topografie van het menselijke lichaam
celleer
regulatie en integratie door het hormoon- en zenuwstelsel
hart en geleiding
ademhaling
Topografie van het menselijk lichaam:
,Leerdoel je kent de begrippen: anatomie, fysiologie en pathologie en
weet wat daaronder verstaan word;
Anatomie: Bouw van het lichaam.
Fysiologie: Functie van het lichaam.
Pathologie: Ziekten in het lichaam.
Pathofysiologie: Functieverstoring door ziekte (de leer van afwijkende
processen die tot ziekte leiden en het effect daarvan op het functioneren van het
lichaam).
Leerdoel: kan de anatomische houding beschrijven;
De anatomische houding is de standaardpositie van het lichaam voor medische
beschrijvingen. Hierbij staat het lichaam rechtop met de voeten licht uit elkaar,
de armen langs het lichaam en de handpalmen naar voren.
Vanuit deze positie kunnen we het volgende leerdoel behandelen namelijk:
leerdoel: kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -doorsneden
worden onderscheiden en kan deze beschrijven;
1. Sagittale vlak (of mediaan): Verdeelt het
lichaam in links en rechts.
2. Frontale vlak (of coronaal): Verdeelt het
lichaam in voor- en achterkant.
3. Transversale vlak: Verdeelt het lichaam in
boven- en onderkant.
-links en rechts kun je makkelijk aantonen hiermee;
alles links ervan: linkerarm, linkerbuikhelft etc. Je kunt ook aanduiden of iets ver
of dichtbij het mediane vlak ligt
- Lateraal = ver van het midden ventraal = voor craniaal = boven
- Mediaal = dichtbij het midden dorsaal = achter caudaal = onder
*craniaal en caudaal worden
gebruikt voor richting hoofd en
voeten, proximaal en distaal worden
gebruikt met ledematen.
Leerdoel: kent de belangrijkste plaatsaanduidingen; Leerdoel: kent de
,richting aanduidingen die worden gebruikt om plaatsveranderingen van
bewegende lichaamsdelen te beschrijven;
Positioneringstermen:
Intra: binnenin Sub: eronder Retro: erachter
Extra: erbuiten Pre: ervoor
Positionele termen:
- Dexter: rechts *Dexter en sinister worden altijd bedoeld
vanuit het gezichtspunt van de
Sinister: links afgebeelde persoon
- Ventraal: (voor grotere structuren) richting de voorkant
Anterior: (voor kleinere structuren) richting de
voorkant
- Dorsaal: (voor grote structuren) richting de
achterkant
Posterior: (voor kleinere structuren) richting de
achterkant
- Superior: boven (kleinsere structuren, kleine
afstanden)
Inferior: beneden (kleinere structuren, kleine
afstanden)
- Proximaal: (ledematen) dichtbij, aan de kant van
de romp
Distaal: (ledematen) ver van de romp
- Centraal = in het midden (zenuw/circulatiestelsel)
perifeer = aan de uiteinden (zenuw/circulatiestelsel)
- internus = inwendig
externus = uitwendig
- profundus = diep
superficialis = oppervlakkig
niet gebruikt bij plaatsaanduidingen.
Bewegingloze toestand: de statica termen om beweging te beschrijven:
dynamica
Flexie: Buigen (vb. elleboog buigen) Ulaire abductie: Beweging van de hand
Ezelsbruggetje: Flex als flexibel (buigen). naar de ellepijp
Extensie: Strekken (vb. arm uitstrekken) Ezelsbruggetje: Ulaire = ulna (ellepijp).
Ezelsbruggetje: Ex als uit (strekken). Radiale abductie: Beweging van de hand
naar spaakbeen (met duim)
Ezelsbruggetje: Radiaal = radius
(spaakbeen).
Exorotatie: Buitenwaartse draaiing
Ezelsbruggetje: Exo = uit (buiten).
Endorotatie: Binnenwaartse draaiing
, Lateroflexie: Zijwaarts buigen (hoofd, romp, arm, been)
Ezelsbruggetje: Latero = later (zij).
Dorsaalflexie: Beweging naar handrug of voetwreef (hand/vingers, tenen/voet)
Ezelsbruggetje: Dorsaal = dors (rug).
Palmairflexie: Beweging naar handpalm (hand)
Ezelsbruggetje: Palmair = palm.
Plantairflexie: Beweging naar voetzool (voet)
Ezelsbruggetje: Plantair = plant (onderkant voet).
Abductie: Beweging van de middenlijn af (arm, been zijwaarts)
Ezelsbruggetje: Ab = af (middenlijn).
Adductie: Beweging naar de middenlijn toe
Ezelsbruggetje: Ad = aan (middenlijn).
Supinatie: Handpalm of voetrand omhoog draaien (soep eten)
Ezelsbruggetje: Supinatie = boven (omhoog).
Pronatie: Handpalm of voetrand omlaag draaien
Ezelsbruggetje: Pronatie = omgekeerd (omlaag).
De buik is in 9 vlakken verdeeld:
Regio hypochondriaca rechts: "Rechtdoor onder de ribben." Trucjes voor de
volgorde:
Regio epigastrica: "Epigastrisch = midden boven, dus boven de navel."
Boven naar
Regio hypochondriaca links: "Links onder de ribben." beneden: "Hypo-
Regio abdominalis lateralis rechts: "Rechter zijbuik naast de navel."epigastrisch" voor
de bovenste drie
Regio umbilicalis: "Umbilicalis = navel (midden van de buik)." (rechts, midden,
Regio abdominalis lateralis links: "Linker zijbuik naast de navel." links).
Zijbuiken:
"Abdominaal
lateraal" voor de
zijbuiken (rechts en
links van de navel).
Onderbuik: "Fossa
en Hypogastrisch"
voor de onderste