100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting literatuur erfrecht II

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
82
Geüpload op
18-03-2025
Geschreven in
2023/2024

Samenvatting van alle literatuur voor het vak erfrecht II












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
18 maart 2025
Aantal pagina's
82
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting erfrecht
Week 1

1. Erfrecht
Het erfrecht vormt het geheel van regels betreffende de vermogensrechtelijke aspecten van
het overlijden van een natuurlijk rechtssubject. De onvermijdelijke dood van een subject van
recht en verplichtingen vereist regels die een kader scheppen waarbinnen de
vermogensovergang kan worden geregeld bij een ordening bieden voor zover regeling door
het rechtssubject zelf achterwege is gebleven. De plaats van de overleden persoon wordt
vermogensrechtelijk ingenomen door zijn erfgenamen. Zij volgen onder algemene titel op in
de rechten en verplichtingen. Dat kan geschieden op grond van de wet of uiterste
wilsbeschikking.

1.1 De lotgevallen van Boek 4 BW
Het erfrecht waarvan op 1 januari 2003 afscheid werd genomen, is in overwegende mate
erfrecht zoals dat in 1838 in het burgerlijk wetboek is verschenen. De belangrijkste
wijzigingen konden in 1923 worden opgetekend. Op 12 augustus van dat jaar werd de
echtgenoot opgenomen in de eerste groep van versterferfgenamen en in dat opzicht
gelijkgesteld met een kind van de erflater. In 1923 werd verder aan de echtgenoot een recht
op de inboedel toegekend, tenzij hij erft tezamen met de nakomelingen die niet zijn eigen
nakomelingen zijn. Ten slotte kwam in deze periode de ouderlijke boedelverdeling op. Deze
figuur vorm de tot 2003 het instrument ter regeling van de verhouding tussen de
langstlevende echtgenoot en de kinderen. De langstlevende kreeg daarbij doorgaans de
gehele nalatenschap. De aan de kinderen bij een dergelijke testamentaire verdeling
toegedeelde vorderingen op de langstlevende echtgenoot werden ter voldoening aan een
natuurlijke verbintenis tot verzorging van die echtgenoot niet opeisbaar zijn gemaakt.

3. De voortrein- van Agt
De voortrein verschijnt in 1974 op het emplacement. Voor wat het langstlevende erfrecht
betreft, blijkt de lading onder leiding van ladingmeester minister van Agt, in vergelijking met
de in 1969 vastgestelde wettekst, geheel te zijn vernieuwd. De langstlevende wordt enig
versterferfgenaam en de kinderen krijgen een uitkeringsrecht bij versterf. De desbetreffende
vordering is zes maanden na het overlijden van de erflater opeisbaar. Voor zover nodig
wordt aan de langstlevende een som ineens ter voldoende verzorging toegekend. De
voortrein is niet ver gekomen. Het notariaat blokkeerde de rails met twee hoofdbezwaren:
a. De vordering van de kinderen zijn na zes maanden opeisbaar;
b. De hoogte van de som ineens ter voldoende verzorging is niet vast te stellen.

4. De invoeringswet; het vruchtgebruikvoorstel
Toekenning van het vruchtgebruik maakt deel uit van het versterferfrecht. Bij uiterste
wilsbeschikking kan de erflater van de wettelijke regeling afwijken. Het met het vruchtgebruik
beoogde doel zou dan in gevaar komen. Vandaar dat in afdeling 2 van titel 2a een rubriek
andere wettelijke rechten werd gecreëerd die onder andere voorziet in een aanspraak op
vruchtgebruik voor zover de echtgenoot daaraan voor zijn of haar verzorging behoefte heeft.

6. De legitieme portie
Ook de wenselijkheid van het bestaan van de legitieme portie was een vraagstuk bij het
maken van het nieuwe burgerlijk wetboek. In de rechtsliteratuur klonken de stemmen die
pleitten voor afschaffing van dit oeroude fenomeen almaar luider, onder meer met een
verwijzing naar de vrijheid van de mens met zijn, doorgaans zelf verdiende, vermogen te
doen en te laten wat hem goeddunkt.

