SAMENVATTING
GRONSLAGEN VAN
RECHT LEERJAAR 1
Door Rosa van de Moosdijk
1 OKTOBER 2019
,Samenvatting week 1
Hoofdlijnen
Hoofdstuk 1
Functies van rechtsregels
- Verschaffen ons informatie: we kunnen te weten komen welke rechten en plichten we
zelf hebben en welke rechten en plichten anderen hebben.
- We weten op grond daarvan hoe we ons behoren te gedragen en wat we mogen
verwachten van anderen
- De simpele voorvallen illustreren ons hoe ons leven bepaald en gestuurd wordt door
rechtsregels
Andere sociale regels dan rechtsregels:
- Algemeen aanvaarde regels
- Groepsregels: bepalen hoe leden zich moeten gedragen om bij de groep te horen
- Morele regels: bevatten normen en waarden die betrekking hebben op fundamentele
levensvragen, bijv. abortus deze opvattingen vloeien voort uit verschillende
levensbeschouwingen
- Regels van beroepsethiek: geven aan hoe het beroep op een juiste en zorgvuldige
wijze uitgeoefend moet worden, bijv. beroepsgeheim
Overlapping: een rechtsregel verbiedt ook wat sociaal onaanvaardbaar wordt
gevonden
Strijd: wettelijke regels die euthanasie en abortus toestaan, zijn in strijd met de
morele opvattingen van sommige godsdiensten
Functies van het rechtssysteem:
- Het scheppen van sociale orde = het handelen ten opzichte van elkaar
- Het bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting
- Het garanderen van individuele ontplooiing en autonomie van burgers
- Het bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse
goederen in de samenleving
- Het kanaliseren van sociale veranderingen
Functies van staatsorganen:
- Wetgeving: het vaststellen van algemene regels
- Bestuur: de overheid stelt overheidsorganen in die regels uitvoeren, toepassen of op
de naleving ervan toezien(= handhaving van regels)
- Rechtspraak: de rechter is hierbij het orgaan en oordeelt of de overtreding van
rechtsregels daadwerkelijk heeft plaatsgevonden
1
,Soorten rechtsregels:
- Gedragsnormen:
rechtsregels die gedragingen, gebieden, verbieden of toestaan
vooral in strafrecht
- Sanctienormen:
rechtsregels die aangeven wat degene die zich niet aan een gedragsnorm houdt
te wachten staat
bijvoorbeeld straf of bestuursdwang (bijv. het wegslepen van een auto)
- Bevoegdheidsverlenende normen
geven staatsorganen een bepaalde macht om bijv. rechten en plichten vast te
stellen of het verrichten van bepaalde handelingen
Verschillende kenmerken van recht:
- Positief:
het recht is in een bepaalde gemeenschap door mensen vastgesteld of erkend
onderscheid zich van ideaal recht: het recht dat men wenst en nastrevenswaardig
vindt
- Gelding:
positieve rechtsregels hebben doorgaans gelding of zijn verbindend = een
rechtsregels heeft op een bepaalde plaats en tijd voor een bepaalde groep personen
aanspraak op gehoorzaamheid
- Effectiviteit:
recht dat in het algemeen daadwerkelijk gehoorzaamd wordt dan wel daadwerkelijk
toegepast of gehandhaafd wordt
niet alle positieve rechtsregels zijn effectief: bijv. gedoogbeleid bij wiet
soms kan het zo zijn dat hierdoor rechtsregels worden afgeschaft of dat de
overheid dit ziet als een reden voor striktere controle en handhaving bijv. milieu
Twee betekenissen van recht:
1. Objectief recht:
het geheel van rechtsregels
‘Law’
2. Subjectief recht:
de betekenis van een bevoegdheid of aanspraak
‘right’
betekent een mogen of een aanspraak = positieve kant
anderen moeten mijn subjectieve recht respecteren van mijn auto afblijven =
negatieve kant
we hebben hierdoor rechten en plichten
2
, Hoofdstuk 2
Rechtsgebieden:
- Publiekrecht: juridische verhouding tussen overheidsorganen onderling en tussen
overheidsorganen en burgers
staats- en bestuursrecht
strafrecht
Overheid treedt op ter behartiging van het algemeen belang
De burger is onder geschikt aan de overheid
Bij strafrecht kan alleen het OM een strafvervolging instellen
- Privaatrecht: juridische verhouding tussen burgers onderling
Betrokkenen gebruiken dit recht om hun eigen belang te behartigen
Betrokken zijn nevengeschikt: ze gaan op gelijke voet met elkaar om en zijn van
gelijke rang
Het initiatief tot inschakeling van de rechter ligt bij de partijen zelf
Staatsrecht
- Bepaalt de inrichting en opbouw van onze staat
- De belangrijkste staatrechtelijke regelingen zijn het Statuut en de Grondwet
- Klassieke grondrechten: rechten die de burger een sfeer garanderen waarbinnen de
overheid niet zonder overtuigende en wettelijk omschreven rechtvaardiging kan en
mag optreden vrijheden
bijv. vrijheid van meningsuiting
- Sociale grondrechten: grondrechten die geen staatsonthouding eisen, maar juist van
de overheid vragen om op te treden
bijv. recht op gezondheidszorg
Bestuursrecht
- Bevat rechtsregels voor overheidsorganen die belast zijn met de uitvoering en de
handhaving van rechtsregels
bijv. belastingdienst
- Algemene wet bestuursrecht geeft de hoofdstructuur van het bestuursrecht en het
bestuursprocesrecht weer
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: schrijven voor met welke factoren de
overheid rekening moet houden al ze een besluit neemt dat een burger raakt
bijv. zorgvuldigheidsbeginsel
Strafrecht
- Rechtsrels die de feiten die strafbaar zijn gesteld en de straf die kan worden
opgelegd aangeven
- Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel
3
GRONSLAGEN VAN
RECHT LEERJAAR 1
Door Rosa van de Moosdijk
1 OKTOBER 2019
,Samenvatting week 1
Hoofdlijnen
Hoofdstuk 1
Functies van rechtsregels
- Verschaffen ons informatie: we kunnen te weten komen welke rechten en plichten we
zelf hebben en welke rechten en plichten anderen hebben.
- We weten op grond daarvan hoe we ons behoren te gedragen en wat we mogen
verwachten van anderen
- De simpele voorvallen illustreren ons hoe ons leven bepaald en gestuurd wordt door
rechtsregels
Andere sociale regels dan rechtsregels:
- Algemeen aanvaarde regels
- Groepsregels: bepalen hoe leden zich moeten gedragen om bij de groep te horen
- Morele regels: bevatten normen en waarden die betrekking hebben op fundamentele
levensvragen, bijv. abortus deze opvattingen vloeien voort uit verschillende
levensbeschouwingen
- Regels van beroepsethiek: geven aan hoe het beroep op een juiste en zorgvuldige
wijze uitgeoefend moet worden, bijv. beroepsgeheim
Overlapping: een rechtsregel verbiedt ook wat sociaal onaanvaardbaar wordt
gevonden
Strijd: wettelijke regels die euthanasie en abortus toestaan, zijn in strijd met de
morele opvattingen van sommige godsdiensten
Functies van het rechtssysteem:
- Het scheppen van sociale orde = het handelen ten opzichte van elkaar
- Het bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting
- Het garanderen van individuele ontplooiing en autonomie van burgers
- Het bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse
goederen in de samenleving
- Het kanaliseren van sociale veranderingen
Functies van staatsorganen:
- Wetgeving: het vaststellen van algemene regels
- Bestuur: de overheid stelt overheidsorganen in die regels uitvoeren, toepassen of op
de naleving ervan toezien(= handhaving van regels)
- Rechtspraak: de rechter is hierbij het orgaan en oordeelt of de overtreding van
rechtsregels daadwerkelijk heeft plaatsgevonden
1
,Soorten rechtsregels:
- Gedragsnormen:
rechtsregels die gedragingen, gebieden, verbieden of toestaan
vooral in strafrecht
- Sanctienormen:
rechtsregels die aangeven wat degene die zich niet aan een gedragsnorm houdt
te wachten staat
bijvoorbeeld straf of bestuursdwang (bijv. het wegslepen van een auto)
- Bevoegdheidsverlenende normen
geven staatsorganen een bepaalde macht om bijv. rechten en plichten vast te
stellen of het verrichten van bepaalde handelingen
Verschillende kenmerken van recht:
- Positief:
het recht is in een bepaalde gemeenschap door mensen vastgesteld of erkend
onderscheid zich van ideaal recht: het recht dat men wenst en nastrevenswaardig
vindt
- Gelding:
positieve rechtsregels hebben doorgaans gelding of zijn verbindend = een
rechtsregels heeft op een bepaalde plaats en tijd voor een bepaalde groep personen
aanspraak op gehoorzaamheid
- Effectiviteit:
recht dat in het algemeen daadwerkelijk gehoorzaamd wordt dan wel daadwerkelijk
toegepast of gehandhaafd wordt
niet alle positieve rechtsregels zijn effectief: bijv. gedoogbeleid bij wiet
soms kan het zo zijn dat hierdoor rechtsregels worden afgeschaft of dat de
overheid dit ziet als een reden voor striktere controle en handhaving bijv. milieu
Twee betekenissen van recht:
1. Objectief recht:
het geheel van rechtsregels
‘Law’
2. Subjectief recht:
de betekenis van een bevoegdheid of aanspraak
‘right’
betekent een mogen of een aanspraak = positieve kant
anderen moeten mijn subjectieve recht respecteren van mijn auto afblijven =
negatieve kant
we hebben hierdoor rechten en plichten
2
, Hoofdstuk 2
Rechtsgebieden:
- Publiekrecht: juridische verhouding tussen overheidsorganen onderling en tussen
overheidsorganen en burgers
staats- en bestuursrecht
strafrecht
Overheid treedt op ter behartiging van het algemeen belang
De burger is onder geschikt aan de overheid
Bij strafrecht kan alleen het OM een strafvervolging instellen
- Privaatrecht: juridische verhouding tussen burgers onderling
Betrokkenen gebruiken dit recht om hun eigen belang te behartigen
Betrokken zijn nevengeschikt: ze gaan op gelijke voet met elkaar om en zijn van
gelijke rang
Het initiatief tot inschakeling van de rechter ligt bij de partijen zelf
Staatsrecht
- Bepaalt de inrichting en opbouw van onze staat
- De belangrijkste staatrechtelijke regelingen zijn het Statuut en de Grondwet
- Klassieke grondrechten: rechten die de burger een sfeer garanderen waarbinnen de
overheid niet zonder overtuigende en wettelijk omschreven rechtvaardiging kan en
mag optreden vrijheden
bijv. vrijheid van meningsuiting
- Sociale grondrechten: grondrechten die geen staatsonthouding eisen, maar juist van
de overheid vragen om op te treden
bijv. recht op gezondheidszorg
Bestuursrecht
- Bevat rechtsregels voor overheidsorganen die belast zijn met de uitvoering en de
handhaving van rechtsregels
bijv. belastingdienst
- Algemene wet bestuursrecht geeft de hoofdstructuur van het bestuursrecht en het
bestuursprocesrecht weer
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: schrijven voor met welke factoren de
overheid rekening moet houden al ze een besluit neemt dat een burger raakt
bijv. zorgvuldigheidsbeginsel
Strafrecht
- Rechtsrels die de feiten die strafbaar zijn gesteld en de straf die kan worden
opgelegd aangeven
- Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel
3