Vraag 1:
Wat is het belangrijkste doel van juridische teksten, zoals beschreven in Schrijven voor
juristen?
A) Vermijden van juridische jargon
B) Het overbrengen van juridische kennis
C) Het overtuigen van de lezer
D) Het verklaren van wetgeving
Antwoord: B) Het overbrengen van juridische kennis
Vraag 2:
Welke schrijfstijl wordt in het boek aanbevolen voor juridische teksten?
A) Creatief en inspirerend
B) Duidelijk en zakelijk
C) Poëtisch en emotioneel
D) Ironisch en humoristisch
Antwoord: B) Duidelijk en zakelijk
Vraag 3:
Welke van de volgende elementen wordt in juridische teksten als essentieel beschouwd voor
helderheid?
A) Complexe zinsstructuren
B) Lange alinea’s
C) Korte en eenvoudige zinnen
D) Vermeiden van paragrafen
Antwoord: C) Korte en eenvoudige zinnen
Vraag 4:
Wat is het advies in het boek over het gebruik van passieve zinnen in juridische teksten?
A) Ze moeten vermeden worden
B) Ze moeten altijd gebruikt worden
C) Ze zijn alleen toegestaan in formele documenten
D) Ze moeten in balans gebruikt worden met actieve zinnen
Antwoord: D) Ze moeten in balans gebruikt worden met actieve zinnen
, Vraag 5:
Wat is de belangrijkste reden om juridische termen helder te definiëren in een tekst?
A) Om ruimte voor interpretatie te bieden
B) Om verwarring te voorkomen
C) Om de tekst juridisch ingewikkelder te maken
D) Om de tekst visueel aantrekkelijker te maken
Antwoord: B) Om verwarring te voorkomen
Vraag 6:
In het boek wordt het gebruik van lange en complexe zinnen afgeraden. Waarom is dit?
A) Omdat ze onduidelijk zijn voor de lezer
B) Omdat ze de formaliteit van de tekst verminderen
C) Omdat ze niet passen in de wetgeving
D) Omdat ze onprofessioneel overkomen
Antwoord: A) Omdat ze onduidelijk zijn voor de lezer
Vraag 7:
Volgens Schrijven voor juristen, wat is de rol van de alinea in een juridische tekst?
A) Het moet dienen als visuele onderverdeling zonder inhoudelijke betekenis
B) Het moet het hoofdidee van de tekst weergeven
C) Het moet langere uitleg bevatten die niet in de tekst past
D) Het moet de tekst vertalen naar begrijpelijke taal voor leken
Antwoord: B) Het moet het hoofdidee van de tekst weergeven
Vraag 8:
Welke van de volgende schrijftechnieken wordt aangeraden om juridische argumenten kracht
bij te zetten?
A) Gebruik van emotionele oproepen
B) Het citeren van wetgeving en jurisprudentie
C) Het stellen van retorische vragen
D) Het vermijden van feiten en details
Antwoord: B) Het citeren van wetgeving en jurisprudentie
Vraag 9:
Wat wordt bedoeld met de term "juridische precisie" in het boek?
A) Het gebruik van de juiste termen en definities
B) Het schrijven van lange juridische documenten