Filosofie van communicatie
Hoorcollege 1
In deze cursus wordt geprobeerd de volgende vraag te beantwoorden:
Wat is de epistemische en ethische verantwoordelijkheid van een communicatie- en
informatiespecialist in tijden van digitalisering en post-truth?
Dichters en sofisten
Wie was Helena?
‘Dit is een mythe van Helena, die zo weergaloos mooi was dat er tientallen mythen verteld
werden over haar leven; dat er duizend schepen uitvoeren om haar te halen toen ze was
geschaakt door een Trojaan; dat er tien jaar oorlog woedde om Troje; dat tien keer duizend
manschappen stierven; dat er vrouwen weduwen werden en kinderen wezen om dat
goddelijk mooie gezicht, die onwereldse glimlach.’
→ Helena van Troje is een belangrijke figuur uit de Griekse mythologie. Ze was de dochter
van Zeus en Leda en staat bekend als de mooiste vrouw ter wereld. Helena was getrouwd
met Menelaos, de koning van Sparta, maar werd ontvoerd door Paris, de prins van Troje.
Deze ontvoering leidde tot de Trojaanse Oorlog, waarin de Grieken en Trojanen tegen elkaar
vochten. Na de oorlog keerde ze terug naar Menelaos. Helena wordt vaak gezien als een
symbool van schoonheid en de complexe gevolgen van liefde en oorlog.
Wie was Gorgias?
- Sofisten: rondtrekkende leraren die tegen betaling onderwijs gaven in de
welsprekendheid
- Context: belang van openbaar spreken in de Griekse stadsstaat (polis)
- Bewijs van virtuositeit
Virtuositeit is uitzonderlijke vaardigheid of meesterschap in een vakgebied of kunstvorm. Bij
Gorgias ging het om zijn briljante gebruik van taal, overtuigingskracht en retoriek, waarmee
hij zelfs onwaarschijnlijke standpunten overtuigend kon verdedigen.
→ Gorgias was een Griekse sofist en retoricus uit de 5e eeuw v.Chr., afkomstig uit Leontini,
Sicilië. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de retorica en stond bekend
1
,om zijn krachtige spreekvaardigheid en gebruik van paradoxen. In zijn werken, zoals "Over
de natuur," benadrukte hij de relativiteit van waarheid en de invloed van woorden op het
publiek. Zijn ideeën hebben een blijvende impact gehad op de retoriek en de filosofie.
Hoorcollege 2
Filosofen en sofisten
Wat is filosofie?
Drie benaderingen
1. Etymologische benadering
Filosofie komt van de Griekse woorden filos (vriend) en sophia (wijsheid)
2. Op basis van welke vakken je krijgt als je filosofie gaat studeren?
Historische vakken, …, sociaal politiek, antropologie, logica, argumentatie, taal,
cognitie, ethiek, wetenschap
3. Hoe de filosofie begint
Filosofie wilde van de dichters af komen, breuk met de dichterlijke verhalen
Socrates en Plato
Socrates (ca. 470–399 v.Chr.) was een Griekse filosoof die bekend stond om de Socratische
methode, waarbij hij door middel van vragen stellen mensen aanspoorde om hun eigen
kennis en opvattingen te onderzoeken. Hij schreef zelf niets op, en zijn ideeën zijn vooral via
zijn leerling Plato bekend. Socrates werd veroordeeld tot de dood vanwege zijn invloed op
de jeugd en het "ongeloof" in de goden van Athene.
Plato (ca. 427–347 v.Chr.), leerling van Socrates, was een van de grootste filosofen uit de
geschiedenis. Hij ontwikkelde de theorie van de Vormen, waarin hij stelde dat de zichtbare
wereld slechts een afspiegeling is van een hogere, ware werkelijkheid. Plato richtte de
Academie op en schreef werken zoals De Staat, waarin hij idealen over ethiek en politiek
uiteenzette.
Plato leerde veel van Socrates en verspreidde zijn ideeën door zijn geschriften.
Problemen die Plato had met de sofisten
1. Epistemisch probleem
“Daarnet nodigde (Gorgias) de mensen die binnen waren uit hem om het even welke vraag
te stellen en hij verklaarde op alles te zullen antwoorden.” (Plato, Gorgias, 447c)
“(Socrates:) Als ik er iets van begrijp, beweer je dat de redekunst ervoor zorgt dat je kan
overtuigen: daaruit bestaat heel haar activiteit en daarmee is het voornaamste over haar
gezegd. Of zou je een resultaat van de redekunst kunnen noemen, dat verder reikt dan tot
het overbrengen van een overtuifinf in de ziel van de toehoorders?” (453a)
“(Socrates:) Vind je het dan goed dat we aannamen dat er twee soorten van overreding
bestaan, een die tot geloof zonder weten leidt, en een die kennis bezorgt?”
2
, “(Gorgias:) Mij goed.”
“(Socrates:) Welke van die twee vormen van overreding bewerkt de redekunst in
rechtbanken en andere massae vergaderingen die het over recht en onrecht hebben? Is het
de overreding die tot geloof zonder weten leidt, of die kennis bezorgt?”
“(Gorgias:) Het is duidelijk dat het de overreding is waaruit geloof ontstaat, Socrates.”
“(Socrates:) Blijkbaar leidt de redekunst dan tot een overtuiging ovr recht en onrecht die op
geloof en niet op kennis gebaseerd is?"
Gorgias: Ja
Socrates: Dan brengt de redenaar in rechtbanken en in andere grote vergaderingen geen
kennis over recht en onrecht, maar alleen een mening daarover
Gorgias: Er bestaat (...) geen onderwerp waarover de redenaar niet overtuigender voor een
publiek zou kunnen spreken, dan om het even welke vakman. Zo groot en zo bijzonder is de
macht van mijn kunst. (...) De redenaar bezit (...) de macht om tegenover iedreen en over
alles het woord te voeren; hij kan de massa gemakkelijk overtuigen en, kort gezegd, over
wat hij maar wil.” (456e-7a)
Socrates: Het is helemaal niet nodig dat (de redenaar) iets van de dingen zelf al weet. Ze
moet enkel een overredingsmiddel ontdekt hebben, om de onwetende de indruk te geven
dat ze er meer van weet dan de vakman. (459b-c)
→ Plato bekritiseert de sofisten omdat ze de kunst van het overtuigen boven het zoeken
naar echte kennis stellen, wat volgens hem schadelijk is voor de waarheid en het begrip van
wat recht en onrecht is.
2. Psychisch probleem
Plato vond dat het ziel bestaat uit de rede, drift, begeerte. De taak van de rede is om
de begeerte en drift in bedwang te houden.
Volgens Plato spreken Sofisten (zoals Gorgias) lagere delen van de ziel (begeerte en
drift) aan. De redevoering van Sofisten werkt niet op rede en inzicht maar op het
3
Hoorcollege 1
In deze cursus wordt geprobeerd de volgende vraag te beantwoorden:
Wat is de epistemische en ethische verantwoordelijkheid van een communicatie- en
informatiespecialist in tijden van digitalisering en post-truth?
Dichters en sofisten
Wie was Helena?
‘Dit is een mythe van Helena, die zo weergaloos mooi was dat er tientallen mythen verteld
werden over haar leven; dat er duizend schepen uitvoeren om haar te halen toen ze was
geschaakt door een Trojaan; dat er tien jaar oorlog woedde om Troje; dat tien keer duizend
manschappen stierven; dat er vrouwen weduwen werden en kinderen wezen om dat
goddelijk mooie gezicht, die onwereldse glimlach.’
→ Helena van Troje is een belangrijke figuur uit de Griekse mythologie. Ze was de dochter
van Zeus en Leda en staat bekend als de mooiste vrouw ter wereld. Helena was getrouwd
met Menelaos, de koning van Sparta, maar werd ontvoerd door Paris, de prins van Troje.
Deze ontvoering leidde tot de Trojaanse Oorlog, waarin de Grieken en Trojanen tegen elkaar
vochten. Na de oorlog keerde ze terug naar Menelaos. Helena wordt vaak gezien als een
symbool van schoonheid en de complexe gevolgen van liefde en oorlog.
Wie was Gorgias?
- Sofisten: rondtrekkende leraren die tegen betaling onderwijs gaven in de
welsprekendheid
- Context: belang van openbaar spreken in de Griekse stadsstaat (polis)
- Bewijs van virtuositeit
Virtuositeit is uitzonderlijke vaardigheid of meesterschap in een vakgebied of kunstvorm. Bij
Gorgias ging het om zijn briljante gebruik van taal, overtuigingskracht en retoriek, waarmee
hij zelfs onwaarschijnlijke standpunten overtuigend kon verdedigen.
→ Gorgias was een Griekse sofist en retoricus uit de 5e eeuw v.Chr., afkomstig uit Leontini,
Sicilië. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de retorica en stond bekend
1
,om zijn krachtige spreekvaardigheid en gebruik van paradoxen. In zijn werken, zoals "Over
de natuur," benadrukte hij de relativiteit van waarheid en de invloed van woorden op het
publiek. Zijn ideeën hebben een blijvende impact gehad op de retoriek en de filosofie.
Hoorcollege 2
Filosofen en sofisten
Wat is filosofie?
Drie benaderingen
1. Etymologische benadering
Filosofie komt van de Griekse woorden filos (vriend) en sophia (wijsheid)
2. Op basis van welke vakken je krijgt als je filosofie gaat studeren?
Historische vakken, …, sociaal politiek, antropologie, logica, argumentatie, taal,
cognitie, ethiek, wetenschap
3. Hoe de filosofie begint
Filosofie wilde van de dichters af komen, breuk met de dichterlijke verhalen
Socrates en Plato
Socrates (ca. 470–399 v.Chr.) was een Griekse filosoof die bekend stond om de Socratische
methode, waarbij hij door middel van vragen stellen mensen aanspoorde om hun eigen
kennis en opvattingen te onderzoeken. Hij schreef zelf niets op, en zijn ideeën zijn vooral via
zijn leerling Plato bekend. Socrates werd veroordeeld tot de dood vanwege zijn invloed op
de jeugd en het "ongeloof" in de goden van Athene.
Plato (ca. 427–347 v.Chr.), leerling van Socrates, was een van de grootste filosofen uit de
geschiedenis. Hij ontwikkelde de theorie van de Vormen, waarin hij stelde dat de zichtbare
wereld slechts een afspiegeling is van een hogere, ware werkelijkheid. Plato richtte de
Academie op en schreef werken zoals De Staat, waarin hij idealen over ethiek en politiek
uiteenzette.
Plato leerde veel van Socrates en verspreidde zijn ideeën door zijn geschriften.
Problemen die Plato had met de sofisten
1. Epistemisch probleem
“Daarnet nodigde (Gorgias) de mensen die binnen waren uit hem om het even welke vraag
te stellen en hij verklaarde op alles te zullen antwoorden.” (Plato, Gorgias, 447c)
“(Socrates:) Als ik er iets van begrijp, beweer je dat de redekunst ervoor zorgt dat je kan
overtuigen: daaruit bestaat heel haar activiteit en daarmee is het voornaamste over haar
gezegd. Of zou je een resultaat van de redekunst kunnen noemen, dat verder reikt dan tot
het overbrengen van een overtuifinf in de ziel van de toehoorders?” (453a)
“(Socrates:) Vind je het dan goed dat we aannamen dat er twee soorten van overreding
bestaan, een die tot geloof zonder weten leidt, en een die kennis bezorgt?”
2
, “(Gorgias:) Mij goed.”
“(Socrates:) Welke van die twee vormen van overreding bewerkt de redekunst in
rechtbanken en andere massae vergaderingen die het over recht en onrecht hebben? Is het
de overreding die tot geloof zonder weten leidt, of die kennis bezorgt?”
“(Gorgias:) Het is duidelijk dat het de overreding is waaruit geloof ontstaat, Socrates.”
“(Socrates:) Blijkbaar leidt de redekunst dan tot een overtuiging ovr recht en onrecht die op
geloof en niet op kennis gebaseerd is?"
Gorgias: Ja
Socrates: Dan brengt de redenaar in rechtbanken en in andere grote vergaderingen geen
kennis over recht en onrecht, maar alleen een mening daarover
Gorgias: Er bestaat (...) geen onderwerp waarover de redenaar niet overtuigender voor een
publiek zou kunnen spreken, dan om het even welke vakman. Zo groot en zo bijzonder is de
macht van mijn kunst. (...) De redenaar bezit (...) de macht om tegenover iedreen en over
alles het woord te voeren; hij kan de massa gemakkelijk overtuigen en, kort gezegd, over
wat hij maar wil.” (456e-7a)
Socrates: Het is helemaal niet nodig dat (de redenaar) iets van de dingen zelf al weet. Ze
moet enkel een overredingsmiddel ontdekt hebben, om de onwetende de indruk te geven
dat ze er meer van weet dan de vakman. (459b-c)
→ Plato bekritiseert de sofisten omdat ze de kunst van het overtuigen boven het zoeken
naar echte kennis stellen, wat volgens hem schadelijk is voor de waarheid en het begrip van
wat recht en onrecht is.
2. Psychisch probleem
Plato vond dat het ziel bestaat uit de rede, drift, begeerte. De taak van de rede is om
de begeerte en drift in bedwang te houden.
Volgens Plato spreken Sofisten (zoals Gorgias) lagere delen van de ziel (begeerte en
drift) aan. De redevoering van Sofisten werkt niet op rede en inzicht maar op het
3