Mens zijn : college 1
Wat is psychologie
- Behaviorisme
- Psychoanalyse
- Humanistische psychologie
- Cognitieve psychologie
- Systeemtheorie
Om te weten wat een wetenschap doet kan je 2 vragen stellen :
- Object : deel van de werkelijkheid met bovenin biosfeer en onderin
subatomaire deeltjes (valt net van het plaatje af, stond onder atomen). Er zijn
verschillende wetenschappen die deze domeinen binnen de bredere
werkelijkheid onderzoeken. Zo doet sociologie vooral de grotere groepen (zo
doen zij maatschappij, cultuur- subcultuur, gemeenschap en familie). Psychologie
houd zich vooral bezig met menselijke gedrag/ menselijke acties . Zij werken met
familie, 2 personen, persoon beleving en gedrag. De hersenen beïnvloeden ons
gedrag, dit is een groot sturend onderdeel van het deel biologie. Zo gaat het over
zenuwstelsel, organen/orgaansystemen, weefsels, cellen, neuronen, organellen etc.).
- Methode : Je zoekt een geschikte methode om iets over het object te weten te komen. Hierdoor
moet je ook al wat meer over het onderwerp weten. Voorbeeld: iemand die kleine dingen wil
bestuderen gebruikt een microscoop.
Hoe vroeger tot geldige kennis komen : je moet het kunnen waarnemen/ zien/tellen/ registreren om
zo objectief vast te leggen welke verschijnselen zich voordoen. Dit is later wel verruimt, door de
verschillende meningen (beleving, emoties, drives, behoeften, gedachten etc. telden niet, want je
kunt gedachten niet waarnemen). De harde kern zei dat alleen observatie een methode is. Terwijl de
zachte kern vond dat je ook moest meenemen hoe mensen zichzelf ervaren en hoe dit leidt tot hun
keuzes. Zelfreflectie was dus nog geen instrument.
Wetenschappelijke theorieën Alledaagse theorieën
Systematisch en ordelijk beschrijven van Intuïtief en willekeurig beschrijven van
verschijnselen in de werkelijkheid (alle verschijnselen in de werkelijkheid (we ordenen
kenmerken en eigenschappen in kaart brengen). dit niet heel systematisch)
Verklaren en voorspellen van verschijnselen Onkritisch uit op de bevestiging en niet op de
(wat zijn factoren/ omstandigheden die leiden weerlegging
tot verschijnselen die je in werkelijkheid ziet/
wat maakt dat mensen zich zo gedragen).
creatief nieuwe zienswijzen in andere domeinen Verklaringen achteraf i.p.v. voorspellen. Je gaat
ontwikkelen/ ontdekken en eventueel koppelen nieuwe situaties opzoeken/ creëren waarin het
aan andere domeinen/verschijnselen om te weer optreed. Dit geeft grip op de wekelijkheid.
kijken of deze mechanismen daar ook
werkzaam zijn.
Psychologie ook wel empirische wetenschap genoemd: empirie = feiten, kun je echt waarnemen.
Vuistregel : je moet minder dan 5% kans hebben op toeval
,Sociale wetenschappen
- Op waarneembare feiten gebaseerd
- Aan feiten te toetsen
- De meest logische theorie
Sociale wetenschappen hebben een keerpunt omdat niet alles objectief te testen is (christelijk) :
God is niet direct waarneembaar of bewijsbaar, subjectieve geloofservaringen gelden niet als bewijs
Standpunten in het christelijke kamp :
- In de bijbel staat alles wat we moeten weten en psychische problemen zijn gevolg van zonde, dan
heb je ze niet geleefd zoals god het van je vraagt.
- Als je met onjuiste aannames begint, is alles wat je daarna vindt, ook onjuist. Dus bijv. als mensen
niet in god geloven, is alles wat zij denken onjuist.
- Er is maar een werkelijkheid, dus wat we ontdekken in Gods geschapen werkelijkheid kan nooit
de bijbel tegenspreken. (bijv. evolutietheorie)
Verschillende soorten kennis :
- Alledaagse kennis/ intuïtie
- Wetenschappelijke kennis
- Theologie/levensbeschouwing : hoe hoort het/ hoe is het bedoelt? (normatief)
- Filosofie: doordenken van thema’s/ verhoudingen. Kritisch te blijven bij vanzelfsprekendheden en
kijken waarop onze kennis is gebaseerd/ kijken naar de werkelijkheid en hoe deze gekleurd is.
(levensbeschouwelijke) veronderstellingen : Het leren herkennen van mensbeelden achter
aannames van mensen/theorieën is belangrijk voor het verklaren van gedrag.
- Bijv. christelijk : De mens gaat later naar de hemel en is door god geschapen dit kleurt
onbedoeld het objectieve zoeken naar waarheid, waar je van uitgaat.
Specifieke theorie = reductie (isoleren) van de werkelijkheid (doen alsof dit het enige is wat
bestaat). Een bril waardoor we bepaalde dingen scherp zien/niet meer zien. Soms wordt vergeten dat
dit niet het hele plaatje is. Dit is binnen de psychologie het gevolg van specialisme/ abstractie.
- Er zijn mensen die verliefdheid puur zien als hersenactiviteit en vergeten dat het belangrijkste de
andere persoon is, die deze hersenactiviteit oproept.
Waar kan je op letten bij verschillen in mensbeelden
- Oorzaak- gevolg relaties wat veroorzaakt gedrag
- Rol individu- omgeving hoe deze wordt bepaald door bepaalde factoren en hoe kan deze zijn
omgeving zelf beïnvloeden. (Is deze passief aan allerlei krachten of een vrijere rol).
Er zijn 3 type mensbeelden te onderscheiden onder de psychologische theorieën :
- Personalistisch mensbeeld: meest bepalend is de vrije keuze/ zelf kiezen, wat te maken heeft met
wat je wil bereiken. Je hoeft niet mee te gaan met beïnvloeding, want je kan zelf kiezen. Je staat
boven de natuur/ omgeving. Belangrijk zijn de betekenissen die mensen zelf geven aan de
werkelijkheid. Dit bepaalt hoe mensen met werkelijkheid om gaan. (Christelijk).
- Organistisch mensbeeld: sprake van een wisselwerking tussen de persoon en de omgeving. De
mens heeft aanpassend vermogen, stelt zich hier elke dag in op nieuwe uitdagingen en heeft
invloed op de omgeving/zet deze naar zijn hand. Continue veranderend evenwicht tussen de
mens en omgeving (Bijv. evolutionistische opvattingen, Darwin).
- Mechanistisch mensbeeld : gaat er vanuit dat gedrag heel simpel in elkaar zit, zelfs onder de
complexe gedragingen zitten eigenlijk vrij eenvoudige principes. Hierdoor is gedrag goed sturen.
Complexiteit is alleen een optelsom van heel veel eenvoudige beïnvloedingen principes.
(vergelijkt de mens met een soort robot/speelballen die worden bepaald door factoren).
, Basisuitgangspunten/ mensbeeld van het behaviorisme : (meest mechanistische mensbeeld)
- Je kan de mens alleen objectief kan bestuderen door te tellen/ meten/ registreren.
- Veel processen zijn vergelijkbaar met dieren (leren, reageren op prikkels leerprocessen)
- Weinig aandacht voor wat mensen willen bereiken/doelen.
- De mens wordt blanco geboren (Tabula rasa : onbeschreven blad) Alleen een paar reflexmatige
neigingen en de rest is allemaal aangeleerd
- complex is optelsom van eenvoudige oorzaak-gevolg principes. (bijv. partnerkeuze is complex,
maar door een optelsom kies je deze).
