ERGOTHERAPIE BIJ OUDEREN MET DEMENTIE EN HUN
MANTELZORGERS
HOOFDSTUK 3 – DEMENTIE
3.2 HET ZIEKTE BEELD DEMENTIE
Dementie is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door het
volgende:
1. Geheugenstoornissen verminderd vermogen nieuwe informatie
te leren of zich eerder geleerde informatie te herinneren
2. Een (of meer) van de volgende cognitieve stoornissen:
Taalstoornis (afasie)
Verminderd vermogen motorische handelingen uit te voeren
ondanks intacte motorische functies (apraxie)
Onvermogen objecten te herkennen of thuis te brengen ondanks
intacte sensorische functies (agnosie)
Stoornis in uitvoerende functies (executieve functies), dat wil
zeggen: plannen maken, organiseren, logische gevolgtrekkingen
maken, abstraheren
3. Bovengenoemde cognitieve stoornissen hebben een duidelijke
negatieve invloed op dagelijks functioneren, werk, sociale
activiteiten en relaties
4. De stoornissen komen niet uitsluitend voor tijdens het beloop van
een delirium (plotselinge verwardheid)
De meest voorkomende vormen van dementie zijn de ziekte van
Alzheimer en vasculaire dementie.
Uit hersenonderzoek blijkt bij Alzheimerpatiënten dat:
- In het weefsel van de hersenen microscopische afwijkingen zijn
zogenaamde plaques en tangles wordt toegeschreven aan een
teveel van het eiwit bèta-amyloïde
Nog geen oplossing gevonden. Wel bekend dat risicofactoren bij hart- en
vaatziekten, zoals roken, verhoogde bloeddruk en artherosclerose, ook de
kans op dementie verhogen.
Om een diagnose te maken verzamelt de geriater of neuroloog de
volgende informatie:
- Uitgebreid neuropsychologisch onderzoek (uitgevoerd door
neuropsycholoog)
, - Over de onomkeerbaarheid en progressiviteit van de achteruitgang
- Over een mogelijke verstoring van het dagelijks leven (vaak door
ergotherapeut)
- Uit aanvullende diagnostiek als een EEG (hersenfilmpje) of
beeldvormende diagnostiek zoals een CT-, MRI- of SPECT-scan.
Deze aanvullende diagnostiek kan de diagnose dementie ondersteunen,
met name in het geval van de vasculaire dementie, de diagnose dementie
van het alzheimertype kan nooit met honderd procent zekerheid worden
vastgesteld.
Op basis van lokalisatie drie groepen dementie:
1. Corticale dementie stoornis in de cortex
2. Subcorticale dementie stoornis in vooral de witte stof in het
binnenste van de hersenen
3. Frontaalkwabdementie stoornis in de frontale kwabben van de
hersenen
Vaak combinatie van mengvormen van corticale en subcorticale dementie.
Corticale dementie:
- Geheugenstoornissen
- Afasie (taalstoornis), apraxie (handelingen niet meer juist
uitgevoerd/ volgorde) en agnosie (niet meer herkennen of plaatsen
van dingen)
- Andere functies van de grote hersen die aangedaan kunnen zijn, zijn
redeneren, abstract denken, rekenen, overzicht houden, analyseren
en klokkijken
Subcorticale dementie:
- Inkrimping van de hersengedeelten onder de cortex
- Vertraging van het denken en handelen
- Geheugenstoornissen en veranderingen in stemming (depressie,
apathie)
- Moeite met het ophalen van informatie (meerkeuzevragen lukken
dus wel)
- Ziekte van Parkinson is de subcorticale dementie
3.2.1 ALZHEIMERDEMENTIE
- Meest voorkomende veroorzaker van dementie twee derde van de
mensen met dementie
MANTELZORGERS
HOOFDSTUK 3 – DEMENTIE
3.2 HET ZIEKTE BEELD DEMENTIE
Dementie is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door het
volgende:
1. Geheugenstoornissen verminderd vermogen nieuwe informatie
te leren of zich eerder geleerde informatie te herinneren
2. Een (of meer) van de volgende cognitieve stoornissen:
Taalstoornis (afasie)
Verminderd vermogen motorische handelingen uit te voeren
ondanks intacte motorische functies (apraxie)
Onvermogen objecten te herkennen of thuis te brengen ondanks
intacte sensorische functies (agnosie)
Stoornis in uitvoerende functies (executieve functies), dat wil
zeggen: plannen maken, organiseren, logische gevolgtrekkingen
maken, abstraheren
3. Bovengenoemde cognitieve stoornissen hebben een duidelijke
negatieve invloed op dagelijks functioneren, werk, sociale
activiteiten en relaties
4. De stoornissen komen niet uitsluitend voor tijdens het beloop van
een delirium (plotselinge verwardheid)
De meest voorkomende vormen van dementie zijn de ziekte van
Alzheimer en vasculaire dementie.
Uit hersenonderzoek blijkt bij Alzheimerpatiënten dat:
- In het weefsel van de hersenen microscopische afwijkingen zijn
zogenaamde plaques en tangles wordt toegeschreven aan een
teveel van het eiwit bèta-amyloïde
Nog geen oplossing gevonden. Wel bekend dat risicofactoren bij hart- en
vaatziekten, zoals roken, verhoogde bloeddruk en artherosclerose, ook de
kans op dementie verhogen.
Om een diagnose te maken verzamelt de geriater of neuroloog de
volgende informatie:
- Uitgebreid neuropsychologisch onderzoek (uitgevoerd door
neuropsycholoog)
, - Over de onomkeerbaarheid en progressiviteit van de achteruitgang
- Over een mogelijke verstoring van het dagelijks leven (vaak door
ergotherapeut)
- Uit aanvullende diagnostiek als een EEG (hersenfilmpje) of
beeldvormende diagnostiek zoals een CT-, MRI- of SPECT-scan.
Deze aanvullende diagnostiek kan de diagnose dementie ondersteunen,
met name in het geval van de vasculaire dementie, de diagnose dementie
van het alzheimertype kan nooit met honderd procent zekerheid worden
vastgesteld.
Op basis van lokalisatie drie groepen dementie:
1. Corticale dementie stoornis in de cortex
2. Subcorticale dementie stoornis in vooral de witte stof in het
binnenste van de hersenen
3. Frontaalkwabdementie stoornis in de frontale kwabben van de
hersenen
Vaak combinatie van mengvormen van corticale en subcorticale dementie.
Corticale dementie:
- Geheugenstoornissen
- Afasie (taalstoornis), apraxie (handelingen niet meer juist
uitgevoerd/ volgorde) en agnosie (niet meer herkennen of plaatsen
van dingen)
- Andere functies van de grote hersen die aangedaan kunnen zijn, zijn
redeneren, abstract denken, rekenen, overzicht houden, analyseren
en klokkijken
Subcorticale dementie:
- Inkrimping van de hersengedeelten onder de cortex
- Vertraging van het denken en handelen
- Geheugenstoornissen en veranderingen in stemming (depressie,
apathie)
- Moeite met het ophalen van informatie (meerkeuzevragen lukken
dus wel)
- Ziekte van Parkinson is de subcorticale dementie
3.2.1 ALZHEIMERDEMENTIE
- Meest voorkomende veroorzaker van dementie twee derde van de
mensen met dementie