100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

DEEL 2 Samenvatting Jeugdrecht (week 4 t/m 8): master Rechtsgeleerdheid - literatuur, jurisprudentie & hoorcolleges

Beoordeling
5,0
(2)
Verkocht
3
Pagina's
118
Geüpload op
08-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit is DEEL 2 van de samenvatting voor het vak Jeugdrecht bij de master Rechtsgeleerdheid aan de UvT. Week 4 t/m 8: - alle jurisprudentie - alle hoorcolleges - alle literatuur > aan elkaar gekoppeld en uitgewerkt met extra uitleg! Deel 1 staat ook op mijn Stuvia en ik heb een bundel gepubliceerd :) Succes!

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
8 mei 2025
Aantal pagina's
118
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Literatuur week 4 – Gezagsbeëindigende maatregel en gesloten
jeugdzorg

Verplichte literatuur
 M.R. Bruning, Y.N. van den Brink en E.C.C. Punselie, Jeugdrecht en
jeugdhulp, tiende herziene druk, Den Haag: SDU 2020, hoofdstuk 6.4, 6.6.4
en 6.7 en 11.17
 Mr. C. Schouten, ‘Het perspectiefbesluit: de stand van zaken’ Tijdschrift
voor Jeugdrecht 2024-3, p. 91-95.

Jurisprudentie:

De gesloten plaatsing
 Hof Arnhem-Leeuwarden 30 maart 2022 ECLI:NL:GHARL:2022:2464 (doel
gesloten jeugdzorg)
 Rechtbank Noord Nederland 24 mei 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2121
(spanningsveld gesloten plaatsingen).

De gezagsbeëindigende maatregel
 EHRM 16 juli 2002, EHRC 2002/87, m.nt. Gerards (P.C. & S./Verenigd
Koninkrijk);
 EHRM 17 december 2002, NJ 2004/632 (Venema/Nederland);
 EHRM 6 oktober 2015, EHRC 2015/239, nr 58455/13 (N.P./Moldavie);
 EHRM 30 november 2017, EHRC 2018, 59, nr. 37283/13 (Strand
Lobben/Noorwegen);

 Hoge Raad 22 januari 2021 ECLI:NL:HR:2021:108 (belangenafweging);
 Hof Amsterdam 1 februari 2022 ECLI:NL:GHAMS:2022:275;
 Rechtbank Amsterdam 7 juni 2022 ECLI:NL:RBAMS:2022:4751 (GBM en
artikel 8 EVRM);
 Hoge Raad 10 februari 2023 en bijbehorende conclusie,
ECLI:NL:HR:2023:192 en ECLI:NL:PHR:2022:1216 (GBM en 8 EVRM);
 HR 30 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:463 (procedurele waarborgen ouders);
 Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10077
(kritische toets GBM);

Perspectiefbesluit
 Hoge Raad 1 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1148
 met conclusie ECLI:NL:HR:2023:310 A.G. Lückers;
 Hof Amsterdam 24 oktober 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2508 (indirecte
toetsing perspectiefbesluit);

Aanvullende literatuur
P. Vlaardingenbroek e.a., Het hedendaagse personen- en familierecht, 10e
herziene druk, Deventer: Wolters Kluwer 2023, Hoofdstuk 10.2.

Voorlopige voogdij art. 1:241 BW
Als een tijdelijke gezagsvoorziening nodig is in situaties waarin een minderjarige
niet onder gezag staat, het gezag niet wordt uitgeoefend of ouders of voogden in



1

,de uitoefening van het gezag zijn geschorst, kan er voorlopige voogdij worden
uitgesproken.
 Acute noodsituaties
 Waarin een snel ingrijpen ter (tijdelijke) bescherming van de minderjarige
nodig is
 Dringend en onverwijld noodzakelijk
 De minderjarige komt onder bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de
GI te staan

Op verzoek van:
 De RvdK
 Of OvJ
 Door de kinderrechter

Of ambtshalve
In geval van schorsing in de uitoefening van het gezag of in de uitoefening van
de voogdij van een ouder resp. voogd art. 1:268 jo. 1:331 BW

Horen vooraf: van de ouders (of voogd) en de minderjarige
 Maar: rechter kan ervan afzien indien sprake is van een zodanig
onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige dat het horen
voorafgaand aan de maatregel een groot risico voor hem betekent
 Dan wel binnen 2 weken de minderjarige van 12-jaar of ouder de
gelegenheid geven mening kenbaar te maken art. 800 lid 3 jo. 809 lid 3 Rv

Termijnen
 Rechter bepaalt de duur van de maatregel en kan wijzigen/intrekken 
max. 3 maanden art. 1:241 BW: rechter moet altijd nagaan of kortere
termijn niet is aangewezen
 Vervaltermijn
 Schorsing vervalt na verloop van 3 maanden na de dag van de
beschikking, tenzij voor het einde van deze termijn beëindiging van het
gezag is verzocht art. 1:268 lid 5 jo. 1:331 lid 5 BW (en zie ook art. 1:241
lid 4 BW)

Ongeboren kind: kan ook onder voorlopige voogdij worden gesteld (art. 1:2
BW)  wordt als reeds geboren aangemerkt

Onderzoek naar leefsituatie  art. 1:241 lid 7 BW
 Onderzoek naar pleegouders
 Art. 1:241 lid 3 BW definitie pleegkind: een minderjarige die bij anderen
dan zijn ouders, voogd of bloed- en aanverwanten tot en met de 3 e graad
wordt verzorgd en opgevoed.
 Indien deze pleegkinderen jonger zijn dan 6 maanden, niet onder voogdij
van een rechtspersoon staan en zonder toestemming van de RvdK als
pleegkind zijn opgenomen, kan voorlopige voogdij worden uitgesproken 
in het belang van het kind

Hoger beroep



2

,Mogelijk tegen de beslissing van de rechter. Maar: indien de voorlopige voogdij
aan de vervaltermijn van 3 maanden is gebonden, kan zich een probleem
voordoen, daarom 
 EHRM S.T.S. vs. Nederland: een belanghebbende is voortaan
ontvankelijk in hoger beroep of cassatie als de termijn van machtiging UHP
reeds is verstreken. Dus: een HB of cassatie tegen een voorlopige voogdij,
die doorgaans met een UHP gepaard gaat, en indien de beschikking tot
voorlopige voogdij niet meer van kracht is, kan ex art. 5 of 8 EVRM toch
ontvankelijk worden verklaard.




Bevoegdheden GI
De rechter bepaalt de bevoegdheden die de GI heeft in het kader van voorlopige
voogdij t.a.v. de persoon en het vermogen van de minderjarige  doorgaans de
bevoegdheden die nodig zijn om diens verzorging en opvoeding in goede banen
te leiden.
 In ieder geval de bevoegdheid: de verblijfplaats van de minderjarige te
bepalen
 Om minderjarige uit huis te plaatsen kan GI de hulp inroepen van de sterke
arm art. 812 jo. 813 Rv

Enkele bijzondere gevallen

a. Opneming buitenlandse pleegkinderen: Wanneer een buitenlands
kind zonder vereiste beginseltoestemming wordt opgenomen door
aspirant-adoptieouders, kan de kinderrechter op verzoek van de RvdK of
het OM de GI belasten met de voorlopige voogdij (art. 10 lid 1 Wobka). Dit
voorkomt dat het belang van het kind in gevaar komt. De regeling geldt
niet als de adoptieouders al gezag hebben volgens de Nederlandse
rechter. De RvdK heeft zes weken om een gezagsvoorziening te vragen;
anders eindigt de voorlopige voogdij. Deze stopt ook bij een andere
gezagsvoorziening of bij terugkeer van het kind naar het land van
herkomst. De kinderrechter kan de voogdij eerder intrekken, en de kosten
vallen ten laste van degene die het kind zonder toestemming opnam.
Hoger beroep is mogelijk (art. 806 Rv).
b. Internationale kinderontvoering: Wanneer een kind naar Nederland is
ontvoerd en de kinderrechter de terugkeer heeft bevolen, kan hij bij vrees
voor niet-naleving een GI belasten met de voorlopige voogdij (art. 13 lid 4
Uitvoeringswet Kinderontvoeringsverdragen). Dit kan ambtshalve of op
verzoek van de RvdK. De rechter kan ook bevelen dat het kind aan deze
instelling wordt afgegeven als de gezagsdragende ouder dit niet zelf kan
regelen (art. 13 lid 5 Uitvoeringswet). Indien nodig kan de sterke arm
worden ingezet (art. 813 Rv en art. 1:306a BW). Hoger beroep is mogelijk,
maar met een kortere termijn van twee weken (art. 13 lid 7
Uitvoeringswet). De reikwijdte van deze voogdij is onduidelijk, omdat het
gezag van de ouders niet expliciet wordt geschorst. De instelling lijkt
vooral bedoeld om de overbrenging van het kind naar de gezagsdragende
ouder te faciliteren en kan tijdelijke beslissingen nemen over bijvoorbeeld



3

, opvang of onderwijs. In de praktijk wordt deze maatregel zelden
toegepast.

De schorsing van de voorlopige voogdij
De rechter kan een ouder of beide ouders geheel of gedeeltelijk in de uitoefening
van het gezag schorsen als er een ernstig vermoeden bestaat dat de grond
voor een gezagsbeëindiging is vervuld  art. 1:268 lid 1 aanhef en onder a
of b BW.
 Indien sprake is van ouderlijk gezag  art. 1:268 BW
 Indien sprake is van voogdij  art. 1:331 BW

Twee omstandigheden:
 Ernstig vermoeden dat de grond voor een gezagsbeëindiging (art. 1:266 lid
1 aanhef en onder a of b BW) vervuld is en de maatregel is noodzakelijk
om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen
OF
 Een ouder die gezag uitoefent weigert toestemming voor een medische
behandeling die noodzakelijk is om ernstig gevaar af te wenden voor de
gezondheid van een minderjarige:
 Jonger dan 12 jaar of
 Minderjarige 12 jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een
redelijke waardering van zijn belangen
 Let op: waar nodig moet een beperkte schorsing worden gebruikt. De
duur van de voorlopige voogdij kan dan beperkt worden tot de periode
die nodig is voor de (omstreden) medische behandeling

 Mogelijkheid bestaat ook als sprake is van gezamenlijk gezag van een
ouder en een niet-ouder ex art. 1:253sa BW (van rechtswege) of van een
gezamenlijk gezag via rechterlijke tussenkomst ex art. 1:253t e.v. BW.
- Dan: als een van de twee gezagsdragers wordt geschorst, oefent de
ander van rechtswege alleen het gezag uit
- Art. 1:253v lid 6 BW: de rechtbank moet de niet met het gezag
belaste ouder de gelegenheid geven om te verzoeken hem met het
gezag van het kind te belasten
 Wanneer schorsing beide ouders of een ouder die alleen het gezag
uitoefent betreft  voorlopige voogdij naar GI

Art. 1:253v lid 6 BW  de afdelingen 4 en 5 titel 14 Boek 1 BW van
overeenkomstige toepassing.

Als het gezag van ouders wordt beëindigd, dan wordt er een voogd benoemd en
moet er in het gezag van de minderjarige worden voorzien

In de Jeugdwet is een heel hoofdstuk gewijd aan de gesloten jeugdzorg.

Tijdelijke voogdij
Tijdelijke voogdij kan worden ingesteld in situaties waarin het gezag over een
minderjarige ontbreekt of onduidelijk is wie bevoegd is tot de uitoefening ervan.
De kinderrechter kan een tijdelijke voogd benoemen als er een voorziening nodig
is in afwachting van het begin van de voogdij (art. 1:296 BW). Dit kan


4

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
7 maanden geleden

6 maanden geleden

Heb hier een 8,5 mee gehaald!

5,0

2 beoordelingen

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
tanishavanaalst Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
631
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
206
Documenten
64
Laatst verkocht
1 maand geleden
Samenvattingen van het recht

4,2

52 beoordelingen

5
29
4
15
3
2
2
2
1
4

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen