klasse één tot vijf. Op basis van de ASA-klasse, het
soort operatie en het risico voor het hart wordt verder aanvullend onderzoek gedaan, zoals
bloedonderzoek of een ECG. Bij bloedonderzoek wordt er onder
andere gekeken naar stollingswaarden en lever- en nierfunctie,
vanwege inschatten van het bloedingsrisico en mogelijke
interactie met de geplande medicatie.

, De student kan uitleggen welk aanvullend onderzoek gedaan kan worden bij een
preoperatieve screening en waarom.

Zie het leerdoel hierboven over de ASA-classificatie.

 De student kan verpleegkundige aandachtspunten benoemen bij de preoperatieve fase op een
afdeling.

Verpleegkundige aandachtspunten
o Het controleren van de vitale functies.
o De patiënt moet nuchter zijn, wat betekent > 6 uur geen eten/drinken
o Het toedienen van premedicatie.
o Voorlichting geven over de operatie.
o De spanning wegnemen/verlichten bij de patiënt.
o Instrueer de patiënt het toilet te gebruiken.
o Verstrek operatiekleding.
o Naambandje/barcode/identificatie aanbrengen.
o Controleren of de patiënt geen gebitsprothese, sieraden, etcetra in/om heeft.


 De student kan uitleggen wat de werking en bijwerking is van de medicatie die wordt gebruikt
bij premedicatie en sedatie.

Voorafgaand aan een operatie wordt op de afdeling al regelmatig medicatie gegeven, dit wordt
premedicatie genoemd. De inname hiervan gebeurd dertig tot negentig minuten voor de operatie.
o Paracetamol en NSAID’s
o Heparine afhankelijk van protocol
o Insuline en glucose via infuus bij DM1

Op de operatiekamer wordt vaak benzodiazepine en analgetica toegediend. Na de operatie wordt er op
de verkoever metoclopramide (anti-emeticum) gegeven.

Werking
Sedatie is een lichte vorm van algehele anesthesie. Sedatie bestaat uit een benzodiazepine als
slaapmiddel, gecombineerd met een pijnstiller. De zorgvrager maak de operatie minder bewust mee,
maar blijft wel zelf ademen.

Bijwerking
Mogelijke bijwerkingen van sedatie zijn onder andere misselijkheid, braken, daling van
zuurstofsaturatie en bloeddrukdaling.

 De student kan verschillende vormen van anesthesie benoemen en de effecten op het lichaam.

Algehele anesthesie (narcose)
Deze vorm van anesthesie wordt voornamelijk gebruikt bij grotere operaties. De zorgvraag krijgt
middelen toegediend waarmee tijdelijke bewustzijn wordt verlaagd. De zorgvrager kan zich achteraf
niets herinneren van de operatie zelf. Het is noodzakelijk dat een beademingsmachine de
ademhaling van de zorgvrager overneemt. Het wordt vaak intraveneus toegediend of via inhalatie.

,Regionale anesthesie
Bij regionale anesthesie wordt de zenuwgeleiding geblokkeerd, waardoor de signalen niet meer in de
hersenen aankomen en de zorgvrager geen pijn voelt. Vormen van regionale anesthesie zijn spinale
anesthesie, epidurale anesthesie en perifeer zenuwblok.

Lokale/plaatselijke verdoving
Lokale anesthesie wordt gebruikt bij kleine operaties waarbij een klein deel van het lichaam
gevoelloos wordt, bijvoorbeeld het verwijderen van een kleine tumor In de huid of het hechten van
een wond. Het gebied wordt plaatselijk verdoofd door medicatie die via een injectie, spray of zalf
wordt gegeven.

 De student kan uitleggen wat de werking, mogelijke bijwerkingen en complicaties bij algehele
anesthesie zijn.

Werking
Algehele anesthesie ofwel narcose wordt voornamelijk gebruikt bij grote operaties. Er worden
middelen toegediend waarmee tijdelijk het bewustzijn wordt verlaagd (benzodiazepine: propofol).
De zorgvrager kan zich achteraf niets herinneren van de operatie zelf. Als pijnbestrijding worden vaak
opioïden toegediend en er worden spierverslappers (spierrelaxantia: atracurium) toegediend.

Mogelijk bijwerkingen
Slaperigheid, misselijkheid, braken (door de toegediende medicatie) en keelpijn/heesheid (door de
endotracheale tube of het larynxmasker).

