HOOFDSTUK 1 – MAATSCHAPPELIJK PROBLEEM
Wanneer is iets een maatschappelijk probleem:
1. Gevolgen voor grote groepen
2. Samenhang met andere maatschappelijke ontwikkelingen (oorzaken en gevolgen
in menselijk handelen)
3. Gemeenschappelijke oplossing
4. Sprake van tegenstellingen (belangen en waarden)
Waarde: iets wat je belangrijk vindt.
Norm: regels die bij waarde horen.
Belang: iets waar je voordeel bij hebt.
HOOFDSTUK 2 – DE RECHTSTAAT
Rechtstaat: in een rechtstaat worden burgers beschermd tegen machtsmisbruik van de
overheid.
De drie kenmerken van een rechtstaat:
1. Grondrechten
Klassieke grondrechten
- Verbod voor overheid
- Vrijheid van (…)
Sociale grondrechten
- Gebod voor overheid
- Recht op (…)
2. Trias politica
Wetgevend
Uitvoerend
Rechtsprekend
3. Legaliteitsbeginsel
Alles wat de overheid doet heeft een basis in de wet
Wetten hebben geen terugwerkende kracht
HOOFDSTUK 3 – DEMOCRATIE
Democratie: democratie is een bestuursvorm waarin de macht bij het volk ligt, met
gekozen leiders die de belangen van de bevolking vertegenwoordigen. Het omvat
politieke gelijkheid, vrijheid en de bescherming van individuele rechten.
Dictatuur: een dictatuur is een vorm van autoritair bestuur waar één persoon of een
kleine groep personen absolute en onbeperkte macht uitoefent.
Directe democratie: bevolking neem zelf besluiten.
, Voordeel: iedereen heeft invloed op het besluit.
Nadeel: kost veel tijd en moeite.
Indirecte democratie: het volk kiest vertegenwoordigers en die nemen besluiten.
Voordeel: experts nemen besluiten
Nadeel: vertegenwoordigers kiesmoment is momentopname, vertegenwoordigers
gaan jaren mee.
Combinatie directe en indirecte democratie referendum: een referendum is een
directe volksraadpleging waarbij burgers stemmen over een specifieke kwestie, wet of
beleidsbeslissing, om zo de publieke opinie te laten wegen in de besluitvorming.
HOOFDSTUK 4 – POLITIEKE STROMINGEN
De drie kenmerken van de politiek:
1. Collectieve besluitvorming: besluiten gelden voor de gehele groep.
2. Opkomen voor waarden en/of belangen.
3. Strijd en/of samenwerking.
Links <-> rechts (sociaaleconomisch)
Links Rechts
Actieve grote overheid Passieve, kleine overheid
Waarde: solidariteit en gelijkheid Waarde: verantwoordelijkheid en vrijheid
Libertair <-> autoritair (sociaal-cultureel)
Libertair Autoritair
Geen overheidsbemoeienis Strenge handhavende overheid
Waarde: ontplooiing, individualiteit, Waarde: Traditie, fatsoen, eenheid
diversiteit
Stroming Rol overheid? Links/rechts Waarden Voorbeeld
en partijen
Wanneer is iets een maatschappelijk probleem:
1. Gevolgen voor grote groepen
2. Samenhang met andere maatschappelijke ontwikkelingen (oorzaken en gevolgen
in menselijk handelen)
3. Gemeenschappelijke oplossing
4. Sprake van tegenstellingen (belangen en waarden)
Waarde: iets wat je belangrijk vindt.
Norm: regels die bij waarde horen.
Belang: iets waar je voordeel bij hebt.
HOOFDSTUK 2 – DE RECHTSTAAT
Rechtstaat: in een rechtstaat worden burgers beschermd tegen machtsmisbruik van de
overheid.
De drie kenmerken van een rechtstaat:
1. Grondrechten
Klassieke grondrechten
- Verbod voor overheid
- Vrijheid van (…)
Sociale grondrechten
- Gebod voor overheid
- Recht op (…)
2. Trias politica
Wetgevend
Uitvoerend
Rechtsprekend
3. Legaliteitsbeginsel
Alles wat de overheid doet heeft een basis in de wet
Wetten hebben geen terugwerkende kracht
HOOFDSTUK 3 – DEMOCRATIE
Democratie: democratie is een bestuursvorm waarin de macht bij het volk ligt, met
gekozen leiders die de belangen van de bevolking vertegenwoordigen. Het omvat
politieke gelijkheid, vrijheid en de bescherming van individuele rechten.
Dictatuur: een dictatuur is een vorm van autoritair bestuur waar één persoon of een
kleine groep personen absolute en onbeperkte macht uitoefent.
Directe democratie: bevolking neem zelf besluiten.
, Voordeel: iedereen heeft invloed op het besluit.
Nadeel: kost veel tijd en moeite.
Indirecte democratie: het volk kiest vertegenwoordigers en die nemen besluiten.
Voordeel: experts nemen besluiten
Nadeel: vertegenwoordigers kiesmoment is momentopname, vertegenwoordigers
gaan jaren mee.
Combinatie directe en indirecte democratie referendum: een referendum is een
directe volksraadpleging waarbij burgers stemmen over een specifieke kwestie, wet of
beleidsbeslissing, om zo de publieke opinie te laten wegen in de besluitvorming.
HOOFDSTUK 4 – POLITIEKE STROMINGEN
De drie kenmerken van de politiek:
1. Collectieve besluitvorming: besluiten gelden voor de gehele groep.
2. Opkomen voor waarden en/of belangen.
3. Strijd en/of samenwerking.
Links <-> rechts (sociaaleconomisch)
Links Rechts
Actieve grote overheid Passieve, kleine overheid
Waarde: solidariteit en gelijkheid Waarde: verantwoordelijkheid en vrijheid
Libertair <-> autoritair (sociaal-cultureel)
Libertair Autoritair
Geen overheidsbemoeienis Strenge handhavende overheid
Waarde: ontplooiing, individualiteit, Waarde: Traditie, fatsoen, eenheid
diversiteit
Stroming Rol overheid? Links/rechts Waarden Voorbeeld
en partijen