maatschappij van Albert Mok
Hoofdstuk 3 Arbeidsdeling en arbeidsverdeling
3.1 Arbeidsdeling verbindt, arbeidsverdeling verdeelt mensen
Arbeidsdeling = een natuurlijke diversiteit aan taken (ontstaan aan de hand van
aangeboren talent, kennis door studie, vaardigheden door ervaringen) >
maatschappelijk verschijnsel
Arbeidsverdeling = geconstrueerde organisatie van arbeidsproces (opgelegd door
macht van anderen)
Hegemonie = leiderschap, overwicht > hegemonische constructie = gedrag van
anderen beheersen + beïnvloeden in bepaalde richting
3.1.2 Vrije markt
Adam Smith: marktkrachten zijn de ‘ontzichtbare hand’ van de concurrentie
Karl Marx: de kapitalistische productiewijze ‘schudt’ bedrijven die niet mee
kunnen komen uit de markt > verdeling van taken leidde tot machtsproces >
kapitalistische klasse (bezitters van productiemiddelen) kan de proletarische
klasse (niet-bezitters) naar believen en desnoods tegen wil in, inzetten =
klassentegenstellingen > gevolg = solidariteit verdwijnt, sociale ongelijkheid
krijgt overhand
Saint-Simon: adel, geestelijkheid en politici zijn nietsnutten, technici en
industriëlen horen de macht te hebben
3.2 Arbeidsdeling
Arbeidsdeling = verscheidenheid aan arbeidsverrichtingen die voortkomen uit
menselijke hoedanigheden
Toegewezen hoedanigheid = krijg je ‘vanzelf’, anderen kennen er betekenis
aantoe: man, vrouw, van adel, papa, mama, kind, etc.
Verworven hoedanigheid = via onderwijs/praktijkervaringen verkregen
kwalificaties en competenties
Iedereen heeft zijn eigen vak > taken (= gebruikswaarde > = nut van het arbeid
voor degene die het verricht, voor de omgeving en voor de maatschappij als
geheel) en prestaties (= opbrengsten) leveren geld op (= ruilwaarde)
3.2.1 Beroep
Beroep = geheel van arbeidstaken met vakkennis, en de daarbij behorende
beroepscultuur en -ethiek + verbindt mensen door middel van
gemeenschappelijk vak (= beroepsgemeenschap)
Employability/inzetbaarheid = jezelf laten bijscholen
Onder-/overbenutting = onder/boven je kennen en kunnen werken
3.2.2 Cognitief kapitaal
Cognitief kapitaal = kennis, kunde en aanleerbare vaardigheden