Cursus: MB0106192034
Studietaak: 1-6
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In deze studietaak is antwoord gegeven op de vragen omtrent het casuaal verband tussen de
marketingbegrippen commitment en loyalty. Hierbij is toegelicht waarom de onderzoeker een
redeneerfout heeft gemaakt bij het formuleren van zijn hypothese. Daarnaast is in kaart gebracht
welke problemen verwacht worden bij het aantonen van een casuale relatie tussen commitment en
loyalty en ten slotte is toegelicht waarom de eindconclusie van de onderzoeker voorbarig is.
Uit de statistische analyse blijkt inderdaad een sterk verband tussen de items van commitment en
de items van loyalty. De onderzoeker concludeert tevreden: ‘hypothese aanvaard’. Welke
redeneerfout heeft de onderzoeker gemaakt bij het formuleren van de hypothese?
De onderzoeker heeft aan de hand van marketingliteratuur de volgende hypothese opgesteld:
‘commitment heeft een positieve invloed op loyalty.’ Deze manier van redeneren door de
onderzoeker is fout, omdat er alleen uit de statische analyse blijkt dat er een sterk verband is tussen
de marketingbegrippen commitment en loyalty, maar zoals Gelderman en van Zanten (2013)
schrijven moet een verklaring altijd meer inhouden dan het aantonen van een samenhang tussen
twee verschijnselen. Oftewel, een statistische samenhang maakt nog niet direct een casuaal verband.
Daarnaast stellen Gelderman en van Zanten (2013) dat er voldaan moet worden aan drie eisen om
een oorzakelijk verband aannemelijk te maken. Ten eerste moet aannemelijk worden gemaakt dat
commitment covarieert met loyalty. Ten tweede moet aannemelijk worden gemaakt dat
commitment eerder in de tijd optreedt dan loyalty. En ten derde moet worden uitgesloten dat het
statistische verband tussen commitment en loyalty niet is ontstaan door een andere variabele.
De onderzoeker wil een causale relatie aantonen, maar welke problemen kun je verwachten,
gezien de items waarmee de variabelen worden gemeten?
De casuale relatie die de onderzoeker wil aantonen, zal niet staande blijven omdat unicausaliteit
maar zelden voorkomt in de managementwetenschappen, aldus Gelderman en van Zanten (2013).
Een verschijnsel wordt namelijk over het algemeen in verband gebracht met niet één, maar met
meerdere oorzaken. Dit wordt ook wel multicausaliteit genoemd, hierbij gaan we ervan uit dat
meerdere oorzaken samen een gevolg hebben.
Waarom is de eindconclusie van de onderzoeker voorbarig, nog even afgezien van uw antwoorden
op de vorige vragen?
De eindconclusie van de onderzoeker: ‘commitment heeft een positieve invloed op loyalty.’ Is
voorbarig, omdat de onderzoeker geen rekening heeft gehouden met de wisselwerking tussen
variabelen. Bijvoorbeeld, commitment tonen naar een leverancier kan zich uiten in loyaal zijn, maar
het omgekeerde kan vervolgens ook plaatsvinden.
Daarnaast is de eindconclusie van de onderzoeker ook voorbarig omdat er ook een moderende
variabele aanwezig kan zijn. Dat wil zeggen: de mogelijkheid dat een relatie tussen twee variabelen
wordt beïnvloed door een derde variabele. De leverancier hanteert bijvoorbeeld de goedkoopste
prijs van alle leveranciers waardoor de klanten commitment tonen en loyaal zijn aan de leverancier.
Literatuurlijst
Gelderman, C.J., & van Zanten, W.P.C. (2013). Inductie en deductie. Methoden en technieken
Studietaak: 1-6
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In deze studietaak is antwoord gegeven op de vragen omtrent het casuaal verband tussen de
marketingbegrippen commitment en loyalty. Hierbij is toegelicht waarom de onderzoeker een
redeneerfout heeft gemaakt bij het formuleren van zijn hypothese. Daarnaast is in kaart gebracht
welke problemen verwacht worden bij het aantonen van een casuale relatie tussen commitment en
loyalty en ten slotte is toegelicht waarom de eindconclusie van de onderzoeker voorbarig is.
Uit de statistische analyse blijkt inderdaad een sterk verband tussen de items van commitment en
de items van loyalty. De onderzoeker concludeert tevreden: ‘hypothese aanvaard’. Welke
redeneerfout heeft de onderzoeker gemaakt bij het formuleren van de hypothese?
De onderzoeker heeft aan de hand van marketingliteratuur de volgende hypothese opgesteld:
‘commitment heeft een positieve invloed op loyalty.’ Deze manier van redeneren door de
onderzoeker is fout, omdat er alleen uit de statische analyse blijkt dat er een sterk verband is tussen
de marketingbegrippen commitment en loyalty, maar zoals Gelderman en van Zanten (2013)
schrijven moet een verklaring altijd meer inhouden dan het aantonen van een samenhang tussen
twee verschijnselen. Oftewel, een statistische samenhang maakt nog niet direct een casuaal verband.
Daarnaast stellen Gelderman en van Zanten (2013) dat er voldaan moet worden aan drie eisen om
een oorzakelijk verband aannemelijk te maken. Ten eerste moet aannemelijk worden gemaakt dat
commitment covarieert met loyalty. Ten tweede moet aannemelijk worden gemaakt dat
commitment eerder in de tijd optreedt dan loyalty. En ten derde moet worden uitgesloten dat het
statistische verband tussen commitment en loyalty niet is ontstaan door een andere variabele.
De onderzoeker wil een causale relatie aantonen, maar welke problemen kun je verwachten,
gezien de items waarmee de variabelen worden gemeten?
De casuale relatie die de onderzoeker wil aantonen, zal niet staande blijven omdat unicausaliteit
maar zelden voorkomt in de managementwetenschappen, aldus Gelderman en van Zanten (2013).
Een verschijnsel wordt namelijk over het algemeen in verband gebracht met niet één, maar met
meerdere oorzaken. Dit wordt ook wel multicausaliteit genoemd, hierbij gaan we ervan uit dat
meerdere oorzaken samen een gevolg hebben.
Waarom is de eindconclusie van de onderzoeker voorbarig, nog even afgezien van uw antwoorden
op de vorige vragen?
De eindconclusie van de onderzoeker: ‘commitment heeft een positieve invloed op loyalty.’ Is
voorbarig, omdat de onderzoeker geen rekening heeft gehouden met de wisselwerking tussen
variabelen. Bijvoorbeeld, commitment tonen naar een leverancier kan zich uiten in loyaal zijn, maar
het omgekeerde kan vervolgens ook plaatsvinden.
Daarnaast is de eindconclusie van de onderzoeker ook voorbarig omdat er ook een moderende
variabele aanwezig kan zijn. Dat wil zeggen: de mogelijkheid dat een relatie tussen twee variabelen
wordt beïnvloed door een derde variabele. De leverancier hanteert bijvoorbeeld de goedkoopste
prijs van alle leveranciers waardoor de klanten commitment tonen en loyaal zijn aan de leverancier.
Literatuurlijst
Gelderman, C.J., & van Zanten, W.P.C. (2013). Inductie en deductie. Methoden en technieken