7. Minister Sorgdrager
Op 27 april 1997 verschijnt de nota van wijziging waarin het nieuwe voorstel betreffende het
versterferfrecht van de langstlevende echtgenoot en de kinderen wordt gepresenteerd. In het

,gepresenteerde stelsel van de wettelijke veredeling staat het ongestoord voortleven van de
echtgenoot centraal.

8.1 Inleiding
Het overgangsrecht regelt de overgang van de oude naar de nieuwe wet voor op het
moment van invoering van de nieuwe wet bestaande rechtstoestanden. Het gaat met andere
woorden niet om hetgeen na de invoering van de wet ontstaat, maar om de werking van
nieuwe regels op bestaande rechtstoestanden, welke worden gevormd door netwerken van
rechtsposities en rechtsverhoudingen. In het erfrecht spelen bovendien twee factoren een
bijzondere rol, die in het overgangsrecht met betrekking tot het nieuwe erfrecht een extra
dimensie geven. In de eerste plaats het gegeven dat het nieuwe erfrecht op belangrijke
onderdelen fundamenteel verschilt van het oude erfrecht. In de tweede plaats vormt het
bijzondere karakter van uiterste wilsbeschikkingen een extra complicerende factor waarmee
rekening dient te worden gehouden. Uiterste wilsbeschikkingen zijn eenzijdige
rechtshandelingen die pas bij overlijden effect sorteren. Om die begrijpelijke redenen neemt
de wetgever in het erfrechtelijke overgangsrecht op belangrijke onderdelen een ander
uitgangspunt dan de hoofdregel in het overgangsrecht. De uit de uiterste wil van de erflater
blijkende uiterste wilsbeschikking dient zoveel mogelijk te worden geëerbiedigd en te worden
geïnterpreteerd vanuit de context van het oude recht. Dat heeft onder meer tot gevolg dat, in
die gevallen waarin in een uiterste wilsbeschikking gebruik is gemaakt van rechtsfiguren die
het oude recht wel, maar het nieuwe recht niet meer kent, deze rechtsfiguren via het
overgangsrecht nog tot in de lengte van de jaren een rol blijven spelen.

8.2 De overgangswet
De bepalingen van de overgangswet kunnen inhoudelijk worden onderscheiden in twee
groepen, namelijk:
1. Bepalingen die aangeven welk op een bepaald geval van toepassing is;
2. Regels die aangeven welke bijzondere overbruggingsregels op bepaalde gevallen van
toepassing zijn.

8.3 Algemene beginselen van het overgangsrecht
Een belangrijk uitgangspunt is de keuze die de wetgever bij het ontwerp van het
overgangsrecht heeft gemaakt voor de hoofdregel van de onmiddellijke werking. In het
overgangsrecht bestaan ruwweg de volgende uitgangspunten:
- Terugwerkende kracht;
- Onmiddellijke werking;
- Uitgestelde werking;
- Eerbiedigende werking.
Nu de wetgever in art. 68a Overgangswet voor het vermogensrecht het beginsel van
onmiddellijke werking voorop heeft gesteld, zulks in dat deze regel in alle gevallen als eerste
in ogenschouw dient te worden genomen bij het oplossen van overgangsrechtelijke kwesties.
Een volgend uitgangspunt is dat het overgangsrecht bestaande goederenrechtelijke
rechtsposities in beginsel eerbiedigt. Dit is het beginsel van eerbiediging van verkregen
rechten, aan bestaande vermogensrechten wordt niet getornd. Art. 69 Overgangswet bepaalt
dat wanneer de wet van toepassing wordt, dat niet tot gevolg heeft dat:
a. Iemand het vermogensrecht verliest dat hij onder het tevoren geldende recht had
verkregen;
b. Een schuld op een ander overgaat;
c. Het bedrag van een vordering wordt gewijzigd;
d. Een vorderingsrecht ontstaat, indien alle feiten die de wet daarvoor vereist, reeds
voordien waren voltooid;
e. Een goed met een beperkt recht wordt belast.
Voor het overgangsrecht met betrekking tot het erfrecht dient men zich bovendien steeds te
realiseren dat dit twee situaties regels, namelijk:
- De nalatenschap is voor het in werking treden van de wet opengevallen;

