G.J. Vonk 6e druk
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Sociale zekerheid: een veelzijdig begrip
Sociale zekerheid is bedoeld om inkomen te werven voor personen die tijdelijk of
blijvend, niet (langer) in staat zijn om zelf in (voldoende) inkomen te voorzien. Sociale
zekerheid heeft te maken met bestaanszekerheid. Het gaat om het verstrekken van
uitkeringen, mensen te helpen om zo snel mogelijk weer een betaalde baan te vinden
of het creëren van gelijke ontwikkelingskansen voor de mensen.
Ook heeft sociale zekerheid te maken met solidariteit. Solidariteit is hierbij de mate
waarin risico gedeeld wordt met andere deelnemers of begunstigden. Het gaat erom
dat de sterken (rijkelui, jonge mensen, werkenden) een bijdrage leveren aan de
bescherming van de zwakkeren (arme mensen, ouderen of werklozen).
De sociale zekerheid fungeert als een systeem van inkomensbescherming. Sommige
gaan uit van het verzekeringsprincipe: de mensen zich tegen betaling van een premie
verzekeren tegen een onzekere gebeurtenis. Als die gebeurtenis zich voordoet, dan is
de verzekeraar een geldbedrag verschuldigd.
Er is een onderscheid tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen:
- Sociale verzekeringen: hierbij is de verzekering verplicht gesteld en worden de
geldbedragen uitgekeerd bij wijze van uitkeringen (bijv. werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschiktheidsuitkering).
- Sociale voorzieningen: deze stellen geen eisen t.a.v. voorafgaande verzekering.
Uitkering wordt verstrekt als men op enig moment aan de wettelijke
voorwaarden voldoet (sociale bijstand).
Eigen spaarvormen: de betrokkene heeft ergens een spaarrekening ondergebracht
waaruit hij voor bepaalde doeleinden gelden kan onttrekken. Deze spaartegoeden
worden dan weer vrijgesteld van belastingen (fiscale regeling).
Er zijn verschillende uitkeringsvormen (prestaties): pensioenen, toeslagen,
aanvullingen, bijdragen, verstrekkingen. De meeste uitkeringen zijn in geld, sommige
zijn in natura. Voorbeelden hiervan zijn de hulp die door een huisarts wordt verleend of
het verblijf en de operatie in het ziekenhuis.
1.2 Een werkdefinitie van sociale zekerheid
De sociale zekerheid heeft twee functies:
- De waarborgfunctie: inkomensbescherming.
- De activeringsfunctie: uitkeringsgerechtigden re-integreren op de arbeidsmarkt.
De waarborgfunctie heeft 2 betekenissen:
- Minimumbescherming, zoals de AOW. De hoogte van het AOW – pensioen is
afgestemd op het sociaal minimum.
- Bescherming tegen inkomensderving, zoals de WW. De uitkering vormt een
percentage van het loon dat de werknemer verdiende voordat hij werkloos
werd.
1.3 Recht op sociale zekerheid en overheidsverantwoordelijkheid
De sociale zekerheid is deels de verantwoordelijkheid van de overheid. Tegenwoordig
wordt er ook aandacht besteed aan de verantwoordelijkheid van de werkgever voor de
sociale zekerheid van zijn werknemers. Recht op sociale zekerheid betekent voor de
overheid niet noodzakelijk een directe verantwoordelijkheid, maar wel een
eindverantwoordelijkheid voor de bestaanszekerheid van haar burgers.
1
, 2