Kernbegrippen Communicatiehandboek Michels
Hoofdstuk 1 Communicatie
Accountability Het nemen van verantwoordelijkheid voor het rendement van de
communicatie en het afleggen van verantwoording daarover.
Human Resources Afdeling die actief is met personeelszaken. HR zorgt voor het
creëren van een cultuur van betrokken medewerkers die
gestimuleerd worden zich te ontwikkelen.
Transparantie Openheid in wat de organisatie doet. Eerlijk communiceren als het
goed gaat met de organisatie maar ook als het slecht gaat.
Basisvoorwaarde voor transparantie is het openbaar maken van
relevante informatie.
Hoofdstuk 2 Basics voor communicatie
Agendasetting De media bepalen wat in de publieke belangstelling staat maar niet
hoe erover wordt gedacht.
Boodschap Communicatie-inhoud die de zender aan de ontvanger wil
overbrengen.
Communicatie Proces van tweerichtingsverkeer waarbij de interactie essentieel is.
Communicatiemodaliteiten Indeling in verschillende communicatiewijzen in onder ander
voorlichting, public relations, reclame en propaganda.
Decoderen Interpreteren van de boodschap door de ontvanger.
Encoderen Het door de zender omzetten van gedachten en/of gevoelens in een
boodschap, in woord, beeld en/of lichaamstaal.
Feedback De reactie die de ontvanger stuurt naar de zender.
Framing Denkraam waarbinnen informatie wordt ingekaderd en bepaalde
aspecten worden uitgelicht.
Interactieve communicatie Informatieoverdracht tussen een zender en een ontvanger waarbij
de ontvanger een actieve rol heeft en mee het proces en de
communicatie bepaald.
Interne ruis Verstoring door factoren binnen het communicatieproces.
Medium Object dat een communicatieboodschap kan dragen.
Metacommunicatie Communicatie over het communicatieproces zelf.
Non-intentionele Vorm van communicatie waarbij de zender niet de bedoeling heeft
communicatie te communiceren maar waarbij wel de boodschap overkomt.
Non-verbale communicatie Communicatie door beelden, klanken, gebaren, smaken of geuren.
Ontvanger Degene bij wie de communicatie terechtkomt, bedoeld of
onbedoeld.
Perceptie Wijze waarop iemand de boodschap waarneemt, interpreteert en
ervaart.
Propaganda Communicatie die gericht is op het winnen van mensen voor
overtuigingen, ideeën en ideologieën.
Public relations Stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip tussen een
organisatie en haar publieksgroepen.
, Reclame Beïnvloedende informatie over producten, diensten en bedrijven
waarbij meestal gebruik wordt gemaakt van betaalde ruimte in de
media.
Redundantie Al dan niet bewuste overdaad – herhaling – aan communicatie.
Ruis Factoren die het communicatieproces verstoren.
Selectieve perceptie Mensen registreren maar een deel van alle informatie uit hun
omgeving. Ze nemen vooral voor waar wat overeenkomt met hun
eigen gevoelens en overtuigingen
Stimulus-respons Theorie die ervan uitgaat dat de massa alles klakkeloos overneemt
wat de media ‘inspuiten’. Ook wel injectienaaldtheorie genoemd.
Terugkoppeling Reactie van de zender op de feedback van de ontvanger.
Two step flow Communicatietheorie die ervan uitgaat dat de doelgroep wordt
bereikt door opinieleiders en influencers.
Uses and gratifications Communicatietheorie met als uitgangspunt dat mensen massamedia
gebruiken om hun eigen behoeften te bevredigen.
Verbale communicatie Communicatie door woorden, zowel schriftelijk als mondeling.
Voorlichting Bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door middel
van communicatie.
Zender Degene die start met het communicatieproces en die een boodschap
verstuurt.
Hoofdstuk 4 Communicatieonderzoek
Aselecte steekproef Bij het onderzoek wordt geen selectie toegepast maar een
willekeurige groep binnen de onderzoekspopulatie ondervraagd.
Delphi-onderzoek Een onderzoek waarbij een aantal deskundigen naar hun mening
wordt gevraagd.
Deskresearch Verzamelen en bewerken van bestaande gegevens vanachter ‘je
bureau’.
Fieldresearch Zelf verzamelen van gegevens die nog niet beschikbaar zijn, dus het
‘veld’ ingaan.
Kwalitatief onderzoek Onderzoek om dieperliggende meningen te achterhalen zoals
imago’s.
Kwantitatief onderzoek Onderzoek gericht op het verzamelen van informatie bij een groot
aantal mensen of organisaties waarbij de informatie in getallen
wordt uitgedrukt zodat een statische analyse mogelijk is.
Non-respons Gedeelte van de steekproef dat geen of onvolledige informatie heeft
opgeleverd of dat niet reageerde.
Paneldiscussie Discussie met een groep mensen, vaak aan de hand van stellingen.
Representatief Geeft aan in hoeverre de onderzoeksdoelgroep een goed
afspiegeling is van de gehele populatie.
Steekproef Uit de totale populatie wordt een selectie gemaakt voor het
onderzoek.
Validiteit De geldigheid waaruit blijkt dat het onderzoek daadwerkelijk meet
wat moet worden gemeten.
Hoofdstuk 5 Communicatie Canvas
Communicatiedoelgroep Afgebakende groep personen of organisaties waarop de
communicatie is gericht.
Hoofdstuk 1 Communicatie
Accountability Het nemen van verantwoordelijkheid voor het rendement van de
communicatie en het afleggen van verantwoording daarover.
Human Resources Afdeling die actief is met personeelszaken. HR zorgt voor het
creëren van een cultuur van betrokken medewerkers die
gestimuleerd worden zich te ontwikkelen.
Transparantie Openheid in wat de organisatie doet. Eerlijk communiceren als het
goed gaat met de organisatie maar ook als het slecht gaat.
Basisvoorwaarde voor transparantie is het openbaar maken van
relevante informatie.
Hoofdstuk 2 Basics voor communicatie
Agendasetting De media bepalen wat in de publieke belangstelling staat maar niet
hoe erover wordt gedacht.
Boodschap Communicatie-inhoud die de zender aan de ontvanger wil
overbrengen.
Communicatie Proces van tweerichtingsverkeer waarbij de interactie essentieel is.
Communicatiemodaliteiten Indeling in verschillende communicatiewijzen in onder ander
voorlichting, public relations, reclame en propaganda.
Decoderen Interpreteren van de boodschap door de ontvanger.
Encoderen Het door de zender omzetten van gedachten en/of gevoelens in een
boodschap, in woord, beeld en/of lichaamstaal.
Feedback De reactie die de ontvanger stuurt naar de zender.
Framing Denkraam waarbinnen informatie wordt ingekaderd en bepaalde
aspecten worden uitgelicht.
Interactieve communicatie Informatieoverdracht tussen een zender en een ontvanger waarbij
de ontvanger een actieve rol heeft en mee het proces en de
communicatie bepaald.
Interne ruis Verstoring door factoren binnen het communicatieproces.
Medium Object dat een communicatieboodschap kan dragen.
Metacommunicatie Communicatie over het communicatieproces zelf.
Non-intentionele Vorm van communicatie waarbij de zender niet de bedoeling heeft
communicatie te communiceren maar waarbij wel de boodschap overkomt.
Non-verbale communicatie Communicatie door beelden, klanken, gebaren, smaken of geuren.
Ontvanger Degene bij wie de communicatie terechtkomt, bedoeld of
onbedoeld.
Perceptie Wijze waarop iemand de boodschap waarneemt, interpreteert en
ervaart.
Propaganda Communicatie die gericht is op het winnen van mensen voor
overtuigingen, ideeën en ideologieën.
Public relations Stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip tussen een
organisatie en haar publieksgroepen.
, Reclame Beïnvloedende informatie over producten, diensten en bedrijven
waarbij meestal gebruik wordt gemaakt van betaalde ruimte in de
media.
Redundantie Al dan niet bewuste overdaad – herhaling – aan communicatie.
Ruis Factoren die het communicatieproces verstoren.
Selectieve perceptie Mensen registreren maar een deel van alle informatie uit hun
omgeving. Ze nemen vooral voor waar wat overeenkomt met hun
eigen gevoelens en overtuigingen
Stimulus-respons Theorie die ervan uitgaat dat de massa alles klakkeloos overneemt
wat de media ‘inspuiten’. Ook wel injectienaaldtheorie genoemd.
Terugkoppeling Reactie van de zender op de feedback van de ontvanger.
Two step flow Communicatietheorie die ervan uitgaat dat de doelgroep wordt
bereikt door opinieleiders en influencers.
Uses and gratifications Communicatietheorie met als uitgangspunt dat mensen massamedia
gebruiken om hun eigen behoeften te bevredigen.
Verbale communicatie Communicatie door woorden, zowel schriftelijk als mondeling.
Voorlichting Bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door middel
van communicatie.
Zender Degene die start met het communicatieproces en die een boodschap
verstuurt.
Hoofdstuk 4 Communicatieonderzoek
Aselecte steekproef Bij het onderzoek wordt geen selectie toegepast maar een
willekeurige groep binnen de onderzoekspopulatie ondervraagd.
Delphi-onderzoek Een onderzoek waarbij een aantal deskundigen naar hun mening
wordt gevraagd.
Deskresearch Verzamelen en bewerken van bestaande gegevens vanachter ‘je
bureau’.
Fieldresearch Zelf verzamelen van gegevens die nog niet beschikbaar zijn, dus het
‘veld’ ingaan.
Kwalitatief onderzoek Onderzoek om dieperliggende meningen te achterhalen zoals
imago’s.
Kwantitatief onderzoek Onderzoek gericht op het verzamelen van informatie bij een groot
aantal mensen of organisaties waarbij de informatie in getallen
wordt uitgedrukt zodat een statische analyse mogelijk is.
Non-respons Gedeelte van de steekproef dat geen of onvolledige informatie heeft
opgeleverd of dat niet reageerde.
Paneldiscussie Discussie met een groep mensen, vaak aan de hand van stellingen.
Representatief Geeft aan in hoeverre de onderzoeksdoelgroep een goed
afspiegeling is van de gehele populatie.
Steekproef Uit de totale populatie wordt een selectie gemaakt voor het
onderzoek.
Validiteit De geldigheid waaruit blijkt dat het onderzoek daadwerkelijk meet
wat moet worden gemeten.
Hoofdstuk 5 Communicatie Canvas
Communicatiedoelgroep Afgebakende groep personen of organisaties waarop de
communicatie is gericht.