, - De nalatenschap is na het in werking treden van de wet opengevallen.
In het eerste geval zal de regel van art. 69 Overgangswet van belang zijn, nu het openvallen
van de nalatenschap onmiddellijk resulteert in het verkrijgen van vermogensrechten door
erfgenamen of legatarissen. In het laatste geval kan deze bepaling geen rol spelen.
Tussen art. 68a Overgangswet en 69 Overgangswet anderzijds bestaat een terminologisch
verschil dat ook elders in de overgangswet voorkomt. Art. 68a Overgangswet heeft het over
in werking treden van de wet, terwijl art. 69 Overgangswet het heeft over van toepassing
worden. Het van toepassing worden is een ruimer begrip dat bij onmiddellijke werking
samenvalt met het tijdstip van inwerkingtreding, maar bij uitgestelde werking en
terugwerkende kracht een daarvan afwijking tijdstip aangeeft. Mogelijk is dat tijdens een
erfrechtelijke procedure de wet in werking treeft. Voor zo’n situatie geldt art. 74
Overgangswet:
- Lid 1  in beginsel geen processuele gevolgen voor lopende procedures;
- Lid 2  de rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve partijen een termijn
stellen waarbinnen zij hun stellingen en conclusies, gelet op de invoering van het
nieuwe erfrecht en het daarbij behorende overgangsrecht, kunnen aanpassen;
- Lid 3  als een geding in hoogst feitelijke instantie in staat van wijzen verkeert op het
tijdstip van in werking treden van de wet, blijft het oude recht van toepassing, tenzij
de rechter de voortzetting van het geding beveelt;
- Lid 4  op zaken die in cassatie aanhangig zijn en waarvan de bestreden uitspraak
onder het oude recht is gewezen, blijft het oude recht van toepassing, ook in geval
van verwijzing naar een gerecht door de Hoge Raad, tenzij de zaak door het recht in
haar geheel opnieuw moet worden bekeken.

8.4 Het overgangsrecht en (ver)nietig(bar)e rechtshandelingen
Overgangsrechtelijke problemen betreffende nietige en vernietigbare rechtshandelingen
spelen met name met betrekking tot uiterste wilsbeschikkingen. Voor de uiterste
wilsbeschikking als belangrijkste voorbeeld van erfrechtelijke rechtshandelingen spelen twee
situaties, namelijk:
- De nalatenschap is voor het in werking treden van de wet opengevallen;
- De nalatenschap is na het in werking treden van de wet opengevallen.
In het laatste geval spelen overgangsrechtelijke kwesties alleen als de uiterste
wilsbeschikking voor het tijdstip van het in werking treden is gemaakt.
Centraal staat art. 79-81 Overgangswet. Deze bepalingen zijn rechtstreeks van toepassing
ingeval een nalatenschap is opengevallen voor het in werking treden van de wet. Voor het
geval dat een nalatenschap na het in werking treden van de wet is opengevallen, is de
bijzondere erfrechtelijke overgangsbepaling art. 127 Overgangswet van toepassing.
Het nieuwe recht is van toepassing, maar wat geldig was, blijft geldig. Ingeval de
nalatenschap voor het in werking treden is opengevallen, geldt dat conversie van een nietige
in een geldige of vernietigbare rechtshandeling alleen plaatsvindt, als alle onmiddellijke
belanghebbenden die zich op de nietigheid hadden kunnen beroepen, de handelingen
voordien als geldig aangemerkt.
Art. 79-81 Overgangswet kunnen rechtstreeks op voor het in werking treden van de wet
opengevallen nalatenschappen worden toegepast, aangezien deze bepalingen zijn
toegesneden op rechtshandelingen die reeds zijn verricht bij de invoering van de wet. De
strekking van art. 79-91 Overgangswet keert in feite in art. 127 Overgangswet terug voor de
situatie dat de nalatenschap na het in werking treden van de wet openvalt.

8.5 Het oplossen van overgangsrechtelijke problemen
Bij het oplossen van overgangsrechtelijke problemen kan men de volgende stappen
doorlopen:
1. Is er sprake van een overgangsrechtelijk probleem?
 Wanneer is de uiterste wil gemaakt?
 Wanneer is de nalatenschap opengevallen?
 Wanneer is de wet in werking getreden of van toepassing geworden?

,  Wijkt het nieuwe erfrecht af van het oude?
2. Welke bepalingen van de nieuwe wet komen in aanmerking?
3. Hoofdregel  onmiddellijke werking (art. 68a Overgangswet);
4. Algemene uitzonderingen:
 Verkregen vermogensrechten worden geëerbiedigd (art. 69 Overgangswet);
 De geldigheid van rechtshandelingen wordt geëerbiedigd;
Conversie van vernietigbaar of nietig naar oud recht in geldig, vernietigbaar of
nietig naar nieuw recht kan plaatsvinden (art. 79-81 overgangswet en 127
Overgangswet);
 Uitgestelde werking verval- en verjaringstermijn (ar7. 72-73a Overgangswet);
 Bijzondere regeling lopende procedures (art. 74 Overgangswet).
5. Kijk of voor de toepasselijke bepalingen uit de nieuwe wet bijzondere bepalingen in
titel 5 van de overgangswet zijn opgenomen.
6. In geval van onbillijk eindresultaat kan de redelijkheid en billijkheidstoets van art. 75
Overgangswet NBW wellicht toepassing vinden.

7.4.1 Algemeen
Van uitleg dient men te onderscheiden het aanvullen van uiterste wilsbeschikkingen.
Aanvulling komt pas aan de orde als uitleg niet geleid heeft tot een uitvoerbare beschikking,
waarover in het algemeen art. 4:47 BW. Van uitleg waar het testeermoment het ijkpunt is
voor de vaststelling van hetgeen de erflater gewild heeft, dient bovendien te onderscheiden
te worden de dwaling in de beweegreden (art. 4:43 lid 2 BW) en de derogerende werking van
de redelijkheid en billijkheid op het aanvankelijk gewilde resultaat.

7.4.2 Uitleg
Wanneer de bewoordingen, mede in het licht van de verhoudingen die de uiterste wil
kennelijk wenst te regelen en de omstandigheden waaronder de uiterste wilsbeschikking is
gemaakt duidelijk zijn, is er niets uit te leggen. Zijn de woorden evenwel onduidelijk, waarbij
met onduidelijkheid niet slechts wordt gedoeld op grammaticale onduidelijkheid, maar op
onduidelijkheid gelet op de setting waarin getesteerd werd, dan is uitleg toegestaan. Om vast
te stellen of de beschikking en de setting waarin al dan niet tot oordeel duidelijk leiden is
vaststelling van de bedoeling van de erflater steeds aan de orde. De te regelen
verhoudingen en de omstandigheden waaronder hoeven niet uit het testament te blijken.
Voor zover aan het maken van de uiterste wilsbeschikking voorafgegane feiten en
gebeurtenissen voor de uitlegging van de uiterste wil van belang kunnen zijn, bepalen zij de
omstandigheden waaronder de erflater zijn uiterste wil heeft gemaakt. Daden of verklaringen
van de erflater die niet in het testament zelf zijn vervat, mogen alleen gebruikt worden voor
het uitleggen, als de uiterste wilsbeschikking geen duidelijke zin heeft zonder die daden of
verklaringen (art. 4:46 lid 2 BW). Op grond van art. 4:46 lid 2 BW mogen niet alleen
anterieure daden en verklaringen, maar ook posterieure daden en verklaringen, die hem bij
het testeren hebben geleid, dienen ter opsporing van de bedoelingen.

7.4.3 Vergissing in persoon of goed
Als een erflater zich klaarblijkelijk vergist in de aanduiding van een persoon of goed, dan
wordt de beschikking uitgevoerd vorm de bedoeling van de erflater. De werkelijke bedoeling
dient dan evenwel ondubbelzinnig te kunnen worden vastgesteld met behulp van de uiterste
wil alsmede met andere gegevens (art. 4:46 lid 3 BW). Ondanks het feit dat de beschikking
een duidelijke zin heeft, mogen in dit geval toch andere gegevens, worden gebruikt bij het
beantwoorden van de vraag wie de erflater heeft willen bevoordelen of met wat de erflater
iemand heeft willen bevoordelen.

7.4.4. Aanvulling
Is de uitvoering van een beschikking blijvend onmogelijk, anders dan als gevolg van een na
het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheid, dan vervalt de beschikking. Er treedt
geen alternatieve regeling voor in de plaats. Dit in verband met de rechtszekerheid. Dit is
€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
rins84 Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
21
Lid sinds
10 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
41
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen