100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Biodiversiteit Plant 1

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
12
Geüpload op
02-04-2014
Geschreven in
2013/2014

Samenvatting van het vak Biodiversiteit Plant van biologie in leiden










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
2 april 2014
Aantal pagina's
12
Geschreven in
2013/2014
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Onbekend
Bevat
Alle colleges

Voorbeeld van de inhoud

Biodiversiteit Plant
Traditioneel allemaal Botanie:
Planten
- monofyletisch
- autotroof
Protisten
- parafyletische groep, veelal eencellig, soms meercellig.
- autotroof, saprofytische (levend van dood), parasitair (leven van leven), heterotroof
- 80.000 maar miss veel meer
Fungi
- monofyletische groep, een/meercellig met vruchten
- saprofytisch of paracitair
- aantal beschreven veel lager dan aantal bestaande
Levenscyclus
Is de afwisseling van een fase met een meiotische deling (reductiedeling) naar een fase met
een bevruchting. Een cyclus heeft een haploïde fase en een diploïde fase dus zygote ->
zygote. Maar niet van geboren tot sterfte.
Plasmogamie = protoplasmaversmelting
karyogamie = kernversmelting
Hoofdtypen van de levenscyclus
Haplont -> haploïde cellen delen zich tot meercellige, deze kunnen alleen verder na het
versmelten met een kern. Daarna gelijk meiose en splitst hij gelijk weer naar haploïd en
vormt zo 4 sporen.
Diplont -> diploïde cel ondergaat mitotische deling, na meiose meerdere gameten. Deze
gameten
Diplo-haplont -> zowel halpoïd als diploïd mitotische delingen. Isomorf alleen door
chromosomen te tellen zichtbaar welke dominant is. Heteromorf -> gametofyt dominant of
sporofyt dominant
Diploid produceerd meiosesporen: sporophyte 2n of n!!!
haploid produceerd gameten en mitosporen: gametofyt
Generatiewisseling
Gameten zijn geslachtcellen en moeten altijd fuseren tot een zygote voordat er mitotische
deling kan plaatsvinden.
Sporen kunnen meteen mitotische celdeling ondergaan en dus een haploïd meercellig
organisme vormen.
Geslachtelijke voortplanting
Isogamie = mating types gelijk, wij zien het verschil niet.
Anisogamie = ongelijk, de ene geslachtcel groter dan de ander.
Oögamie = groot, nbeweeglijk (ei)

, Ongeslachtelijke voortplanten
Mitosporen – na mitose
Meiosporen – na meiose
Zoösporen – beweeglijk, zowel mitose als meiose
Aplanosporen – onbeweeglijk
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Landplanten
Mossen – levermossen, houtmossen en gewone mossen
Heteromorfe, diplo-plont levencyclus met een gametofyt dominant.
Er is een spore, deze is haploïd en deelt mitotisch tot een protomena (celdraad). Deze draad
zit vol chloroplasten voor energie en heeft rechte celwanden. De draad wordt steeds langer
en er komen schuine stukken in de cel. In dit gedeelte zijn er minder chloroplasten, op dit
schuine celwandstukje ontstaat een knopje en dat knopje gaat delen. Dit knopje groeit uit
tot de mosplant.
Cormofyten: planten met een cormus, planten die zijn onderverdeeld in stengels, wortels en
bladeren.
Mossen zijn carmofyten en dus niet onderverdeeld. De bladeren zijn één cellaag dik.
Antherdidia: mannelijke geslachtsorganen van een mos (mosbloempjes) die zitten op de top
van de cormus. Dikke cellen waar allemaal kleine cellen in zitten. De spermatosoiden
Archegonia: vrouwelijke geslachtsorgaan van een mos. Uitvergroot een soort flesjes met in
het midden de eicel. De centrale rij van cellen in de fles (kanaalcellen) lossen op zodra de
eicel rijp is, hierdoor ontstaat er een chemopotentiaal waar de spermatosoide op afkomt. Als
de eicel bevrucht is ontstaat de sporofyt (diploïd). Er ontstaat een lang steeltje met een
sporenkapsel (sporangium) aan het eind. Deze sporekapsel ondergaat meiose en ontstaan er
haploïde sporen.
Sporenkapsel: heeft een klein kapje van het gescheurde archegonia en dus halpoïd (huikje),
maar de kapsel zelf is diploïd.
Operculum is een beschermkapje met dunne wanden en kleine cellen, wat makkelijk loslaat
zodra de sporen rijp zijn.
Peristoom: dikke cellen buiten en dunne celwanden binnen, waardoor de sporen naar
buiten worden gelaten als het milieu droog is.
Sporenkapsel – huidmondjes
Alleen bladmossen hebben huidmondjes (stomata), andere mossen niet.
Levenscyclus bladmos:
- afwisseling van 2 meercellige fases
- generatiewisseling -> diplo-haplonte levenscyclus
- haploïde gamerofyt -> mitose -> haploide gameten
- Fusie gameten -> diploide sporofyt -> meiose -> haploide

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
IrisZweers Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
200
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
98
Documenten
4
Laatst verkocht
7 maanden geleden

Ik heb mijn propedeuse biologie gehaald in leiden. Nu ben ik 3e jaars diergeneeskunde in Utrecht.

3,7

32 beoordelingen

5
5
4
19
3
3
2
3
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen