Ki 1: Systeemtheorie en systeemgericht werken
Systeembril: wederzijdse beïnvloeding van personen in een systeem herkennen,
kunnen analyseren en beïnvloeden
Analyse-hulpmiddel
Homeostase = dynamisch evenwicht
Persoon/problematiek: Individuele (hangt samen met relaties)
Relaties: Individuele zijn me elkaar betrokken (individuele problemen zijn ook met
systeem verbonden)
Algemene kenmerken systeem (H2)
Algemene systeemtheorie (AST)
- Gedrag verklaren vanuit de betekenis van het gedrag binnen zijn context
Metatheorie: theorie-overstijgend denkkader, zonder inhoudelijk domein (geen
vast onderwerp)
o Uitgangspunt: verzameling hiërarchisch geordende systemen, die
met elkaar samenhangen en elkaar wederzijds beïnvloeden.
o Paradigma: diepgewortelde ideeën en overtuigingen die bepalen
hoe we de werkelijkheid interpreteren
o Systeemgerichte paradigma: gebeurtenissen wederzijds
samenhangen en dat theorieën en zienswijzen elkaar aanvullen, ook
al spreken ze elkaar tegen
o Referentiekader: geheel aan waarden, normen, standpunten, kennis
en ervaringen dat van invloed is op de subjectieve waarneming van
gebeurtenissen en verschijnselen
,Systeem: samenhangend geheel van elementen die samen als een geheel
functioneren
- Hiërarchisch geordend: logisch geordend geheel (sommige dingen maken
onderdeel van het een, maar betekent niet dat dat ene ook onderdeel
uitmaakt van het andere).
- Onderdelen samenhangen: beïnvloeden elkaar
Samenhangend door communicatie: uitwisselen van informatie op elke
manier (biologisch, verbaal, non-verbaal)
Homeostase: het evenwicht is dynamisch (schommelt rond dezelfde waarde)
Historische schets
Von Bertalanffy (1901-1972):
- ‘Verschillende wetenschappelijke principes moeten meer samenwerken’
dit zou voor een sprong in de wetenschap end e maatschappij zorgen
- ‘Er zijn overeenkomsten tussen processen die op het oog niks met elkaar
te maken hebben’ probeerde te achterhalen welk achterliggend proces
overeenkomsten verklaarde en combineerde kennis uit verschillende
vakgebieden
- 1949: boek over algemene systeemtheorie
o Wiskunde, natuurkunde, regeltechniek, filosofie
o Gestaltpsychologie: mensen zijn geneigd om iets als geheel te zien,
losse indrukken gecombineerd binnen de context (en ontbrekende
delen naar eigen inzicht ingevuld). Context heeft invloed op de
betekenis die we aan een indruk geven.
Context: fysieke omgeving, tijd en timing
Voorbeeld: ‘priming’: cognitief schema in hersenen
geactiveerd zodat we zelf dingen moeten gaan invullen. Onze
indruk wordt gekleurd door wie/wat er in de omgeving is, wat
eraan vooraf ging, onze innerlijke toestand op dat moment,
etc.
- Gestaltpsychologische principe: ‘Het geheel is meer dan een som der
delen’ is een belangrijk uitgangspunt
Fredrick Perls (1839-1970):
- Behandelvorm op gestalttheoretische principes: geen vast protocol,
verschilt per behandelaar
- Onderliggende visie ontwikkelde organisch door de tijd: cliënten worden
als geheel gezien (samenhang: bewustzijnsprocessen, lichamelijke
reacties, emotionele ervaringen, betekenissen en sociaal contact).
Roberto Assangioli (1888-1994)
- Psychosynthese: systematische methode waarin verschillende technieken
werden gecombineerd.
Algemene systeemtheorie inspireerde wetenschappers verschillende
vakgebieden op andere manier naar hun werkgebied te kijken
Biopsychosociaal model
De samenhang tussen lichaam en geest vanaf jaren 1970 breder draagvlak door
biopsychosociaal model.
- Verbond geneeskunde en psychologie met elkaar
- Holistisch mensbeeld: lichaam en geest samenhangend geheel
, - Objectieve en subjectieve gegevens: betekenisgeving van client,
professional en mensen uit omgeving relevant
- Expertise van professional en expertise van de client vullen elkaar aan
- Gelijkwaardige relatie en samenwerken professional en client
Verschil met systeemtheorie:
Smaller geïnterpreteerd: lichaam en geest samenhangen en niet
veroorzaken
Sociale factor beperkt tot directe sociale omgeving
Eclectische aanpak (i.p.v. holistische) in interventies
Biopsychosociaal model belangrijke stap in richting van meer compleet beeld
van wat mensen zijn (geheel van geest en lichaam) vakgebied overstijgende
disciplines
Hiërarchische ordening
Ordening van systemen waarbij een groter systeem kleinere systemen omvat
- Subsysteem: een onderdeel van het systeem
- Suprasysteem: systeem maakt deel uit van een groter (supra)systeem
- Nog onduidelijk of er een begin en eind aan hiërarchie zit, omdat er steeds
nieuwe niveaus of patronen worden ontdekt. Soms blijkt dat structuren
zich op onverwachte manieren herhalen.
