MCOS SAMENVATTING
HOORCOLLEGE 1
WAT IS COMMUNICATIEWETENSCHAP?
Het doel van wetenschap is het creëren van ware kennis en onware kennis als
zodanig te ontmaskeren. (kan alleen met goed onderzoek)
o Wetenschap = kennis, proces en gemeenschap
CW’s onderzoeken de inhoud, toepassing en gevolgen van media en
communicatie. (Sociale media, organisaties, interpersoonlijk, intercultureel,
technologie, persuasief)
Communication research is a process of posing questions about human communication
and designing and implementing research that will answer these questions.
o Quantitative method = 48% did not like the ad (produced by surveys)
o Qualitative method=“i didn’t like the ad ‘cause..” (produced by focus groups)
o Triangulation = mix of methods providing multiple perspectives to ensure
that researchers have a good understanding of a problem
o Q methodology = research approach to assess individuals’ subjective
understanding
NIET-WETENSCHAPPELIJKE METHODE
Alledaagse kennis is gebaseerd op:
Intuition/belief
Consensus (niet omdat iedereen denkt dat het waar is, is het ook perse waar)
Authority
Casual observation (niet goed genoeg want het kan verstoord worden door bv.
Selective perception)
Tenacity/gewoonte (zo heb ik het altijd gedaan)
Wetenschap = systematisch proces van vergaring van theoretische kennis door middel
van observatie. Met systematisch wordt bedoeld:
1. Het proces zelf (bv. Onderzoek) moet systematisch zijn
2. Conclusies trekken op meerdere systematisch gemaakte waarnemingen
3. Systematisch samenvoegen van kennis uit onderzoeken (wetenschap is
cumulatief, het bouwt steeds verder)
One way to assess the effectivenness of ads is through the scientific method (= manier
waarop wetenschappelijke kennis wordt opgedaan, moet via de empirische cyclus en aan
bepaalde eisen voldoen:)
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS
(is niet hetzelfde als ware kennis):
Empirisch toetsbaar uitspraken die toetsbaar zijn dmv waarnemingen
Objectief bevindingen zijn niet “persoonsgebonden” (mnu wie de studie
uitvoert) (geen ruimte voor subjectieve interpretatie)
, Falsificeerbaar er moet tegenbewijs kunnen zijn
Repliceerbaar een studie moet herhaald kunnen worden en dan dezelfde
resultaten geven.
Transparant en openbaar voor iedereen toegankelijk, controleerbaar
Logisch consistent/ intern coherent consistent in ideeën, verwachtingen en
conclusies (niet halverwege veranderen)
(nooit ‘af’ resultaten altijd voorlopig)
DE EMPIRISCHE CYCLUS
(hoe komen we aan wetenschappelijke kennis?)
1. Observatie
2. Inductie (uit waarnemingen maak je een theorie/ iets algemeens)
3. Deductie (theorie specificeren hypothese)
4. Toetsing
a. 2 mogelijkheden:
i. Verificatie (bevestigen) (Logical Positivism)
ii. falsificatie (weerleggen) (meer zekerheid want verificatie is nooit af;
je blijft zoeken voor bewijs) (Logical empiricism (Popper))
5. Evaluatie
Empirisme = het doen van onderzoek dat alleen uitgaat van observaties die toetsbaar
zijn. (waarneembare werkelijkheid)
HOORCOLLEGE 2
Paradigma = een ‘zienswijze’, gedeelde opvattingen en aannames (een gedeeld
wereldbeeld)
o Paradigmaverschuivingen (vroeger dachten we dat alles om aarde draaide)
Ontologie = ‘zijnsleer’, opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is
opgebouwd (wat wij denken dat iets is; wat is communicatie, wat is attitude?)
Epistomologie = ‘kennisleer’, opvattingen over wat als kennis telt en hoe kennis
moet worden vergaard. (welke onderzoeksmethode; hoe meten we een attitude?)
TWEE STROMINGEN (PARADIGMA’S) IN CW
1. Worldview 1: Empirisch-analystisch (Kwantitatief onderzoek)
Sees human behavior as predictable, objectively measurable, and generalizable.
Researchers
a. Nadruk op nomothetische kennis (=wetmatigheden/generaliseren)
Predict succes
b. Reductionistisch: eenheid gereduceerd tot variabelen
c. Objectief: ‘derdepersoonsperspectief’
2. Worldview 2: Empirisch-interpretatief (Kwalitatief onderzoek)
Participants Sees human behavior as individualistic, unpredictable, and subjective.
Understanding a. Nadruk op idiografische kennis (=proberen een uniek iemand te
behavior begrijpen)
(gebruikt als b. Holistisch: eenheid als geheel
we nog niet c. Subjectief: ‘eerstepersoonsperspectief’
zoveel weten)
, Inductie = van iets bijzonders (obeservatie) naar iets algemeens (patroon
theorie)
Deductie = van iets algemeens naar iets specifieks (theorie specificeren
o Deductief-nomologisch (DN) model
Mensen zijn sterfelijk + ik ben een mens = ik ben sterfelijk
- Abduction = from an effect possible causes. (children on campus? bring
your child day)
HET ONDERZOEKSPLAN (PROBLEEMSTELLING, ONDERZOEKSMETHODE,
DATAVERZAMELING)
= (systematisch geheel van methodische beslissingen)
Probleemstelling: doelstelling (waarom?), vraagstelling (wat?), hypothese (hoe denk je
dat het werkt?)
Onderzoeksmethode: experiment (causale
Vanaf verbanden/effecten), survey (verbanden),
toetsing inhoudsanalyse, literatuuronderzoek (over
fase eerdere onderzoeken), bestaande data,
kwalitatief onderzoek (geschikt om hypothese
te ontwikkelen)
- Type van studieopzet:
o gerandomiseerde studies
o experimentele studies
o observationele studies
Dataverzameling: tijd, plaats, eenheden én analyseplan
GOALS OF SCIENCE
- Universalistic research – general explanations (general) (vb. Gamen agressie)
- Particularistic research – explanations for particular phenomena (specific)
Cumulatief = betekent nooit af
HOORCOLLEGE 1
WAT IS COMMUNICATIEWETENSCHAP?
Het doel van wetenschap is het creëren van ware kennis en onware kennis als
zodanig te ontmaskeren. (kan alleen met goed onderzoek)
o Wetenschap = kennis, proces en gemeenschap
CW’s onderzoeken de inhoud, toepassing en gevolgen van media en
communicatie. (Sociale media, organisaties, interpersoonlijk, intercultureel,
technologie, persuasief)
Communication research is a process of posing questions about human communication
and designing and implementing research that will answer these questions.
o Quantitative method = 48% did not like the ad (produced by surveys)
o Qualitative method=“i didn’t like the ad ‘cause..” (produced by focus groups)
o Triangulation = mix of methods providing multiple perspectives to ensure
that researchers have a good understanding of a problem
o Q methodology = research approach to assess individuals’ subjective
understanding
NIET-WETENSCHAPPELIJKE METHODE
Alledaagse kennis is gebaseerd op:
Intuition/belief
Consensus (niet omdat iedereen denkt dat het waar is, is het ook perse waar)
Authority
Casual observation (niet goed genoeg want het kan verstoord worden door bv.
Selective perception)
Tenacity/gewoonte (zo heb ik het altijd gedaan)
Wetenschap = systematisch proces van vergaring van theoretische kennis door middel
van observatie. Met systematisch wordt bedoeld:
1. Het proces zelf (bv. Onderzoek) moet systematisch zijn
2. Conclusies trekken op meerdere systematisch gemaakte waarnemingen
3. Systematisch samenvoegen van kennis uit onderzoeken (wetenschap is
cumulatief, het bouwt steeds verder)
One way to assess the effectivenness of ads is through the scientific method (= manier
waarop wetenschappelijke kennis wordt opgedaan, moet via de empirische cyclus en aan
bepaalde eisen voldoen:)
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS
(is niet hetzelfde als ware kennis):
Empirisch toetsbaar uitspraken die toetsbaar zijn dmv waarnemingen
Objectief bevindingen zijn niet “persoonsgebonden” (mnu wie de studie
uitvoert) (geen ruimte voor subjectieve interpretatie)
, Falsificeerbaar er moet tegenbewijs kunnen zijn
Repliceerbaar een studie moet herhaald kunnen worden en dan dezelfde
resultaten geven.
Transparant en openbaar voor iedereen toegankelijk, controleerbaar
Logisch consistent/ intern coherent consistent in ideeën, verwachtingen en
conclusies (niet halverwege veranderen)
(nooit ‘af’ resultaten altijd voorlopig)
DE EMPIRISCHE CYCLUS
(hoe komen we aan wetenschappelijke kennis?)
1. Observatie
2. Inductie (uit waarnemingen maak je een theorie/ iets algemeens)
3. Deductie (theorie specificeren hypothese)
4. Toetsing
a. 2 mogelijkheden:
i. Verificatie (bevestigen) (Logical Positivism)
ii. falsificatie (weerleggen) (meer zekerheid want verificatie is nooit af;
je blijft zoeken voor bewijs) (Logical empiricism (Popper))
5. Evaluatie
Empirisme = het doen van onderzoek dat alleen uitgaat van observaties die toetsbaar
zijn. (waarneembare werkelijkheid)
HOORCOLLEGE 2
Paradigma = een ‘zienswijze’, gedeelde opvattingen en aannames (een gedeeld
wereldbeeld)
o Paradigmaverschuivingen (vroeger dachten we dat alles om aarde draaide)
Ontologie = ‘zijnsleer’, opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is
opgebouwd (wat wij denken dat iets is; wat is communicatie, wat is attitude?)
Epistomologie = ‘kennisleer’, opvattingen over wat als kennis telt en hoe kennis
moet worden vergaard. (welke onderzoeksmethode; hoe meten we een attitude?)
TWEE STROMINGEN (PARADIGMA’S) IN CW
1. Worldview 1: Empirisch-analystisch (Kwantitatief onderzoek)
Sees human behavior as predictable, objectively measurable, and generalizable.
Researchers
a. Nadruk op nomothetische kennis (=wetmatigheden/generaliseren)
Predict succes
b. Reductionistisch: eenheid gereduceerd tot variabelen
c. Objectief: ‘derdepersoonsperspectief’
2. Worldview 2: Empirisch-interpretatief (Kwalitatief onderzoek)
Participants Sees human behavior as individualistic, unpredictable, and subjective.
Understanding a. Nadruk op idiografische kennis (=proberen een uniek iemand te
behavior begrijpen)
(gebruikt als b. Holistisch: eenheid als geheel
we nog niet c. Subjectief: ‘eerstepersoonsperspectief’
zoveel weten)
, Inductie = van iets bijzonders (obeservatie) naar iets algemeens (patroon
theorie)
Deductie = van iets algemeens naar iets specifieks (theorie specificeren
o Deductief-nomologisch (DN) model
Mensen zijn sterfelijk + ik ben een mens = ik ben sterfelijk
- Abduction = from an effect possible causes. (children on campus? bring
your child day)
HET ONDERZOEKSPLAN (PROBLEEMSTELLING, ONDERZOEKSMETHODE,
DATAVERZAMELING)
= (systematisch geheel van methodische beslissingen)
Probleemstelling: doelstelling (waarom?), vraagstelling (wat?), hypothese (hoe denk je
dat het werkt?)
Onderzoeksmethode: experiment (causale
Vanaf verbanden/effecten), survey (verbanden),
toetsing inhoudsanalyse, literatuuronderzoek (over
fase eerdere onderzoeken), bestaande data,
kwalitatief onderzoek (geschikt om hypothese
te ontwikkelen)
- Type van studieopzet:
o gerandomiseerde studies
o experimentele studies
o observationele studies
Dataverzameling: tijd, plaats, eenheden én analyseplan
GOALS OF SCIENCE
- Universalistic research – general explanations (general) (vb. Gamen agressie)
- Particularistic research – explanations for particular phenomena (specific)
Cumulatief = betekent nooit af