100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Aantekeningen, samenvatting, jurisprudentie en oefenvragen Burgerlijk procesrecht OU

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
163
Geüpload op
16-05-2025
Geschreven in
2024/2025

In dit document zijn al mijn aantekeningen van het vak Burgerlijk Procesrecht te vinden. Daarnaast heb ik een samenvatting opgenomen, jurisprudentie uitgewerkt en zijn alle oefenvragen die beschikbaar waren opgenomen.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
16 mei 2025
Aantal pagina's
163
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Leereenheid 1: Hoofdbeginselen van burgerlijk procesrecht

Boek hoofdstuk 1
1. Aard en functie van het burgerlijk procesrecht
Het burgerlijk procesrecht is het geheel van rechtsregels, dat voor het
burgerlijk proces geldt en kan in juridische zin worden omschreven als het
voortgaan van een onzekere of betwiste tot een zekere en onbetwistbare
rechtstoestand door een aan regels onderworpen rechtsstrijd of geding,
gevoerd voor een orgaan dat tot beslissing in dit geding bevoegd is.

2. Materieel en formeel privaatrecht
Gewoonlijk wordt het burgerlijk recht aangeduid als materieel privaatrecht en
het burgerlijk procesrecht als formeel privaatrecht. Die onderscheidingen lopen
echter niet helemaal parallel: het burgerlijk procesrecht bestaat weliswaar voor
een groot deel uit procedureregels en vormvoorschriften, maar bevat ook
bepalingen van materiële aard. Het bewijsrecht wordt gerekend tot het
burgerlijk procesrecht. Het burgerlijk procesrecht biedt ook middelen tot
verwezenlijking van de in een vonnis vastgestelde rechten. Door de
tenuitvoerlegging of executie met dwangmiddelen wordt de feitelijke toestand
in overeenstemming gebracht met de rechtstoestand. Tot het burgerlijk
procesrecht behoren de regels betreffende:
a. De bevoegdheid van de rechterlijke macht in burgerlijke zaken;
b. De bevoegdheid van procespartijen, advocaten, deurwaarders, arbiters
en getuigen in burgerlijke zaken;
c. De wijze van procederen in burgerlijke zaken;
d. Het bewijs in burgerlijke zaken;
e. Vonnissen en beschikkingen en de rechtsmiddelen, die tegen rechterlijke
beslissingen kunnen worden aangewend;
f. De tenuitvoerlegging van vonnissen en andere executoriale titels;
g. Arbitrage.

3. Wetgeving, verdragen en EU-verordeningen
Tot wetgeving behoord het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet
op de rechterlijke organisatie (Wet RO), de Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren, de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op de
rechterlijke indeling en de Wet griffierechten burgerlijke zaken van toepassing.
Daarnaast moet ook nog de Wet op de rechtsbijstand en de Algemene
termijnen wet worden genoemd in samenhang met de Wet Rv.

4. Wetsontwerpen en wetten na 1838
5. Hoofdbeginselen
Het burgerlijk procesrecht wordt slechts in beperkte mate beheerst door
fundamentele beginselen. Van fundamenteel belang mag worden geacht dat
beide partijen een gelijkwaardige positie in het geding innemen en gelijke
kansen krijgen hun belangen te verdedigen. Sommige beginselen staan in de
grondwet of in 6 EVRM. Als hoofdbeginselen van zo fundamentele aard, dat bij
het ontbreken daarvan een behoorlijk civiel proces niet kan worden gevoerd of
in gevaar wordt gebracht en de procedure niet ten volle aan zijn doel kan
beantwoorden kunnen de volgende worden aangemerkt:
1. Hoor en wederhoor: 6 EVRM en 19 Rv. De rechter beslist aan de hand
van de stukken/inlichtingen waarvan partijen in het geding hebben
kunnen kennisnemen en waarover zij zich hebben kunnen uitlaten.
2. Onpartijdigheid van de rechter: 6 EVRM.

, 3. Openbaarheid van behandeling en uitspraak: openbaarheid van
rechtspraak bedoelt een waarborg voor een onpartijdige behandeling te
zijn en heeft daarmee een preventieve werking. Zij kan wantrouwen bij
het publiek ten aanzien van de gang van zaken bij de rechtspleging
voorkomen en voor de rechter een aansporing zijn om op te treden op
een wijze die het vertrouwen van het publiek verdient. Uitzonderingen
hierop staan in art. 27 Rv.
4. Motivering van de beslissing: dit beginsel hangt samen met en vloeit
voort uit het beginsel van openbaarheid van de rechtspraak. De
motivering geeft inzicht in de door de rechter gevolgde gedachte gang,
in de aanvaarding of verwerping van de gronden van eis en verweer, in
de vaststelling van feiten en in de toepassing van rechtsgronden.
5. Partijautonomie: partijen bepalen zelf of er zal worden geprocedeerd en
waarover zal worden geprocedeerd. Het initiatief ligt bij de eisende
partij. De verschenen gedaagde kan zijnerzijds feiten stellen en
verweren voeren. Partijen kunnen met wederzijds goedvinden het proces
ook beëindigen.
6. Onderzoek en beslissing in twee instanties: door het instellen van hoger
beroep kan een in het ongelijk gestelde partij trachten een voor haar
gunstigere beslissing van de hogere rechter te verkrijgen. Men spreekt
daarom van twee feitelijke instanties.
7. Toezicht op de rechtspraak door het middel van cassatie: doel hiervan is
behalve toezicht op de wijze van rechtspreken het handhaven van de
eenheid in de toepassing van het recht en het bevorderen van de
rechtszekerheid.
8. Verplichte procesvertegenwoordiging: voor de rechtbanken – met
uitzondering van kanton – en voor de gerechtshoven kunnen zij alleen
vertegenwoordigd door een advocaat verschijnen.