4 soorten leerprocessen :
- Habituatie
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Modelleren
Habituatatie : (betekent ook wel gewenning). Onze prikkels worden gefilterd, prikkels die geen
nieuwwaarde hebben maken een keuze belangrijk of niet bijv. mensen die bij een treinstation wonen
horen hem naar verloop van tijd niet meer)
Gedrag wat hij vertoond : respons (reactie)
Prikkel die aanleiding geeft op de respons : stimulus (komen van buiten op een persoon/dier af)
Klassieke conditionering :
1. O.S. (ongeconditioneerd. Stimulus) O.R. (ongeconditioneerd respons)
- Reflexen, niet aangeleerd gedrag wat automatisch plaatsvind door een prikkel
2. O.S. (ongeconditioneerd. Stimulus) + N.S. (neutraal stimulus) O.R (ongeconditioneerd
respons)
- Neutrale stimulus : die niet de respons oproepen, het belletje is een neutrale stimulus, roept niet
zomaar het kwijlen op want dit is niet reflexmatig. Zolang het gaat om het leerproces is het een
ongeconditioneerd respons)
3. C.S. (conditioneert. Stimulus) C.R. (conditioneert respons)
- Neutrale stimulus kan overgaan in een geconditioneerde stimulus als deze lang genoeg gekoppeld
is geweest aan een ongeconditioneerde stimulus (leergeschiedenis) als de ongeconditioneerde
stimulus weggelaten kan worden is allen nog het neutrale stimulus (nu een geconditioneerde
stimulus geworden).
Hondje van Pavlov : Je houd de hond een koekje voor waardoor deze gaat kwijlen. Hier doe je een
belletje bij, als je dit lang genoeg volhoud en alleen het belletje laat afgaan gaat de hond alsnog
kwijlen terwijl het koekje er niet is.
Voorbeeld : een luchtalarm gaat af, is op zich een neutrale stimulus. Toch kan het zo zijn dat mensen
daarop angstig reageren(respons). Dit moet wel een geconditioneerd respons zijn omdat je normaal
niet zo op zoon stimulus zo reageert. De neutrale stimulus is blijkbaar geconditioneerd, gekoppeld
geweest (een tijd lang of eenmalig in een vrij heftige situatie) aan een ongeconditioneerde stimulus.
Bijv. iemand uit het leger die het luchtalarm heeft gehoord bij bommen. Wanneer deze terug is in
Nederland gaat deze elke eerste maandag van de maand. In de hersenen is een associatie gelegd die
automatisch/reflexmatig angst veroorzaakt bij het afgaan van het luchtalarm.
Voorbeeld Positieve stimulus: vrouw van Henk vond de naam Willem heel leuk omdat zij een jongen
kende in jaar jeugd waar ze een goed gevoel bij had die Tijl Willem heette.
Wat is psychologie
- Behaviorisme
- Psychoanalyse
- Humanistische psychologie
- Cognitieve psychologie
- Systeemtheorie
Om te weten wat een wetenschap doet kan je 2 vragen stellen :
- Object : deel van de werkelijkheid met bovenin biosfeer en onderin
subatomaire deeltjes (valt net van het plaatje af, stond onder atomen). Er zijn
verschillende wetenschappen die deze domeinen binnen de bredere
werkelijkheid onderzoeken. Zo doet sociologie vooral de grotere groepen (zo
doen zij maatschappij, cultuur- subcultuur, gemeenschap en familie). Psychologie
houd zich vooral bezig met menselijke gedrag/ menselijke acties . Zij werken met
familie, 2 personen, persoon beleving en gedrag. De hersenen beïnvloeden ons
gedrag, dit is een groot sturend onderdeel van het deel biologie. Zo gaat het over
zenuwstelsel, organen/orgaansystemen, weefsels, cellen, neuronen, organellen etc.).
- Methode : Je zoekt een geschikte methode om iets over het object te weten te komen. Hierdoor
moet je ook al wat meer over het onderwerp weten. Voorbeeld: iemand die kleine dingen wil
bestuderen gebruikt een microscoop.
Hoe vroeger tot geldige kennis komen : je moet het kunnen waarnemen/ zien/tellen/ registreren om
zo objectief vast te leggen welke verschijnselen zich voordoen. Dit is later wel verruimt, door de
verschillende meningen (beleving, emoties, drives, behoeften, gedachten etc. telden niet, want je
kunt gedachten niet waarnemen). De harde kern zei dat alleen observatie een methode is. Terwijl de
zachte kern vond dat je ook moest meenemen hoe mensen zichzelf ervaren en hoe dit leidt tot hun
keuzes. Zelfreflectie was dus nog geen instrument.