Complicaties
o Een allergische reactie op de gebruikte medicijnen.
o Gebitsbeschadiging tijden het inbrengen van de endotracheale tube of het larynxmasker.
o Neuropathie met tintelingen en krachtsverlies door een beknelde zenuw als gevolg van een
verkeerde positie van het lichaam tijdens de operatie.

 De student kan uitleggen wat de werking, mogelijke bijwerking en complicaties van de
verschillende vormen van regionale anesthesie zijn.

Werking
Bij regionale anesthesie wordt de zenuwgeleiding geblokkeerd, waardoor de signalen niet meer In de
hersenen aankomen en de zorgvrager geen pijn voelt. Vormen van regionale anesthesie zijn spinale
anesthesie, epidurale anesthesie en perifeer zenuwblok

Mogelijk bijwerkingen
Bijwerkingen van regionale anesthesie kunnen worden veroorzaakt door de procedure zelf of door
de (te hoge dosering van de) toegediende medicatie. Voorbeelden zijn bloeddrukdaling, daling van
de hartfrequentie, krachtsverlies, misselijkheid en slaperigheid.

Complicaties
Complicaties zijn hoofdpijn, een bloeding, een infectie, ademhalingsmoeilijkheden, urineretentie en
zenuwschade (dwarslaesie, hematoom op insteekplaats) als gevolg van de injectie. De hoofdpijn kan
tot een aantal dagen na de ruggenprik ontstaan. Deze wordt veroorzaakt door lekkage van liquor uit
het gaatje van de ruggenprik, waardoor de liquordruk afneemt. Kenmerkend voor deze vorm van
hoofdpijn is dat de pijn vaak afneemt bij platliggen en verergert bij het omhoogkomen van het hoofd.
Soms is er een nieuwe injectie nodig om deze hoofdpijn te behandelen. Hierbij wordt op de plek van

, de ruggenprik een beetje bloed van de zorgvrager zelf ingespoten om het lek te dichten. Dit noemen
we een bloodpatch.


 De student kan het verschil uitleggen tussen epidurale en spinale anesthesie.

Epidurale anesthesie
Bij epidurale anesthesie wordt een slangetje via een
ruggenprik ingebracht in de wervelkolom langs de dura
mater. Het slangetje ligt dus buiten het spinale kanaal,
waarin het myelum (ruggenmerg) ligt. Het wordt toegepast
met als doel optimale pijnstilling na de operatie onder
algehele anesthesie. De zorgvrager kan zijn benen na het
wakker worden wel bewegen. Deze vorm van een
anesthesie kan tot meerdere dagen na de operatie worden
gegeven. Vaak krijgt de zorgvrager een blaaskatheter.

Spinale anesthesie
Bij spinale anesthesie wordt er via een ruggenprik medicatie
toegediend in de subarachnoïdale ruimte rondom de cauda
equina. De medicatie komt daardoor in de liquor terecht. De
zorgvrager kan hierdoor tijdelijk zijn benen niet gebruiken en
voelt geen pijn. Soms voelt hij aanraking of beweging wel.


 De student kan de verpleegkundige aandachtspunten in de verkoeverperiode na algehele en
regionale anesthesie uitleggen.

Het weer bij bewustzijn brengen van een zorgvrager na een operatie heet uitleiding. Na de uitleiding
begint de verkoeverperiode, waarbij de zorgvrager enige tijd na de operatie wordt gemonitord op de
verkoeverkamer. De vitale functies worden nog steeds goed in de gaten gehouden en er is aandacht
voor vroegsignalering van postoperatieve complicaties. Daarnaast is pijnbestrijding een belangrijk
onderdeel van de zorg tijdens deze verkoeverperiode. Een zorgvrager mag de verkoeverkamer
verlaten als de Aldrete-ontwaakscore voldoende is. Andere aandachtspunten zijn:
o Infuus intact en functionerend?
o Drains functionerend?
o Wondverband in de gaten houden (nabloeding, wonddehiscentie)
o Aldrete score (motoriek, ademhaling, circulatie, bewustzijn, kleur)
o Pijnscore in de gaten houden
o Voeding en uitscheiding
o De patiënt met twee personen ophalen.

Documentinformatie

Geüpload op
2 juni 2025
Aantal pagina's
91
Geschreven in
2024/2025
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
1 maand geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jeltjevermeer
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
29
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
10
Laatst verkocht
4 dagen geleden

3,3

4 beoordelingen

5
0
4
3
3
0
2
0
1
1

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen