Strafrecht
Week 1 les 1: de verdachte en zijn advocaat
Wetboek strafrecht: materieel
Wetboek strafvordering: formeel
Materiële legaliteitsbeginsel
Verdachte art. 27 Sv
Vereisten:
1. Redelijk vermoeden van schuld: een verdenking van schuld
waardoor diegene als verdachte kan worden aangemerkt. Art. 27 lid
1 Sv> materieel criterium
2. Op grond van objectiveerbare feiten en omstandigheden> art. 27 lid
2 Sv
3. Aan een concreet strafbaar feit
Arresten:
‘Hollende kleuring’: al aan het rennen op het plaats delict maar niet
vervolgd wegens gebrek aan bewijs.
‘Stormsteeg’: ging rennen toen hij de politie zag aan was daarom wel een
verdachte.
Wederspannigheid: verzet bij aanhouden is een strafbaar feit
Gevolgen aanmerken verdachte
Dwangmiddelen mogen tegen de verdachte worden ingezet, dus zijn
vrijheid van worden ingeperkt;
Verdachte verkrijgt aanvullende rechten:
Recht op rechtsbijstand> art. 28 Sv
o Recht op een raadsman
- Consultatiebijstand> art. 28c Sv = recht op advocaat voor het
verhoor plaatsvindt
- Verhoorbijstand> art. 28d Sv = recht op advocaat tijdens het
verhoor
- Vrije toegang en ongestoord contact> art. 45 Sv
,Zwijgrecht> art. 29 Sv
o Niet verplicht vragen te beantwoorden
- Vloeit voort uit het ‘nemo tenetur’ beginsel: de verdachte mag
niet gedwongen worden mee te werken aan zijn eigen
veroordeling
- Lid 2: cautie: aangeven rechten bij aanhouding
- Arrest: plastic boodschappentasje: cautie vergeten bij aanhouding
dus hij werd verdacht na bekentenis.
Recht op inzage processtukken= interne openbaarheid> art. 30 Sv
Alle processtukken van de zaak
Mogelijkheid tot beperking> art. 30 lid 3 Sv
Bezwaar mogelijk> art. 30 lid 4 Sv
Vertaling> art. 32a Sv
Na uitreiking dagvaarding> art.33 Sv
Externe openbaarheid: iedereen mag een zitting bijwonen.
Wanneer ben je strafbaar?
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande
wettelijke strafbepaling: legaliteitsbeginsel art.1 Sr
Vierlagenmodel:
1. Menselijke gedraging (of nalaten)
- Actieve gedragingen (schieten, drugs verkopen, ruit ingooien)
2. Die valt binnen de grenzen van een wettelijke DelictsOmschrijving:
tekst in de wet
3. Die Wederrechtelijk is= in strijd met het recht= handelen zonder
rechtvaardiging
4. Aan schuld te wijten (Verwijtbaarheid)= kon van diegene verwacht
worden dat hij zich anders gedroeg (betreft persoon)
Gedragingen moeten voldoen aan de delictsomschrijving.
Bestanddelen: in de delictsomschrijving
Vb:
- Opzettelijk
, - Een ander
- Van het leven beroven
Elementen: staan niet in de wet
- Wederrechtelijk
- Schuld (bij opzetdelicten altijd element)
Laag 3 en 4 kunnen een bestanddeel of element zijn
Schuld als element
Verwijtbaarheid
Stap vier van het vierlagenmodel
Schuld als bestanddeel (‘culpa’)
Betekent onvoorzichtig, nalatig, gebrek aan voorzorg
Criterium = ‘verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid’
Stap 2 van het vierlagenmodel
Omvat zowel de wederrechtelijkheid, als verwijtbaarheid
Wederrechtelijk niet als bestandsdeel= 4 lagen vb. doodslag
Wederrechtelijk als bestanddeel= 3 lagen
Dood door schuld in bestanddeel= 2 lagen vb. 307
Omissiedelict: iemand die een ander in levensgevaar zou kunnen helpen
maar dit niet doet.
Commissiedelict: het doen of handelen van een persoon zelf met als
gevolg een delict
Strafbare poging
Art. 45 lid 1 Sr
Vereisten:
1. Misdrijf
2. Voornemen van de dader
3. Begin van uitvoering
Straf is 2/3 van normale straf van delict
Begin van uitvoering
Week 1 les 1: de verdachte en zijn advocaat
Wetboek strafrecht: materieel
Wetboek strafvordering: formeel
Materiële legaliteitsbeginsel
Verdachte art. 27 Sv
Vereisten:
1. Redelijk vermoeden van schuld: een verdenking van schuld
waardoor diegene als verdachte kan worden aangemerkt. Art. 27 lid
1 Sv> materieel criterium
2. Op grond van objectiveerbare feiten en omstandigheden> art. 27 lid
2 Sv
3. Aan een concreet strafbaar feit
Arresten:
‘Hollende kleuring’: al aan het rennen op het plaats delict maar niet
vervolgd wegens gebrek aan bewijs.
‘Stormsteeg’: ging rennen toen hij de politie zag aan was daarom wel een
verdachte.
Wederspannigheid: verzet bij aanhouden is een strafbaar feit
Gevolgen aanmerken verdachte
Dwangmiddelen mogen tegen de verdachte worden ingezet, dus zijn
vrijheid van worden ingeperkt;
Verdachte verkrijgt aanvullende rechten:
Recht op rechtsbijstand> art. 28 Sv
o Recht op een raadsman
- Consultatiebijstand> art. 28c Sv = recht op advocaat voor het
verhoor plaatsvindt
- Verhoorbijstand> art. 28d Sv = recht op advocaat tijdens het
verhoor
- Vrije toegang en ongestoord contact> art. 45 Sv
,Zwijgrecht> art. 29 Sv
o Niet verplicht vragen te beantwoorden
- Vloeit voort uit het ‘nemo tenetur’ beginsel: de verdachte mag
niet gedwongen worden mee te werken aan zijn eigen
veroordeling
- Lid 2: cautie: aangeven rechten bij aanhouding
- Arrest: plastic boodschappentasje: cautie vergeten bij aanhouding
dus hij werd verdacht na bekentenis.
Recht op inzage processtukken= interne openbaarheid> art. 30 Sv
Alle processtukken van de zaak
Mogelijkheid tot beperking> art. 30 lid 3 Sv
Bezwaar mogelijk> art. 30 lid 4 Sv
Vertaling> art. 32a Sv
Na uitreiking dagvaarding> art.33 Sv
Externe openbaarheid: iedereen mag een zitting bijwonen.
Wanneer ben je strafbaar?
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande
wettelijke strafbepaling: legaliteitsbeginsel art.1 Sr
Vierlagenmodel:
1. Menselijke gedraging (of nalaten)
- Actieve gedragingen (schieten, drugs verkopen, ruit ingooien)
2. Die valt binnen de grenzen van een wettelijke DelictsOmschrijving:
tekst in de wet
3. Die Wederrechtelijk is= in strijd met het recht= handelen zonder
rechtvaardiging
4. Aan schuld te wijten (Verwijtbaarheid)= kon van diegene verwacht
worden dat hij zich anders gedroeg (betreft persoon)
Gedragingen moeten voldoen aan de delictsomschrijving.
Bestanddelen: in de delictsomschrijving
Vb:
- Opzettelijk
, - Een ander
- Van het leven beroven
Elementen: staan niet in de wet
- Wederrechtelijk
- Schuld (bij opzetdelicten altijd element)
Laag 3 en 4 kunnen een bestanddeel of element zijn
Schuld als element
Verwijtbaarheid
Stap vier van het vierlagenmodel
Schuld als bestanddeel (‘culpa’)
Betekent onvoorzichtig, nalatig, gebrek aan voorzorg
Criterium = ‘verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid’
Stap 2 van het vierlagenmodel
Omvat zowel de wederrechtelijkheid, als verwijtbaarheid
Wederrechtelijk niet als bestandsdeel= 4 lagen vb. doodslag
Wederrechtelijk als bestanddeel= 3 lagen
Dood door schuld in bestanddeel= 2 lagen vb. 307
Omissiedelict: iemand die een ander in levensgevaar zou kunnen helpen
maar dit niet doet.
Commissiedelict: het doen of handelen van een persoon zelf met als
gevolg een delict
Strafbare poging
Art. 45 lid 1 Sr
Vereisten:
1. Misdrijf
2. Voornemen van de dader
3. Begin van uitvoering
Straf is 2/3 van normale straf van delict
Begin van uitvoering