China
Begrippen en gedachtegoed
‘Sinosphere’ China als hegemoon en voorbeeld voor Korea, Japan en Annam.
Het examenstelsel 1. Regionaal jaarlijks
2. Provinciaal
3. Hoofdstad elke 3 jaar.
Inhoudelijke basis in de klassieke testen rond Confucius. Belangrijkste poort
intrede in het bestuur en om positie te veranderen t.o.v. sociale mobiliteit.
Rangen:
1. Licentiaten: privileges (op herhaling examen).
2. Ambten: op-een-na hoogste positie.
3. Quotenstelsel: hoogste positie.
Culturele toets <-> mogelijkheid tot sociale mobiliteit. Maar hoe rijker je was, hoe
makkelijker het was onderwijs te volgen.
Confucianisme De wereld opnieuw herzien. Vijf verhoudingen:
1. Keizer – onderdaan
2. Vader – zoon
3. Man – vrouw
4. Oudere – jongere
5. Vrienden onderling
Daoisme Meegaan met de stromen. (Laozi grondlegger).
Hemels mandaat - Keizer behoudt evenwicht met de hemel door rituelen.
- Regeren door voorbeeld van morele zelfverbetering.
- Literati hebben als taak deze heerser aan de verplichtingen te houden.
Jezuïeten en China - Proberen met hun geletterdheid bovenlaag te bekeren.
- Zoeken toegang tot keizer.
- Veel kennis over astronomie winnen van Chinese astronomen.
Dynastieën
Qing Dynastie Heeft China als eerst verenigd.
Han Dynastie Tijdgenoot van de Romeinen.
Song Dynastie Economische ontwikkeling, stedelijker dan Europese steden.
Yuan Dynastie Veroveringsdynastie (Mughals).
Keizers
Zhu Yuanzhang Eerste Ming keizer.
Kangxi keizer
Chengdu keizer
Japan
Begrippen
Kyoto Keizerstad Japan (ritueel hart).
Edo Stad van Tokugawa Shoguns.
Keizer – shoguns Japan is altijd een balans tussen keizer en Shoguns. Actieve politieke leider en
keizer die in een paleis in het culturele centrum zit.
Daimyo Rivalen.
, Islamitische Rijken (Mughalrijk)
= India
Begrippen en gedachtegoed
‘Gunpowder’ Door buskruit meer bloei.
Empires
Paard Door het paard mogelijk om grootschalig te veroveren: tussen steppe en zee.
Afstammelingen Als je afstammeling bent van ChingizKahn ontlenen de Groot Mogols hun status.
ChingizKahn Timur (voorvader) – Babur (gesticht) – Humayun – Akbar – Jahangir – Shah Jahan
– Aurangzeb
Spelers: rivalen & 1. Broers niet loyaal aan de Mughalfamilie, zijn altijd uit op macht.
deelhebbers macht 2. Uzbeken / Shaibanieden wie Samakon in handen had, had de macht.
3. Hind: Afghanen kijken neer op oude orde.
4. Hind: Rajputs bewapende boeren en aristocratische krijgers.
5. Iran: Safavieden model idealen van de staat op cultureel niveau.
6. Frangis VOC vestigingen India
Iraanse provincie - Babur krijgt steun van Safavieden.
- Humayun krijgt politiek asiel in Iran.
- Ondergedompeld in Shi’isme en Iraans koningsritueel.
Centralisatie 1. Geweld imperium gesticht door Babur met cavalerie (combinatie met
kanon).
2. Hofcultuur inclusiviteit (staatsideologie?). Akbar gebruikt ideeën van
de Griekse wereld.
- Sulh-i Kull: tolerantie
- Din-i ilahi: persoonlijkheidscultus
- Mansab: hiërarchie in rangen
- Jagir: betaling met prebendes (gebied waar jij belasting mocht innen)
- Zabt: regulering (kadaster)
3. Economie edelmetalen magneet in India. Om te handelen met het
Mughalrijk moesten Europeanen zilver of goud brengen.
Warband Krijgersgroep
Qazaqliq Plunderen door nomadische groepen, veroverd met oogmerk een rijk te stichten.
Zamindors Landheren
Keizers benadrukt college
Babur Stichter Mughalrijk.
Akbar Woke keizer.
Aurangzeb Conservatief na Akbar.
Bahadur Shah Zafir II 1857 laatste Mughalkeizer.
Afrika
Begrippen en gedachtegoed
Trans-Sahara handel Zout voor goud en slaven. Handel was vooral met Dar al-islam.
Songhai Rijk - Grootste en laatste rijk.
-
Staatsvorming Afrika - Cliëntelisme & reciprociteit.
- Macht gebaseerd op aantal onderdanen, niet op territorium.
- Verwantschap en afstammelingen belangrijk.
- Wereldlijke en spirituele autoriteit nauw verbonden.
Diffusion vs Ontwikkeling van Afrikaanse beschavingen niet door interne evolutie, maar door
evolution theory diffusie / adoptie van ideeën en gebruiken uit andere culturen.