Toets van 0 tot adolecent
Toets: Van Baby naar Volwassen Mens
1. Meerkeuzevragen
1.1. Wat is het belangrijkste verschil tussen groei en rijping in de
prenatale ontwikkeling?
a) Groei is afhankelijk van leren, terwijl rijping te maken heeft met de
fysieke omvang.
b) Groei is de toename in cellen, terwijl rijping te maken heeft met de
ontwikkeling van nieuwe functies.
c) Groei en rijping zijn dezelfde processen.
d) Rijping vindt plaats na de geboorte, terwijl groei alleen in de prenatale
fase plaatsvindt.
1.2. Wat wordt bedoeld met de term "teratogeen"?
a) Een aandoening die alleen voorkomt bij premature baby’s.
b) Een stof die afwijkingen in de foetus veroorzaakt.
c) Het proces van neurale ontwikkeling.
d) De reflexen van een pasgeboren baby.
1.3. Wat is de belangrijkste taak van de eerste 1000 dagen van
een baby?
a) Fysieke groei en het ontwikkelen van motoriek.
b) Het ontwikkelen van sociaal contact en het leren van vertrouwen.
c) Het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden en taal.
d) Het leren van zindelijkheid en onafhankelijkheid.
1.4. Welk van de volgende is GEEN reflex dat een pasgeboren
baby heeft?
a) Zuigreflex
b) Mororeflex
c) Kraakbeenreflex
d) Grijpreflex
1.5. Wat gebeurt er tijdens de 'germinale fase' in de
zwangerschap?
a) De eicel nestelt zich in de baarmoederwand.
b) De baby ontwikkelt belangrijke reflexen.
c) De baby begint externe prikkels waar te nemen.
d) De hersenen van de baby beginnen verbindingen te maken.
2. Open vragen
2.1. Beschrijf het verschil tussen het primaire en secundaire
geslachtskenmerk. Geef ook een voorbeeld van elk.
2.2. Wat is het belangrijkste kenmerk van de 'pre-operationele
fase' van Piaget en op welke leeftijd bevindt een kind zich in deze
fase?
2.3. Leg uit wat het "Pygmalioneffect" inhoudt en geef een
voorbeeld van hoe dit zich kan uiten in een schoolomgeving.
2.4. Wat zijn de risicofactoren bij onveilige gehechtheid bij zowel
het kind als de ouder? Geef ten minste twee risicofactoren voor
elk.
Toets: Van Baby naar Volwassen Mens
1. Meerkeuzevragen
1.1. Wat is het belangrijkste verschil tussen groei en rijping in de
prenatale ontwikkeling?
a) Groei is afhankelijk van leren, terwijl rijping te maken heeft met de
fysieke omvang.
b) Groei is de toename in cellen, terwijl rijping te maken heeft met de
ontwikkeling van nieuwe functies.
c) Groei en rijping zijn dezelfde processen.
d) Rijping vindt plaats na de geboorte, terwijl groei alleen in de prenatale
fase plaatsvindt.
1.2. Wat wordt bedoeld met de term "teratogeen"?
a) Een aandoening die alleen voorkomt bij premature baby’s.
b) Een stof die afwijkingen in de foetus veroorzaakt.
c) Het proces van neurale ontwikkeling.
d) De reflexen van een pasgeboren baby.
1.3. Wat is de belangrijkste taak van de eerste 1000 dagen van
een baby?
a) Fysieke groei en het ontwikkelen van motoriek.
b) Het ontwikkelen van sociaal contact en het leren van vertrouwen.
c) Het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden en taal.
d) Het leren van zindelijkheid en onafhankelijkheid.
1.4. Welk van de volgende is GEEN reflex dat een pasgeboren
baby heeft?
a) Zuigreflex
b) Mororeflex
c) Kraakbeenreflex
d) Grijpreflex
1.5. Wat gebeurt er tijdens de 'germinale fase' in de
zwangerschap?
a) De eicel nestelt zich in de baarmoederwand.
b) De baby ontwikkelt belangrijke reflexen.
c) De baby begint externe prikkels waar te nemen.
d) De hersenen van de baby beginnen verbindingen te maken.
2. Open vragen
2.1. Beschrijf het verschil tussen het primaire en secundaire
geslachtskenmerk. Geef ook een voorbeeld van elk.
2.2. Wat is het belangrijkste kenmerk van de 'pre-operationele
fase' van Piaget en op welke leeftijd bevindt een kind zich in deze
fase?
2.3. Leg uit wat het "Pygmalioneffect" inhoudt en geef een
voorbeeld van hoe dit zich kan uiten in een schoolomgeving.
2.4. Wat zijn de risicofactoren bij onveilige gehechtheid bij zowel
het kind als de ouder? Geef ten minste twee risicofactoren voor
elk.