100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

(uitgebreide) samenvatting ontwikkelingspsychologie Robert S. Feldman 9e editie (H1-13) PB0112 Open Universiteit 2024/2025 incl. markering belangrijke stof voor het tentamen

Beoordeling
4,5
(36)
Verkocht
154
Pagina's
121
Geüpload op
06-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Uitgebreide samenvatting van het boek Ontwikkelingspsychologie van Robert Feldman 9e editie incl: • De samenvatting is inclusief deel 1 t/m 4 (H1-13) en exclusief deel 5: de adolescentie. • aanvullende informatie uit de opdrachten (digitale leeromgeving van de OU). • de 4 externe bronnen (van de OU). • de belangrijkste tabellen en afbeeldingen. • met groen gemarkeerde belangrijke informatie van het tentamen (van de OU). ik studeer zelf aan de Open Universiteit, als je dit vak volgt bij een andere school is deze onderstaande informatie niet voor jou van toepassing: Tentamenstof: • Hoofdstuk 1 t/m 13 van het tekstboek (Feldman, 2024) én de online leeromgeving (Brightspace) vormen samen de leerstof voor het tentamen. Dus álle inleidende teksten, opdrachten en terugkoppelingen bij de opdrachten in de online leeromgeving behoren tot de tentamenstof, tenzij aangeduid als facultatief. • Externe bronnen: o Zwangerschapshormonen o DNA o APGAR o De ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel Ik hoor graag wat jullie ervan vinden en als iets onduidelijk is kun je mij altijd privé een berichtje sturen :) heel veel succes!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Ontwikkelingspsychologie
Robert S. Feldman 9e editie




Uitgebreide samenvatting PB0122-242814B incl. aanvullende
informatie uit de opdrachten
(deel 1 t/m 4 (H1-13), exclusief deel 5: de adolescentie)

Open universiteit 2024/2025

Bo van der Zee

,Inhoudsopgave:

Hoofdstuk 1 een inleiding in de ontwikkeling van het kind.......................................................................................... 3

Hoofdstuk 2 theoretische perspectieven en onderzoek ............................................................................................... 9

Hoofstuk 3 het begin van het leven ............................................................................................................................... 22

Hoofdstuk 4 de geboorte en het pasgeboren kind ..................................................................................................... 36

Hoofdstuk 5 de fysieke ontwikkeling in de babytijd .................................................................................................... 42

Hoofdstuk 6 de cognitieve ontwikkeling in de babytijd ............................................................................................. 54

Hoofdstuk 7 de sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd ............... 62

Hoofdstuk 8 de fysieke ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd ............................................................................. 70

Hoofdstuk 9 de cognitieve ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd ....................................................................... 79

Hoofdstuk 10 de sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter- en
kleutertijd .......................................................................................................................................................................... 89

Hoofdstuk 11 de fysieke ontwikkeling in de schooltijd ............................................................................................... 98

Hoofdstuk 12 de cognitieve ontwikkeling in de schooltijd....................................................................................... 104

Hoofdstuk 13 de sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de schooltijd ........ 115


Belangrijk: groene markering = extra belangrijke onderdelen (na mijn tentamen
gemarkeerd).
o sidenote: markering o.b.v. mijn tentamen, houd er rekening mee dat er een vragenpool is
en er ook vragen in jouw tentamen kunnen zitten die ik niet heb gehad (succes J)

Tentamenstof:
• Hoofdstuk 1 t/m 13 van het tekstboek (Feldman, 2024) én de online leeromgeving
(Brightspace) vormen samen de leerstof voor het tentamen.
Dus álle inleidende teksten, opdrachten en terugkoppelingen bij de opdrachten in de online
leeromgeving behoren tot de tentamenstof, tenzij aangeduid als facultatief.
• Externe bronnen:
o Zwangerschapshormonen
o DNA
o APGAR
o De ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel

Facultatieve bronnen:
• Paragraaf 1.2.1 - Vroege denkbeelden over kinderen, pp. 14-16
• Paragraaf 1.2.2 - De twintigste eeuw: ontwikkelingspsychologie als discipline, p. 16
• Paragraaf 4.1.3 - Opvattingen over bevallen, pp. 120-123

, Hoofdstuk 1 een inleiding in de ontwikkeling van het kind.

Leerdoelen:
Nadat je deze studietaak hebt bestudeerd, kun je:
• een definitie van ontwikkelingspsychologie geven
• een beschrijving geven van de uitgangspunten en reikwijdte van het vakgebied
• de belangrijkste onderwerpen en vraagstukken binnen de ontwikkelingspsychologie
benoemen
• de recente ontwikkelingen en de toekomst van het vakgebied schetsen
• verschillende invloeden op de menselijke ontwikkeling onderscheiden.

1.1 een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie: de wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en
stabiliteit bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie t/m de late volwassenheid (de
dood).
à Verschillende delen van de definitie van ontwikkelingspsychologie:
1. Wetenschappelijke benadering
à Ontwikkelingsonderzoekers komen tot aannames of hypotheses en toetsen deze met
behulp van wetenschappelijke werkwijzen à hypotheses over de aard en het verloop van
de menselijke ontwikkeling
2. Richt zich op de menselijke ontwikkeling
à Universele ontwikkelingsprincipes (die voor iedereen gelden), specifieker (invloed van
culturele verschillen op het verloop van de ontwikkeling) of op de unieke aspecten van
individuen.
3. Ontwikkelingspsychologen naast de manier waarop mensen tijdens hun leven veranderen
en groeien ook bezig met stabiliteit in het leven van kinderen, adolescenten en
volwassenen.
à Op welke gebieden en welke perioden in het leven veranderen en groeien mensen en
hoe hun gedrag juist overeenkomt met eerder gedrag.
4. Ontwikkelingsproces in elke levensfase (moment van conceptie tot de dood)
à Levensloopperspectief
à Mensen blijven in sommige opzichten groeien en veranderen tot einde van hun leven
(terwijl hun gedrag in andere opzichten stabiel blijft).

1.1.1 de reikwijdte van het vakgebied
Ontwikkelingsdomeinen binnen de ontwikkelingspsychologie
1. Fysieke ontwikkeling
à Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het lichaam.
à Kijkt naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, zintuigen en de
behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag.
à Voorbeelden:
o Effecten van ondervoeding op het groeitempo en motoriek van kinderen
o Het seksuele rijpingsproces tijdens de adolescentie.
à Rijping: blijvende fysieke of psychologische verandering als gevolg van
biologische groeiprocessen.
2. Cognitieve ontwikkeling
à Ontwikkeling die betrekking heeft op intellectuele vermogens.
à Leervermogen, geheugen, taalontwikkeling, probleemoplossing en intelligentie.

, à Voorbeelden:
o wat zijn de vroegste herinneringen?
o heeft tweetaligheid voordelen?
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling
à Sociaal-emotionele ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties,
interacties met anderen en op het omgaan met emoties.
à Voorbeelden:
o effecten van racisme, armoede of scheiding van ouders op de ontwikkeling van
kinderen.
o hoe de aard en het belang van vriendschappen over de levensloop veranderen.
o sociaal emotionele aspecten van de seksuele ontwikkeling.
à Persoonlijkheidsontwikkeling: ontwikkeling van duurzame gedragingen en
(karakter)eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
à Morele ontwikkeling (de ontwikkeling van het geweten).
à Voorbeelden:
o heeft een kleuter een besef van goed en kwaad?
o wanneer wordt een kind zich bewust van gender?

Ontwikkelingsfasen en individuele verschillen
à globale indeling van vijf leeftijdsgroepen of ontwikkelingsfasen wordt gehanteerd:
1. Prenatale periode (van conceptie tot geboorte)
2. Babytijd (geboorte tot 2 jaar)j
3. Peuter- en kleutertijd (2 tot 6 jaar)
4. Schooltijd (6 tot 12 jaar)
5. Adolescentie (12 tot 20 jaar)
à Sociale constructies: een idee over de realiteit dat weliswaar breed geaccepteerd is, maar
afhangt van de maatschappij en de cultuur op een bepaald moment.
à Overgang tussen schooltijd en adolescentie afhankelijk van de puberteit.
à Puberteit: Het begin van het seksuele rijpingsproces
• Meisjes rond 11/12, bij jongens 13/14
• Prepuberteit: periode voorafgaand aan de puberteit, waarin al (hormonale) veranderingen
in het lichaam optreden, maar deze nog niet van buitenaf zichtbaar zijn.
à De ontluikende volwassenheid als aparte leeftijdsfase (late tienerjaren tot 30 jaar)
• Psycholoog Arnett
• Mensen niet langer adolescenten, maar hebben ze toch ook nog niet de
verantwoordelijkheden van de volwassenheid volledig op zich genomen.
• Ontdekken van de eigen identiteit.
à Variatie in overgang verschillende ontwikkelingsfasen:
1. Biologische oorzaak
à De ene mens is sneller volgroeid dan de andere.
2. Omgevingsfactoren
à Bv leeftijd waarop mensen meestal liefdesrelaties aangaan varieert bv per cultuur en is
deels afhankelijk van de manier waarop mensen in die cultuur aankijken tegen relaties.
• Alleen opgemerkt als kinderen aanzienlijke afwijkingen van het gemiddelde vertonen (veel
later beginnen met praten)

1.1.2 invloeden op de ontwikkeling: ontwikkelen in een sociale wereld
Cohort: een groep mensen die in een bepaalde periode leeft, waardoor zij voor een deel gelijke
ervaringen opdoen.

, • Belangrijke sociaalhistorische gebeurtenissen (oorlogen, economische groei en crises,
hongersnoden en epidemieën) hebben mogelijk een bepaalde gemeenschappelijke
invloed op mensen binnen een cohort.

Normatieve en niet-normatieve gebeurtenissen
• Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen
een groep op dezelfde manier voltrekken.
à Kunnen historisch, leeftijdsgebonden en/of sociaal-cultureel bepaald zijn.
1. Normatieve historische invloeden
o Sociale omgevingsinvloeden en biologische invloeden die verbonden zijn met de
specifieke maatschappelijke situatie in een historische tijd.
o Bijv: coronaperiode
2. Normatieve leeftijdsgebonden invloeden
o Biologische invloeden en omgevingsinvloeden die vergelijkbaar zijn voor mensen
in een bepaalde leeftijdsgroep.
o Bijv: bereiken van de puberteit en leerplicht (verplicht onderwijs bij 5-jarige
leeftijd).
3. Normatieve sociaal-culturele invloeden
o Bepalen de ontwikkeling van mensen, zoals de brede cultuur, etnische afkomst,
sociale klasse en het behoren tot een subcultuur.
o Hebben ook weer invloed op hoe de historische en leeftijdgebonden invloeden er
precies uitzien.

• Niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven
van een bepaald persoon, terwijl de meeste andere mensen hiermee niet te maken krijgen.
o Bijv: je ouders verliezen door een ongeval en een landelijke wetenschapswedstrijd
winnen.

Ontwikkelingspsychologie in de praktijk: pogingen om de invloed van diversiteit op
ontwikkeling te begrijpen
collectivistische oriëntatie: mensen zijn meer gericht op hun onderlinge afhankelijkheid
individualistische oriëntatie: meer gericht op het uniek en onafhankelijk zijn.
- etnische groep/etniciteit à bredere termen dan ras waarover iets meer overeenstemming
bestaat.
à Verwijzen naar culturele achtergrond, nationaliteit, religie en taal.
àMensen binnen etnische groepen hebben een gezamenlijke culturele achtergrond en
groepshistorie.
- ras en etnische groepen worden tegenwoordig meestal gezien als een sociale constructie
(gedefinieerd door mensen en hun overtuigingen).
- WEIRD (Western, Educated, Industrialized, Rich en Democratic)
à Veel van wat wij weten hierop gebaseerd, maar dit is slechts een klein deel van de totale
wereldpopulatie.
- voorheen: discipline die zich primair richtte op WEIRD-kinderen.
- tegenwoordig: discipline die zich bezighoudt met de ontwikkeling van kinderen met diverse
achtergronden van over de hele wereld.

, 1.2 kinderen: verleden, heden en toekomst
1.2.3 vraagstukken bij de thema’s van de ontwikkelingspsychologie
Continue verandering vs discontinue verandering
• Continue verandering: geleidelijke kwantitatieve ontwikkeling, waarbij prestaties op een
bepaald niveau voortvloeien uit die op de vorige niveaus.
à Kwantitatief (hoeveelheid)
à Kinderen kunnen bijv steeds beter en sneller lezen, mar het proces blijft nagenoeg
hetzelfde: van letters klanken maken.
• Discontinue verandering: ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en
waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
à Kwalitatief (inhoud en hoedanigheid)
à Een ontwikkeling kan abrupt, met sprongetjes verlopen.
à Een kind dat opeens niet meer in bed plast, wanneer het door rijping eenmaal zijn blaas
kan beheersen.

Kritieke en gevoelige perioden: de invloed van de omgeving
• Kritieke periode: Een specifieke tijdsspanne in de ontwikkeling waarin een bepaalde
gebeurtenis of het uitblijven daarvan de grootste – en zelfs onomkeerbare – gevolgen
heeft.
o Bijv: rubella krijgen in begin van de zwangerschap (oogafwijking) vs tijdens de 30e
week rubella krijgen (waarschijnlijk geen afwijking gehad).
o Komen voor wanneer de aanwezigheid van bepaalde soorten stimuli uit de
omgeving noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling, of wanneer blootstelling
aan bepaalde stimuli abnormale ontwikkeling tot gevolgen heeft.
o Stimuli: prikkels, oftewel veranderingen in de uitwendige of inwendige omgeving
waarop een organisme reageert.
o Plasticiteit: de mate waarin een zich ontwikkeld gedragspatroon of fysieke structuur
veranderbaar is. à Gevoelige periode
• Gevoelige periode: Een afgebakende tijdspanne, meestal vroeg in het leven, waarin
mensen extra gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsinvloeden, of juist het ontbreken
daarvan, en sterk ontvankelijk zijn voor het leren van specifieke vaardigheden.
o Bijv: als je jong bent gemakkelijk een 2de taal leren, op latere leeftijd kun je dat ook
nog wel, maar veel moeilijker.
• Verschil kritieke en gevoelige periode
o Kritieke periode à er wordt aangenomen dat het permanente en onomkeerbare
gevolgen heeft wanneer een zich ontwikkeld individu bepaalde invloeden mist of
juist te maken krijgt met bepaalde schadelijke invloeden.
o Gevoelige periode à het ontbreken of juist aanwezig zijn van bepaalde
omgevingsinvloeden de ontwikkeling kan verstoren, maar latere ervaringen deze
effecten weer kunnen opheffen.
à Plasticiteit van mensen in ontwikkeling.

Levensloopmodel vs focus op specifieke perioden
• Vroeger: focus op de babytijd en adolescentie (specifieke perioden)
• Tegenwoordig: focus op de hele periode van de conceptie t/m de hoge ouderdom
(levensloopmodel).
à In elk levensstadium sprake van ontwikkelingsgroei en -verandering.
à Grote invloed van de sociale omgeving op de ontwikkeling.

, à 15-jarige ouder kan een andere invloed op een kind hebben dan een 37-jarige
ouder.
De relatieve invloed van nature en nurture op de ontwikkeling
à Nature-nurturedebat: De discussie over de oorsprong van ons gedrag en onze eigenschappen;
in hoeverre komen deze voort uit onze aanleg en in hoeverre uit onze opvoeding en
leefomgeving?
• Nature: verwijst naar eigenschappen, vermogens en capaciteiten die mensen van hun
ouders erven. à Rijping
à Bijv: of onze ogen blauw of groen zijn, of je aanleg hebt voor atletiek, of je later kaal
wordt.
• Nurture: verwijst naar de omgevingsinvloeden die ons gedrag en onze eigenschappen
bepalen.
o Biologisch à invloed van drank- en drugsgebruik tijdens de zwangerschap op een
ongeboren kind of het soort voedsel dat een kind krijgt.
o Sociale omgevingsinvloeden à manier waarop ouders hun kinderen opvoeden en
de invloed van leeftijdsgenoten op een adolescent.
o Maatschappelijke invloeden à sociaaleconomische omstandigheden waarin
mensen zich bevinden.
• Dit vraagstuk lastig te beantwoorden à omdat we genetische aanleg en omgeving niet los
van elkaar kunnen zien. Deze 2 begrippen 2 uitersten van elkaar, waarbij specifieke
gedragspatronen ergens tussen die 2 uitersten liggen.
à Tegenwoordig zijn we ons ervan bewust dat maar weinig stellingen over ontwikkeling in de
absolute of-of vorm te formuleren zijn. Zo kunnen we de begrippen nature en nurture het best
beschouwen als twee uitersten van een schaal, waarbij specifieke gedragspatronen ergens tussen
die twee uitersten liggen. Ook continue versus discontinue ontwikkeling is geen kwestie van of-of.
De meeste ontwikkelingspsychologen zijn het erover eens dat beide soorten verandering naast
elkaar bestaan.

Centrale vraagstukken rond de ontwikkeling van het kind (samenvatting)
Continue verandering Discontinue verandering
Verandering verloopt geleidelijk. Verandering verloopt stapsgewijs in duidelijk te
Prestaties op een bepaald niveau bouwen voort op een onderscheiden fasen.
voorgaand niveau. Gedrag en processen zijn in verschillende fasen
Onderliggende ontwikkelingsprocessen blijven het hele leven kwalitatief verschillend.
gelijk.
Kritieke periode Gevoelige periode
Voor een normale ontwikkeling zijn per afgebakende periode Mensen zijn gevoelig voor bepaalde stimuli uit de
bepaalde stimuli uit de omgeving noodzakelijk of juist omgeving, maar de gevolgen van het ontbreken of juist
permanent schadelijk. aanwezig zijn van bepaalde stimuli zijn terug te draaien.
Vroege ontwikkelingspsychologen leggen hier de nadruk op. Levenslooppsychologen leggen hier meestal de nadruk
op.
Levensloopmodel Focus op specifieke perioden
Moderne theorieën leggen de nadruk op doorgaande groei Vroege ontwikkelingspsychologen zien de kindertijd en
en verandering in de loop van het leven en op verbanden de adolescentie nadrukkelijk als de belangrijkste
tussen verschillende perioden. periode.
Nature Nurture
Nadruk op het ontdekken van erfelijke eigenschappen en Nadruk op de invloed van de omgeving op iemands
vermogens. ontwikkeling.

Ontwikkelingspsychologie in de praktijk: informatie over de ontwikkeling van kinderen op
de juiste waarde geschat.
Richtlijnen:

,- kijk waar je advies vandaan komt. à Betrouwbaar (kan ook veranderen met de tijd): Nederlands
Instituut voor Psychologen, het Nederlands Jeugdinstituut, de GGD, het Centrum voor Jeugd en
Gezin.
- kijk naar de achtergrond van de persoon die het advies geeft.
- onderscheid tussen anekdotisch en wetenschappelijk bewijs.
- culturele context.
- ga er nooit van uit dat informatie automatisch waar is omdat veel mensen erin geloven.
- zelfs verschillende gerenommeerde bronnen kunnen elkaar tegen spreken.

1.2.4 de toekomst van de ontwikkelingspsychologie
à Enkele te verwachten toekomsttrends zijn: groeiende specialisatie, meer samenwerking tussen
verschillende vakgebieden, meer aandacht voor diversiteitsvraagstukken, een nog grotere invloed
van de ontwikkelingspsychologie op maatschappelijke kwesties en verdergaande invloed van
technologische ontwikkelingen.

, Hoofdstuk 2 theoretische perspectieven en onderzoek
Leerdoelen
Nadat je deze studietaak hebt bestudeerd, kun je
• kennis en inzicht demonstreren van/in de belangrijkste theoretische perspectieven
binnen de ontwikkelingspsychologie
• uitleggen wat wordt verstaan onder de wetenschappelijke werkwijze en hoe deze kan
worden gebruikt om ontwikkelingsvraagstukken te beantwoorden
• een beschrijving geven van de belangrijkste onderzoeksstrategieën en
onderzoeksproblemen waar de ontwikkelingspsycholoog mee in aanraking komt.

2.1 perspectieven bij het kijken naar kinderen
• Ontwikkelingspsychologen eigen visies op de kindertijd à deze visies zijn (doel)bewuster
en preciezer dan die van ouders (meestal) à gebaseerd op een of meer
wetenschappelijke theorieën.
• Theorie: een geheel van verklaringen en voorspellingen ten aanzien van een verschijnsel,
dat een raamwerk biedt om de relaties tussen een reeks feiten of principes te begrijpen.
o Persoonlijke theorieën: gebaseerd op onze ervaringen, volkswijsheden en wat we in
de media horen en lezen.
à Observaties tijdens het dagelijks leven die niet op juistheid zijn gecontroleerd.
o Wetenschappelijke theorieën: formeler en gebaseerd op systematische integratie
van eerdere bevindingen en theoretische veronderstellingen.
à Zorgvuldig getoetst via onderzoek.

2.1.1 Psychodynamisch perspectief
à Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat gedrag wordt gemotiveerd door
innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en
waarover weinig controle heeft.
• innerlijke krachten (oorsprong in de kindertijd) zouden iemands gedrag gedurende het
hele leven blijven beïnvloeden.
• bijv: Scheiding ouders Marijke toen ze 2 was, nu heeft ze moeite met het aangaan van
langdurige liefdesrelaties. Samen met de therapeut kijken of haar huidige problemen te
maken hebben met de scheiding.
• psychoanalytische theorie van Freud en de psychosociale theorie van Erikson

De psychoanalytische theorie van Freud
à Theorie die ervan uitgaat dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid
en gedrag.
• Onbewuste: het deel van iemands persoonlijkheid dat kinderlijke wensen, verlangens en
behoeften bevat, die vanwege hun verstorende aard afgesloten zijn van het bewustzijn.
à Verantwoordelijk voor een groot deel van ons dagelijkse gedrag.
à Kind ervaart te weinig aandacht van opvoeders à om dit gemis te compenseren:
aandacht van leerkracht op school en later van zijn partner opeisen.
• 3 aspecten van de persoonlijkheid:
1. Id (Es): het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid
dat opereert vanuit het genotsprincipe (= zoveel mogelijk bevrediging en zo weinig
mogelijk inspanning).

, 2. Ego (Ich): het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid, dat opereert vanuit
het realiteitsprincipe (= houdt de instinctieve energie in toom om de veiligheid van de
persoon te bewaren en hem te helpen integreren in de samenleving).
à Buffer tussen de echte wereld om ons heen en het primitieve id.
3. Superego (Uber-ich): het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten
vertegenwoordigt en het onderscheid maakt tussen goed en kwaad.
à Ontwikkelt rond 5- of 6-jarige leeftijd (nemen dit over van ouders, leerkrachten
en andere belangrijke figuren).

à Psychoseksuele ontwikkeling
• 5 fasen die kinderen volgens Freud doorlopen, waarin genot of bevrediging telkens is
gericht op een andere biologische functie en een ander deel van het lichaam.
à Orale fase à anale fase à Fallische fase à Latentiefase à genitale fase (OrAnFaLaGe)
• Fixatie: een blijvende focus op een eerder psychoseksueel stadium als gevolg van een
onopgelost conflict.
à Te weinig of juist te veel bevrediging van behoeften
Gemiddelde Freud stadia van Belangrijkste kenmerken van Freuds stadia
leeftijd psychoseksuele ontwikkeling

Geboorte tot Oraal Interesse in orale bevrediging door zuigen, eten, bewegen van de
12-18 maanden lippen, bijten.

12-18 mnd tot Anaal Bevrediging door feces op te houden en zich te ontlasten; wennen
3 jaar aan de controlemechanismen van de maatschappij met betrekking
tot zindelijkheidtraining.

3 tot 6 jaar Fallisch Interesse in de genitaliën; weten om te gaan met het
oedipuscomplex*, wat leidt tot identificatie met de ouder van
dezelfde sekse.

6 jaar tot Latentie Seksualiteit grotendeels op achtergrond.
adolescentie

Adolescentie - Genitaal Opnieuw ontluiken van seksuele interesses en aangaan van
volwassenheid volwassen seksuele relaties.

* oedipuscomplex: een erotische binding ervaren met de ouder van het tegenovergestelde
geslacht en de andere ouders als concurrent zien.

De psychosociale theorie van Erikson
à Een benadering van ontwikkeling die de veranderingen omvat in de manier waarop we
aankijken tegen onze interacties met anderen, tegen het gedrag van anderen en tegen onszelf al
leden van de maatschappij.
• Levert goede beschrijvingen op van gedrag in het verleden, maar heeft geen nauwkeurige
voorspellingen van toekomstig gedrag.
• de mens ontwikkeld zich gedurende zijn leven in 8 afzonderlijke psychologische stadia. à
in elk stadium sprake van een crisis die of een conflict dat het individu moet oplossen. à
geen enkele crisis ooit volledig opgelost (maakt het leven gecompliceerder).
Gem. leeftijd Eriksons stadia van Positieve en negatieve resultaten van Eriksons stadia
psychosociale ontwikkeling

Geboorte tot 12- Vertrouwen-vs-wantrouwen Positief: een gevoel van vertrouwen dat de wereld goed is dankzij
18 maanden steun van de omgeving.
Negatief: fundamenteel gevoel van angst en wantrouwen ten
opzichte van anderen en de wereld.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
1 t/m 13
Geüpload op
6 maart 2025
Bestand laatst geupdate op
20 januari 2026
Aantal pagina's
121
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 36 beoordelingen worden weergegeven
3 dagen geleden

2 weken geleden

2 weken geleden

Hi Anouk, bedankt voor je review! Zou je eventueel kunnen toelichten wat je miste in de uitwerking of wat eventueel beter zou kunnen? Dan kan ik hier rekening mee houden voor de volgende keer! Alvast bedankt :)

4 weken geleden

2 weken geleden

Hi bedankt voor je review! Zou je eventueel kunnen toelichten wat je miste in de uitwerking of wat eventueel beter zou kunnen? Dan kan ik hier rekening mee houden voor de volgende keer! Alvast bedankt :)

2 weken geleden

Goed te lezen en fijn samengevat

1 maand geleden

2 weken geleden

Hi bedankt voor je review! Zou je eventueel kunnen toelichten wat je miste in de uitwerking of wat eventueel beter zou kunnen? Dan kan ik hier rekening mee houden voor de volgende keer! Alvast bedankt :)

1 maand geleden

1 maand geleden

Hi Kim, bedankt voor de review, succes met het tentamen :)

2 weken geleden

4,5

36 beoordelingen

5
24
4
8
3
3
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
BovanderZee Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
376
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
4
Documenten
4
Laatst verkocht
13 uur geleden

4,5

59 beoordelingen

5
39
4
13
3
6
2
1
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen