Oncologie: pijnbestrijding
Pijnbehandeling bij oncologische patiënten
Oorzaken pijn bij kanker
Direct door kanker: doorgroei van tumor in omliggende structuren
Indirect door kanker: botbreuken, zweren, infecties, verstoppingen van holle organen of
bloedvaten, verhoogde druk in hersenen
Behandeling van kanker: littekenpijn van een operatie, fantoompijn bij amputatie,
weefselschade door bestraling, zenuwschade door chemo of operatie of bestraling
Onafhankelijke van kanker: andere aandoeningen.
Bij kanker is er een ernstige pijn aanwezig die veroorzaakt wordt door de kanker. Deze pijn is vaak
gecombineerde pijn: nociceptieve en neuropathische pijn.
Nociceptieve pijn: in organen of huid bij oorzaak van pijn
"Gewone" lichamelijke pijn die ontstaat als zenuwuiteinden (de nociceptoren) geprikkeld worden
door schade of dreigende schade aan weefsels.
Je lichaam gebruikt deze pijn als waarschuwingssysteem. Onder nociceptieve pijn vallen dus viscerale
of somatische pijn. Het gaat uit van weefselschade. De pijn is duidelijk gelokaliseerd, scherp,
drukkend, zeurend en/of kloppend. De pijn verbetert in rust.
Behandeling bestaat uit medicatie: PCM, NSAID
Neuropathische pijn: hierbij wordt men wakker van de pijn
Gaat uit van zenuwschade en voelt scherp, stekend, brandend en/of tintelend aan met hypo- of
hyperalgesie. Verergert in rust. Deze pijn is slechter te behandelen. Er zijn geen specifieke middelen
voor deze pijn. Wel zijn er middelen voor andere aandoeningen die ook werken bij neuropathische
pijn: antidepressiva en anti-epileptica. Ook kan morfine worden gegeven.
Antidepressiva: amitriptyline of nortriptyline en duloxetine. Meest voorkomende bijwerkingen:
sufheid en droge mond. Daarom wordt de medicatie meestal eenmalig 's avonds gegeven. Er is een
inwerktijd van ongeveer 10 dagen. Ongeveer 30% pijnreductie wordt bereikt bij 30% van de
patiënten. Number needed to treat: 3 tot 4.
Anti-epileptica: gabapentine en pregabaline. Deze gaan gepaard met veel bijwerkingen. Inwerktijd
van 10 dagen en een oplaadperiode: de dosering moet langzaam worden opgebouwd, vanwege
bijwerkingen. Number needed to treat: 5.
Pijnladder: sterkte van medicatie kan langzaam worden opgebouwd
Licht: paracetamol (PCM), NSAIDs
Matig: codeïne, tramadol (toevoegen). Deze stap wordt overgeslagen in de oncologie.
Hevig: sterkwerkende opiaten: morfine, fentanyl, oxycodon, hydromorfon, methadon,
buprenorfine, tapentadol.
Stappenplan toegelicht
Pijnbehandeling bij oncologische patiënten
Oorzaken pijn bij kanker
Direct door kanker: doorgroei van tumor in omliggende structuren
Indirect door kanker: botbreuken, zweren, infecties, verstoppingen van holle organen of
bloedvaten, verhoogde druk in hersenen
Behandeling van kanker: littekenpijn van een operatie, fantoompijn bij amputatie,
weefselschade door bestraling, zenuwschade door chemo of operatie of bestraling
Onafhankelijke van kanker: andere aandoeningen.
Bij kanker is er een ernstige pijn aanwezig die veroorzaakt wordt door de kanker. Deze pijn is vaak
gecombineerde pijn: nociceptieve en neuropathische pijn.
Nociceptieve pijn: in organen of huid bij oorzaak van pijn
"Gewone" lichamelijke pijn die ontstaat als zenuwuiteinden (de nociceptoren) geprikkeld worden
door schade of dreigende schade aan weefsels.
Je lichaam gebruikt deze pijn als waarschuwingssysteem. Onder nociceptieve pijn vallen dus viscerale
of somatische pijn. Het gaat uit van weefselschade. De pijn is duidelijk gelokaliseerd, scherp,
drukkend, zeurend en/of kloppend. De pijn verbetert in rust.
Behandeling bestaat uit medicatie: PCM, NSAID
Neuropathische pijn: hierbij wordt men wakker van de pijn
Gaat uit van zenuwschade en voelt scherp, stekend, brandend en/of tintelend aan met hypo- of
hyperalgesie. Verergert in rust. Deze pijn is slechter te behandelen. Er zijn geen specifieke middelen
voor deze pijn. Wel zijn er middelen voor andere aandoeningen die ook werken bij neuropathische
pijn: antidepressiva en anti-epileptica. Ook kan morfine worden gegeven.
Antidepressiva: amitriptyline of nortriptyline en duloxetine. Meest voorkomende bijwerkingen:
sufheid en droge mond. Daarom wordt de medicatie meestal eenmalig 's avonds gegeven. Er is een
inwerktijd van ongeveer 10 dagen. Ongeveer 30% pijnreductie wordt bereikt bij 30% van de
patiënten. Number needed to treat: 3 tot 4.
Anti-epileptica: gabapentine en pregabaline. Deze gaan gepaard met veel bijwerkingen. Inwerktijd
van 10 dagen en een oplaadperiode: de dosering moet langzaam worden opgebouwd, vanwege
bijwerkingen. Number needed to treat: 5.
Pijnladder: sterkte van medicatie kan langzaam worden opgebouwd
Licht: paracetamol (PCM), NSAIDs
Matig: codeïne, tramadol (toevoegen). Deze stap wordt overgeslagen in de oncologie.
Hevig: sterkwerkende opiaten: morfine, fentanyl, oxycodon, hydromorfon, methadon,
buprenorfine, tapentadol.
Stappenplan toegelicht