BEGELEID EEN ZORGVRAGER MET EEN CVA
In deze opdracht begeleid ik een zorgvrager met Cva links met volledige hemiparese rechts,
waarbij arm en been rechts niet inzetbaar zijn, tevens heeft de heer een forse afasie, waarbij
de expressiemogelijkheden zeer zijn aangetast.
De heer voelt zich vaak somber en afhankelijk heeft symptomen van karakterverandering,
concentratieproblemen, uitingen van emoties door plotseling huilen zonder aanwijsbare
oorzaak op dat moment, vermoeidheid.
Sinds enige weken krijgt dhr. antidepressiva, dit lijkt goed aan te slaan.
In mijn opdracht begin ik samen met collega/verpleegkundige met de persoonlijke zorg.
Vandaag wordt dhr. gewassen met gebruikmaking van de douchebrancard. Met de tillift
verplaatsen we dhr. vanuit het bed naar de douchebrancard.
Uitgangspunt van het tillen en verplaatsen van de passieve zorgvrager is dat de veiligheid
van zowel tillen als getilde gewaarborgd is, tevens is hierbij belangrijk om steeds aan te
geven wat we gaan doen.
Verzorging vraagt veel kracht voor ons als verzorgende doordat afweerspanning kan
optreden bij passiviteit, zoals spierspanning of psychische afweer.
Het is belangrijk een empathische patiëntgerichte, rustgevende houding aan te nemen.
Ook het maken van oogcontact, het vermijden van snelle bewegingen, het spreken niet
alleen voor informatie maar ook als rustgevende factor te gebruiken.
Fysieke handelingen moeten beperkt worden tot een minimum, om dhr. niet onnodig te
vermoeien. Handelingen die dhr. nog zelf kan, bijv. met de goede hand het gezicht wassen,
aantrekken van de bovenkleding, mondverzorging zoveel mogelijk stimuleren. Dhr. probeert
dit uit eigen beweging al goed.
Na dhr. gedoucht en verzorgd te hebben verplaatsen we dhr. via de tillift naar de rolstoel
waar hij met hulp v.d. verpleegkundige de medicatie (vloeibaar) deels zelfstandig inneemt.
Bij navraag of dhr. het douchen als prettig heeft ervaren kan dhr, “ja” zeggen en knikken.
Smiddags dhr. begeleid naar de fysiotherapie. Eerst aangegeven aan dhr. dat ik een keertje
mee wil kijken en of hij dit goed vindt, dhr. vond dit goed. Bij de oefeningen kijk ik mee hoe
de fysiotherapie oefeningen geeft waarbij zowel de aangedane als niet aangedane kant
wordt getraind.
Het is belangrijk om zoveel mogelijk spierkracht aan de niet aangedane kant te behouden,
dit zorgt voor een betere balans. Ook met de aangedane zijde wordt geoefend om de
spastische stand van de rechtervoet beweeglijk te houden.
Tijdens de oefeningen ga ik zelf stukje naar achteren omdat ik merk dat dhr. anders afgeleid
wordt. 1 op 1 zorgt voor een betere concentratie.
Dhr. werkt goed mee en snapt de opdrachten goed. Bij een aantal opdrachten achter elkaar
verliest dhr. wel interesse, moet daarin dan weer gestimuleerd worden.