Wetenschappelijke theorieën Alledaagse theorieën
Systematisch en ordelijk beschrijven van Intuïtief en willekeurig beschrijven van
verschijnselen in de werkelijkheid (alle verschijnselen in de werkelijkheid (we ordenen
kenmerken en eigenschappen in kaart brengen). dit niet heel systematisch)
Verklaren en voorspellen van verschijnselen Onkritisch uit op de bevestiging en niet op de
(wat zijn factoren/ omstandigheden die leiden weerlegging
tot verschijnselen die je in werkelijkheid ziet/
wat maakt dat mensen zich zo gedragen).
creatief nieuwe zienswijzen in andere domeinen Verklaringen achteraf i.p.v. voorspellen. Je gaat
ontwikkelen/ ontdekken en eventueel koppelen nieuwe situaties opzoeken/ creëren waarin het
aan andere domeinen/verschijnselen om te weer optreed. Dit geeft grip op de wekelijkheid.
kijken of deze mechanismen daar ook
werkzaam zijn.
Psychologie ook wel empirische wetenschap genoemd: empirie = feiten, kun je echt waarnemen.
Vuistregel : je moet minder dan 5% kans hebben op toeval
,Sociale wetenschappen
- Op waarneembare feiten gebaseerd
- Aan feiten te toetsen
- De meest logische theorie
Sociale wetenschappen hebben een keerpunt omdat niet alles objectief te testen is (christelijk) :
God is niet direct waarneembaar of bewijsbaar, subjectieve geloofservaringen gelden niet als bewijs
Standpunten in het christelijke kamp :
- In de bijbel staat alles wat we moeten weten en psychische problemen zijn gevolg van zonde, dan
heb je ze niet geleefd zoals god het van je vraagt.
- Als je met onjuiste aannames begint, is alles wat je daarna vindt, ook onjuist. Dus bijv. als mensen
niet in god geloven, is alles wat zij denken onjuist.
- Er is maar een werkelijkheid, dus wat we ontdekken in Gods geschapen werkelijkheid kan nooit
de bijbel tegenspreken. (bijv. evolutietheorie)
Verschillende soorten kennis :
- Alledaagse kennis/ intuïtie
- Wetenschappelijke kennis
- Theologie/levensbeschouwing : hoe hoort het/ hoe is het bedoelt? (normatief)
- Filosofie: doordenken van thema’s/ verhoudingen. Kritisch te blijven bij vanzelfsprekendheden en
kijken waarop onze kennis is gebaseerd/ kijken naar de werkelijkheid en hoe deze gekleurd is.
(levensbeschouwelijke) veronderstellingen : Het leren herkennen van mensbeelden achter
aannames van mensen/theorieën is belangrijk voor het verklaren van gedrag.
- Bijv. christelijk : De mens gaat later naar de hemel en is door god geschapen dit kleurt
onbedoeld het objectieve zoeken naar waarheid, waar je van uitgaat.
Specifieke theorie = reductie (isoleren) van de werkelijkheid (doen alsof dit het enige is wat
bestaat). Een bril waardoor we bepaalde dingen scherp zien/niet meer zien. Soms wordt vergeten dat
dit niet het hele plaatje is. Dit is binnen de psychologie het gevolg van specialisme/ abstractie.
- Er zijn mensen die verliefdheid puur zien als hersenactiviteit en vergeten dat het belangrijkste de
andere persoon is, die deze hersenactiviteit oproept.
Waar kan je op letten bij verschillen in mensbeelden
- Oorzaak- gevolg relaties wat veroorzaakt gedrag
- Rol individu- omgeving hoe deze wordt bepaald door bepaalde factoren en hoe kan deze zijn
omgeving zelf beïnvloeden. (Is deze passief aan allerlei krachten of een vrijere rol).
Er zijn 3 type mensbeelden te onderscheiden onder de psychologische theorieën :
- Personalistisch mensbeeld: meest bepalend is de vrije keuze/ zelf kiezen, wat te maken heeft met
wat je wil bereiken. Je hoeft niet mee te gaan met beïnvloeding, want je kan zelf kiezen. Je staat
boven de natuur/ omgeving. Belangrijk zijn de betekenissen die mensen zelf geven aan de
werkelijkheid. Dit bepaalt hoe mensen met werkelijkheid om gaan. (Christelijk).