6. Rechtsvorderingen
7. Misbruik van procesrecht
Het begrip misbruik van recht is ook in het burgerlijke procesrecht niet
onbekend. Het heeft hier echter een uiterst marginale functie, omdat het
procesrecht zelf reeds waarborgen bevat tegen een ongerechtvaardigd gebruik
voor processuele bevoegdheden. Procederen zonder recht of belang of in strijd
met de goede procesorde behoeft echter nog geen misbruik van procesrecht te
zijn. Daarvan is pas sprake als het instellen van een vordering, gelet op de
evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de
wederpartij achterwege had behoren te blijven. Bij het aannemen van misbruik
van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een
procedure past volgens de HR terughoudendheid, gelet op het recht op
toegang tot de rechter (6 EVRM).

Brightspace
Artikel 6, eerste lid, EVRM spreekt van het recht op behandeling van een zaak
binnen een redelijke termijn. Hoe belangrijk het is dat procedures zich niet
eindeloos voortslepen, komt tot uitdrukking in de Engelse uitspraak ‘justice
delayed is justice denied’. Als uitspraken te lang op zich laten wachten, verliezen
ze vaak aan waarde. In het wetboek staan daarom diverse bepalingen die ervoor
moeten zorgen dat het proces snel en efficiënt verloopt. Het antwoord op de
vraag of een bepaalde termijn als redelijk kan worden beoordeeld, is volgens het
Europese Hof voor de Rechten van de Mens afhankelijk van een aantal criteria,
zoals het gedrag van partijen, het gedrag van de justitiële autoriteiten en de
complexiteit van de zaak.

,Het recht van hoor en wederhoor geldt als een van de meest elementaire
hoofdbeginselen van ons burgerlijk procesrecht. Het is tevens het oudste
beginsel.
Als kanttekening kan worden vermeld dat in de praktijk de vonnissen niet in hun
geheel worden uitgesproken. Met de mededeling dat het vonnis in een bepaalde
zaak is uitgesproken, wordt volstaan. Dat neemt echter niet weg dat het vonnis
altijd kan worden ingezien.

Een beroep op het motiveringsbeginsel kan men als volgt aantreffen in een grief
of een cassatiemiddel.

‘Schending van het recht en/of verzuim van vormen, die bij niet-inachtneming tot
nietigheid leiden, door het hof door in rov. 4.3, 4.5 tot en met 4.7, rov. 5 en het
dictum van het bestreden arrest te overwegen en te beslissen als daarin staat
vermeld en wel om de volgende, voor zover nodig in onderling verband te
beschouwen, redenen.
1. Het hof schat in rov. 4.5 de schade van De Oorsprong op 15.000 euro, waarbij
het hof tot uitgangspunt neemt dat in de loop van de vier jaren te rekenen vanaf
1984 het aantal verhuurdagen een lichte stijging te zien zou hebben gegeven.
De aldus door het hof aan zijn schadebegroting ten grondslag gelegde
motivering voldoet niet aan de eis dat elke rechterlijke beslissing, ook die tot
schatting van geleden schade, tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat
zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang
om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – in geval van openstaan
van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen –
controleerbaar en aanvaardbaar te maken (...).’ (Uit: HR 13 juli 2007, NJ 2007,
407)
In aanvulling op de tekst van H/H kan het volgende worden opgemerkt. Op de
motiveringsplicht bestaan enkele uitzonderingen:
- artikel 230, tweede lid, Rv, een verstekvonnis behoeft niet te worden
gemotiveerd;
- verlof tot het leggen van een conservatoir beslag behoeft, indien het
verlof wordt verleend, niet te worden gemotiveerd.
- Een tweede aanvulling op de tekst van H/H betreft het EVRM. Artikel 6
daarvan spreekt niet letterlijk over de plicht tot motiveren, maar die eis
volgt wel uit rechtspraak (rechters “must (...) indicate with sufficient
clarity the grounds on which they based their decision” en schending van
de motiveringsplicht kan “in the light of the circumstances of the case”
schending opleveren van het beginsel van fair trial, een eerlijk proces). Zie
onder meer EHRM 9 december 1994, NJ 1997, 20 m.nt. EAA.

