Hoofdstuk 1. De organisatie................................................................................................8
1.1 Kinderdagcentrum ’t NAAM...........................................................................................8
1.2 Stichting NAAM..............................................................................................................9
1.3 De organisatie: BLIMO-model......................................................................................12
1.4 Aanleiding......................................................................................................................16
Hoofdstuk 2. De doelgroep...............................................................................................18
2.2 Verstandelijke handicap.................................................................................................19
2.3 Autistische stoornis........................................................................................................21
2.4 Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)...................................................22
2.5 Het Angelman syndroom................................................................................................23
2.6 Hechtingsstoornis...........................................................................................................24
Hoofdstuk 3. De normale en verstoorde ontwikkeling van hechting..................................26
3.1 Wat is hechting...............................................................................................................26
3.2 De hechtingstheorie van Bowlby...................................................................................26
3.3 De ontwikkeling van hechting........................................................................................27
3.4 Verschillen in gehechtheid.............................................................................................29
3.5 Hechting bij kinderen met een verstandelijke handicap.................................................33
3.6 De reactieve hechtingsstoornis.......................................................................................33
Kenmerken van de reactieve hechtingsstoornis...................................................................34
Gevolgen van een hechtingsstoornis....................................................................................35
Hoofdstuk 4. De hechtingsstoornis binnen Kinderdagcentrum ’t x....................................38
4.1 Handhavingsgedrag als gevolg van een hechtingsstoornis............................................38
4.2 De hechtingsstoornis in verschillende situaties..............................................................40
Hoofdstuk 5. De opzet van het onderzoek.........................................................................50
5.1 Aanleiding tot het onderzoek.........................................................................................50
Probleemstelling...................................................................................................................50
Doelstelling..........................................................................................................................50
Vraagstelling en deelvragen.................................................................................................51
5.2 Opzet van het onderzoek................................................................................................52
Dataverzamelingsmethode...................................................................................................53
Verwerking en analyse.........................................................................................................54
Hoofdstuk 6. Resultaten van het onderzoek......................................................................55
6.1 Onderzoeksresultaten.....................................................................................................55
6.2 Samenvatting van de onderzoeksresultaten....................................................................70
Hoofdstuk 7. Conclusies en aanbevelingen.......................................................................78
7.2 Aanbevelingen................................................................................................................85
Nawoord..........................................................................................................................89
, scriptie hechtingsstoornis kinderen pedagogiek fontys hogeschool
Voorwoord
Tijdens mijn laatste jaar van de opleiding Pedagogiek heb ik stage gelopen binnen de groep ‘De
NAAM ’ van Kinderdagcentrum ’t NAAM . Deze groep bestaat nog niet zo lang, hij is pas sinds dit
schooljaar gevormd. Toen ik met mijn stage begon was dus niet alleen voor mij alles nieuw maar ook
voor de andere begeleidsters op deze groep. Het was erg leuk om mee te maken hoe deze groep is
gegroeid maar dit zorgde er ook voor dat ik tijdens de eerste periode van mijn stage weinig aandacht
heb besteed aan mijn afstudeerscriptie. Gelukkig is dit allemaal goed gekomen en kan ik nu zeggen
dat ik trots ben op het eindresultaat!
Het onderwerp hechtingsstoornis interesseerde mij al vanaf de eerste keer dat ik er tijdens mijn
opleiding van hoorde. Toen ik erachter kwam dat er in mijn stagegroep een kindje met een
hechtingsstoornis zat, wilde ik hier dan ook graag mijn afstudeerscriptie over schrijven.
Het heeft een tijdje geduurd voordat ik wist op wat voor manier ik het onderwerp in mijn scriptie
wilde verwerken. Wat mij tijdens mijn stage opviel was dat het kindje met de hechtingsstoornis meer
indruk op mij maakte dan de andere kinderen. Bij haar kwam ik vaak in strijd met mijn gevoel. Aan
de ene kant kon ik geïrriteerd door haar zijn en aan de andere kant voelde ik me daar dan weer
schuldig om. Ik merkte dat het werken met dit kindje een grote invloed op mij had. Na overleg met
de begeleidsters van mijn groep kwam ik erachter dat zij die strijd met je gevoel herkenden. Vandaar
dat ik ervoor heb gekozen om mijn onderzoek te richten op de begeleidsters.
Met mijn scriptie wil ik een bijdrage leveren aan het verminderen/oplossen van de problemen waar
begeleidsters van Kinderdagcentrum ‘t NAAM , die werken met kinderen met een hechtingsstoornis,
mee te maken krijgen.
Het afgelopen jaar heb ik met veel energie en enthousiasme aan mijn scriptie gewerkt. Daarbij heb ik
hulp en ondersteuning gekregen van een aantal mensen en daar wil ik hen graag voor bedanken.
Allereerst wil ik mijn stagebegeleiders X en X en mijn stagedocent X bedanken voor alle tijd en
moeite die zij in mijn scriptie hebben gestoken.
Daarnaast wil ik alle begeleidsters die ik heb mogen interviewen bedanken. Zonder hun hulp was het
niet mogelijk geweest om mijn scriptie tot een goed einde te brengen.
Landgraaf, 2025
, scriptie hechtingsstoornis kinderen pedagogiek fontys hogeschool
Samenvatting
Mijn afstudeerproject voor de opleiding Pedagogiek heb ik afgerond bij kinderdagcentrum ’t NAAM ,
onderdeel van Stichting NAAM. Zij biedt zorg en begeleiding aan kinderen en jeugdigen van 0 t/m 18
jaar met een ontwikkelingsachterstand en/of een verstandelijke handicap.
Het kinderdagcentrum is opgedeeld in zes verschillende groepen. Zelf heb ik stage gelopen binnen
behandelgroep De NAAM . Dit is een groep bestaande uit zes kinderen, waar verschillende
stoornissen zoals autisme, ADHD en hechtingsstoornis in voorkomen.
Het eerste gedeelte van mijn scriptie bestaat uit een literatuuronderzoek van vier hoofdstukken. De
eerste twee hoofdstukken geven een beschrijving van achtereenvolgens Stichting NAAM en
behandelgroep De NAAM .
Het derde hoofdstuk behandelt de theorie over de hechtingsstoornis. Hier wordt ingegaan op het
proces van hechting en de verschillende soorten hechting. Ook de definitie en kenmerken van de
hechtingsstoornis komen aan bod.
Hoofdstuk vier gaat specifiek over de hechtingsstoornis binnen kinderdagcentrum ’t NAAM . Er
worden een aantal situaties uit het dagelijks werken beschreven. Hierin is terug te zien wat voor
invloed de hechtingsstoornis op deze situaties heeft.
Het tweede gedeelte van mijn scriptie bestaat uit een praktijkonderzoek. De doelstelling van dit
onderzoek luidt als volgt:
Een bijdrage leveren aan het verminderen/oplossen van de problemen waar begeleidsters van
Kinderdagcentrum ‘t NAAM , die werken met kinderen met een hechtingsstoornis, mee te maken
krijgen.
Om deze doelstelling te kunnen bereiken heb ik twee onderzoeksvragen opgesteld:
1. Met welke problemen krijgen begeleidsters, die met kinderen met een hechtingsstoornis werken, te
maken?
2. Hoe kunnen de begeleidsters het beste met deze problemen om gaan?
Het praktijkonderzoek bestaat uit 10 interviews met begeleidsters van kinderdagcentrum ’t NAAM .
Daarnaast heb ik nog een begeleidster van NAAM geïnterviewd om te kijken of er verschillen bestaan
in begeleiding tussen de twee instellingen.
Naar aanleiding van dit onderzoek kunnen o.a. de volgende conclusies getrokken worden:
Het gedrag van een hechtingsgestoord kind roept bij begeleidsters regelmatig gevoelens op zoals
irritatie en vermoeidheid. Het is belangrijk om hierover met collega’s te praten. Bij hen kan steun en
herkenning gevonden worden.
Per groep bestaan er afspraken m.b.t. het werken met een hechtingsgestoord kind. Begeleidsters
moeten zich hier consequent aan houden. Dit gebeurt echter niet in elke groep.
Een aantal begeleidsters heeft onvoldoende kennis over de stoornis om een hechtingsgestoord kind
goed te kunnen begeleiden. Wel willen ze hier graag meer over leren. Een studiemiddag over het
onderwerp zou een oplossing kunnen zijn.