Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 4b - Bewijs 2
“Voorbeeld van relevante kennisoverdracht aan collega’s - 2”
Niveau van Miller: DOES
15 maart 2024
Competentie 4: Transfer en brede inzetbaarheid
Indicator 4b: Relevante kennisoverdracht aan collega’s
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik hoe ik met behulp van een korte training kennis over de meldcode huiselijk geweld en
kindermishandeling heb overgedragen richting een drietal collega’s binnen de complementaire zorg. Daarbij licht ik toe waarom ik juist
deze informatie gedeeld heb, hoe deze kennisoverdracht plaatsgevonden heeft, en hoe de training op mijn collega’s overgekomen is.
In het eerste jaar van de opleiding kennis heb gemaakt met de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Besluit
verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, 2020). Deze meldcode is opgezet om een stroomschema te bieden zodat
complementair zorgverleners een overzichtelijk stroomschema kunnen volgen om cliënten bij vermoedens van huiselijk geweld of
kindermishandeling juist te begeleiden. Toch merkte ik, onder meer door eigen onderzoek naar de websites van mijn collega’s en
gesprekken die ik met complementair zorgverleners heb gehouden, dat de meldcode als zodanig helaas vaak niet bekend is bij een groot
deel van de hulpverleners. Dat vind ik een kwalijk feit, aangezien de bescherming van kwetsbare cliënten daarmee in het geding komt.
Bovendien wordt er in zulke gevallen niet voldaan aan de recentste kwaliteitseisen voor de zorg, die ik eerder heb omschreven in Bewijs
42: “Welke zorgwetten zijn er?”. Ik heb inmiddels al meerdere keren gezien hoe schadelijk het kan zijn wanneer hulpverleners niet juist
weten om te gaan met deze signalen. Zo heb ik in een andere discipline van de complementaire zorg waarin ik werkzaam ben via een
intervisie gehoord over een collega die een moeder ontving die niet wist met haar autistische kind om te gaan. Zij verzaakte haar kind
genoeg zorg te bieden, hetgeen ertoe heeft geleid dat het kind onnodig fysieke schade heeft opgelopen. De hulpverlener heeft vervolgens
dit duidelijke signaal van een onveilige thuissituatie niet naar Veilig Thuis doorgespeeld, waardoor er uiteindelijk met veel vertraging pas
intensieve hulpverlening voor moeder en kind op gang kwam. Ik vind het belangrijk dat hulpverleners kennis paraat hebben om juist te
handelen in deze situaties, zodat onnodig lijden voorkomen kan worden. Om mijn steentje hieraan bij te dragen, heb ik recent een training
gegeven in het toepassen van de eerder genoemde meldcode voor alternatieve zorgverleners. In dit bewijs zou ik graag willen illustreren
hoe deze kennisoverdracht eruit heeft gezien, en hoe de informatie op mijn collega’s binnen de alternatieve geneeskunde is
overgekomen.
De training die ik organiseerde vond plaats via Microsoft Teams tijdens een tweemaandelijks overleg dat gehouden werd met een
drietal beoefenaars van de alternatief geneeskundige stroming waar ik bij aangesloten ben. De voorzitster van het overleg had mijn korte
training aan het begin van het overleg al aangekondigd. Dat wilde ik graag doen om ervoor te zorgen dat er geen interne interferentie
door bijvoorbeeld verbazing of frustratie bij de deelnemers aan het overleg zou ontstaan. Vanuit het boek “Interpersonal Communication”
(Gamble & Gamble, 2013) had ik ontdekt dat zulke interne mist bij de ontvanger de opname van nieuwe informatie sterk kan verhinderen.
1
“Voorbeeld van relevante kennisoverdracht aan collega’s - 2”
Niveau van Miller: DOES
15 maart 2024
Competentie 4: Transfer en brede inzetbaarheid
Indicator 4b: Relevante kennisoverdracht aan collega’s
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik hoe ik met behulp van een korte training kennis over de meldcode huiselijk geweld en
kindermishandeling heb overgedragen richting een drietal collega’s binnen de complementaire zorg. Daarbij licht ik toe waarom ik juist
deze informatie gedeeld heb, hoe deze kennisoverdracht plaatsgevonden heeft, en hoe de training op mijn collega’s overgekomen is.
In het eerste jaar van de opleiding kennis heb gemaakt met de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Besluit
verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, 2020). Deze meldcode is opgezet om een stroomschema te bieden zodat
complementair zorgverleners een overzichtelijk stroomschema kunnen volgen om cliënten bij vermoedens van huiselijk geweld of
kindermishandeling juist te begeleiden. Toch merkte ik, onder meer door eigen onderzoek naar de websites van mijn collega’s en
gesprekken die ik met complementair zorgverleners heb gehouden, dat de meldcode als zodanig helaas vaak niet bekend is bij een groot
deel van de hulpverleners. Dat vind ik een kwalijk feit, aangezien de bescherming van kwetsbare cliënten daarmee in het geding komt.
Bovendien wordt er in zulke gevallen niet voldaan aan de recentste kwaliteitseisen voor de zorg, die ik eerder heb omschreven in Bewijs
42: “Welke zorgwetten zijn er?”. Ik heb inmiddels al meerdere keren gezien hoe schadelijk het kan zijn wanneer hulpverleners niet juist
weten om te gaan met deze signalen. Zo heb ik in een andere discipline van de complementaire zorg waarin ik werkzaam ben via een
intervisie gehoord over een collega die een moeder ontving die niet wist met haar autistische kind om te gaan. Zij verzaakte haar kind
genoeg zorg te bieden, hetgeen ertoe heeft geleid dat het kind onnodig fysieke schade heeft opgelopen. De hulpverlener heeft vervolgens
dit duidelijke signaal van een onveilige thuissituatie niet naar Veilig Thuis doorgespeeld, waardoor er uiteindelijk met veel vertraging pas
intensieve hulpverlening voor moeder en kind op gang kwam. Ik vind het belangrijk dat hulpverleners kennis paraat hebben om juist te
handelen in deze situaties, zodat onnodig lijden voorkomen kan worden. Om mijn steentje hieraan bij te dragen, heb ik recent een training
gegeven in het toepassen van de eerder genoemde meldcode voor alternatieve zorgverleners. In dit bewijs zou ik graag willen illustreren
hoe deze kennisoverdracht eruit heeft gezien, en hoe de informatie op mijn collega’s binnen de alternatieve geneeskunde is
overgekomen.
De training die ik organiseerde vond plaats via Microsoft Teams tijdens een tweemaandelijks overleg dat gehouden werd met een
drietal beoefenaars van de alternatief geneeskundige stroming waar ik bij aangesloten ben. De voorzitster van het overleg had mijn korte
training aan het begin van het overleg al aangekondigd. Dat wilde ik graag doen om ervoor te zorgen dat er geen interne interferentie
door bijvoorbeeld verbazing of frustratie bij de deelnemers aan het overleg zou ontstaan. Vanuit het boek “Interpersonal Communication”
(Gamble & Gamble, 2013) had ik ontdekt dat zulke interne mist bij de ontvanger de opname van nieuwe informatie sterk kan verhinderen.
1