,samenvatting hoofdstukken sociaal recht loonstra 34e editie ED 2025 9789001047429
, samenvatting hoofdstukken sociaal recht loonstra 34e editie ED 2025 9789001047429
H1 Terreinverkenning
1.1. Oriëntatie
- Onzelfstandige beroepsbevolking:
7,9 van de 17 miljoen beroepsbevolking mensen die een betaalde baan hebben, worden tot de
onzelfstandige beroepsbevolking gerekend. Zij bevinden zich tijdens hun werk in een
afhankelijkheidspositie ten opzichte van een ander, namelijk de werkgever.
- Drie groepen onzelfstandige beroepsbevolking:
1. Private sector: 4,2 miljoen medewerkers werknemers, flexibele arbeidsrelatie (oproepkrachten,
uitzendkrachten);
2. Publieke sector: 850.000 ambtenaren vormen het personeel dat in dienst is van de overheid (als
werkgeefster);
3. Semipublieke sector: 1.100.000 miljoen personen verbonden aan organisaties en instellingen
binnen de private sector, die financieel afhankelijk zijn van de overheid (ziekenhuizen, onderwijs,
omroep).
- Zelfstandige beroepsbevolking:
tijdens het uitoefenen van hun werkzaamheden niet onderworpen aan opdrachten van anderen
1,1 miljoen personen (zzp’er).
Sociaal recht: oog op de onzelfstandige beroepsbevolking rechtspositie van de werknemer ;
werknemer in zijn relatie tot de werkgever.
1.2 Werkgever en werknemer: welke rechtsbronnen?
Zes belangrijke rechtsbronnen, te weten:
1. Het arbeidsovereenkomstenrecht;
2. Het vermogensrecht in het algemeen;
3. Overige wetten met betrekking tot de private sector;
4. De jurisprudentie (rechtersrecht);
5. De cao;
6. Het verdrag.
1.3. Van dwingend recht tot aanvullend recht
Dwingend recht: de wetgever heeft ten tijde van de ingrijpende herziening van het
arbeidsovereenkomstrecht in 1907 gerealiseerd dat de werknemer bescherming nodig heeft tegen
de vaak machtiger werkgever ontstaan van het dwingend recht; hier verstaat men de regels,
waarvan de werkgever en werknemer a in het geheel niet mogen afwijken of b niet ten nadele van
de werknemer mogen afwijken.
Aanvullend recht: de contracterende partijen kunnen in dit geval altijd van de wettelijke regel
afwijken, als zij daartoe overeenstemming bereiken.
Uitsluitend bij het arbeidsovereenkomstenrecht heeft de wetgever het onderscheid tussen
dwingend en aanvullend recht aangevuld driekwartdwingend en semidwingend recht;
, samenvatting hoofdstukken sociaal recht loonstra 34e editie ED 2025 9789001047429
De vier vormen onder elkaar:
1. Dwingend recht: is dat recht, waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag
worden afgeweken;
2. Driekwart dwingend recht: dat recht, waarvan uitsluitend kan worden afgeweken bij
collectieve arbeidsovereenkomst of bij de regeling door of namens een bevoegd
bestuursorgaan. Van deze twee is de afwijking bij cao van praktisch belang bij driekwart
dwingend recht kunnen dus alleen de vakbonden en de werkgevers(organisaties) in
gezamenlijk overleg, met een cao als resultaat, een andere regeling treffen dan die, welke
in de wet staat vermeld;
3. Semidwingend recht: dat recht, waarvan alleen mag worden afgeweken bij schriftelijke
aangegane overeenkomst werkgever en werknemer kunnen individueel van het bepaalde
in de wet afwijken, mits dat maar schriftelijk plaatsvindt;
4. Aanvullend recht: dat recht, waarvan altijd – ook individueel en mondeling – mag
worden afgeweken.
Wetsartikelen van dwingende aard: zijn bij uitstek te herkennen aan de sanctie die staat op
afwijking van de betreffende inhoud elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is
nietig of vernietigbaar.
Wetsartikelen van driekwartdwingende aard: wordt expliciet in het betreffende wetsartikel
aangegeven dat afwijking slechts mogelijk is bij cao (of bij regeling door of namens een bevoegd
bestuursorgaan). TIP: als een wettelijke bepaling driekwartdwingend recht is, kan nooit van deze
bepaling bij individuele afspraak worden afgeweken.
Wetsartikelen van semidwingende aard:
goed te beseffen dat afwijking van een wetsartikel van semidwingende aard door middel van een
cao rechtsgeldig is. TIP: van een bepaling van driekwartdwingend recht mag je niet bij individuele,
schriftelijke afspraak afwijken, maar van een bepaling van semidwingend recht mag wel bij cao
worden afgeweken.
Wetsartikelen van aanvullende aard:
1.4 Bevoegde rechter
Onderscheid maken tussen:
- Absolute competentie: welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge raad) is bevoegd?
- Relatieve bevoegdheid: welke van de vele rechters is bevoegd, met andere woorden: in welke
plaats zal de zaak aanhangig moeten worden gemaakt?
1.4.1 Absolute competentie:
Alle civielrechtelijke zaken (waaronder die op het terrein van het sociaal recht) bij de rechtbank
aanhangig worden gemaakt. De rechtbank is onderverdeeld in enkele sectoren, waaronder de civiele
sector, de sector bestuur en de strafsector. Alle zaken, met uitzondering van één categorie, op het
terrein van sociaal recht moeten bij de rechtbank, sector civiel, worden aangebracht.