Mini samenvatting per week:
Jurisprudentie:
HC4: Civielrechtelijke aansprakelijkheid
NJ 1988, 500 Timmer-Deutman
De stelling dat in geval van een medische fout de bewijslast niet op de arts, maar op de patiënt rust, is
in haar algemeenheid juist. Wel kan van de arts worden verlangd dat hij aan de patiënt voldoende
feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van zijn betwisting van de stellingen van de patiënt
VERZWAARDE STEL- EN MOTIVERINGSPLICHT
NJ 1994, 368 Schepers – De Bruijn (coïtus na buikoperatie)
- De bewijslast van een fout rust op de patiënt, maar de arts moet hem wel voldoende concrete
aanknopingspunten bieden om dat bewijs te leveren.
- In casu: de huisarts had zijn stelling onvoldoende onderbouwd om te kunnen zeggen dat hij
heeft voldaan aan de op hem rustende verzwaarde stelplicht.
- De stelling dat een bepaalde wijze van handelen gevolgd is, omdat dat “nu eenmaal altijd zo
gaat”, zal niet snel gevolgd worden. Het feit dat de arts normaal gesproken altijd een
bepaalde mededeling doet, is niet voldoende om te kunnen stellen dat hij het in het
betreffende geval ook zo heeft gedaan. Zeker niet als het niet wordt genoemd in het dossier.
VR 2007, 133 Filshieclips (mislukte sterilisatie), HR 20 april 2007 ECLI:NL:HR:2007:BA1093
De omkeringsregel wordt niet toegepast wanneer is voldoende ter zake dienende en concrete
informatie is verstrekt waardoor eiser zelf het causale verband kan aantonen
- Hof: Uitgangspunt is dat de bewijslast met betrekking tot de door eisers gestelde feiten en
omstandigheden op hen rust. GEEN toepassing omkeringsregel met betrekking tot het
causaal verband tussen het gestelde tekortschieten in de wijze van verslaglegging en de door
eisers geleden schade. Het eventueel geldende voorschrift tot verslaglegging betreft immers
niet de wijze van uitvoering van de sterilisatie, maar veeleer de controleerbaarheid
daarvan.
- HR: Juist geoordeeld door het Hof. Toegespitst op de controle door de gynaecoloog op de
plaatsing van de clips heeft het hof de door het ziekenhuis verschafte gegevens, dienend om
eisers aanknopingspunten voor een eventuele bewijslevering te verschaffen en wel in de vorm
van de verklaring van de gynaecoloog, kennelijk voldoende ter zake dienend en concreet
geoordeeld, omdat in die verklaring verslag werd gedaan van de wijze waarop de
gynaecoloog de plaatsing van de clips zou hebben gecontroleerd.
- In casu: Ondanks te zijn gesteriliseerd raakt een vrouw zwanger en bevalt van haar vijfde
kind. De sterilisatie betrof een door de gynaecoloog uitgevoerde laparoscopische ingreep
waarbij zogeheten Filshieclips (klemmen) worden aangebracht op de beide eileiders. De
gynaecoloog heeft over het verloop van deze ingreep aantekeningen gemaakt in de
poliklinische status van de vrouw, waarin niet staat dat de gynaecoloog ook heeft
gecontroleerd of de clips goed waren geplaatst. Tijdens de tweede sterilisatie-ingreep worden
video-opnamen gemaakt. Daaruit blijkt dat de linker eileider deugdelijk is afgesloten door
een Filshieclip, maar dat de rechter eileider slechts gedeeltelijk door een Filshieclip werd
omvat en niet geheel was afgesloten. De vrouw en haar echtgenoot zien hierin een fout en
vorderen daarom schadevergoeding van het ziekenhuis van de gynaecoloog.
- Het ziekenhuis heeft eisers het volledige poliklinische dossier gegeven. Daarnaast beschikten
eisers over het medisch dossier inzake de tweede sterilisatie, waaronder de videoband. Een
getuigenverklaring van de gynaecoloog bevat een aanvulling op de statusaantekeningen van
de eerste ingreep, met name over de (volgens de gynaecoloog uitgevoerde) controle of de
Filshieclips goed waren aangebracht.
, - Eisers menen dat de gynaecoloog de dossierplicht heeft geschonden en dat het ziekenhuis
met betrekking tot bepaalde aspecten van de ingreep niet heeft voldaan aan zijn verzwaarde
stelplicht, hetgeen volgens hen omkering van de bewijslast inzake de fout van de
gynaecoloog ten nadele van het ziekenhuis meebrengt.
HR 2 maart 2001 Protocol l (Afwijking protocol)
- Welk juridisch gewicht moet worden gehecht aan het protocol?
o Het niet-naleven van een eigen protocol is als toerekenbare tekortkoming aan te
merken
Indien er schade is ontstaan, is in beginsel het causaal verband tussen de
gedraging en de schade gegeven
- Afwijking van de voorschriften uit het protocol is slechts aanvaardbaar indien zulks in het
belang van de goede patiëntenzorg wenselijk is
- In casu: arts vergeet om een door het ziekenhuis opgesteld protocol (bedoeld om risico op
trombose tegen te gaan) na te leven. Nu het overtreden voorschrift diende om risico op
trombose tegen te gaan, is schade in het leven geroepen door het niet toepassen van een
protocol. (?)
HR 1 april 2005 Protocol ll (Afwijking protocol)
- Een protocol voor een medische behandeling geeft een richtlijn die in beginsel in acht moet
worden genomen, maar waarvan soms kan, en in bepaalde gevallen ook moet, worden
afgeweken
- Voor afwijking van het protocol geldt als maatstaf dat aan de patiënt de zorg behoort te
worden verleend die in de omstandigheden van het geval van een redelijk bekwaam arts mag
worden verlangd.
o Deze maatstaf brengt enerzijds mee dat een afwijking van het protocol door een arts
moet kunnen worden beargumenteerd en anderzijds dat het volgen van het protocol
niet zonder meer meebrengt dat de arts juist heeft gehandeld
- Voor de inhoud van het protocol betekent dit dat de opstellers ermee rekening mogen
houden dat het wordt gehanteerd door redelijk bekwame artsen, en dat derhalve, mede uit
een oogpunt van praktische hanteerbaarheid, niet alle gegevens behoeven te worden
vermeld die aan de betrokken artsen op grond van hun medische kennis en ervaring bekend
behoren te zijn.
- In casu: in het licht van bovenstaande is zonder nadere motivering niet duidelijk waarop het
oordeel van het hof berust dat de enkele vermelding van de merknaam Augmentin, zonder
aanduiding van de werkzame stof, en het ontbreken van een specifieke waarschuwing voor
gebruik daarvan in geval van overgevoeligheid voor penicilline meebrachten dat het protocol
niet aan de redelijkerwijs te stellen eisen voldeed.
NJ 2004, 307 Seresta
Geen sprake van de omkeringsregel als onduidelijk is welke specifieke norm is geschonden en of het
‘gevaar’ zich heeft verwezenlijkt.
- In casu: keelkankerpatiënt sliep al meer dan 20 uur na het innemen van 2 slaaptabletten. De
echtgenote waarschuwde de waarnemend huisarts, die de patiënt rond middernacht had
onderzocht. De huisarts ging er vanuit dat de patiënt binnen 2 uur zou ontwaken en vertelde
de echtgenote dat ze contact moet opnemen als de situatie zou verslechteren. De echtgenote
ging hierna slapen. ’s Ochtends bleek de patiënt te zijn overleden. Er vond geen obductie
plaats (precieze doodsoorzaak is dus onbekend).
, o Medische tuchtrechter had geoordeeld dat de waarnemend huisarts onjuist had
geoordeeld door de patiënt niet te laten opnemen. Er was dus sprake van een
duidelijke normovertreding.
o De nabestaanden startten een civiele procedure tot schadevergoeding met het
verzoek voor de toepassing van de omkeringsregel.
o Rb: volde de nabestaanden
o Hof: door de afwezigheid van een post mortem onderzoek, was de huisarts in
bewijsnood gebracht. Dit dient voor het risico van de nabestaanden te komen (dus
geen toepassing van de omkeringsregel)
o HR: er was niet aangegeven welke tot voorkoming van een specifiek gevaar
strekkende norm de arts had geschonden + probleem dat niet kan worden
aangetoond dat zich ‘het gevaar’ had verwezenlijkt (want geen post mortem
onderzoek dus doodsoorzaak niet zeker) GEEN toepassing omkeringsregel
o Indien een arts een beroepsfout wordt verweten, zal in vele gevallen als norm die de
arts zou hebben geschonden, slechts kunnen worden aangewezen de in art. 7:453
BW neergelegde algemene norm dat de arts bij zijn werkzaamheden de zorg van een
goed hulpverlener in acht moet nemen [...]. Dit brengt mee dat met betrekking tot
het bewijs van de stelling dat de fout tot een bepaalde schade voor de patiënt heeft
geleid [...] in die gevallen geen plaats meer zal zijn voor toepassing van de
omkeringsregel.
NJ 2007, 644 Foetale nood, CTG-arrest
Wanneer wordt de omkeringsregel toegepast?
- In casu: geboorteletsel bij de geboorte loopt de baby hersenletsel en Erbse parese
(armverlamming) op.
- Hof: er is sprake van (1) een normschending (geen permanente CTG-registratie van de
harttonen van de baby) + (2) de geschonden norm strekte tot bescherming tegen een
specifiek gevaar (hersenletsel door foetaal zuurstoftekort) + (3) voldoende aannemelijk is
geworden dat dit specifieke gevaar zich heeft verwezenlijkt (vast staat dat de baby blijvend
ernstig hersenletsel heeft opgelopen) WEL toepassing omkeringsregel
- HR: WEL toepassing omkeringsregel terecht!
o Voor toepassing van de omkeringsregel geldt niet dat de kans op verwezenlijking van
het (door de normovertreding in het leven geroepen) specifieke gevaar aanmerkelijk
moet zijn vergroot.
Van (2021) Annotatie bij rb Amsterdam, 29-10-2020-ECLI:NL:RBAMS:2020:5297
Voor toepassing van de omkeringsregel is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad vereist dat:
1. Een gedraging heeft plaatsgevonden die in strijd is met een norm
2. Dat die norm strekt tot het voorkomen van een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan
van schade
3. Degene die zich op de schending van deze norm beroept (ook bij betwisting) aannemelijk
heeft gemaakt dat in het concrete geval het specifieke gevaar waartegen de norm
bescherming beoogt te bieden, zich heeft verwezenlijkt.
HR 23 november 2001 ECLI:NL:HR:2001:AD3963 Informed consent, geboorteletsel
Geen sprake van omkeringsregel bij schending informed consent + intreden risico behandeling
waarover niet is geïnformeerd specifieke gevaar waartegen informed consent beschermt is niet
, hetzelfde als het risico van de behandeling zelf, maar dat patiënt geen weloverwogen keuze kan
maken.
- De op de arts rustende verplichting zijn patiënt vóór een medische behandeling in te lichten
over de risico’s van de voorgestelde behandeling, strekt niet ertoe de patiënt te beschermen
tegen deze risico’s doch om de patiënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen of hij
toestemming voor deze behandeling zal geven.
- Indien niet is voldaan aan informed consent (vanuit de arts is een tekortkoming in de
nakoming van de op hem rustende informatieplicht opgetreden) + het risico behandeling
waarover niet is voldaan aan informed consent treedt in GEEN sprake van de
omkeringregel bewijslast ligt alsnog bij patiënt
o Patiënt moet dus stellen en bewijzen dat hij al dan niet van deze behandeling had
afgezien als hij goed was voorgelicht, hierbij zijn onder andere van belang:
Hoe groot was het risico?
Hoe zou de situatie zich hebben ontwikkeld wanneer was afgezien van
behandeling?
Kwamen redelijkerwijs minder risicovolle behandelmethoden in aanmerking?
Wat is de kant op succes bij de behandelmethode?
RAV 201837 Integriteitsschade, leidt de schending van een informatieverplichting door een
hulpverlener tot aansprakelijkheid, ECLI:NL:GHARL:2018:695
Wanneer is een hulpverlener aansprakelijk wegens schending informatieplicht?
Schending van de informatieplicht
Aannemelijk dat patiënt zou hebben afgezien van de behandeling bij een juiste voorlichting
Aannemelijk dat de behandeling heeft geleid tot de schade (causaal verband)
- In casu: de ouders stellen dat de ernstige retardatie- en gedragsproblematiek van hun zoon is
veroorzaakt door het tijdens de zwangerschap verstrekken van de geneesmiddelen Anafranil
en Rivotril aan de (aanstaande) moeder. Is de psychiater aansprakelijk voor de problematiek
van kind wegens schending informatieplicht?
- Hof: het voorschrijven van deze medicatie is op zichzelf niet onzorgvuldig, maar wel
vastgesteld dat de psychiater tekort was geschoten in de verplichting om de (aanstaande)
ouders te informeren over de twijfels die destijds bestonden over het gebruik van de
geneesmiddelen tijdens de zwangerschap + het is aannemelijk dat de moeder bij een juiste
voorlichting zou hebben afgezien van het gebruik van de medicatie
o MAAR het is onduidelijk of het gebruik van de medicatie ook heeft geleid tot de
problematiek van het kind uit deskundigenonderzoek volgde dat er geen hard
bewijs is dat het gebruik van de medicatie tot de problematiek hebben geleid. Ook
andere (niet aan de psychiater toe te rekenen) factoren konden dit hebben
veroorzaakt.
- Op basis van het deskundigenonderzoek overweegt het hof allereerst dat het bestaan van
causaal verband niet kan worden aangenomen en dat er ook geen aanleiding is om de
bewijslast om te keren. Omdat niet vast staat dat de retardatie- en gedragsproblematiek ook
afzonderlijk door de medicatie kon zijn veroorzaakt, is ook het beroep op het leerstuk van
proportionele aansprakelijkheid verworpen. Dat geldt evenzo voor het leerstuk van de
kansschade, omdat van een normschending wat betreft het voorschrijven van de medicatie
geen sprake is.
Omdat wel vaststaat dat de informatieverplichting door de psychiater niet is nagekomen –
en de ouders dus een kans is ontnomen om een weloverwogen beslissing over het
medicatiegebruik te maken – overweegt het hof dat sprake is van schending van een
fundamenteel recht op zelfbeschikking. Door deze ernstige inbreuk op het
zelfbeschikkingsrecht is een fundamenteel recht zo ingrijpend aangetast dat dit moet worden
Jurisprudentie:
HC4: Civielrechtelijke aansprakelijkheid
NJ 1988, 500 Timmer-Deutman
De stelling dat in geval van een medische fout de bewijslast niet op de arts, maar op de patiënt rust, is
in haar algemeenheid juist. Wel kan van de arts worden verlangd dat hij aan de patiënt voldoende
feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van zijn betwisting van de stellingen van de patiënt
VERZWAARDE STEL- EN MOTIVERINGSPLICHT
NJ 1994, 368 Schepers – De Bruijn (coïtus na buikoperatie)
- De bewijslast van een fout rust op de patiënt, maar de arts moet hem wel voldoende concrete
aanknopingspunten bieden om dat bewijs te leveren.
- In casu: de huisarts had zijn stelling onvoldoende onderbouwd om te kunnen zeggen dat hij
heeft voldaan aan de op hem rustende verzwaarde stelplicht.
- De stelling dat een bepaalde wijze van handelen gevolgd is, omdat dat “nu eenmaal altijd zo
gaat”, zal niet snel gevolgd worden. Het feit dat de arts normaal gesproken altijd een
bepaalde mededeling doet, is niet voldoende om te kunnen stellen dat hij het in het
betreffende geval ook zo heeft gedaan. Zeker niet als het niet wordt genoemd in het dossier.
VR 2007, 133 Filshieclips (mislukte sterilisatie), HR 20 april 2007 ECLI:NL:HR:2007:BA1093
De omkeringsregel wordt niet toegepast wanneer is voldoende ter zake dienende en concrete
informatie is verstrekt waardoor eiser zelf het causale verband kan aantonen
- Hof: Uitgangspunt is dat de bewijslast met betrekking tot de door eisers gestelde feiten en
omstandigheden op hen rust. GEEN toepassing omkeringsregel met betrekking tot het
causaal verband tussen het gestelde tekortschieten in de wijze van verslaglegging en de door
eisers geleden schade. Het eventueel geldende voorschrift tot verslaglegging betreft immers
niet de wijze van uitvoering van de sterilisatie, maar veeleer de controleerbaarheid
daarvan.
