VERTERING
Thema 1 VWO 6
Thom Willeman
,Basisstof 1
Voedingsstoffen
Alles wat je eet of drinkt, noem je voedingsmiddelen. Alle voedingsmiddelen bevatten
voedingstoffen. Er zijn 6 groepen:
- Eiwitten
- Koolhydraten
- Vetten
- Water
- Vitaminen
- Mineralen
Voedingsstoffen dienen als bouwstof of brandstof.
Eiwitten (proteïnen): Eiwitten bestaan uit aminozuren. Tijdens de vertering worden ze
gesplitst in aminozuren en opgenomen in het bloed. Eiwitten dienen als bouwstof en als
brandstof. Sommige aminozuren kunnen wij niet zelf maken en moeten binnenkomen
via onze voeding, dit noem je essentiële aminozuren.
Koolhydraten (sachariden): Koolhydraten zijn sachariden, sommige koolhydraten
bestaan uit heel veel monosachariden, deze noem je polysachariden, bijvoorbeeld
zetmeel. Koolhydraten zijn een belangrijke brandstof in je lichaam, maar ze kunnen ook
dienen als bouwstof, bijvoorbeeld het ATP molecuul die de monosacharide ribose
bevat.
Vetten (lipiden): Vetten zijn meestal opgebouwd uit een glycerolmolecuul en drie
vetzuren. Vetzuren kunnen verzadigd of onverzadigd zijn, bij onverzadigde vetzuren
zitten er tussen de koolstofatomen een of meerdere dubbele bindingen, dit is bij
verzadigde vetzuren niet het geval. Vetten dienen vooral als brandstof, maar kunnen
ook als bouwstof dienen, bijvoorbeeld fosfolipiden die celmembranen vormen.
Water, vitaminen en mineralen (zouten): Water heeft een aantal functies in ons
lichaam, zo dient het als oplosmiddel en bouwstof van cellen, maar is het ook een
belangrijk transportmiddel en helpt het bij de regeling van de lichaamstemperatuur.
Mineralen kunnen als bouwstof dienen, maar kunnen ook helpen bij het stollen van het
bloed en het geleiden van impulsen. Vitaminen zijn organische stoffen die je nodig hebt
om processen in je lichaam goed te laten verlopen.
1
, Basisstof 2
Het verteringstelsel
Darmperistaltiek: Dit is het samentrekken van de spieren in de darmen, waardoor het
voedsel voortgeduwd wordt, goed gemengd en gekneed wordt.
Mechanische vertering: Het kauwen van het voedsel met je gebit en het kneden van de
voedselbrij door de darmperistaltiek, noem je mechanische vertering.
Chemische vertering: Het bewerken van voedsel door enzymen.
De weg die voedsel aflegt:
1. Mond
2. Keel
3. Slokdarm
4. Maag → De kringspier tussen de maag
en de slokdarm ontspant zich na het
slikken, het voedsel wordt tijdelijk in de
maag opgeslagen, de maagportier zorgt
ervoor dat het voedsel niet verder kan.
Klieren in de wand van de maag voegen
maagsap toe aan de voedselbrij.
5. Twaalfvingerige darm → Hier monden
afvoerbuizen van de lever en de
alvleesklier uit. Gal zorgt er in deze darm
voor dat het vet uit het voedsel
emulgeert, dat houdt in dat grote
vetdruppels kleine vetdruppels worden.
6. Dunne darm
7. Dikke darm
8. Endeldarm
9. Anus
Figuur 1 Het verteringsstelsel
2
Thema 1 VWO 6
Thom Willeman
,Basisstof 1
Voedingsstoffen
Alles wat je eet of drinkt, noem je voedingsmiddelen. Alle voedingsmiddelen bevatten
voedingstoffen. Er zijn 6 groepen:
- Eiwitten
- Koolhydraten
- Vetten
- Water
- Vitaminen
- Mineralen
Voedingsstoffen dienen als bouwstof of brandstof.
Eiwitten (proteïnen): Eiwitten bestaan uit aminozuren. Tijdens de vertering worden ze
gesplitst in aminozuren en opgenomen in het bloed. Eiwitten dienen als bouwstof en als
brandstof. Sommige aminozuren kunnen wij niet zelf maken en moeten binnenkomen
via onze voeding, dit noem je essentiële aminozuren.
Koolhydraten (sachariden): Koolhydraten zijn sachariden, sommige koolhydraten
bestaan uit heel veel monosachariden, deze noem je polysachariden, bijvoorbeeld
zetmeel. Koolhydraten zijn een belangrijke brandstof in je lichaam, maar ze kunnen ook
dienen als bouwstof, bijvoorbeeld het ATP molecuul die de monosacharide ribose
bevat.
Vetten (lipiden): Vetten zijn meestal opgebouwd uit een glycerolmolecuul en drie
vetzuren. Vetzuren kunnen verzadigd of onverzadigd zijn, bij onverzadigde vetzuren
zitten er tussen de koolstofatomen een of meerdere dubbele bindingen, dit is bij
verzadigde vetzuren niet het geval. Vetten dienen vooral als brandstof, maar kunnen
ook als bouwstof dienen, bijvoorbeeld fosfolipiden die celmembranen vormen.
Water, vitaminen en mineralen (zouten): Water heeft een aantal functies in ons
lichaam, zo dient het als oplosmiddel en bouwstof van cellen, maar is het ook een
belangrijk transportmiddel en helpt het bij de regeling van de lichaamstemperatuur.
Mineralen kunnen als bouwstof dienen, maar kunnen ook helpen bij het stollen van het
bloed en het geleiden van impulsen. Vitaminen zijn organische stoffen die je nodig hebt
om processen in je lichaam goed te laten verlopen.
1
, Basisstof 2
Het verteringstelsel
Darmperistaltiek: Dit is het samentrekken van de spieren in de darmen, waardoor het
voedsel voortgeduwd wordt, goed gemengd en gekneed wordt.
Mechanische vertering: Het kauwen van het voedsel met je gebit en het kneden van de
voedselbrij door de darmperistaltiek, noem je mechanische vertering.
Chemische vertering: Het bewerken van voedsel door enzymen.
De weg die voedsel aflegt:
1. Mond
2. Keel
3. Slokdarm
4. Maag → De kringspier tussen de maag
en de slokdarm ontspant zich na het
slikken, het voedsel wordt tijdelijk in de
maag opgeslagen, de maagportier zorgt
ervoor dat het voedsel niet verder kan.
Klieren in de wand van de maag voegen
maagsap toe aan de voedselbrij.
5. Twaalfvingerige darm → Hier monden
afvoerbuizen van de lever en de
alvleesklier uit. Gal zorgt er in deze darm
voor dat het vet uit het voedsel
emulgeert, dat houdt in dat grote
vetdruppels kleine vetdruppels worden.
6. Dunne darm
7. Dikke darm
8. Endeldarm
9. Anus
Figuur 1 Het verteringsstelsel
2