De zorgvrager
Psychopathologie is de leer die zich bezighoudt met ziekten van de geest.
Een voorbeeld van een symptoom is het horen van stemmen bij een zorgvrager met
de diagnose schizofrenie. Als verpleegkundige heb je met dit psychopathologisch
verschijnsel te maken als je met de zorgvrager in contact komt.
Maar behalve de stemmen komt er vaak meer bij kijken. De zorgvrager kan heel
angstig zijn en wantrouwend op jou reageren door die stemmen. Het vermijden van
contact en het achterdochtig reageren, zijn dan gedragingen die door
de psychopathologie worden veroorzaakt.
Psychopathologie
Symptomen, oftewel psychopathologische verschijnselen, zoals psychotische
belevingen of depressieve gevoelens, hebben invloed op de contacten tussen de
zorgvrager en de verpleegkundige en kunnen het contact bemoeilijken.
Als verpleegkundige kun je de zorgvrager zo benaderen dat je hem helpt te leren
omgaan met de verschijnselen waar hij last van heeft. Dat vraagt van jou als
verpleegkundige een luisterende houding en het zorgvuldig observeren van en
reageren op het gedrag van de zorgvrager.
DSM-5
DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). De DSM is
een classificatiesysteem van psychische stoornissen. In de DSM staan dus de criteria
van de verschillende psychische stoornissen beschreven.
De kracht van de DSM ligt in het feit dat we in de psychiatrie nu één taal spreken en
daarom goed wetenschappelijk onderzoek kunnen doen. Zo weten we nu beter welke
interventies bij welke diagnoses werken. De zwakte van de DSM is het feit dat een
classificatiesysteem zich via onderzoek baseert op grote groepen zorgvragers.
Er bestaat een handboek dat is onderverdeeld in drie delen. Deel 1 geeft uitleg over
de gebruikte indeling. Deel 2 omvat twintig hoofdcategorieën met diagnoses, zoals de
schizofreniespectrumstoornis en andere psychotische stoornissen. Deel 3 bevat
classificaties die (nog) niet zijn opgenomen in deel 2, omdat er meer onderzoek nodig
is voordat deze te kwalificeren zijn als aparte diagnoses.
In de praktijk is er een overgang gaande van het gebruik van de DSM-IV naar de
DSM-5. Het is dus goed mogelijk dat in jouw organisatie de DSM-IV nog als
diagnostisch instrument wordt gebruikt.
Diagnostisering
Het stellen van een psychiatrische diagnose wordt in de Specialistische GGZ gedaan
door de psychiater en de klinisch psycholoog. Buiten de Specialistische GGZ mogen
ook andere disciplines diagnoses stellen.
Aanvullend medisch onderzoek hoort er altijd bij, aangezien er eerst moet worden
uitgesloten dat er sprake is van een medische oorzaak.
Twintig categorieën van de DSM-5
1) Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen betreffen tijdelijke of chronische
aandoeningen die gewoonlijk ontstaan in de kindertijd of adolescentie.
Ontwikkelingsstoornissen kunnen erfelijk zijn, ontstaan door lichamelijke ziekten,
trauma’s of opvoedings- en gezinsproblemen. Aandoeningen in deze categorie
belemmeren de normale ontwikkeling van het kind of de adolescent tot volwassene.
VB: Verstandelijke beperkingen, taalstoornis, spraakklankstoornis, stoornis in sociale
communicatie, autismespectrumstoornis, hyperactief, leerstoornis, stereotypie of
coördinatiestoornis en tic stoornissen.