Kirsten Uitdewilligen, 2024
Theory and Methodology of Planning and Design.
College 1A; Introductie.
12 februari 2024
Ruimtelijke ordening: bewust interveniëren in de ruimtelijke orde via fysieke maatregelen en
regelgeving.
Ruimtelijke planning: de systematische voorbereiding van beleidsvormende en uitvoerende
handelingen, die gericht zijn op ruimtelijke ordening en op het organiseren.
Planologie: de wetenschappelijke discipline, waaruit ruimtelijke planning haar theorieën,
methoden en technieken haalt.
Theorie: onderliggende uitleg van hoe iets werkt.
- Wetenschappelijk principe ondersteund door experiment en observatie.
Methode: vaste manier van handelen om een bepaald doel te bereiken.
Concept: een abstract idee.
Substantieve theorie: onderwerp van planning/ontwerp. Hoe werkt de ruimte?
Procedurele theorie: proces van planning/ontwerp. Hoe kunnen we ontwerpen en plannen?
Descriptief: waardenvrij, feiten. Kan bewezen of weerlegd worden.
Prescriptief: op basis van waarden, evalueren, kan niet bewezen of weerlegd worden.
- Theorieën zijn vereenvoudigingen van de realiteit.
- Theorieën kunnen elkaar tegenspreken.
College 1B; Geschiktheid en lagenbenadering.
12 februari 2024
Vernieuwing van McHarg:
- Redeneer vanuit de geschiktheid van land voor functies.
- Randvoorwaarde is dat je het systeem goed kent
- Landschappen zijn complex, hoe kun je ze begrijpen?
Kwelder: aanslibbing versterkt door planten en mensen.
Chorologie: wat waar ligt, de onderlinge verbindingen.
College 2; De planningsdiscipline.
13 februari 2024
Historische roots: tot 1990 – de industriële stad.
- Stadsvernieuwing als reactie op industriële stad.
- Grote rol van ingenieurs (riolering, schoonwatervoorzieningen, verwarming).
- Langzaamaan een nieuwe actieve rol voor de overheid.
,Kirsten Uitdewilligen, 2024
Urban utopias (1900-1945) = particuliere initiatieven, wereldverbeteraars.
- Garden Cities of Tomorrow (Ebenezer Howard) – groene parken in de stad die
historie meenemen, werkersgemeenschap.
- Broadacre City (Frank Lloyd Wright) – publieke parken, diensten zoals afval
ophalen, individualistisch.
- City Beautiful beweging – klassieke architectuur.
Patrick Geddes, van stad naar regio;
- Allesomvattend: fysische geografie, markteconomie en antropologie zijn
verbonden.
- Sociologie als interdisciplinair onderwerpt ontwikkelt zich tot de wetenschap van
“interactie van mens met de natuurlijke omgeving”.
- Planning als belangrijkste praktische toepassing van sociologie.
Modernistische planning (1945 - 1970):
- Geloof in maakbaarheid van omgeving en maatschappij, technische vooruitgang.
- Geen creativiteit, maar vaste principes.
- Functionele invulling.
- Taylorisme en Fordisme (rationalisme en automatisering).
- Wederopbouw.
- Beslissingen o.b.v. machtsvrije afweging van
rationele argumenten.
- Geloof in maakbaarheid:
planningsinstrumenten en
sturingsmodellen.
Technocratische, rationele aanpak;
- Functionele stad, zones.
- Kennis als basis -> meten is weten.
- Belangrijke rol overheid voor vrijwaren van
het publiek belang.
- Planners hebben de belangrijkste stem.
- Zekerheid bieden, blauwdrukplanning.
Ruilverkaveling na 1924.
Jaren ’70: een veranderend wereldbeeld:
- Stedelijke leven valt niet te vatten in een functionele benadering.
- Verlies geloof in maakbaarheid; modellen en instrumenten werken niet altijd zoals
bedacht, protest, hindermacht.
- Besef dat een plan een politiek document was dat keuzes bevat; onderworpen
aan waardes.
, Kirsten Uitdewilligen, 2024
Postmoderniteit (1970 - 1990):
- Planning als machtsspel waarin verschillende groepen om ruimte strijden
(verschuiving van de aandacht naar het proces, planner uit ivoren toren).
- Verschillende actoren; toenemend belang bewoners, bouwen voor de buurt.
1990 – heden:
- Complexiteit en onzekerheid -> nood voor flexibiliteit.
- Governance en neoliberale planning; grotere marktgerichtheid, veranderende rol
van de staat (focus op voorkomen van ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen
door controle en sturing) en publiek-private samenwerking.
- Duurzame ontwikkeling.
Verschuivende rol van de planner -> generalist, intradisciplinair, facilitator.
Ruimtelijke organisatie beïnvloeden of controleren:
- Verschil ruimtelijke ontwikkeling en planning.
- Bewuste activiteit: ingrijpen op gebruik van ruimte.
Rijkere wijken bieden arbeidsmogelijkheden voor armere wijken -> vandaar vaak
sloppenwijken naast rijke wijken.
Legitimiteit van planning door de overheid:
- Publiek belang.
- Marktfalen en staatsinterventie.
- Efficiënte ontwikkeling.
Land als private eigendom met bijbehorende rechten -> planning om sociale welvaart te
maximaliseren.
- Planning heeft winnaars en verliezers (publiek vs. privaat belang).
- Gezondheid, welzijn, duurzaamheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, behoud
cultuurhistorische waarde, natuur.
De planningsagenda: biodiversiteit, sociale inclusie, demografische veranderingen,
energietransitie, woningnood, klimaatverandering.
Land als consumptiegoed en investering -> staat grijpt in op marktwerking om marktfalen te
compenseren.
- Voorzien van collectieve goederen.
- Impact op grotere schaal.
- Coördinatie.
Land als schaarse en eindige resource -> vaste locatie, variabele kwaliteit, zorgvuldig mee
omgaan.
Instrumenten: verschillende soorten plannen, elk met eigen bevoegdheid en eigen functie.
Theory and Methodology of Planning and Design.
College 1A; Introductie.
12 februari 2024
Ruimtelijke ordening: bewust interveniëren in de ruimtelijke orde via fysieke maatregelen en
regelgeving.
Ruimtelijke planning: de systematische voorbereiding van beleidsvormende en uitvoerende
handelingen, die gericht zijn op ruimtelijke ordening en op het organiseren.
Planologie: de wetenschappelijke discipline, waaruit ruimtelijke planning haar theorieën,
methoden en technieken haalt.
Theorie: onderliggende uitleg van hoe iets werkt.
- Wetenschappelijk principe ondersteund door experiment en observatie.
Methode: vaste manier van handelen om een bepaald doel te bereiken.
Concept: een abstract idee.
Substantieve theorie: onderwerp van planning/ontwerp. Hoe werkt de ruimte?
Procedurele theorie: proces van planning/ontwerp. Hoe kunnen we ontwerpen en plannen?
Descriptief: waardenvrij, feiten. Kan bewezen of weerlegd worden.
Prescriptief: op basis van waarden, evalueren, kan niet bewezen of weerlegd worden.
- Theorieën zijn vereenvoudigingen van de realiteit.
- Theorieën kunnen elkaar tegenspreken.
College 1B; Geschiktheid en lagenbenadering.
12 februari 2024
Vernieuwing van McHarg:
- Redeneer vanuit de geschiktheid van land voor functies.
- Randvoorwaarde is dat je het systeem goed kent
- Landschappen zijn complex, hoe kun je ze begrijpen?
Kwelder: aanslibbing versterkt door planten en mensen.
Chorologie: wat waar ligt, de onderlinge verbindingen.
College 2; De planningsdiscipline.
13 februari 2024
Historische roots: tot 1990 – de industriële stad.
- Stadsvernieuwing als reactie op industriële stad.
- Grote rol van ingenieurs (riolering, schoonwatervoorzieningen, verwarming).
- Langzaamaan een nieuwe actieve rol voor de overheid.
,Kirsten Uitdewilligen, 2024
Urban utopias (1900-1945) = particuliere initiatieven, wereldverbeteraars.
- Garden Cities of Tomorrow (Ebenezer Howard) – groene parken in de stad die
historie meenemen, werkersgemeenschap.
- Broadacre City (Frank Lloyd Wright) – publieke parken, diensten zoals afval
ophalen, individualistisch.
- City Beautiful beweging – klassieke architectuur.
Patrick Geddes, van stad naar regio;
- Allesomvattend: fysische geografie, markteconomie en antropologie zijn
verbonden.
- Sociologie als interdisciplinair onderwerpt ontwikkelt zich tot de wetenschap van
“interactie van mens met de natuurlijke omgeving”.
- Planning als belangrijkste praktische toepassing van sociologie.
Modernistische planning (1945 - 1970):
- Geloof in maakbaarheid van omgeving en maatschappij, technische vooruitgang.
- Geen creativiteit, maar vaste principes.
- Functionele invulling.
- Taylorisme en Fordisme (rationalisme en automatisering).
- Wederopbouw.
- Beslissingen o.b.v. machtsvrije afweging van
rationele argumenten.
- Geloof in maakbaarheid:
planningsinstrumenten en
sturingsmodellen.
Technocratische, rationele aanpak;
- Functionele stad, zones.
- Kennis als basis -> meten is weten.
- Belangrijke rol overheid voor vrijwaren van
het publiek belang.
- Planners hebben de belangrijkste stem.
- Zekerheid bieden, blauwdrukplanning.
Ruilverkaveling na 1924.
Jaren ’70: een veranderend wereldbeeld:
- Stedelijke leven valt niet te vatten in een functionele benadering.
- Verlies geloof in maakbaarheid; modellen en instrumenten werken niet altijd zoals
bedacht, protest, hindermacht.
- Besef dat een plan een politiek document was dat keuzes bevat; onderworpen
aan waardes.
, Kirsten Uitdewilligen, 2024
Postmoderniteit (1970 - 1990):
- Planning als machtsspel waarin verschillende groepen om ruimte strijden
(verschuiving van de aandacht naar het proces, planner uit ivoren toren).
- Verschillende actoren; toenemend belang bewoners, bouwen voor de buurt.
1990 – heden:
- Complexiteit en onzekerheid -> nood voor flexibiliteit.
- Governance en neoliberale planning; grotere marktgerichtheid, veranderende rol
van de staat (focus op voorkomen van ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen
door controle en sturing) en publiek-private samenwerking.
- Duurzame ontwikkeling.
Verschuivende rol van de planner -> generalist, intradisciplinair, facilitator.
Ruimtelijke organisatie beïnvloeden of controleren:
- Verschil ruimtelijke ontwikkeling en planning.
- Bewuste activiteit: ingrijpen op gebruik van ruimte.
Rijkere wijken bieden arbeidsmogelijkheden voor armere wijken -> vandaar vaak
sloppenwijken naast rijke wijken.
Legitimiteit van planning door de overheid:
- Publiek belang.
- Marktfalen en staatsinterventie.
- Efficiënte ontwikkeling.
Land als private eigendom met bijbehorende rechten -> planning om sociale welvaart te
maximaliseren.
- Planning heeft winnaars en verliezers (publiek vs. privaat belang).
- Gezondheid, welzijn, duurzaamheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, behoud
cultuurhistorische waarde, natuur.
De planningsagenda: biodiversiteit, sociale inclusie, demografische veranderingen,
energietransitie, woningnood, klimaatverandering.
Land als consumptiegoed en investering -> staat grijpt in op marktwerking om marktfalen te
compenseren.
- Voorzien van collectieve goederen.
- Impact op grotere schaal.
- Coördinatie.
Land als schaarse en eindige resource -> vaste locatie, variabele kwaliteit, zorgvuldig mee
omgaan.
Instrumenten: verschillende soorten plannen, elk met eigen bevoegdheid en eigen functie.