HRM Week 1:
Operationeeldoenverrichten
Tactischhoeinrichten
Strategischwatrichten
Met kwaliteit van de arbeid wordt er geprobeerd een objectiever beeld
te vormen van wat in onze cultuur als een goede arbeidsplaats wordt
gedefinieerd.
Bij kwaliteit van de arbeid gaat het om: het oordeel over het werk, wat is
de invloed van de arbeidsplaats op motivatie, prestatie en tevredenheid
en objectief los van de medewerker.
Arbeid: Elke doelmatige bezigheid, welke weliswaar door het individu
wordt verricht, maar die door derden zou kunnen worden overgenomen en
die de middelen verschaft voor de bevrediging van maatschappelijk
erkende behoeften
Perspectieven van waaruit je arbeid kunt zien:
• Economisch: betaalde/onbetaalde arbeid
• Psychologisch: betekenis voor het individu
• Sociologisch: betekenis voor de maatschappij
• Filosofisch: arbeid als centrale levenswaarde
• Ethisch: arbeid draagt bij aan de kwaliteit van leven
Manifeste functie: verschaft inkomen (Latente deprivatiemodel (Jahoda)
Latente functies: Structureert de dag, Zorgt voor sociale contacten,
Maatschappelijke betrokkenheid/ integratie, Sociale status en Persoonlijke
ontplooiing/ identiteit.
, 4 A’s van arbeid:
-arbeidsinhoud: organisatie van het werk, fysieke taakeisen en de
mentale taakeisen.
-arbeidsomstandigheden: fysische aspecten, biologische en chemische
stoffen, fysieke aspecten, gevaar, hygiëne en beschikbaarheid van
beschermingsmiddelen.
-arbeidsverhoudingen: relaties van boven- en ondergeschikten, stijl van
leidinggeven of managementstijl en de overlegvormen (beslissingsruimte,
participatie).
-arbeidsvoorwaarden: Salaris of beloningsstructuur,
Functieomschrijvingen, Promotiemogelijkheden, Beschikbare
contractvormen, Secundaire arbeidsvoorwaarden, Werktijden
Bij sociale innovatie gaat het over slimmer werken, dus investeren in
mensen en organisaties om de bedrijfsprestaties te verbeteren.
Factoren die de prestaties van medewerkers bepalen zijn: abilities,
motivation en opportunities ofwel het AMO-model.
Bij opportunities staat centraal dat mensen de gelegenheid moeten krijgen
om hun capaciteiten verder te ontwikkelen. Hierbij is inrichten en
aansturing binnen een organisatie van belang en het organisatieontwerp
bepaalt de taken en daarmee de kwaliteit van de arbeidsplaats.
JOB Characteristics Model (JCM) van Hackman en Oldham & WEBA-model
gebaseerd op de Eisen van de Arbowet zijn 2 theorieën die de kwaliteit
van de arbeid meten.
JCM: is een manier om arbeidsplaatsen objectiever te beoordelen in
hoeverre ze de prestaties, motivatie en tevredenheid positief beïnvloeden.
3 basiskenmerken voor intrinsieke motivatie en arbeidstevredenheid zijn:
het werk moet als zinvol worden ervaren, verantwoordelijk voelen voor de
resultaten en de resultaten van zijn werk kennen.
-Skill variety (vaardigheden
kunnen gebruiken)
-Task identity (afgerond
(deel) geheel)
-Task significance (invloed
hebben op eindproduct)
-Autonomy (beslissingen
over planning en
Operationeeldoenverrichten
Tactischhoeinrichten
Strategischwatrichten
Met kwaliteit van de arbeid wordt er geprobeerd een objectiever beeld
te vormen van wat in onze cultuur als een goede arbeidsplaats wordt
gedefinieerd.
Bij kwaliteit van de arbeid gaat het om: het oordeel over het werk, wat is
de invloed van de arbeidsplaats op motivatie, prestatie en tevredenheid
en objectief los van de medewerker.
Arbeid: Elke doelmatige bezigheid, welke weliswaar door het individu
wordt verricht, maar die door derden zou kunnen worden overgenomen en
die de middelen verschaft voor de bevrediging van maatschappelijk
erkende behoeften
Perspectieven van waaruit je arbeid kunt zien:
• Economisch: betaalde/onbetaalde arbeid
• Psychologisch: betekenis voor het individu
• Sociologisch: betekenis voor de maatschappij
• Filosofisch: arbeid als centrale levenswaarde
• Ethisch: arbeid draagt bij aan de kwaliteit van leven
Manifeste functie: verschaft inkomen (Latente deprivatiemodel (Jahoda)
Latente functies: Structureert de dag, Zorgt voor sociale contacten,
Maatschappelijke betrokkenheid/ integratie, Sociale status en Persoonlijke
ontplooiing/ identiteit.
, 4 A’s van arbeid:
-arbeidsinhoud: organisatie van het werk, fysieke taakeisen en de
mentale taakeisen.
-arbeidsomstandigheden: fysische aspecten, biologische en chemische
stoffen, fysieke aspecten, gevaar, hygiëne en beschikbaarheid van
beschermingsmiddelen.
-arbeidsverhoudingen: relaties van boven- en ondergeschikten, stijl van
leidinggeven of managementstijl en de overlegvormen (beslissingsruimte,
participatie).
-arbeidsvoorwaarden: Salaris of beloningsstructuur,
Functieomschrijvingen, Promotiemogelijkheden, Beschikbare
contractvormen, Secundaire arbeidsvoorwaarden, Werktijden
Bij sociale innovatie gaat het over slimmer werken, dus investeren in
mensen en organisaties om de bedrijfsprestaties te verbeteren.
Factoren die de prestaties van medewerkers bepalen zijn: abilities,
motivation en opportunities ofwel het AMO-model.
Bij opportunities staat centraal dat mensen de gelegenheid moeten krijgen
om hun capaciteiten verder te ontwikkelen. Hierbij is inrichten en
aansturing binnen een organisatie van belang en het organisatieontwerp
bepaalt de taken en daarmee de kwaliteit van de arbeidsplaats.
JOB Characteristics Model (JCM) van Hackman en Oldham & WEBA-model
gebaseerd op de Eisen van de Arbowet zijn 2 theorieën die de kwaliteit
van de arbeid meten.
JCM: is een manier om arbeidsplaatsen objectiever te beoordelen in
hoeverre ze de prestaties, motivatie en tevredenheid positief beïnvloeden.
3 basiskenmerken voor intrinsieke motivatie en arbeidstevredenheid zijn:
het werk moet als zinvol worden ervaren, verantwoordelijk voelen voor de
resultaten en de resultaten van zijn werk kennen.
-Skill variety (vaardigheden
kunnen gebruiken)
-Task identity (afgerond
(deel) geheel)
-Task significance (invloed
hebben op eindproduct)
-Autonomy (beslissingen
over planning en