College 1 – Algemene inleiding hypothese-toetsend
denken
Equifinaliteit: verschillende ontwiklingspaden kunnen tot dezelfde
uitkomst leiden (zie hiernaast, boven)
Multifinaliteit: een bepaalde risicofactor kan tot verschillende
ontwikkelingsuitkomsten leiden (zie hiernaast, onder)
Een theorie is een verklaring: het beschrijft waarom en hoe
bepaalde psychologische processen of gedragingen plaatsvinden.
Theorieën zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en proberen onderliggende mechanismen
te verklaren.
Een model is een hulpmiddel of representatie: het vereenvoudigt complexe processen om beter te
begrijpen wat er gebeurt en hoe de onderdelen met elkaar samenhangen. Modellen zijn vaak visueel
en helpen bij het structureren van informatie.
Deze 2 vullen elkaar vaak aan: een model kan gebaseerd zijn op een theorie, en een theorie kan
verduidelijkt worden door een model.
Iatrogene schade: schade door een behandeling, dit kan met slechte of goede bedoelingen gebeuren.
Voorbeelden zijn: uithuisplaatsing, anti-pestprogramma’s, medicatie of een verkeerde behandeling
krijgen.
Verschillende soorten bias die onderzoekers kunnen hebben:
- Anchoring/ primacy effect: eigen oordeel wordt sterk beïnvloed door informatie dat als
eerste komt
- Excessive data collection: het verzamelen van veel meer en vaak overbodige gegevens
- Bevestigings bias: men zoekt naar informatie die eigen veronderstelling ondersteunt
- Affect bias: eigen oordeel wordt sterk beïnvloed door eigen opvattingen, gevoelens,
wereldbeeld en culturele visie
- Cirkel redeneringen: logische denkfouten of argumentatiefouten
- Beschikbaarheidsbias: redenering op basis van recente informatie of informatie waarover je
het meeste weet
*Evidence based practice (EBP): op basis van wetenschappelijk onderzoek een passende werkwijze
toepassen het onderzoek verantwoordt het gebruik van de werkwijze. 3 vragen moeten gesteld
worden hierbij:
- Welke goede wetenschappelijke basis is er?
- Wat past bij de cliënt?
- Welke klinische ervaring heb je zelf?
Orthopedagogen houden zich niet bezig met de oorzaak of schuld van de hulpvraag, maar
onderzoeken de behoeften van de betrokkenen. Dat kan gaan over de ontwikkelbehoeften van het
individu, de opvoedbehoeften van het gezin of de onderwijsdoelen. Er wordt dus eigenlijk nooit een
oorzaak vastgesteld, dit is ook lastig te onderzoeken. Er wordt wel gekeken naar: triggers, in stand
houdende factoren en verklarende factoren.
*Classificatie (label) is een naam voor een groep mensen met vergelijkbare kenmerken het is een
groepsnaam. Een diagnose is een beschrijving van het geheel aan kenmerken, triggers, in stand
houdende factoren, verklarende factoren, mogelijke oorzaken een diagnose is persoonlijk, er zijn
geen twee mensen met dezelfde diagnose.
, * = Docent heeft aangegeven dat hier waarschijnlijk een tentamenvraag over komt
Voordelen classificatie Nadelen classificatie
Maakt wetenschappelijk onderzoek en Kan iatrogene schade veroorzaken
communicatie tussen professionals mogelijk
Geeft herkenning: je bent niet de enige Stigma
Geeft klachten een naam: je kan het vertellen Moeilijk te veranderen
aan anderen
Maakt aansluiting bij een groep mogelijk (via bv. Groepsbeeld is niet altijd herkenbaar
vereniging, boeken/sites)
Geeft soms toegang tot bepaalde zorg Soms geen toegang tot bepaalde zorg
College 2 – Modellen van diagnostiek
Hieronder staan de verschillende fases van 2 belangrijke diagnostische modellen/ strategieën van
handelingsgerichte diagnostiek:
NVO richtlijnen (de Bruyn) Handelings Gerichte Diagnostiek (Pameijer)
Vraagstelling Intakefase
Probleemanalyse Strategiefase
Hypothesevorming
Toetsing van hypothesen Onderzoeksfase
Integratie en diagnostische conclusie Integratie
Interventieperspectief Adviesfase
Planning interventies
Uitvoering en bijstelling Evaluatie
Evaluatie
Reflectie Reflectie
Er bestaan meer dan 2 modellen, maar dit zijn de belangrijksten. De 2 modellen passen op elkaar
maar hebben andere termen voor eigenlijk dezelfde fasen.
De klinische cyclus is het proces vanaf de hulpvraag tot aan het einde van de behandeling. Dit proces
kan ook weer opnieuw starten tijdens een cyclus. Hiernaast is een besliskunde model van de klinische
cyclus (de Bruyn et al.) weergegeven. Dit wordt gebruikt om:
- alle denkstappen vast te leggen
- expliciet te maken welke theorieën zijn gebruikt over
het ontstaan van (afwijkend) gedrag
- hypotheses op een systematische manier te toetsen
- bias te verminderen en voorkomen
- resultaten transparant te maken en uit te wisselen
- verantwoording af te kunnen leggen
Een classificatie is een naam voor klachten en bijbehorende
kenmerken en GEEN verklaring voor gedrag.
Als men 1 hypothese gaat toetsen over bepaald gedrag is dit niet voldoende. Als juist alle hypotheses
worden onderzocht dan heeft men eigenlijk geen hypotheses.
Aanmelding en klachtanamnese
- Wie meldt aan? Ouders, arts, client zelf of school?
- Is iedereen het eens over de reden van aanmelding?
- Let op de juridische kaders: wie heeft gezag? Wie is bevoegd?