Leerdoelen staats en bestuursrecht
Week 1
Wat is in grote lijnen de totstandkomingsgeschiedenis van de democratische
rechtsstaat?
De rechtstaat heeft betrekking op de grenzen gesteld aan het optreden van de
overheid en is dus een element van de regulerende functie. De rechtstaat kan
worden afgezet tegen 2 andere begrippen:
Politiestaat: duidde in de 19e eeuw op een overheid die min of meer per geval,
afhankelijk van de omstandigheden naar eigen goeddunken optrad.
Totalitaire staat: in een totalitaire staat is er rechtens geen grens aan de
overheidsinterventie. De overheid mag zich dan met alles bemoeien.
Nederlandse rechtsstaat: vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid
Wat zijn de beginselen van de democratische rechtstaat en op welke wijze spelen
deze beginselen een rol?
6 basiselementen van de rechtstaat:
- Het legaliteitsbeginsel elk overheidsoptreden moet berusten op een
algemene, voor herhaaldelijk toepasbare regel, hetzij krachtens attributie,
hetzij krachtens delegatie vastgesteld.
- Het vereiste van een voorafgaande algemene regel ten aanzien van
burgers belastend overheidsoptreden
- Regelgeving en uitvoering dienen niet in een ambt gelegd te worden.
- Het democratieprincipe wetgeving komt tot stand door de kiezer, dan
wel de volksvertegenwoordiging
- Trias politica
- Klassieke grondrechten
De regering scheidt vier (5) basiselementen van de rechtstaat:
1. Het legaliteitsbeginsel beslissingen gebaseerd op een grondslag (beoogt
rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en vermeid overheidsbemoeienis)
2. De machtenscheiding trias politica (wetgevende macht, uitvoerende
macht, rechterlijke macht) Checks & balances machtsevenwicht
3. Onafhankelijke rechtspraak rechterlijke controle
4. Grondrechten
*Democratiebeginsel overheidsoptreden moet aanvaardbaar en legitiem
zijn
Wat zijn eenzijdig bindende overheidshandelingen, wat is de noodzaak hiervan en
waarom behoeve zij legitimatie?
,Overheid mag beslissingen maken ten opzichte van burgers. Deze beslissingen
zijn bindend. Deze hebben legitimatie doordat de bevoegdheid in de wet is
vastgesteld.
Wat zijn de bronnen van het staatsrecht en het bestuursrecht?
Staatsrecht grondwet, verdragen en statuut
Bestuursrecht AwB
Week 2
Wat zijn de ambten/organen van de Staat benoemen en hoe zijn deze te
onderscheiden?
Openbare lichamen:
- Rijk
- Provincie
- Waterschap
- Gemeente
Binnen de regering zijn de volgende ambten te onderscheiden, de
koning, de ministers, de staatsecretarissen, de ministerraad en de
minister-president.
De regering bestaat uit de koning en ministers, art. 42 lid 1 Gw. De
ministers zijn voor het handelen van de koning en henzelf verantwoording
verschuldigd aan de kamers der Staten-Generaal.
De ministerraad beraadslaagd en besluit over het regeringsbeleid. Ook
dragen zij zorg voor de eenheid van het regeringsbeleid. De ministers
samen vormen de ministerraad. De minister-president is voorzitter van
deze raad, art. 45 Gw.
In het Nederlandse staatsrecht kennen we 4 soorten ministers:
- De ‘gewone’ minister
- De minister zonder portefeuille een minister die geen leiding heeft
over een ministerie
- De gevolmachtigde minister dit is een gemachtigde minister van
de regering Aruba, Curaçao of Sint-Maarten, en deze is aan die
regering verantwoording verschuldigd.
- De minister van staat dit is een eretitel, hier zijn geen
bevoegdheden aan verbonden
, Staatssecretarissen zijn er om de minister te ontlasten. Een
staatssecretaris treedt op als de minister het nodig acht en is dan uitdien
hoofde verantwoordelijk, maar het onverminderd de verantwoordelijkheid
van de minister, art.46 GW.
3 functies van het staatsrecht:
Constituerend: scheppen van instellingen via wetsbepalingen
Attribuerend: toekennen van bevoegdheden:
Regulerend: grenzen stellen aan bevoegdheden en de uitoefening ervan
Het concept van machtenscheiding op hoofdlijnen beschrijven en
uitleggen, zowel de strikte invulling volgens Montesquieu als de
hedendaagse invulling in Nederland in de zin van checks and balances, in
het bijzonder in de verhouding tussen regering en parlement.
In de gedecentraliseerde eenheidsstaat hanteren we een zuivere
machtenscheiding gecorrigeerd of aangevuld met een stelsel van checks
& balances. In het principe van machtenscheiding worden functies
gescheiden en toebedeeld aan onderscheiden ambten. Het stelsel van
checks & balances voorkomt dat deze ambten geheel zelfstandig en
ongecontroleerd op hun terrein opperen.
Locke Montesquieu
Legislative power Puissance legislative
Executive power Puissance executrice
federative power De puissance de juger
Checks & balances, de drie ambten staan niet volledig los van elkaar in
de uitoefening van de overheidsfuncties, maar zij delen bevoegdheden en
controleren elkaar over en weer. De checks & balances zijn daarom ook
niet los te zien van de machtenspreiding van Montesquieu.
De drie kenmerken van de machtenscheiding:
- Drie afzonderlijke, gelijkwaardige en zelfstandige ambtencomplexen.
(Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende)
- De machtenscheiding is zowel organisatorisch als functioneel niet
absoluut. Bij wetgeving en bestuur is er sprake van gedeelde
bevoegdheden voor regering en Staten-Generaal. Rechtsspraak is
voorbehouden voor de rechter.
- Checks & balances
Week 1
Wat is in grote lijnen de totstandkomingsgeschiedenis van de democratische
rechtsstaat?
De rechtstaat heeft betrekking op de grenzen gesteld aan het optreden van de
overheid en is dus een element van de regulerende functie. De rechtstaat kan
worden afgezet tegen 2 andere begrippen:
Politiestaat: duidde in de 19e eeuw op een overheid die min of meer per geval,
afhankelijk van de omstandigheden naar eigen goeddunken optrad.
Totalitaire staat: in een totalitaire staat is er rechtens geen grens aan de
overheidsinterventie. De overheid mag zich dan met alles bemoeien.
Nederlandse rechtsstaat: vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid
Wat zijn de beginselen van de democratische rechtstaat en op welke wijze spelen
deze beginselen een rol?
6 basiselementen van de rechtstaat:
- Het legaliteitsbeginsel elk overheidsoptreden moet berusten op een
algemene, voor herhaaldelijk toepasbare regel, hetzij krachtens attributie,
hetzij krachtens delegatie vastgesteld.
- Het vereiste van een voorafgaande algemene regel ten aanzien van
burgers belastend overheidsoptreden
- Regelgeving en uitvoering dienen niet in een ambt gelegd te worden.
- Het democratieprincipe wetgeving komt tot stand door de kiezer, dan
wel de volksvertegenwoordiging
- Trias politica
- Klassieke grondrechten
De regering scheidt vier (5) basiselementen van de rechtstaat:
1. Het legaliteitsbeginsel beslissingen gebaseerd op een grondslag (beoogt
rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en vermeid overheidsbemoeienis)
2. De machtenscheiding trias politica (wetgevende macht, uitvoerende
macht, rechterlijke macht) Checks & balances machtsevenwicht
3. Onafhankelijke rechtspraak rechterlijke controle
4. Grondrechten
*Democratiebeginsel overheidsoptreden moet aanvaardbaar en legitiem
zijn
Wat zijn eenzijdig bindende overheidshandelingen, wat is de noodzaak hiervan en
waarom behoeve zij legitimatie?
,Overheid mag beslissingen maken ten opzichte van burgers. Deze beslissingen
zijn bindend. Deze hebben legitimatie doordat de bevoegdheid in de wet is
vastgesteld.
Wat zijn de bronnen van het staatsrecht en het bestuursrecht?
Staatsrecht grondwet, verdragen en statuut
Bestuursrecht AwB
Week 2
Wat zijn de ambten/organen van de Staat benoemen en hoe zijn deze te
onderscheiden?
Openbare lichamen:
- Rijk
- Provincie
- Waterschap
- Gemeente
Binnen de regering zijn de volgende ambten te onderscheiden, de
koning, de ministers, de staatsecretarissen, de ministerraad en de
minister-president.
De regering bestaat uit de koning en ministers, art. 42 lid 1 Gw. De
ministers zijn voor het handelen van de koning en henzelf verantwoording
verschuldigd aan de kamers der Staten-Generaal.
De ministerraad beraadslaagd en besluit over het regeringsbeleid. Ook
dragen zij zorg voor de eenheid van het regeringsbeleid. De ministers
samen vormen de ministerraad. De minister-president is voorzitter van
deze raad, art. 45 Gw.
In het Nederlandse staatsrecht kennen we 4 soorten ministers:
- De ‘gewone’ minister
- De minister zonder portefeuille een minister die geen leiding heeft
over een ministerie
- De gevolmachtigde minister dit is een gemachtigde minister van
de regering Aruba, Curaçao of Sint-Maarten, en deze is aan die
regering verantwoording verschuldigd.
- De minister van staat dit is een eretitel, hier zijn geen
bevoegdheden aan verbonden
, Staatssecretarissen zijn er om de minister te ontlasten. Een
staatssecretaris treedt op als de minister het nodig acht en is dan uitdien
hoofde verantwoordelijk, maar het onverminderd de verantwoordelijkheid
van de minister, art.46 GW.
3 functies van het staatsrecht:
Constituerend: scheppen van instellingen via wetsbepalingen
Attribuerend: toekennen van bevoegdheden:
Regulerend: grenzen stellen aan bevoegdheden en de uitoefening ervan
Het concept van machtenscheiding op hoofdlijnen beschrijven en
uitleggen, zowel de strikte invulling volgens Montesquieu als de
hedendaagse invulling in Nederland in de zin van checks and balances, in
het bijzonder in de verhouding tussen regering en parlement.
In de gedecentraliseerde eenheidsstaat hanteren we een zuivere
machtenscheiding gecorrigeerd of aangevuld met een stelsel van checks
& balances. In het principe van machtenscheiding worden functies
gescheiden en toebedeeld aan onderscheiden ambten. Het stelsel van
checks & balances voorkomt dat deze ambten geheel zelfstandig en
ongecontroleerd op hun terrein opperen.
Locke Montesquieu
Legislative power Puissance legislative
Executive power Puissance executrice
federative power De puissance de juger
Checks & balances, de drie ambten staan niet volledig los van elkaar in
de uitoefening van de overheidsfuncties, maar zij delen bevoegdheden en
controleren elkaar over en weer. De checks & balances zijn daarom ook
niet los te zien van de machtenspreiding van Montesquieu.
De drie kenmerken van de machtenscheiding:
- Drie afzonderlijke, gelijkwaardige en zelfstandige ambtencomplexen.
(Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende)
- De machtenscheiding is zowel organisatorisch als functioneel niet
absoluut. Bij wetgeving en bestuur is er sprake van gedeelde
bevoegdheden voor regering en Staten-Generaal. Rechtsspraak is
voorbehouden voor de rechter.
- Checks & balances