SOLK:
SOLK staat voor somatisch onvoldoende verklaarbare klachten.
30-50% gaat naar de huisarts.
40-60% gaat naar de neuroloog, longarts en cardioloog.
Veel verschillende klachten houden lang aan, de patiënten maken zich ernstige
zorgen.
50-75% knapt op.
30% heeft na een jaar verergerde klachten.
WHO VS Huber:
Huber: Nieuwe definitie van de gezondheid. Fysiek, sociaal en mentale toestand van
welbevinden. Er wordt gekeken naar de zelfredzaamheid en coping omtrent ziekte, in
plaats van naar de onmogelijkheden door de ziekte.
DSM-4:
Handboek met criteria, waaraan een patiënt moet voldoen, om een diagnose te
stellen.
Somatoform stoornissen, hadden geen lichamelijke oorzaken.
Lichaam en geest staan onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Er wordt gekeken naar wat het met jou als persoon doet.
Somatoforme stoornis:
Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten die voldoen aan de criteria
van een van de somatoforme stoornissen volgens de DSM.
Somatisatie:
Een neiging lichamelijke klachten te ervaren en uiten, deze toe te schrijven aan
lichamelijke ziekte en medische hulp te zoeken, terwijl er geen somatische pathologie
gevonden wordt die de klachten voldoende verklaart.
SOLK:
Somatisch onvoldoende verklaarde klachten, bij lichamelijke klachten. Enkele weken
en waarbij adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening voldoende
verklaart.
Ernstiger, langduriger en hebben een grotere impact op het functioneren (criteria van
>6 maanden).
Prevalentie:
20-30% van de patiënten met SOLK houdt dit langdurig vast.
Hoge lijdensdruk
Ervaren van ongezondheid en onrust.
Kwaliteit van leven daalt.
Dagelijks functioneren is verstoord.
Medische behandelingen en onderzoeken nemen toe, omdat de klachten niet
somatisch verklaarbaar zijn. Het kan zijn dat ze van specialist naar specialist gaan.