100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Psychopathologie samenvatting + aantekeningen hoorcolleges UvA (incl. overzicht stoornissen!) - gehaald met 8.3!

Beoordeling
4,4
(5)
Verkocht
18
Pagina's
75
Geüpload op
12-11-2024
Geschreven in
2024/2025

Complete samenvatting + alle aantekeningen van de hoorcolleges. Achterin het document staat een overzicht van alle stoornissen inclusief DSM-categorie, symptomen, leeftijd van diagnose/leeftijd van begin, geslachtsverschillen, duur van de symptomen, behandeling, prevalentie, comorbiditeiten en differentiaaldiagnose. Geschreven in studiejaar 2024/2025. Ik kan je korting geven als je mij privé via mijn UvA mail (Fabienne van Valderen) benadert, aangezien ik een gedeelte van de opbrengst aan stuvia moet afstaan. Literatuur: Handboek Handboek ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen - Rigter (2020) Zindelijkheidstraining – Vermandel & Aggelpoel (2023) Elimination disorders: a critical comment on DSM-5 proposals – Von Gontard (2011) Attachment disorders diagnosed by community practitioners: a replication and extension – Allen & Schuengel (2020) Attachment disorders – Hornor (2019) Early autism diagnosis in the primary care setting – James & Smith (2020) Autism spectrum heterogeneity: fact or artifact? – Mottron & Bzdok (2020) Females with ADHD – Young et al. (2020) Current research on conduct disorder in children and adolescents – Frick (2016) Anxiety disorders in children and adolescents – Rapee et al. (2023) Family processes in the development of youth depression – Restifo & Bögels (2009) Obsessieve-compulsieve stoornis & Ticstoornissen Tics and Tourette syndrome – Efron & Dale (2018) Psychological and biological theories of child and adolescent traumatic stress disorders – Ford & Greene (2017) Traumaklachten – Lindauer (2018) A neuropsychiatric model of biological and psychological processes in the remission of delusions and auditory hallucinations – Van Der Gaag (2006) The unique roles of intrapersonal and social factors in adolescent smoking development – Defoe et al. (2016) Addiction, adolescence, and the integration of control and motivation – Gladwin et al. (2011) Disorders of personality – Larsen et al. (2021) Persoonlijkheidsstoornissen bij adolescenten – Feenstra & Hutsebaut (2009)

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, 2, 5-9 en 11-17
Geüpload op
12 november 2024
Bestand laatst geupdate op
4 februari 2025
Aantal pagina's
75
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Classificeren & classificatiesystemen
Handboek H1 Introductie
Psychopathologie bestudeert psychische stoornissen door wetenschappelijke disciplines en
theorieën te combineren. Het verzamelt kennis over algemene kenmerken van stoornissen, terwijl
psychiatrie focust op (de effecten van) hulpverlening voor mensen met psychiatrische stoornissen.

Psychopathologie richt zich op de ontwikkeling: het begrijpen van hoe bepaald gedrag is ontstaan. Er
is een wisselwerking tussen verleden en heden; eerdere ervaringen beïnvloeden huidige
interpretaties en omgekeerd. Door nieuwe ervaringen aan te bieden, kan het kind geholpen worden
zijn geschiedenis positiever te zien.

Een psychiatrische stoornis begint vaak als normale ontwikkeling die door bepaalde oorzaken
ontspoort. Oorzaken liggen niet altijd in het verleden. Het dynamische perspectief houdt in dat
gedrag normaal kan zijn in de ene levensfase en abnormaal in de andere. Gedrag wordt beïnvloed
door erfelijke en omgevingsfactoren, waaronder cultuur, waarbij ieder individu uniek reageert op
ervaringen.

Handboek H2 Classificatie, diagnostiek en
epidemiologie
Classificatiesystemen delen gedrag in op kenmerken, terwijl diagnostiek de ernst, het ontstaan en
het voortbestaan van een stoornis verklaart. Differentiaaldiagnose betreft verwante stoornissen;
comorbiditeit verwijst naar het gelijktijdig voorkomen van stoornissen, vooral bij kinderen en
adolescenten in ontwikkeling. Psychische en lichamelijke problemen kunnen samengaan. Het
vaststellen van een psychische stoornis is altijd een interpretatie.

De DSM is een categoriale benadering en beschrijft aantal, duur en impact van symptomen. De
symptomen zijn een beschrijving van de stoornis en niet een verklaring. Kritiek: geen rekening met
context (bv. leeftijd, geslacht) of culturele achtergrond. Een dimensionele benadering (bv. Child
Behaviour Checklist; CBCL) classificeert stoornissen als licht, matig of ernstig en gebruikt
vragenlijsten. Voordelen van CBCL: betere aansluiting bij de ontwikkeling van kinderen, geen strikte
criteria, en meerdere perspectieven (ouders, kinderen, leerkrachten). Nadelen: beperkte
wereldwijde beschikbaarheid en vooral opsporen van veelvoorkomende problemen.

Diagnostische methoden:

 Diagnostisch gesprek: Luisteren, vragen stellen en observeren, vaak met een anamnese om
de voorgeschiedenis te verkennen, uitgevoerd door de persoon zelf (zelfanamnese) of een
ander, zoals een ouder (heteroanamnese). Dit kan gevolgd worden door een
gestandaardiseerd interview, zoals de Diagnostic Interview Schedule for Children (DISC).
Essentiële eigenschappen voor de hulpverlener zijn empathie, acceptatie en zelfkennis.
 Observeren: Doelgericht en systematisch waarnemen van gedrag.
 Psychodiagnostisch onderzoek: Toepassen van vragenlijsten, testen en
beoordelingsschalen:
o Functietesten meten specifieke functies, zoals intelligentie of executieve functies
(EF).

, o Zelfinvullijsten meten bepaalde problematieken of psychische kenmerken, zoals
persoonlijkheid of depressie.
o Projectieve testen bieden onduidelijke stimuli (bv. vlekken) om te interpreteren,
waarbij het kind vertelt wat het ziet.
o Lichamelijk onderzoek, zoals bloed- of urineonderzoek, voornamelijk in de
psychiatrie.

Diagnoses moeten betrouwbaar zijn (interbeoordelaars- en test-hertestbetrouwbaarheid) en
valide. Informatie van verschillende informanten kan tegenstrijdig zijn vanwege contextafhankelijk
gedrag. Lichamelijk onderzoek mag alleen gedaan worden door psychiaters. Medicatie mag alleen
worden voorgeschreven door psychiaters en artsen.

Epidemiologisch onderzoek onderzoekt de prevalentie en onderliggende factoren van psychische
problemen. Een stoornis betekent niet altijd dat hulp nodig is; sommige stoornissen, zoals fobieën,
kunnen zonder hulp hanteerbaar zijn.

Hoorcollege 1
Ongeveer 10 procent van de kinderen heeft een psychische stoornis. Ontwikkelingsperspectief:

 Vroege kindertijd (0-6)
o Normaal: bedplassen, driftbuien en separatieangst
o Psychopathologie: pervasieve ontwikkelingsstoornissen
 Midden kindertijd (7-11)
o Normaal: angst voor het donker en beweeglijkheid
o Psychopathologie: ODD/CD en angststoornissen
 Adolescentie (12-18)
o Normaal: experimenteren met middelen, grenzen verkennen en
stemmingswisselingen
o Psychopathologie: stemmingsstoornissen, eetstoornissen en schizofrenie

De prevalentie van stoornissen is hoger vanaf de puberteit vanwege de plasticiteit van het brein.
Lifetimeprevalentie is hoeveel mensen het ooit in hun leven hebben gehad. Puntprevalentie is
hoeveel mensen het op een bepaald punt in hun leven hebben gehad (kind, adolescent etc.).

Psychopathologie komt vaker voor bij jongens. Dit komt door de zichtbaarheid (vaker
externaliserend), kwetsbaarheid door XY chromosomen en meer gedaan onderzoek bij jongens.

Zeer zeldzaam Zeldzaam Niet zo zeldzaam Minst zeldzaam
<1% ~1% 2-5% >5%


(Ontwikkelings)psychopathologie:

a) Klachten: lichamelijk functioneren, gedrag, emoties, cognities, relaties
b) Wanneer klachten niet passen bij leeftijd, niet/zeer moeilijk te corrigeren zijn, het
algemeen functioneren ernstig nadelig beïnvloeden, het kind zelf en/of de omgeving
doen lijden, uiteindelijk mogelijk de ontwikkeling doen stagneren.
c) Stoornis is deels afhankelijk van de sociaal-culturele context.

Twee veelgebruikte systemen zijn de International Classification of Diseases (ICD) door de WHO
(World Health Organization) en de Diagnostic and Statistical Manual of the mental disorders (DSM)

,door de APA (American Psychiatric Association). Beiden zijn tot stand gekomen door een consensus
van experts en kunnen naar elkaar ‘vertaald’ worden.

Voordelen van classificatiesystemen zijn een duidelijke beschrijving van de kern van de problematiek,
een internationale eenduidigheid en richtinggevend voor behandeling. Minpunten zijn sterk
gereduceerde informatie, categoriale indeling en een suboptimale basis voor behandeling.

De DC 0-5 is speciaal voor kinderen tot vijf jaar en werkt met assen (daarnaast werken ook de DSM-IV
en de ICD-10 met een assenstelsel):

 As I: stoornis
 As II: relationele context (gedrag, affect, betrokkenheid)
 As III: medische, lichamelijke conditie
 As IV: psychosociale stressoren
 As V: niveau van ontwikkeling

Factoren die behandeleffect voorspellen:

 Kindniveau: diagnose (internaliserende en externaliserende stoornissen zijn makkelijker te
behandelen dan pervasieve ontwikkelingsstoornissen); comorbiditeit (meer is moeilijker);
ernst; chroniciteit (eerdere start is moeilijker te behandelen); leeftijd (hoe ouder de leeftijd,
hoe moeilijker te behandelen), gender (jongens zijn moeilijker te behandelen).
 Gezinsniveau: ouderlijk aanpassingsvermogen, huwelijk, gezinsfunctioneren (samenhang en
flexibiliteit; rigiditeit), aanwezigheid vader, SES.

Classificatie is alleen beschrijvend (label, niet verklarend) met behulp van semigestructureerde
klinische interviews met ouders en kind. Diagnosticeren is classificeren + in kaart brengen van de
levensgeschiedenis, risico- en beschermende factoren in kind en omgeving en eerdere interventies
en het effect daarvan. Gaat veel meer richting behandeling. De betrouwbaarheid is rond 0.50 per
stoornis. Binnen stoornissen is er een grote heterogeniteit in expressie en kan verschillende
medicatie effectief zijn. Tussen stoornissen kan er overlap zijn in symptomen en kan er een hoge
comorbiditeit zijn. Dit alles heeft invloed op de validiteit. De DSM en ICD zijn nog te veel categoriaal:
wel of niet de stoornis hebben. Daarom is de dimensionele benadering zoals de ASEBA of CBCL meer
valide.

Classificeren Dimensioneel meten
Afzonderlijke eenheden Glijdende schaal
Makkelijke communicatie Moeilijkere communicatie
Zwart-wit Graduele verschillen
Verandering niet makkelijk te meten Verandering gemakkelijk te meten.

De DSM-5 is vooral gericht op de westerse cultuur. Gedrag moet afwijkend zijn / problemen
opleveren binnen de sociaal-culturele context. Er zijn ook cultuurspecifieke uitingen van stoornissen.

Het bio-ecologische model van Bronfenbrenner bestaat uit zes lagen die elkaar beïnvloeden:

1. Intrapersoonlijke factoren: gedragskenmerken en uiterlijk
2. Microsysteem: relaties tussen het kind en de personen uit de directe omgeving (gezin,
familie, vrienden, leerkrachten)
3. Mesosyteem: relaties tussen de verschillende microsystemen

, 4. Exosysteem: maatschappelijke systemen waarvan het kind niet direct deel uitmaakt,
maar de ontwikkeling wel indirect beïnvloeden (sportclub van ouders, etnische
gemeenschap etc.)
5. Macrosysteem: wetten, instituties en de daarbij horende waarden en normen (cultuur,
religie, onderwijs etc.)
6. Chronosysteem: lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling die mensen
door de tijd heen meemaken.

Een syndroom is een ziektebeeld: een verzameling van verschijnselen die vaker in dezelfde
combinatie optreedt. De term syndroom wordt ook gebruikt voor een psychische stoornis zoals
omschreven in de DSM-5.

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
2 maanden geleden

2 maanden geleden

Dankjewel!

1 maand geleden

1 maand geleden

Dankjewel!

2 maanden geleden

2 maanden geleden

Dankjewel!

11 maanden geleden

11 maanden geleden

Dankjewel!

11 maanden geleden

10 maanden geleden

Dankjewel!

4,4

5 beoordelingen

5
2
4
3
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fabiennevanvalderen Universiteit van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
354
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
144
Documenten
45
Laatst verkocht
1 week geleden
Samenvattingen voor orthopedagogiek / pedagogische wetenschappen / pabo

Hoi iedereen! Ik ben Fabiënne en doe de master orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hiervoor heb ik de pre-master orthopedagogiek aan de Uva en de pabo bij de iPabo Amsterdam. Tot nu toe heb ik al mijn tentamens en verslagen in één keer gehaald met behulp van mijn samenvattingen. Hopelijk kan ik jullie hier zo ook mee helpen! Vergeet niet om een beoordeling achter te laten als je er een gekocht hebt, daar zou je me enorm mee helpen. Als je vragen hebt, stel ze dan gerust :)

Lees meer Lees minder
4,1

58 beoordelingen

5
18
4
32
3
4
2
2
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen