Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
Hoorcollege 1
Wat is sociologie?
De studie van het menselijke, sociale leven, van menselijke groepen en maatschappijen
o Hoe mensen met elkaar leven; je bent afhankelijk van mensen om je heen
o Hechtingstheorie/sociale leertheorie: leren door observatie en imitatie
Sociologie bestudeert welke processen plaatsvinden in een sociale omgeving
Sociale omgeving invloed op gedrag mensen
Gedrag mensen invloed op sociale omgeving
Bij sociale groepen horen verwachtingen
o Ongelijkheden tussen groepen (klassen, geslacht, SES)
Wat gebeurt en binnen en tussen groepen?
Micro en macro processen
Micro processen = gedrag van individuen
Macro processen = sociale processen in (grote) groepen, instituties en systemen
Definitie van sociologie
‘jonge’ wetenschap
Breed vakgebied
Uiteenlopende aanpak
Niet onderscheidend genoeg
Wetenschappers hebben niet 1 definitie
‘De wetenschap van het samenleven’
Een centraal uitgangspunt: ‘alles is contingent, maar daarmee niet arbitrair’
Wat is onderwijssociologie?
De samenhang tussen onderwijsuitkomsten en sociale groepen (klasse, etniciteit, sekse)
Structuur van het onderwijs en kansengelijkheid
Schooluitval
Veiligheid op school (discriminatie, pesten)
Het curriculum
Een vraagstuk: “hoe hangen onderwijsprestaties van kinderen samen met hun etniciteit?”
Door de verlichting werd samenleving meer open: van standen- naar klassenmaatschappij
Meritocratie = Volgens het meritocratisch ideaal zijn verschillen tussen mensen wat betreft hun
maatschappelijke positie, inkomen en sociaal netwerk gerechtvaardigd zolang iedereen, ongeacht
afkomst, dezelfde kansen krijgt om zijn of haar individuele capaciteiten te ontwikkelen.
Modernisering (industrialisatie en verdwijning standenmaatschappij)
Toenemende behoefte aan kennis over de samenleving
Nieuwe maatschappelijke verschijnselen, maar ook problemen
o Urbanisatie (= verstedelijking)
,Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
o Arbeidsdifferentiatie
o Toename productiviteit
o Toename welvaart
o Secularisering (= ontkerkelijking)
o Maar ook: kinderarbeid en nieuwe ongelijkheid
Belangrijke sociologische vragen
‘Hoe kunnen we voorkomen dat grote veranderingen in de samenleving voor chaos zorgen?’
“Alles is contingent, maar daarmee niet arbitrair”
Contingent: ‘Er zijn denkbare alternatieven’ (het had ook anders kunnen zijn dan dat het nu is)
Niet arbitrair: ‘Hoe onze samenleving er uitziet, is niet toevallig’
o Voorbeeld: het hoger onderwijs
Doel van de sociologie:
Onderzoeken hoe mensen samenleven en hoe het komt dat ze juist zo samenleven
Het vraagstuk van de niet arbitraire contingentie
Het vraagstuk van de sociale orde
Het vraagstuk van de niet-arbitraire contingentie
Welke eigenschappen van een samenleving zijn niet willekeurig? En wat ligt daaraan ten
grondslag?
Organisatie van de samenleving is niet vanzelfsprekend
“Legitimerende derden” (bronnen van non-contingentie)
o De natuur
Indeling maatschappij is gebaseerd op fysieke prestaties van mensen
o De geschiedenis
Door je geschiedenis kun je niet alles zomaar willekeurig indelen
o De samenhang
Het idee dat verschillende onderdelen van de samenleving met elkaar verbonden zijn
en afhankelijk van elkaar zijn
Economische ontwikkeling heeft gevolgen voor gezinssamenstelling
Van grote naar kleine gezinnen
Het vraagstuk van de sociale orde
Hoe kan het dat men de sociale orde accepteert?
Sociale orde
o Geheel van machtsverhoudingen, wetten, regels, gewoonten en instituties
o Voorspelbaarheid en leefbaarheid
Allemaal aan dezelfde kant van de weg rijden
Organisatie van de samenleving is niet vanzelfsprekend
Auguste Comte (1798 – 1857)
Naamgever ‘sociologie’
“Sociale orde door wetenschap”
o Waarneembare feiten als kennisbasis (empirie)
o Sociale wetmatigheden
,Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
o Theorieën toetsen aan de werkelijkheid
Filosofische stroming: positivisme
Jürgen Habermas (1929 – heden)
“Sociale orde door de rede (communicatie)”
o Wetenschap verrijkt kennis, geeft geen richting
o Door communicatie kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: verlichting
Niklas Luhmann (1927 – 1998)
“Sociale orde door het arbitraire te aanvaarden”
o Meerderheidsregels en wetten noodzakelijk
o Door geloof in een bestaande orde (bijv. godsdienst) kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: tegen-verlichting
Taken van een socioloog
Begrijpen van de samenleving en eventueel veranderen
o Kennis verzamelen (empirisch-analytische taak)
o Bestaande visies in twijfel trekken (kritische taak)
o De belevingswereld van mensen begrijpen (praktische taak)
Claude Javeau
sociologie van het
dagelijkse leven: gedrag
niet beschreven in
termen van
theorieën die dan
getoetst moeten worden,
maar in terminologie en
, Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
voorstellingswijzen die
mensen
zelf gebruiken
Claude Javeau => sociologie van het dagelijks leven: gedrag niet beschreven in termen van theorieën
die dan getoetst moeten worden, maar in terminologie en voorstellingswijzen die mensen zelf
gebruiken.
Samenvatting
Sociologie is ‘de wetenschap van de samenleving’, er is geen consensus over de definitie
Sociologie is ontstaan als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen (modernisering)
Samenlevingen kunnen allerlei verschillende vormen hebben, maar hoe een samenleving is
vormgegeven, is niet willekeurig
Twee centrale vraagstukken
o Welke eigenschappen van een samenleving zijn niet willekeurig? (legitimerende derden)
o Hoe kan het dat men sociale orde accepteert? (Comte, Habermas en Luhmann)
Een socioloog heeft een empirisch-analytische, kritische en praktische taak
Werkcollege 1
Huiswerkopdracht:
Een belangrijke les is: ‘Alles is contingent maar daarom nog niet arbitrair’. (Elch H1)
Kies een maatschappelijk vraagstuk (dus een verschijnsel op macro/meso niveau) als
voorbeeld van deze les en laat zien hoe uit dit voorbeeld de niet-arbitraire contingentie
blijkt.
o Het verschijnsel is op mesoniveau, namelijk de verschillende scholen, als in Christelijke
en openbare scholen. Men heeft in 1857 besloten dat er scholen met de bijbel
opgericht mochten worden. Dit besluit is genomen na een lange strijd van bijna 10 jaar
van gelovigen vs. niet-gelovigen. De gelovigen wilden graag dat hun kinderen onderwijs
zouden krijgen in een gelovige omgeving zodat hun kinderen dezelfde normen en
waarden van hun ouders ook mee zouden krijgen vanuit het onderwijs. Het niet-
arbitraire van dit verschijnsel is dan ook het besluit dat scholen met de bijbel opgericht
mochten worden. Er had ook zomaar besloten kunnen worden dat de scholen met de
bijbel niet opgericht zouden mogen worden en dan was het heel anders gelopen. Maar
dit besluit is genomen op basis van veel discussie en goede overweging. Het
contingente deel van dit verschijnsel is dan ook dat het besluit zomaar de andere kant
op had kunnen vallen.
Waarin verschillen de posities van Luhmann en Habermas ten aanzien van het arbitraire?
Hoorcollege 1
Wat is sociologie?
De studie van het menselijke, sociale leven, van menselijke groepen en maatschappijen
o Hoe mensen met elkaar leven; je bent afhankelijk van mensen om je heen
o Hechtingstheorie/sociale leertheorie: leren door observatie en imitatie
Sociologie bestudeert welke processen plaatsvinden in een sociale omgeving
Sociale omgeving invloed op gedrag mensen
Gedrag mensen invloed op sociale omgeving
Bij sociale groepen horen verwachtingen
o Ongelijkheden tussen groepen (klassen, geslacht, SES)
Wat gebeurt en binnen en tussen groepen?
Micro en macro processen
Micro processen = gedrag van individuen
Macro processen = sociale processen in (grote) groepen, instituties en systemen
Definitie van sociologie
‘jonge’ wetenschap
Breed vakgebied
Uiteenlopende aanpak
Niet onderscheidend genoeg
Wetenschappers hebben niet 1 definitie
‘De wetenschap van het samenleven’
Een centraal uitgangspunt: ‘alles is contingent, maar daarmee niet arbitrair’
Wat is onderwijssociologie?
De samenhang tussen onderwijsuitkomsten en sociale groepen (klasse, etniciteit, sekse)
Structuur van het onderwijs en kansengelijkheid
Schooluitval
Veiligheid op school (discriminatie, pesten)
Het curriculum
Een vraagstuk: “hoe hangen onderwijsprestaties van kinderen samen met hun etniciteit?”
Door de verlichting werd samenleving meer open: van standen- naar klassenmaatschappij
Meritocratie = Volgens het meritocratisch ideaal zijn verschillen tussen mensen wat betreft hun
maatschappelijke positie, inkomen en sociaal netwerk gerechtvaardigd zolang iedereen, ongeacht
afkomst, dezelfde kansen krijgt om zijn of haar individuele capaciteiten te ontwikkelen.
Modernisering (industrialisatie en verdwijning standenmaatschappij)
Toenemende behoefte aan kennis over de samenleving
Nieuwe maatschappelijke verschijnselen, maar ook problemen
o Urbanisatie (= verstedelijking)
,Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
o Arbeidsdifferentiatie
o Toename productiviteit
o Toename welvaart
o Secularisering (= ontkerkelijking)
o Maar ook: kinderarbeid en nieuwe ongelijkheid
Belangrijke sociologische vragen
‘Hoe kunnen we voorkomen dat grote veranderingen in de samenleving voor chaos zorgen?’
“Alles is contingent, maar daarmee niet arbitrair”
Contingent: ‘Er zijn denkbare alternatieven’ (het had ook anders kunnen zijn dan dat het nu is)
Niet arbitrair: ‘Hoe onze samenleving er uitziet, is niet toevallig’
o Voorbeeld: het hoger onderwijs
Doel van de sociologie:
Onderzoeken hoe mensen samenleven en hoe het komt dat ze juist zo samenleven
Het vraagstuk van de niet arbitraire contingentie
Het vraagstuk van de sociale orde
Het vraagstuk van de niet-arbitraire contingentie
Welke eigenschappen van een samenleving zijn niet willekeurig? En wat ligt daaraan ten
grondslag?
Organisatie van de samenleving is niet vanzelfsprekend
“Legitimerende derden” (bronnen van non-contingentie)
o De natuur
Indeling maatschappij is gebaseerd op fysieke prestaties van mensen
o De geschiedenis
Door je geschiedenis kun je niet alles zomaar willekeurig indelen
o De samenhang
Het idee dat verschillende onderdelen van de samenleving met elkaar verbonden zijn
en afhankelijk van elkaar zijn
Economische ontwikkeling heeft gevolgen voor gezinssamenstelling
Van grote naar kleine gezinnen
Het vraagstuk van de sociale orde
Hoe kan het dat men de sociale orde accepteert?
Sociale orde
o Geheel van machtsverhoudingen, wetten, regels, gewoonten en instituties
o Voorspelbaarheid en leefbaarheid
Allemaal aan dezelfde kant van de weg rijden
Organisatie van de samenleving is niet vanzelfsprekend
Auguste Comte (1798 – 1857)
Naamgever ‘sociologie’
“Sociale orde door wetenschap”
o Waarneembare feiten als kennisbasis (empirie)
o Sociale wetmatigheden
,Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
o Theorieën toetsen aan de werkelijkheid
Filosofische stroming: positivisme
Jürgen Habermas (1929 – heden)
“Sociale orde door de rede (communicatie)”
o Wetenschap verrijkt kennis, geeft geen richting
o Door communicatie kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: verlichting
Niklas Luhmann (1927 – 1998)
“Sociale orde door het arbitraire te aanvaarden”
o Meerderheidsregels en wetten noodzakelijk
o Door geloof in een bestaande orde (bijv. godsdienst) kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: tegen-verlichting
Taken van een socioloog
Begrijpen van de samenleving en eventueel veranderen
o Kennis verzamelen (empirisch-analytische taak)
o Bestaande visies in twijfel trekken (kritische taak)
o De belevingswereld van mensen begrijpen (praktische taak)
Claude Javeau
sociologie van het
dagelijkse leven: gedrag
niet beschreven in
termen van
theorieën die dan
getoetst moeten worden,
maar in terminologie en
, Rozemarijn van der Ploeg (Onderwijs)sociologie: een inleiding Blok 2a
voorstellingswijzen die
mensen
zelf gebruiken
Claude Javeau => sociologie van het dagelijks leven: gedrag niet beschreven in termen van theorieën
die dan getoetst moeten worden, maar in terminologie en voorstellingswijzen die mensen zelf
gebruiken.
Samenvatting
Sociologie is ‘de wetenschap van de samenleving’, er is geen consensus over de definitie
Sociologie is ontstaan als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen (modernisering)
Samenlevingen kunnen allerlei verschillende vormen hebben, maar hoe een samenleving is
vormgegeven, is niet willekeurig
Twee centrale vraagstukken
o Welke eigenschappen van een samenleving zijn niet willekeurig? (legitimerende derden)
o Hoe kan het dat men sociale orde accepteert? (Comte, Habermas en Luhmann)
Een socioloog heeft een empirisch-analytische, kritische en praktische taak
Werkcollege 1
Huiswerkopdracht:
Een belangrijke les is: ‘Alles is contingent maar daarom nog niet arbitrair’. (Elch H1)
Kies een maatschappelijk vraagstuk (dus een verschijnsel op macro/meso niveau) als
voorbeeld van deze les en laat zien hoe uit dit voorbeeld de niet-arbitraire contingentie
blijkt.
o Het verschijnsel is op mesoniveau, namelijk de verschillende scholen, als in Christelijke
en openbare scholen. Men heeft in 1857 besloten dat er scholen met de bijbel
opgericht mochten worden. Dit besluit is genomen na een lange strijd van bijna 10 jaar
van gelovigen vs. niet-gelovigen. De gelovigen wilden graag dat hun kinderen onderwijs
zouden krijgen in een gelovige omgeving zodat hun kinderen dezelfde normen en
waarden van hun ouders ook mee zouden krijgen vanuit het onderwijs. Het niet-
arbitraire van dit verschijnsel is dan ook het besluit dat scholen met de bijbel opgericht
mochten worden. Er had ook zomaar besloten kunnen worden dat de scholen met de
bijbel niet opgericht zouden mogen worden en dan was het heel anders gelopen. Maar
dit besluit is genomen op basis van veel discussie en goede overweging. Het
contingente deel van dit verschijnsel is dan ook dat het besluit zomaar de andere kant
op had kunnen vallen.
Waarin verschillen de posities van Luhmann en Habermas ten aanzien van het arbitraire?