tijdschaal
3.1 Een kalender voor 4500 miljoen jaar
4.5 miljard jaar geleden is de aarde ontstaan door accretie v/d planetaire
stofwolk rond de zon. Sindsdien heeft de aarde verschillende stadia en periodes
doorgemaakt
-- de geologische tijdschaal => nodig voor gestructureerde indeling in tijd
3.1.1 Relatieve ouderdomsbepaling
Zodra gesteente afgebroken is, worden de losse sedimenten ergens afgezet, vaak
op de bodem van zeeën of meren.
De zwaartekracht zorgt ervoor dat dit in horizontale lagen gebeurt =
oorspronkelijke horizontaliteit.
De jongste laag ligt bovenop de oudere lagen = superpositie
Pas nadat meerdere lagen op elkaar zijn afgezet, begint het proces van
diagenese. Hierbij veranderen de losse sedimenten in vast gesteente door druk
en chemische processen.
Door de tijd heen kunnen we veranderingen zien in de korrelgrootte van het
sediment. Dit vertelt iets over de beweging van de kustlijn:
Wordt de
korrelgrootte
grover (neemt
toe) naarmate
je omhoog gaat
in de laag? →
Regressie (de
zee trekt zich
terug, je krijgt
strand- en
rivierafzettingen).
Wordt de korrelgrootte fijner? → Transgressie (de zee komt op, diepere
zeeafzettingen komen bovenop de oudere lagen).
, Na bijvoorbeeld een regressie of een opheffing van het land, ontstaat vaak
erosie. Dat kan ervoor zorgen dat lagen verdwijnen. Dit herken je aan een
discordantievlak (een grens waar lagen ontbreken of schuin tegen elkaar liggen).
Door tektonische krachten (zoals bij botsende aardplaten) worden de lagen
vervormd door breuken en plooien. De oorspronkelijk horizontale structuur wordt
daardoor scheef of gebogen.
Sinds ongeveer 550 miljoen jaar geleden vinden we veel fossielen in
gesteentelagen. Deze geven extra informatie: (de biologische evolutie)
Lagen met dezelfde fossielen zijn ongeveer even oud.
Massa-extincties (plotselinge verdwijning van veel soorten) vormen
duidelijke tijdsgrenzen in de aardlagen en helpen ons bij het bepalen van
de relatieve ouderdom.
3.1.2 Absolute ouderdomsbepaling
Relatieve datering = volgorde van gebeurtenissen, maar niet exact hoe
oud iets is.
Absolute datering = exacte ouderdom bepalen door gebruikt te maken van
radioactief verval.
Radioactieve isotopen vervallen exponentieel → gekenmerkt door hun
halfwaardetijd (T₁/₂).
Vb-en: vervalt koolstof-14 (C-14) langzaam in stikstof en is bruikbaar voor
jongere resten (tot 50.000 jaar oud). Voor ouder gesteente gebruikt men kalium-
40, dat vervalt in argon-40, en dat werkt op veel langere tijdschalen.
3.1.3 De “levensfasen” van de aarde
Net als bij mensen zijn er geologische periodes in de geschiedenis van de
aarde.
Elke periode heeft eigen: Klimaat, Fauna en flora, Gesteente, Naam (vaak
gebaseerd op een typische locatie).
Hoe ouder de periode, hoe minder gedetailleerde info recente periodes
zijn fijner onderverdeeld met eigen termen.
Indeling geologische tijd
Wij bestuderen vooral het Phanerozoïcum (541 miljoen jaar geleden gestart),
de “tijd van aantoonbaar leven”.
Voor Phanerozoïcum: Precambrium
Duurde bijna 4 miljard jaar.
Ontwikkeling van: Lithosfeer, Atmosfeer, Oceanen, Eencellig leven,
Fotosynthese