- HR: Juist geoordeeld door het Hof. Toegespitst op de controle door de gynaecoloog op de
plaatsing van de clips heeft het hof de door het ziekenhuis verschafte gegevens, dienend om
eisers aanknopingspunten voor een eventuele bewijslevering te verschaffen en wel in de vorm
van de verklaring van de gynaecoloog, kennelijk voldoende ter zake dienend en concreet
geoordeeld, omdat in die verklaring verslag werd gedaan van de wijze waarop de
gynaecoloog de plaatsing van de clips zou hebben gecontroleerd.
- In casu: Ondanks te zijn gesteriliseerd raakt een vrouw zwanger en bevalt van haar vijfde
kind. De sterilisatie betrof een door de gynaecoloog uitgevoerde laparoscopische ingreep
waarbij zogeheten Filshieclips (klemmen) worden aangebracht op de beide eileiders. De
gynaecoloog heeft over het verloop van deze ingreep aantekeningen gemaakt in de
poliklinische status van de vrouw, waarin niet staat dat de gynaecoloog ook heeft
gecontroleerd of de clips goed waren geplaatst. Tijdens de tweede sterilisatie-ingreep worden
video-opnamen gemaakt. Daaruit blijkt dat de linker eileider deugdelijk is afgesloten door
een Filshieclip, maar dat de rechter eileider slechts gedeeltelijk door een Filshieclip werd
omvat en niet geheel was afgesloten. De vrouw en haar echtgenoot zien hierin een fout en
vorderen daarom schadevergoeding van het ziekenhuis van de gynaecoloog.
- Het ziekenhuis heeft eisers het volledige poliklinische dossier gegeven. Daarnaast beschikten
eisers over het medisch dossier inzake de tweede sterilisatie, waaronder de videoband. Een
getuigenverklaring van de gynaecoloog bevat een aanvulling op de statusaantekeningen van
de eerste ingreep, met name over de (volgens de gynaecoloog uitgevoerde) controle of de
Filshieclips goed waren aangebracht.
, - Eisers menen dat de gynaecoloog de dossierplicht heeft geschonden en dat het ziekenhuis
met betrekking tot bepaalde aspecten van de ingreep niet heeft voldaan aan zijn verzwaarde
stelplicht, hetgeen volgens hen omkering van de bewijslast inzake de fout van de
gynaecoloog ten nadele van het ziekenhuis meebrengt.
HR 2 maart 2001 Protocol l (Afwijking protocol)
- Welk juridisch gewicht moet worden gehecht aan het protocol?
o Het niet-naleven van een eigen protocol is als toerekenbare tekortkoming aan te
merken
Indien er schade is ontstaan, is in beginsel het causaal verband tussen de
gedraging en de schade gegeven
- Afwijking van de voorschriften uit het protocol is slechts aanvaardbaar indien zulks in het
belang van de goede patiëntenzorg wenselijk is
- In casu: arts vergeet om een door het ziekenhuis opgesteld protocol (bedoeld om risico op
trombose tegen te gaan) na te leven. Nu het overtreden voorschrift diende om risico op
trombose tegen te gaan, is schade in het leven geroepen door het niet toepassen van een
protocol. (?)
HR 1 april 2005 Protocol ll (Afwijking protocol)
- Een protocol voor een medische behandeling geeft een richtlijn die in beginsel in acht moet
worden genomen, maar waarvan soms kan, en in bepaalde gevallen ook moet, worden
afgeweken
- Voor afwijking van het protocol geldt als maatstaf dat aan de patiënt de zorg behoort te
worden verleend die in de omstandigheden van het geval van een redelijk bekwaam arts mag
worden verlangd.
o Deze maatstaf brengt enerzijds mee dat een afwijking van het protocol door een arts
moet kunnen worden beargumenteerd en anderzijds dat het volgen van het protocol
niet zonder meer meebrengt dat de arts juist heeft gehandeld
- Voor de inhoud van het protocol betekent dit dat de opstellers ermee rekening mogen
houden dat het wordt gehanteerd door redelijk bekwame artsen, en dat derhalve, mede uit
een oogpunt van praktische hanteerbaarheid, niet alle gegevens behoeven te worden
vermeld die aan de betrokken artsen op grond van hun medische kennis en ervaring bekend
behoren te zijn.
- In casu: in het licht van bovenstaande is zonder nadere motivering niet duidelijk waarop het
oordeel van het hof berust dat de enkele vermelding van de merknaam Augmentin, zonder
aanduiding van de werkzame stof, en het ontbreken van een specifieke waarschuwing voor
gebruik daarvan in geval van overgevoeligheid voor penicilline meebrachten dat het protocol
niet aan de redelijkerwijs te stellen eisen voldeed.
NJ 2004, 307 Seresta
Geen sprake van de omkeringsregel als onduidelijk is welke specifieke norm is geschonden en of het
‘gevaar’ zich heeft verwezenlijkt.
- In casu: keelkankerpatiënt sliep al meer dan 20 uur na het innemen van 2 slaaptabletten. De
echtgenote waarschuwde de waarnemend huisarts, die de patiënt rond middernacht had
onderzocht. De huisarts ging er vanuit dat de patiënt binnen 2 uur zou ontwaken en vertelde
de echtgenote dat ze contact moet opnemen als de situatie zou verslechteren. De echtgenote
ging hierna slapen. ’s Ochtends bleek de patiënt te zijn overleden. Er vond geen obductie
plaats (precieze doodsoorzaak is dus onbekend).
, o Medische tuchtrechter had geoordeeld dat de waarnemend huisarts onjuist had
geoordeeld door de patiënt niet te laten opnemen. Er was dus sprake van een
duidelijke normovertreding.
o De nabestaanden startten een civiele procedure tot schadevergoeding met het
verzoek voor de toepassing van de omkeringsregel.
o Rb: volde de nabestaanden
o Hof: door de afwezigheid van een post mortem onderzoek, was de huisarts in
bewijsnood gebracht. Dit dient voor het risico van de nabestaanden te komen (dus
geen toepassing van de omkeringsregel)
o HR: er was niet aangegeven welke tot voorkoming van een specifiek gevaar
strekkende norm de arts had geschonden + probleem dat niet kan worden
aangetoond dat zich ‘het gevaar’ had verwezenlijkt (want geen post mortem
onderzoek dus doodsoorzaak niet zeker) GEEN toepassing omkeringsregel
o Indien een arts een beroepsfout wordt verweten, zal in vele gevallen als norm die de
arts zou hebben geschonden, slechts kunnen worden aangewezen de in art. 7:453
BW neergelegde algemene norm dat de arts bij zijn werkzaamheden de zorg van een
goed hulpverlener in acht moet nemen [...]. Dit brengt mee dat met betrekking tot
het bewijs van de stelling dat de fout tot een bepaalde schade voor de patiënt heeft
geleid [...] in die gevallen geen plaats meer zal zijn voor toepassing van de
omkeringsregel.
NJ 2007, 644 Foetale nood, CTG-arrest
Wanneer wordt de omkeringsregel toegepast?
- In casu: geboorteletsel bij de geboorte loopt de baby hersenletsel en Erbse parese
(armverlamming) op.
- Hof: er is sprake van (1) een normschending (geen permanente CTG-registratie van de
harttonen van de baby) + (2) de geschonden norm strekte tot bescherming tegen een
specifiek gevaar (hersenletsel door foetaal zuurstoftekort) + (3) voldoende aannemelijk is
geworden dat dit specifieke gevaar zich heeft verwezenlijkt (vast staat dat de baby blijvend
ernstig hersenletsel heeft opgelopen) WEL toepassing omkeringsregel
- HR: WEL toepassing omkeringsregel terecht!
o Voor toepassing van de omkeringsregel geldt niet dat de kans op verwezenlijking van
het (door de normovertreding in het leven geroepen) specifieke gevaar aanmerkelijk
moet zijn vergroot.
Van (2021) Annotatie bij rb Amsterdam, 29-10-2020-ECLI:NL:RBAMS:2020:5297
Voor toepassing van de omkeringsregel is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad vereist dat:
1. Een gedraging heeft plaatsgevonden die in strijd is met een norm
2. Dat die norm strekt tot het voorkomen van een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan
van schade
3. Degene die zich op de schending van deze norm beroept (ook bij betwisting) aannemelijk
heeft gemaakt dat in het concrete geval het specifieke gevaar waartegen de norm
bescherming beoogt te bieden, zich heeft verwezenlijkt.
HR 23 november 2001 ECLI:NL:HR:2001:AD3963 Informed consent, geboorteletsel
Geen sprake van omkeringsregel bij schending informed consent + intreden risico behandeling
waarover niet is geïnformeerd specifieke gevaar waartegen informed consent beschermt is niet
, hetzelfde als het risico van de behandeling zelf, maar dat patiënt geen weloverwogen keuze kan
maken.
- De op de arts rustende verplichting zijn patiënt vóór een medische behandeling in te lichten
over de risico’s van de voorgestelde behandeling, strekt niet ertoe de patiënt te beschermen
tegen deze risico’s doch om de patiënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen of hij
toestemming voor deze behandeling zal geven.
- Indien niet is voldaan aan informed consent (vanuit de arts is een tekortkoming in de
nakoming van de op hem rustende informatieplicht opgetreden) + het risico behandeling
waarover niet is voldaan aan informed consent treedt in GEEN sprake van de
omkeringregel bewijslast ligt alsnog bij patiënt
o Patiënt moet dus stellen en bewijzen dat hij al dan niet van deze behandeling had
afgezien als hij goed was voorgelicht, hierbij zijn onder andere van belang:
Hoe groot was het risico?
Hoe zou de situatie zich hebben ontwikkeld wanneer was afgezien van
behandeling?
Kwamen redelijkerwijs minder risicovolle behandelmethoden in aanmerking?
Wat is de kant op succes bij de behandelmethode?
RAV 201837 Integriteitsschade, leidt de schending van een informatieverplichting door een
hulpverlener tot aansprakelijkheid, ECLI:NL:GHARL:2018:695
Wanneer is een hulpverlener aansprakelijk wegens schending informatieplicht?
Schending van de informatieplicht
Aannemelijk dat patiënt zou hebben afgezien van de behandeling bij een juiste voorlichting
Aannemelijk dat de behandeling heeft geleid tot de schade (causaal verband)
- In casu: de ouders stellen dat de ernstige retardatie- en gedragsproblematiek van hun zoon is
veroorzaakt door het tijdens de zwangerschap verstrekken van de geneesmiddelen Anafranil
en Rivotril aan de (aanstaande) moeder. Is de psychiater aansprakelijk voor de problematiek
van kind wegens schending informatieplicht?
- Hof: het voorschrijven van deze medicatie is op zichzelf niet onzorgvuldig, maar wel
vastgesteld dat de psychiater tekort was geschoten in de verplichting om de (aanstaande)
ouders te informeren over de twijfels die destijds bestonden over het gebruik van de
geneesmiddelen tijdens de zwangerschap + het is aannemelijk dat de moeder bij een juiste
voorlichting zou hebben afgezien van het gebruik van de medicatie
o MAAR het is onduidelijk of het gebruik van de medicatie ook heeft geleid tot de
problematiek van het kind uit deskundigenonderzoek volgde dat er geen hard
bewijs is dat het gebruik van de medicatie tot de problematiek hebben geleid. Ook
andere (niet aan de psychiater toe te rekenen) factoren konden dit hebben
veroorzaakt.
- Op basis van het deskundigenonderzoek overweegt het hof allereerst dat het bestaan van
causaal verband niet kan worden aangenomen en dat er ook geen aanleiding is om de
bewijslast om te keren. Omdat niet vast staat dat de retardatie- en gedragsproblematiek ook
afzonderlijk door de medicatie kon zijn veroorzaakt, is ook het beroep op het leerstuk van
proportionele aansprakelijkheid verworpen. Dat geldt evenzo voor het leerstuk van de
kansschade, omdat van een normschending wat betreft het voorschrijven van de medicatie
geen sprake is.
Omdat wel vaststaat dat de informatieverplichting door de psychiater niet is nagekomen –
en de ouders dus een kans is ontnomen om een weloverwogen beslissing over het
medicatiegebruik te maken – overweegt het hof dat sprake is van schending van een
fundamenteel recht op zelfbeschikking. Door deze ernstige inbreuk op het
zelfbeschikkingsrecht is een fundamenteel recht zo ingrijpend aangetast dat dit moet worden