Hoofdstuk 4
Paragraaf 9
Nationalisme = het gevoel van saamhorigheid van een groep mensen die samen een staat
vormen of willen vormen
Voorwaarden voor saamhorigheid
- besef over gemeenschappelijke ervaringen beschikken (tradities)
- besef gemeenschappelijke belangen te hebben (eigen bestuur)
Gunstige omstandigheden voor nationalisme:
- dezelfde taal spreken
- dezelfde godsdienst hebben
- erkenning en acceptatie leiderschap
Minder gunstige omstandigheden voor nationalisme:
- oorlogen
- buitenlandse bezetting
Hoe zijn nationale staten ontstaan:
- Door huwelijken, vererving en oorlogen kwamen er steeds meer vorstendommen in
handen van steeds minder vorsten → leidde tot het ontstaan van staten → vorsten
gingen streven naar centralisatie.
ontstaan nationale gevoelens: streven naar centralisatie en verzet ertegen van adel en burgerij
Jeanne d’arc (legeraanvoerder) verenigde de Fransen → droeg veel bij aan het ontstaan van
een nationaal gevoel
Centralisatie = ontwikkeling waarbij een land steeds meer vanuit een hoofdstad wordt bestuurd
én waarbij dezelfde wetten en regels gelden
het samentrekken van het bestuur naar 1 centrum (gaat samen met staatsvorming)
Centralisatie begon in 1066, waar de Normandische hertog Willem de macht in heel engeland
kreeg en koning Willem de Veroveraar werd:
- als koning gaf hij het grootste deel van de grond in leen aan zijn (normandische) ridders
en soldaten (kleine gebieden)
- bestuur en rechtspraak kwamen in handen van koninklijke ambtenaren
,Staatsvorming = vorming van een overheid (staat) met ambtenaren een een door de overheid
betaald leger
Kenmerkende dingen voor centralisatie en staatsvorming
- geldeconomie → belastingen voor vorst
- centraal belastingstelsel
- centrale wetgeving en rechtspraak
- een sterk leger
- vertegenwoordiging van drie standen voor overleg met vertegenwoordigers uit het hele
land
Jan zonder Land (Engelse koning) werd in 1215 gedwongen de magna charta te
ondertekenen. Ging tussen koning en aan de andere kant de geestelijken/adel/goede burgerij.
Belangrijkste bepaling van magna charta: koning kon geen belastingen opleggen zonder
toestemming van de raad van de koning (waarin adel, geestelijkheid en burgerij
vertegenwoordigd waren) → macht koning werd beperkt (magna charta gold voor het hele land,
dus vorm van centralisatie). Eigenlijk het begin van een grondwet.
, Jan zonder Land
(Engeland) tekent de Magna Charta.
Hoofdstuk 5
Paragraaf 1
Portugezen verkende de kust van afrika → zochten bondgenoten tegen moslims en hoopten
een weg te vinden naar Azië en geen zijde en specerijen meer van de moslims kopen
Welke belangrijke ontdekkingen van de Portugezen droegen bij aan de verandering van het
wereldbeeld:
- In 1488 bereikten de Portugezen de zuidelijkste punt van Afrika (Kaap de Goede Hoop)
- In 1498 bereikten drie Portugese schepen onder leiding van Vasco de Gama India. (en
hadden ze de zeeweg naar azië ontdekt)
- In 1519-1521 voer de Portugees Magelhaen om de zuidpunt van Amerika naar het
westen en bereikte zo ook Azië
Portugezen stichtten op verschillende plaatsen in Azië, vooral aan de kusten van India,
factorijen. Factorij= een handelspost bestaande uit een fort, een haven, pakhuizen en
woningen. Vanuit hier werd handel gedreven met de inheemse bevolking. Schepen konden
voedsel en water aan boord nemen.
Welke belangrijke ontdekking in naam van de Spaanse koning en koningin droeg bij aan de
verandering het wereldbeeld?
- In 1492 ontdekte Columbus Amerika, hoewel zo’n 20 jaar werd gedacht dat hij Azië
overzee had bereikt.