Model van Bronfenbrenner toont hoe het systeem in een wijdere omgeving is
geïntegreerd:
o Microsysteem: directe omgeving, waarmee het kind bijna elke dag
wel te maken heeft (bijv. ouders)
o Mesosysteem: de interacties tussen elementen van het
microsysteem (bijv. relatie ouders en school)
o Exosysteem: de invloeden op elementen uit het microsysteem die
een indirecte invloed op het kind hebben (bijv. werk ouders)
o Macrosysteem: de wijdere maatschappelijke en culturele context,
zowel maatschappelijke kansen als cultuurelementen. Heeft invloed
op alle lagen uit het model
o Chronosysteem: invloed van tijd op alle systemen (bijv.
voorgeschiedenis)
Totaliteit
Door de samenhang in een systeem herken je het systeem als eenheid.
Elk systeem is een geheel van kleinere systemen die elkaar in een dynamisch
evenwicht houden en op die manier samenhangen.
- Geheel der delen: als er iets in een onderdeel van het systeem gebeurt,
dan verandert dat het dynamische evenwicht het systeem als geheel
reageert hierop en verandert daardoor
- Alles hoort erbij: op dezelfde manier maakt het verschil of een systeem
wel/niet compleet is
o Vlindereffect: een kleine verandering, onder bepaalde
omstandigheden, kan uiteindelijk tot een veel grotere verandering
leiden (kettingreactie), maar hoeft niet zo te zijn.
Critici: vlindereffect wordt zomaar gebruikt en niet van toepassing
op menselijk gedrag.
o Sneeuwbaleffect: een kleine eerste stap kan uiteindelijk tot een
steeds grotere verandering leiden, omdat mensen in de omgeving
, reageren op die kleine aanpassing en deze vervolgens zelf
overnemen of versterken.
- Eenheid: alles en iedereen is onderdeel van hetzelfde grotere geheel
Wederzijdse beïnvloeding
In een systeem beïnvloeden de onderdelen elkaar wederzijds: Niet verklaren,
maar begrijpen
- Circulair kijken
Staat tegenover lineair (causaal): A (oorzaak) B (gevolg)
Geen oorzaak/gevolg, maar samenhang in het geheel.
Circulaire causaliteit: wederzijdse beïnvloeding
o Interactie is een opeenvolging van acties en reacties; samenhang
(circulaire causaliteit) is op te delen in meerdere oorzakelijke
verbanden (lineaire causaliteit). Een oorzakelijke verklaring is altijd
maar een klein stukje van het verhaal
- Perceptie van de werkelijkheid: we willen verklaren waarom iets gebeurt en
we doen voorspellingen; op dei manier proberen we gebeurtenissen te
beheersen en draagt het bij aan een gevoel van controle.
o Voorbeeld probleem hiervan: gedrag toeschrijven aan de ander zijn
persoonlijke eigenschappen en oorzaak van conflict bij de ander
leggen
- Onderzoeken: Verklarende en voorspellende onderzoeksmethoden richten
op het aantonen van oorzakelijke relaties (kan alleen door naar een klein
deel te kijken) systeemgerichte interventies zijn dus lastig te toetsen,
omdat ze zich richten op geheel aan interacties
Algemene kenmerken systeem
1. Binding: een systeem hoort bij elkaar, het zijn losse onderdelen die
samenhangen tot een totaliteit
2. Ordening: elk onderdeel heeft zijn eigen plaats en tijd en zijn eigen vorm
en functie
bestaat weer uit subsystemen
systeem maakt onderdeel uit van een suprasysteem
ordening herken je structuur van een systeem of in gedragingen,
verhoudingen, etc.
3. Dynamiek/balans: systemen bewegen uit zichzelf naar het dynamische
evenwicht (homeostase)
Systemen zijn altijd in beweging en bewegen richting homeostase
Het geheel is meer dan een som der delen (wie heeft welke taak en hoe
staat dit in verhouding)
De bril waarmee je kijkt bepaalt wat je te zien krijgt
Je kan de waarheid niet zien/weten; alleen waarheden naast elkaar
Iedere interactie van ieder persoon in het systeem, inclusief jij, heeft invloed en
zorgt voor beweging
Systeemgericht kijken is:
Circulair kijken