Criminologie
Stroming Theorieën
Klassieke school Conservatieve criminologie
Routine activiteiten
Rationele keuze
Positivistische/Italiaanse Biologische theorieën
school
Psychologische theorieën Persoonlijkheidstheorie
Chicagoschool Sociale desorganisatie
Broken window
Collective efficacy
Leertheorie Differentiële associatie
Differential reinforcement theory (sociale leer theorie)
Subculturen
Neutralisatietechnieken
Labelingtheorie Labelingtheorie
controletheorieën Zelf-controle theorie
Containment theory
Sociale bindingen
Strain/anomie theorieën Straintheorie (Merton)
Straintheorie
General strain
Anomietheorie
Levensloopcriminologie (geen theorie maar kader)
1
, Klassieke school
De klassieke school gaat uit van de crimineel als rationeel en calculerend persoon. Dit leidt er toe
dat de straf gericht moet zijn op de ernst van de misdaad, en niet op de hoedanigheid van de
misdadiger. Hieruit is het gelijkheidsbeginsel ontstaan in het strafrecht.
Conservatieve criminologie
De conservatieve ideeën brengen het perspectief terug dat de bronnen van criminaliteit bij het
individu liggen. Deze theorieën pleitten daarom voor het gebruik van meer straffen als de
oplossing voor criminaliteit.
Twee perspectieven:
1. Root causes (oorzaak die ten grondslag ligt) van criminaliteit worden door de
conservatieve theorieën ontkent. Criminaliteit is een individuele keuze.
2. Voor het oplossen van criminaliteit wordt gepleit voor meer beperkingen voor en
controle op individuen.
Criminaliteit heeft geen gewortelde oorzaken en wordt gezien als een keuze door individuen die
impulsief en psychopathisch zijn.
Wilson en Herrnstein stellen dat individuele verschillen die een biologische oorzaak hebben
belangrijk zijn omdat ze het sociaal leren van mensen beïnvloeden en daarmee ook bepalen hoe
mensen zaken als straffen interpreteren en beoordelen.
Er is een gebrek aan empirische toepasselijkheid van de termen die deze theorie gebruikt.
Tevens gaat de theorie niet op voor witteboordencriminaliteit.
Routine activiteiten
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen criminality en crime. Crimality (de motivatie om
een wet te breken) leidt niet direct tot een criminele daad, de mogelijkheid die de omgeving
schept is hierin een noodzakelijk conditie. De theorie zorgt voor een pragmatisch beleid voor het
oplossen van criminaliteit; wanneer minder er minder mogelijkheden zijn, zal er ook minder
criminaliteit zijn. de theorie legt daarom de focus op zaken in de omgeving die makkelijk te
veranderen zijn.
Er zijn drie essentiële ingrediënten voor criminaliteit:
1. Een gemotiveerde dader
2. Een geschikt doelwit
3. Afwezigheid van capabel toezicht
Deze essentiële ingrediënten moeten samen gaan in plaats en tijd. De determinant hiervan is de
routine van mensen.
De kritiek op de theorie is dat het Felson niet lukt om uit te leggen hoe de politieke economie
mogelijkheden voor misdaad creëert.
2