- Organistisch mensbeeld: sprake van een wisselwerking tussen de persoon en de omgeving. De
mens heeft aanpassend vermogen, stelt zich hier elke dag in op nieuwe uitdagingen en heeft
invloed op de omgeving/zet deze naar zijn hand. Continue veranderend evenwicht tussen de
mens en omgeving (Bijv. evolutionistische opvattingen, Darwin).
- Mechanistisch mensbeeld : gaat er vanuit dat gedrag heel simpel in elkaar zit, zelfs onder de
complexe gedragingen zitten eigenlijk vrij eenvoudige principes. Hierdoor is gedrag goed sturen.
Complexiteit is alleen een optelsom van heel veel eenvoudige beïnvloedingen principes.
(vergelijkt de mens met een soort robot/speelballen die worden bepaald door factoren).
, Basisuitgangspunten/ mensbeeld van het behaviorisme : (meest mechanistische mensbeeld)
- Je kan de mens alleen objectief kan bestuderen door te tellen/ meten/ registreren.
- Veel processen zijn vergelijkbaar met dieren (leren, reageren op prikkels leerprocessen)
- Weinig aandacht voor wat mensen willen bereiken/doelen.
- De mens wordt blanco geboren (Tabula rasa : onbeschreven blad) Alleen een paar reflexmatige
neigingen en de rest is allemaal aangeleerd
- complex is optelsom van eenvoudige oorzaak-gevolg principes. (bijv. partnerkeuze is complex,
maar door een optelsom kies je deze).
4 soorten leerprocessen :
- Habituatie
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Modelleren
Habituatatie : (betekent ook wel gewenning). Onze prikkels worden gefilterd, prikkels die geen
nieuwwaarde hebben maken een keuze belangrijk of niet bijv. mensen die bij een treinstation wonen
horen hem naar verloop van tijd niet meer)
Gedrag wat hij vertoond : respons (reactie)
Prikkel die aanleiding geeft op de respons : stimulus (komen van buiten op een persoon/dier af)
Klassieke conditionering :
1. O.S. (ongeconditioneerd. Stimulus) O.R. (ongeconditioneerd respons)
- Reflexen, niet aangeleerd gedrag wat automatisch plaatsvind door een prikkel
2. O.S. (ongeconditioneerd. Stimulus) + N.S. (neutraal stimulus) O.R (ongeconditioneerd
respons)
- Neutrale stimulus : die niet de respons oproepen, het belletje is een neutrale stimulus, roept niet
zomaar het kwijlen op want dit is niet reflexmatig. Zolang het gaat om het leerproces is het een
ongeconditioneerd respons)
3. C.S. (conditioneert. Stimulus) C.R. (conditioneert respons)
- Neutrale stimulus kan overgaan in een geconditioneerde stimulus als deze lang genoeg gekoppeld
is geweest aan een ongeconditioneerde stimulus (leergeschiedenis) als de ongeconditioneerde
stimulus weggelaten kan worden is allen nog het neutrale stimulus (nu een geconditioneerde
stimulus geworden).
Hondje van Pavlov : Je houd de hond een koekje voor waardoor deze gaat kwijlen. Hier doe je een
belletje bij, als je dit lang genoeg volhoud en alleen het belletje laat afgaan gaat de hond alsnog
kwijlen terwijl het koekje er niet is.
Voorbeeld : een luchtalarm gaat af, is op zich een neutrale stimulus. Toch kan het zo zijn dat mensen
daarop angstig reageren(respons). Dit moet wel een geconditioneerd respons zijn omdat je normaal
niet zo op zoon stimulus zo reageert. De neutrale stimulus is blijkbaar geconditioneerd, gekoppeld
geweest (een tijd lang of eenmalig in een vrij heftige situatie) aan een ongeconditioneerde stimulus.
Bijv. iemand uit het leger die het luchtalarm heeft gehoord bij bommen. Wanneer deze terug is in
Nederland gaat deze elke eerste maandag van de maand. In de hersenen is een associatie gelegd die
automatisch/reflexmatig angst veroorzaakt bij het afgaan van het luchtalarm.
Voorbeeld Positieve stimulus: vrouw van Henk vond de naam Willem heel leuk omdat zij een jongen
kende in jaar jeugd waar ze een goed gevoel bij had die Tijl Willem heette.