Biologie Hoofdstuk 7 evolutie
Paragraaf 7.1 ontstaan van de mens
De Lamarck ging ervan uit dat een organisme de aanpassingen aan zijn omgeving, die hij tijdens zijn
leven ontwikkelde, doorgaf aan zijn nakomelingen. --> als de uitspraak de eigenschap verworven is,
dat vindt dus ongericht plaats.
Darwin zijn uitgangspunten voor deze theorie zijn dat in een populatie individuen verschillen in
eigenschappen en de leefomgeving een selectiedruk uitoefent op hun overlevingskansen. Darwin
noemt dit ‘the struggle for life’. Individuen die beter zijn aangepast aan hun omgeving leven langer
en krijgen de meeste nakomelingen. Darwin spreekt over ‘the survival of the fittest’. De nieuwe
populaties krijgen zo procentueel steeds meer individuen met de gunstige aanpassing. --> er is sprake
van een eigenschap die gericht verworven is.
Theorie continentale drift:
- Als een boom geen jaarringen bezit, dan wijst dat erop dat de bomen groeiden gebieden
zonder seizoenen, in de buurt van de evenaar. Waarschijnlijk is het land weggedreven van
het gebied i de buurt van de evenaar naar meer noordelijke gelegen gebieden.
- Een gebergte kan in hetzelfde gebied zijn ontstaan, maar later kunnen ze van elkaar
weggedreven zijn.
Bij het eten van aasdieren heb je een grotere risico op voedselvergiftiging dan het eten van gevangen
prooidieren.
Door een verandering van de leefomgeving (van bomen naar savanne) is de grijpfunctie van de staart
bij het snel lopen over taken en slingeren in bomen verloren gegaan in de savanne. Het hebben van
een staart was in de savanne alleen maar belemmerend en is door selectiedruk weg geëvolueerd.
Stuitje.
Bij het maken van een datering van de migratiepatronen op basis van mutaties in het mitochondriaal
DNA maken de volgende dingen het onzeker:
- In verschillende individuen kunnen tegelijkertijd, maar onafhankelijk van elkaar, dezelfde
mutaties ontstaan, zogenaamde parallelle mutaties.
- Vermoedelijk verlopen mutatiesnelheden de afgelopen 11000 jaar sneller dan daarvoor. En
dat betekent dat de gemiddelde hogere aantal mutaties per tijdeenheid is dan waar de
onderzoekers van uit gaan.
Hoe sterker de rolpatronen binnen de sociale structuur van een soort, hoe groter het seksueel
dimorfisme is. Soorten waarbij de mannen zich voornamelijk bezig houden met jagen en verdedigen
en vrouwen met verzorging, vertonen een groter verschil tussen mannen en vrouwen.
Paragraaf 2
In de neodarwinistisch evolutietheorie gaan wetenschappers er van uit dat door mutaties kleine
verschillen bestaan tussen de individuen binnen een populatie. Alleen de best aangepaste individuen
zullen de concurrentiestrijd overleven. Gunstige erfelijke eigenschappen verspreiden zich in een
populatie ten koste van ongunstige erfelijke eigenschappen.
Een barrière splits een populatie in tweeën. Elk deel van de populatie gaat zijn eigen evolutionaire
weg door mutaties en natuurlijke selectie. Na vele generaties zijn twee populaties ontstaan, waarvan
Paragraaf 7.1 ontstaan van de mens
De Lamarck ging ervan uit dat een organisme de aanpassingen aan zijn omgeving, die hij tijdens zijn
leven ontwikkelde, doorgaf aan zijn nakomelingen. --> als de uitspraak de eigenschap verworven is,
dat vindt dus ongericht plaats.
Darwin zijn uitgangspunten voor deze theorie zijn dat in een populatie individuen verschillen in
eigenschappen en de leefomgeving een selectiedruk uitoefent op hun overlevingskansen. Darwin
noemt dit ‘the struggle for life’. Individuen die beter zijn aangepast aan hun omgeving leven langer
en krijgen de meeste nakomelingen. Darwin spreekt over ‘the survival of the fittest’. De nieuwe
populaties krijgen zo procentueel steeds meer individuen met de gunstige aanpassing. --> er is sprake
van een eigenschap die gericht verworven is.
Theorie continentale drift:
- Als een boom geen jaarringen bezit, dan wijst dat erop dat de bomen groeiden gebieden
zonder seizoenen, in de buurt van de evenaar. Waarschijnlijk is het land weggedreven van
het gebied i de buurt van de evenaar naar meer noordelijke gelegen gebieden.
- Een gebergte kan in hetzelfde gebied zijn ontstaan, maar later kunnen ze van elkaar
weggedreven zijn.
Bij het eten van aasdieren heb je een grotere risico op voedselvergiftiging dan het eten van gevangen
prooidieren.
Door een verandering van de leefomgeving (van bomen naar savanne) is de grijpfunctie van de staart
bij het snel lopen over taken en slingeren in bomen verloren gegaan in de savanne. Het hebben van
een staart was in de savanne alleen maar belemmerend en is door selectiedruk weg geëvolueerd.
Stuitje.
Bij het maken van een datering van de migratiepatronen op basis van mutaties in het mitochondriaal
DNA maken de volgende dingen het onzeker:
- In verschillende individuen kunnen tegelijkertijd, maar onafhankelijk van elkaar, dezelfde
mutaties ontstaan, zogenaamde parallelle mutaties.
- Vermoedelijk verlopen mutatiesnelheden de afgelopen 11000 jaar sneller dan daarvoor. En
dat betekent dat de gemiddelde hogere aantal mutaties per tijdeenheid is dan waar de
onderzoekers van uit gaan.
Hoe sterker de rolpatronen binnen de sociale structuur van een soort, hoe groter het seksueel
dimorfisme is. Soorten waarbij de mannen zich voornamelijk bezig houden met jagen en verdedigen
en vrouwen met verzorging, vertonen een groter verschil tussen mannen en vrouwen.
Paragraaf 2
In de neodarwinistisch evolutietheorie gaan wetenschappers er van uit dat door mutaties kleine
verschillen bestaan tussen de individuen binnen een populatie. Alleen de best aangepaste individuen
zullen de concurrentiestrijd overleven. Gunstige erfelijke eigenschappen verspreiden zich in een
populatie ten koste van ongunstige erfelijke eigenschappen.
Een barrière splits een populatie in tweeën. Elk deel van de populatie gaat zijn eigen evolutionaire
weg door mutaties en natuurlijke selectie. Na vele generaties zijn twee populaties ontstaan, waarvan