19-11-2019
Inhoud – Fysiologie van pijn
• Indeling van pijn
• Acute pijn
– Perifeer
– Ruggenmerg
– Hersenen
• Pijnperceptie
Indeling van pijn
• Duur
o Acute pijn = weefselbeschadiging
o Chronische pijn > 3 maanden (kan ook continue weefselbeschadiging)
• Soort
o Nociceptieve pijn = weefselschade
o Neuropathische pijn = zenuwweefsel (centraal & perifeer)
o Nociplastische pijn = oorzaak onduidelijk (mate en duur komen niet overeen)
▪ Centrale sensitisatie speelt waarschijnlijk een rol hierin
• Onderwijs IBS
o Nociceptieve pijn
▪ Steun-/bewegingsapparaat
▪ Elders (organen)
o Neuropathische pijn
▪ Centraal
▪ Perifeer
o Nociplastische pijn
▪ Centrale sensitisatie
Acute pijn
• Perifeer (in het weefsel, plek waar de schade zit)
• Ruggenmerg
• Hersenstam
• Hersenen
Weefselschade
Mechanisme, thermische of chemische (noxische prikkel)=(schadelijke prikkel)
Nociceptie
• Acute pijn
o Primaire pijn (A-vezel)
▪ Noxische prikkel
▪ Scherp, gelokaliseerd, verteld iets over de plaats en ernst en gaat heel snel.
o Secundaire pijn (C-vezel)
▪ Ontstekingsreactie (Substance P)
▪ Diffuus (vage, zeurende pijn) & Emotioneel
,Secundaire pijn
Weefselschade → C-vezels → Substance P → Ontstekingsreactie vergroot → prikkeldrempel verlaagt
Dolor (lokale pijn), Calor (lokale warmte), Tumor (lokale zwelling), Rubor (lokale roodheid)
Hyperalgesie: verhoogde gevoeligheid voor nociceptieve prikkels
Allodynie: Niet-nociceptieve prikkels worden pijnlijk
= Perifere sensatie, perifeer omdat het in het gebied van het letsel zit
Samenvatting weefselschade
• Primaire pijn
– Aδ-vezels
– Reflex, directe gewaarwording
– Verdwijnt na opheffen noxische prikkel
• Secundaire pijn
– C-vezels en SP
– Perifere sensitisatie
– Emotioneel, doet “lijden”
– Blijft aanwezig zo lang ontstekingsreactie duurt
Verwerking op ruggenmergniveau
• Aδ-vezels
o Direct naar hersenen (hersenschors)
o Reflexboog
• C-vezels
• Schakelen over
– Afgifte SP
– Sensitisatie
(Centrale Sensitisatie)
Demping – poorttheorie
Poorttheorie (Melzack & Wall)
• Interactie ruggenmerg
o C-vezel (Pijn)
o A-vezel (Tast)
• A Inhibeert C
• Bijvoorbeeld wrijven, TENS & Massage
Pijndemping
Pijn-modulerende systemen
Descenderende pijndemping (afdalend)
Systeem heet = DNIC [Diffuse noxische inhiberende controle] (geen specifieke locatie bij dit systeem)
,Pijndemping
• Endorfinen (= opioïden)
o Remmen pijnsignalen in stijgende en dalende banen
Stuurt DNIC aan →
• Enkefaline (= neurotransmitter)
o Remt nociceptieve prikkels in ruggenmerg
Poorttheorie komt door enkefaline
Voordelen endorfine ten opzichte van morfine
• Endorfine werkt selectief (werkt in op pijnlijke locatie)
• Geen bijwerkingen
• Geen tolerantie (Hoeft niet steeds meer te geven om hetzelfde te bereiken)
Pijnneuromatrix
• Pijnverwerking in hersenen
o Gewaarwording
o Emotioneel
o Cognitief
Pijnperceptie
Is voor iedereen anders
• Pijn ≠ schade
• Nocisensoriek ≠ pijn
• Pijn ontstaat in het brein!
, Hoorcollege 2, introductie in bindweefsel (schade en herstel)
21-11-2019
Wat is weefsel
• Definitie: Een samenstel van gelijksoortig gedifferentieerde cellen, dus met gelijke of vergelijkbare
(bouw en) functie, die door intercellulaire contacten en extracellulaire tussenstof verbonden zijn.
• Het lichaam kent 4 soorten weefsel: Spiervezel, zenuwvezel, bindweefsel & lamina propria
Functie Bindweefsel
• Het vormt het geraamte van je lichaam (denk aan je skelet)
• Het verbindt de verschillende lichaamsonderdelen (bijv. kapsel verbindt twee botstukken)
• Het beschermt de organen (van extern, maar ook frictie t.o.v. elkaar)
• Metabole functie (voeding wordt doorgegeven vanuit het vaatstelsel via bindweefsel naar de
cellen/weefsel toe en weer terug)
• Opslag van energie (bij vetweefsel)
• Vorming littekenweefsel bij schade
Onderdelen Bindweefsel
Vezels
• Bestaan uit eiwitketens
• Collageen (pezen en ligamenten) en elastine (arteriën, sommige ligamenten)
• Collageen:
– Iedere collagene vezel bestaat uit fibrillen
– Iedere microfibril bestaat uit een rij geschakelde moleculen (procollageen)
– Iedere molecuul (tropocollageen) bestaat uit 3 polypeptide ketens (alpha ketens)
spiraalvormig
– Ze zijn verbonden met een suiker vandaar de naam glycoproteïne
Soorten Collageen
• De alpha ketens zijn niet bij alle collageenvezels hetzelfde. De vier belangrijkste zijn:
– Type I (90% van al het bindweefsel, erg trekvast)
– Type II (in kraakbeen deze vezels zijn dunner, kunnen goed tegen druk)
– Type III (wordt als eerst geplaatst na schade en bijv. ook in lever, weinig structuur)
– Type IV (bijv. het bindweefsel rondom de spiercellen)
• Fibroblast vormt de type I vezels met een halfwaardetijd van: (50% Vernieuwd binnen):
– Ligamenten: 300-500 dagen.
– Huid: 14 jaar
– Bot: 10 jaar
– Kraakbeen: 100-200 jaar