Literatuur
Waarden = betekenis verschilt per veld waaraan het gekoppeld is
Instrumentele waarde = waardering omdat het nuttig is voor iets anders
Intrinsieke waarde = waardering omwille van zichzelf
Vaak positief georiënteerd
Geven betekenis aan normen
Gaan over hoe we ons tot elkaar verhouden –> zeggen iets over inrichting van gemeenschap
Belang:
Handen en voeten geven aan reflectie op handelen
Oriëntatiepunten voor (rechtvaardiging van) gedrag
Verhelderen van dilemma’s
Betekenis geven aan handelingen
Vaak algemeen en ‘vaag’, waardoor juristen er moeite mee hebben –> komt wel steeds meer
op, maar worden dan eerder aangeduid als ‘open normen’
Ethische waarden = kwaliteiten waartoe mensen zich aangetrokken voelen omdat deze bijdragen tot
goed (samenleven)
Eigen aantrekkingskracht, behoeven geen verdere legitimatie dan zichzelf
Verschillende beroepsgroepen hebben hun eigen ethische waarden –> geven richting aan
handelen
Normen = maatstaven waaraan het handelen van mensen wordt afgemeten
Voorbeeld: veiligheidsnormen, hygiënische normen, juridische normen, ethische normen, etc.
Gedragsregels die voortvloeien uit waarden
Vaak negatief georiënteerd
Ontlenen hun betekenis aan waarden
Specifieke invulling verschilt dus ook per domein
Ethische normen = hebben betrekking op goed en slecht gedrag –> morele normen
Vaak niet schriftelijk vastgelegd
Waarden vs. normen = algemene oriëntatie vs. concrete regel
Moeten bij elkaar blijven, anders ontstaan problemen
Moraal = geheel van als vanzelfsprekend beleefde opvattingen over goed en kwaad, zinvol van
zinloos, waardevol en waardeloos
Ethiek = reflectie op de vanzelfsprekendheden waaruit de alledaagse moraal bestaat
Men leeft ‘in’ de moraal, dus het is lastig daar afstand van te nemen (voorbeeld: een kind
vraagt waarom hij mensen een hand moet geven –> moeilijk om respect uit te leggen). De
ethiek tracht beginselen achter gedrag te beschouwen
Verschillen tussen recht en ethiek
1
, 1) Autoriteit met sanctiebevoegdheid
Recht: gedragen door vastliggende autoriteit die macht bezit
Ethiek: andere vorm van autoriteit
Men richt zich op iets wat sterker is dan toevallige subjectieve voorkeur en
directe belangen –> oriëntatiepunten over goed/kwaad zijn essentieel om te
kunnen handelen
Niet vrijblijvend, want ethische waarden staan boven individuele willekeur
Vroeger werd dit gekoppeld aan autoriteit van God, nu veel meer aan moraal
van de samenleving of beroepsgroepen
Algemeenheid vs. contextgevoeligheid
Recht: algemeen geldende regels
Weerspiegelen krachtige ethische beginselen
Wetgever kan bewust terughoudend zijn in gevallen die niet algemeen
vastgelegd kunnen worden
Rechter velt laatste oordeel bij meningsverschillen
Ultiem dilemma als algemene regel en concrete situatie tot spanning leiden
Ethiek: contextgevoelig
Waarden en normen kunnen per context verschillen
Heel moeilijk om algemene regels te formuleren
Recht als gestolde moraal
Wetten zijn gericht op heersende opvatting over goed en kwaad
Moeilijk grijpbare waarden worden gegoten in beter hanteerbare vorm
Open normen laten rechter naar geschil kijken vanuit gevoeligheid voor waarden en
normen in de samenleving
Soms strookt toepassing van wet niet met heersende morele opvattingen:
onderscheid tussen ‘letter van de wet’ en ‘geest van de wet’
Onderscheid tussen recht en ethiek
Rechtspositivisme = wet- en regelgeving is op zichzelf staand stelsel
John Austin: wet = door autoriteit neergelegd commando dat mensen moeten volgen
op straffe van sancties
Hart: verfijning van Austin
Austin doet geen recht aan rechtvaardiging van wetten
Secundaire regels = geven aan waarom wetten geldig zijn
Hart van het rechtssysteem = eenheid van primaire en secundaire regels
Doorgaans accepteren mensen regels (obedience, habit)
Sociaal: gemeenschap komt secundaire regels overeen, op grond waarvan
wetten ontstaan –> wet is geaccepteerd door samenleving
Geen plek voor ethische overwegingen –> ethiek is niet onbelangrijk, maar
staat wel los van het recht: motivatie om wetten te volgen is anders dan
ethische motivatie
Wet kan hierdoor goed door ethiek worden beoordeeld, omdat het los staat
Ronald Dworkin
Geldigheid van een wet heeft een ethische dimensie
Rechterlijk oordeel ontstaat doordat rechter algemene, morele principes
opspoort die aan de basis van de wet liggen en deze toepast
Het gaat bij wetten altijd om normatieve begrippen; discussies zijn altijd normatief
geladen
2
, De waarde zit in de wet
Mensen zijn interpreterende wezens: invulling aan begrippen wordt ingevuld
door achtergrond en bredere context
Geen onderscheid tussen wat wet is en wat de rechter ermee doet
Rechter is per definitie rechtsvormend, want de enige toegang tot de wet is de
interpretatie daarvan –> wet heeft altijd ethische dimensie
Rechter moet oriënteren op wat de wetgever had gewild
Flexibel rechtsbegrip is nodig in pluriforme samenleving
Weinig besproken over ethiek als wetenschap zelf, zit meer verbonden in het recht
Kennisclip
Kenmerken ethiek
Normatief
Waarden
Transcendentie = criteria overstijgen de persoonlijke willekeur –> het gaat niet over wensen
maar over waarden
Problemen bij ethische discussies
Feitendiscussies: feiten in plaats van waarden, descriptief in plaats van normatief
Verpersoonlijking: standpunten worden gekoppeld aan persoonlijke factoren, waardoor de
algemene strekking verloren gaat
Juridisering: er wordt beroep gedaan op wet- en regelgeving en procedures, waardoor over
de eigenlijke vraag niet meer gediscussieerd wordt
Onderdelen van een goede ethische discussie
Gebruik grote filosofen: om onderwerpen te ordenen en structureren
Verduidelijken en analyseren van belangrijke begrippen
Goede ethiek is filosofische ethiek
Hoorcollege
Ethiek gaat over waarden, normen en deugden: goed of niet goed handelen
Over smaak valt niet te twisten (dan ben je snel uitgepraat), maar over moraal wel
We kunnen dan ook een verstandig gesprek voeren over ethiek, gaat niet alleen om gevoel
Relatie tussen recht en ethiek
Beide normatief: gaat over wat goed/slecht is, wat je wel/niet mag doen
Om beroepsethische vragen te beantwoorden, moet je buiten je systeem stappen
1) Recht grondt in moraal
a. Algemeen geaccepteerd
b. We hebben bepaalde regels omdat we bepaalde dingen vinden over goed en kwaad
c. Recht is een strakkere, duidelijke vorm van moraal
3