Paragraaf 9
Nationalisme = het gevoel van saamhorigheid van een groep mensen die samen een staat
vormen of willen vormen
Voorwaarden voor saamhorigheid
- besef over gemeenschappelijke ervaringen beschikken (tradities)
- besef gemeenschappelijke belangen te hebben (eigen bestuur)
Gunstige omstandigheden voor nationalisme:
- dezelfde taal spreken
- dezelfde godsdienst hebben
- erkenning en acceptatie leiderschap
Minder gunstige omstandigheden voor nationalisme:
- oorlogen
- buitenlandse bezetting
Hoe zijn nationale staten ontstaan:
- Door huwelijken, vererving en oorlogen kwamen er steeds meer vorstendommen in
handen van steeds minder vorsten → leidde tot het ontstaan van staten → vorsten
gingen streven naar centralisatie.
ontstaan nationale gevoelens: streven naar centralisatie en verzet ertegen van adel en burgerij
Jeanne d’arc (legeraanvoerder) verenigde de Fransen → droeg veel bij aan het ontstaan van
een nationaal gevoel
Centralisatie = ontwikkeling waarbij een land steeds meer vanuit een hoofdstad wordt bestuurd
én waarbij dezelfde wetten en regels gelden
het samentrekken van het bestuur naar 1 centrum (gaat samen met staatsvorming)
Centralisatie begon in 1066, waar de Normandische hertog Willem de macht in heel engeland
kreeg en koning Willem de Veroveraar werd:
- als koning gaf hij het grootste deel van de grond in leen aan zijn (normandische) ridders
en soldaten (kleine gebieden)
- bestuur en rechtspraak kwamen in handen van koninklijke ambtenaren
,Staatsvorming = vorming van een overheid (staat) met ambtenaren een een door de overheid
betaald leger
Kenmerkende dingen voor centralisatie en staatsvorming
- geldeconomie → belastingen voor vorst
- centraal belastingstelsel
- centrale wetgeving en rechtspraak
- een sterk leger
- vertegenwoordiging van drie standen voor overleg met vertegenwoordigers uit het hele
land
Jan zonder Land (Engelse koning) werd in 1215 gedwongen de magna charta te
ondertekenen. Ging tussen koning en aan de andere kant de geestelijken/adel/goede burgerij.
Belangrijkste bepaling van magna charta: koning kon geen belastingen opleggen zonder
toestemming van de raad van de koning (waarin adel, geestelijkheid en burgerij
vertegenwoordigd waren) → macht koning werd beperkt (magna charta gold voor het hele land,
dus vorm van centralisatie). Eigenlijk het begin van een grondwet.
, Jan zonder Land
(Engeland) tekent de Magna Charta.
Hoofdstuk 5
Paragraaf 1
Portugezen verkende de kust van afrika → zochten bondgenoten tegen moslims en hoopten
een weg te vinden naar Azië en geen zijde en specerijen meer van de moslims kopen
Welke belangrijke ontdekkingen van de Portugezen droegen bij aan de verandering van het
wereldbeeld:
- In 1488 bereikten de Portugezen de zuidelijkste punt van Afrika (Kaap de Goede Hoop)
- In 1498 bereikten drie Portugese schepen onder leiding van Vasco de Gama India. (en
hadden ze de zeeweg naar azië ontdekt)
- In 1519-1521 voer de Portugees Magelhaen om de zuidpunt van Amerika naar het
westen en bereikte zo ook Azië
Portugezen stichtten op verschillende plaatsen in Azië, vooral aan de kusten van India,
factorijen. Factorij= een handelspost bestaande uit een fort, een haven, pakhuizen en
woningen. Vanuit hier werd handel gedreven met de inheemse bevolking. Schepen konden
voedsel en water aan boord nemen.
Welke belangrijke ontdekking in naam van de Spaanse koning en koningin droeg bij aan de
verandering het wereldbeeld?
- In 1492 ontdekte Columbus Amerika, hoewel zo’n 20 jaar werd gedacht dat hij Azië
overzee had bereikt.