2 De tijd van Grieken en Romeinen
2.1 Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
Kenmerkende aspecten:
- ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
- de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
In deze paragraaf leer je:
oe de eerste Griekse beschavingen tot ontwikkeling kwamen
h
Met de uitvinding van het schrift omstreeks 3000 v.C. begon →
deoudheid(tijd van Grieken en Romeinen)
oe de klassieke cultuur van de Griekse stadstaten tot ontwikkeling kwam
h
Grieken leefden in onafhankelijke stadstaten (poleis) met landbouwstedelijke samenlevingen
Ondanks ze niet in 1 staat leefden hadden ze wel het idee dat ze samen 1 volk vormden,
door hun gezamenlijke cultuur:
- dezelfde taal
- ze vertelden dezelfde verhalen
- ze vereerden dezelfde goden en deden dat regelmatig samen
loeiende economie -daardoor→ bevolkingsgroei -daardoor→ overbevolking en gingen ze
B
koloniënstichten langs de Middellandse zeekust →door de kolonisatie groeiden de Griekse
handel, nijverheid en welvaart
anaf de 5e eeuw v.C. bloeit de Griekse cultuur
V
→ Griekse cultuur + Grieks-Romeinse cultuur =klassiekecultuur
ondanks strijd voelden Grieken zich verbonden tegen barbaren, niet-Grieken
38 v.C. : Griekenland 1 rijk, onder Alexander de Grote, hij verspreidde Griekse cultuur in
3
gigantisch gebied → na zijn dood viel het rijk uit elkaar, maar Griekse elite bleef heersen
over de inheemse bevolking
oe Grieken dachten over burgerschap en politiek
h
Politiek van Griekse stadstaten, betreft bestuur:
- monarchie
→ staat met 1 vorst
- aristocratie
→ bestuurd door edelen
- later naast edelen ook rijke handelaren in het bestuur:
oligarchie
→ regering van een kleine groep
- tirannie(soms)
→ regering van een tiran = alleenheerser die met geweld macht heeft gegrepen
- directe democratie
→burgersmochten self stemmen + spreken in de volksvergadering
, 2 De tijd van Grieken en Romeinen
(alleenautochtonevrije mannen hadden het burgerschap)
oe het Griekse wetenschappelijk denken ontstond
h
Grieken geloofden dat goden menselijke eigenschappen hadden → daaruit ontstaatfilosofie
Filosofen ontwikkelden vanaf de 6e eeuw eenrationelemanier van denken
2 belangrijke filosofen: Socrates + Plato, beiden zagen weinig goeds in de democratie
rieken maaktenwetenschaplos van de praktijk
G
→ nadenken over abstracte begrippen, bv. wat is rechtvaardig? + wat is de werkelijkheid?
et abstracties zochten wetenschappers naar wetmatigheden:
M
Pythagoras, driehoek
Hippocrates, vier sappen leer
2.1 Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
Kenmerkende aspecten:
- ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
- de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
In deze paragraaf leer je:
oe de eerste Griekse beschavingen tot ontwikkeling kwamen
h
Met de uitvinding van het schrift omstreeks 3000 v.C. begon →
deoudheid(tijd van Grieken en Romeinen)
oe de klassieke cultuur van de Griekse stadstaten tot ontwikkeling kwam
h
Grieken leefden in onafhankelijke stadstaten (poleis) met landbouwstedelijke samenlevingen
Ondanks ze niet in 1 staat leefden hadden ze wel het idee dat ze samen 1 volk vormden,
door hun gezamenlijke cultuur:
- dezelfde taal
- ze vertelden dezelfde verhalen
- ze vereerden dezelfde goden en deden dat regelmatig samen
loeiende economie -daardoor→ bevolkingsgroei -daardoor→ overbevolking en gingen ze
B
koloniënstichten langs de Middellandse zeekust →door de kolonisatie groeiden de Griekse
handel, nijverheid en welvaart
anaf de 5e eeuw v.C. bloeit de Griekse cultuur
V
→ Griekse cultuur + Grieks-Romeinse cultuur =klassiekecultuur
ondanks strijd voelden Grieken zich verbonden tegen barbaren, niet-Grieken
38 v.C. : Griekenland 1 rijk, onder Alexander de Grote, hij verspreidde Griekse cultuur in
3
gigantisch gebied → na zijn dood viel het rijk uit elkaar, maar Griekse elite bleef heersen
over de inheemse bevolking
oe Grieken dachten over burgerschap en politiek
h
Politiek van Griekse stadstaten, betreft bestuur:
- monarchie
→ staat met 1 vorst
- aristocratie
→ bestuurd door edelen
- later naast edelen ook rijke handelaren in het bestuur:
oligarchie
→ regering van een kleine groep
- tirannie(soms)
→ regering van een tiran = alleenheerser die met geweld macht heeft gegrepen
- directe democratie
→burgersmochten self stemmen + spreken in de volksvergadering
, 2 De tijd van Grieken en Romeinen
(alleenautochtonevrije mannen hadden het burgerschap)
oe het Griekse wetenschappelijk denken ontstond
h
Grieken geloofden dat goden menselijke eigenschappen hadden → daaruit ontstaatfilosofie
Filosofen ontwikkelden vanaf de 6e eeuw eenrationelemanier van denken
2 belangrijke filosofen: Socrates + Plato, beiden zagen weinig goeds in de democratie
rieken maaktenwetenschaplos van de praktijk
G
→ nadenken over abstracte begrippen, bv. wat is rechtvaardig? + wat is de werkelijkheid?
et abstracties zochten wetenschappers naar wetmatigheden:
M
Pythagoras, driehoek
Hippocrates, vier sappen leer