De partijautonomie wordt ook wel negatief omschreven als de lijdelijkheid van de
rechter, art. 24 Rv. Ook in het materiële privaatrecht is de partijautonomie
doorgaans uitgangspunt, vergelijk bijvoorbeeld de contractsvrijheid. Hoe uit zich
de partijautonomie nu in het burgerlijk procesrecht?
1. Procespartijen (pp.) bepalen of er wordt geprocedeerd en of er wordt
doorgeprocedeerd.
2. De rechter mag geen feiten aanvullen (a contrario art. 25 Rv: wel
ambtshalve aanvullen van rechtsgronden, zie hierover ook H/H hoofdstuk
VII).
3. Niet-betwiste feiten moet de rechter voor waar aannemen (art. 149 Rv).
4. Bepaalde rechtsregels mag de rechter niet ambtshalve toepassen (zie H/H
hoofdstuk VII), bijvoorbeeld beroep op verjaring en retentierecht.

, EHRM 10 januari 2017 Appl. No. 56134/08 - Korzeniak/Poland
Boek: het beginsel van onpartijdigheid vloeit voort uit dat van de gelijke
behandeling van partijen in een proces. Een voorwaarde voor rechterlijke
onpartijdigheid is rechterlijke onafhankelijkheid; de rechter dient onafhankelijk te
staan ten opzichte van degene die hem heeft benoemd, ten opzichte van partijen
en ten opzichte van derden. Ook het recht op een behandeling door een
onafhankelijk en onpartijdig gerecht is vastgelegd in art. 6 EVRM.
Het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak
Korzeniak tegen Polen op 10 januari 2017, betreft de rechten van een verdachte
in strafzaken. De belangrijkste rechtsregel die uit dit arrest voortvloeit, is dat een
verdachte het recht heeft op een eerlijk proces, zoals vastgelegd in artikel 6 van
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtsregel uit dit arrest kan als volgt worden samengevat: "Een verdachte
heeft het recht op een eerlijk proces, inclusief het recht om binnen een redelijke
termijn te worden berecht. Vertragingen in de rechtszaak die niet door de
verdachte zijn veroorzaakt, kunnen een schending van dit recht vormen." Deze
regel is gebaseerd op de interpretatie van artikel 6 van het EVRM door het EHRM.
Dit artikel stelt dat iedereen recht heeft op een eerlijk en openbaar proces
binnen een redelijke termijn door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij
de wet is ingesteld.
Toepassing in de zaak Korzeniak/Poland: In de zaak Korzeniak tegen Polen
oordeelde het EHRM dat er sprake was van een schending van artikel 6 van het
EVRM. De zaak van de heer Korzeniak had meer dan acht jaar geduurd, wat het
Hof als een onredelijke vertraging beschouwde. Daarnaast was de rechter die de
zaak ook al eerder had behandeld – en vond hem dus niet onafhankelijk. Hetgeen
Het Hof oordeelde dat de Poolse autoriteiten niet voldoende hadden gedaan om
de zaak binnen een redelijke termijn af te handelen, en dat dit een schending
van het recht van de heer Korzeniak op een eerlijk proces vormde.

Vragen
Vraag 1: Zoek in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op uit welke
artikelen het recht van hoor en wederhoor blijkt. Hoe komt dit recht in een
procedure tot uiting?
In art. 19 is het beginsel van hoor en wederhoor expliciet neergelegd. Voorts
komt het beginsel tot uiting in diverse artikelen van Rv, zoals de art. 82 t/m 92
en 131 t/m 135. Hierin is aangegeven hoe een procedure verloopt voor wat
betreft de te nemen conclusies en de verschijning van partijen. In de eerste
plaats wordt door de deurwaarder van de eiser de dagvaarding betekend aan de
gedaagde (art. 45 e.v. RV). Hierop reageert de gedaagde met een conclusie van
antwoord (art. 128 Rv). Nadat de gedaagde voor antwoord heeft geconcludeerd,
beveelt de rechter krachtens art. 131 Rv in beginsel een verschijning van
partijen ter terechtzitting. Beveelt de rechter geen verschijning van partijen, dan
is art. 132, eerste lid, van toepassing. De eiser mag dan de conclusie van repliek
nemen, gevolgd door de conclusie van dupliek door de gedaagde. Het beginsel
komt bovendien tot uiting in de art. 142, 143, 279, 347, 412 en 1038a Rv.

Vraag 2: Een uitspraak die niet of niet deugdelijk is gemotiveerd, kan door de
hogere rechter worden vernietigd. Wat is de reden van deze zware sanctie?
Motivering dient naast het belang van de partijen ook het algemeen belang. Met
de eis van motivering wordt een goede rechtsbedeling beoogd. Dit is zo
relevant, dat niet-inachtneming van de motiveringsplicht als een vormverzuim
geldt, waardoor vernietiging door de hogere rechter wordt gerechtvaardigd (art.
121 Gw, art. 5, eerste lid, 79 en 80 RO, art. 230 Rv). NB: artikel 81 RO bevat een

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
JoostJansenOU Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
19
Lid sinds
8 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
10
Laatst verkocht
1 maand geleden

2,5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen