(14-11-2019)
Pedagogiek
Vier basis dimensies (in opvoeding)
- Ondersteunen.
- Controle.
- Instructies.
- Grenzen.
1. Ondersteuning bieden
Liefde en zorg voor het kind. Richt op fysieke en emotionele welzijn.
Effect: bevorderen van de ontwikkeling van het kind.
Voorbeelden: bemoedigen, accepteren, helpen, samenwerken, affectie tonen.
2. Instructies geven
Duidelijk maken aan het kind wat de bedoeling is van iets en welk gedrag verwacht wordt.
Gevolg: kind steeds beter in staat om zelf beslissingen te nemen
en zelfstandig door het leven te gaan. Gevraagd en ongevraagd!
3. Controle uitoefenen
Autoritaire controle. Autoritatieve controle.
Met verschillend effect: vooral negatieve invloed vs vooral positieve invloed.
Autoritaire controle:
Macht, gezag, behoeften kind ondergeschikt.
Negatieve invloed op ontwikkeling van het kind:
Autoritatieve controle:
Informatie, kader, instructie, suggestie, behoeften kind worden gezien
Positief effect op ontwikkeling van het kind
4. Grenzen stellen
Stellen van grenzen vereist van de ouder:
• consequent gedrag
• respect voor autonomie kind
• biedt gelegenheid om zich op eigen wijze te ontwikkelen
Gevolg, o.a.:
• rekening houden met anderen.
• kind leert om te gaan met normen en waarden,
• leert om verantwoordelijkheid te nemen
,Pedagogische opvoedingsdoelen
Doel: kind groeit op tot een volwassen persoon die zich kan handhaven in de maatschappij.
Intentioneel opvoedgedrag: ouder is erop gericht doelstellingen te bereiken.
3 algemene opvoedingsdoelen:
- Zelfstandigheid (individu).
- Zelfredzaamheid (samenleving).
- Zelfvertrouwen (toekomst).
Specifieke opvoedingsdoelen: afhankelijk van de opvattingen ouder; normen/waarden; cultuur.
Opvoedingsopgaven..(Dat wat ouder doet)
…stellen kinderen in staat ontwikkelingstaken te volbrengen.
…zijn normatief.
…zijn afhankelijk van ontwikkelingsfase kind.
, Communicatiepatronen