,NCOI Oefentoets Jeugdzorg 2025 HBO Programma Kinderpsychologie
, NCOI Oefentoets Jeugdzorg 2025 HBO Programma Kinderpsychologie
20 open vragen – antwoorden apart
1. Wat verstaan we onder methodisch begeleiden van kinderen en jongeren in de jeugdzorg?
2. Noem en beschrijf drie belangrijke elementen van methodisch begeleiden.
3. Hoe kan een begeleider het beste omgaan met de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen?
4. Waarom is het belangrijk om visie te hebben bij het begeleiden van kinderen en jongeren?
5. Geef een voorbeeld van een begeleidingsmethode die in de jeugdzorg wordt gebruikt en leg uit hoe
deze bijdraagt aan de ontwikkeling van het kind.
6. Hoe kun je als begeleider de motivatie van een kind of jongere vergroten in het begeleidingstraject?
7. Welke rol speelt de ouder of verzorgende in het methodisch begeleiden van een kind?
8. In welke gevallen is het nodig om de begeleiding van een kind aan te passen aan zijn of haar
individuele ontwikkeling?
9. Noem drie kenmerken van een goede begeleider die kinderen in hun persoonlijke ontwikkeling
ondersteunt.
10. Hoe kun je als begeleider een veilige en stimulerende omgeving creëren voor kinderen en
jongeren?
11. Wat zijn de risico’s van een eenzijdige benadering van begeleiding en hoe kun je dit voorkomen?
12. Hoe integreer je culturele verschillen in de begeleiding van kinderen en jongeren?
13. Wat zijn de voordelen van het werken met een ontwikkelingsgericht plan in de jeugdzorg?
14. Hoe ga je om met gedragsproblemen van jongeren binnen het kader van methodisch begeleiden?
15. Wat zijn de belangrijkste factoren die invloed hebben op de relatie tussen begeleider en kind in de
jeugdzorg?
16. Hoe kun je het beste omgaan met weerstand van een kind of jongere in de begeleiding?
17. Beschrijf een situatie waarin je als begeleider een verandering zou moeten aanbrengen in je
aanpak en waarom.
18. Hoe kun je de voortgang van de individuele ontwikkeling van een kind of jongere evalueren?
19. Wat is het belang van reflectie voor een begeleider in het jeugdzorgtraject?
20. Hoe betrek je het kind in zijn of haar eigen begeleidingsproces?